Data in eigen huis: hoe eCommons Amsterdamse coöperaties en vrijplaatsen bevrijdt van big tech

In Amsterdam groeit een beweging die haar woningen al zelf beheert - en die nu ook haar digitale leven wil terughalen. In een stad vol wooncoöperaties, voedselcollectieven en vrijplaatsen draait vrijwel alles op Google, Microsoft en andere Amerikaanse techgiganten: de data zit opgesloten bij bedrijven die ver achter de oceaan de dienst uitmaken. 

Sergei Zhilin en Danny Groenewegen denken dat het anders kan. Met eCommons bouwen ze aan een coöperatief digitaal alternatief: open-source software op eigen servers in Amsterdam, gedragen door de leden zelf. Amsterdam Alternative is inmiddels lid van eCommons en sprak met Sergei en Danny over hun inspirerende project.

Hoe is het idee voor jullie eCommons project ontstaan?
Sergei: Ik heb een aantal jaren in de academische wereld gewerkt als onderzoeker van de commons en besloot die interesse vervolgens in de praktijk toe te passen. Ik zocht eerst contact met de wooncoöperaties in Amsterdam, op zoek naar samenwerking. Zo kwam ik bij De Warren terecht, waar Danny woont. Na een gesprek van een half uur gaven we elkaar de hand, met de intentie om samen de eCommons vereniging op te richten. Dat was in september 2025. De vereniging staat sinds februari 2026 ingeschreven bij de KVK. Ik doe het onderzoek, de organisatie en de ontwikkeling; Danny is de technisch specialist.

Danny: Ik heb jarenlang in de IT gewerkt voor grote organisaties. Op een gegeven moment wilde ik mijn kennis op een directere manier inzetten voor een betere wereld. Sergei’s ideeën leken aan te sluiten bij waar ik zelf over nadacht en dus was een samenwerking een logische keuze voor mij.

Uit welke vraag of noodzaak is het eCommons-project ontstaan?
Sergei: Een paar jaar geleden werd ik lid van wooncoöperatie De Woonwolk. Daar merkte ik al snel dat we behoefte hadden aan digitale autonomie en software die aansluit bij de specifieke behoeften van wooncoöperaties. Veel van onze processen draaien op platforms die daar niet voor ontworpen zijn. Onze data zit opgesloten in commerciële software, onze organisatiestructuur hangt af van externe partijen en onze tools praten niet met elkaar. 

De behoefte is breed: commons-organisaties groeien in Amsterdam, en hun problemen zijn grotendeels dezelfde. Ik wilde onderzoeken of we apps en platforms kunnen bouwen voor de coöperatieve beweging, die delen en solidariteit bevorderen in plaats van competitie en overwerk.

Danny: Ik weet al jaren hoeveel goede software kan helpen. Bij De Warren liep ik daar weer tegenaan: als je zelf een gebouw beheert, is er ontzettend veel te regelen. En veel software is te beperkt, te duur, of je betaalt met je data. Voor heel veel behoeften bestaat al goede open-source software. Maar met één IT'er in je vrijwilligersorganisatie houd je dat niet duurzaam vol. Als die persoon geen tijd meer heeft of vertrekt, staat alles stil. Toen dacht ik: als we in een wooncoöperatie samen betaalbare, goede woningen voor onszelf kunnen organiseren, kunnen we precies hetzelfde doen met onze digitale infrastructuur. Commons-organisaties worden lid van eCommons en betalen contributie, en daarmee kunnen we samen een paar IT'ers betalen voor het beheer. Zo kunnen we het met elkaar langdurig en goed gebruiken.

Als we in een wooncoöperatie samen betaalbare, goede woningen voor onszelf kunnen organiseren, kunnen we precies hetzelfde doen met onze digitale infrastructuur

Hoe lang heeft het geduurd om eCommons te ontwikkelen tot wat het nu is?
Al meer dan een jaar steken we er allebei veel tijd in. We zijn met z'n tweeën het kernteam en pakken nu nog alles zelf op. Dat gaat van technisch werk zoals het uitrollen en aanpassen van open-source oplossingen, tot de website en communicatie, teksten en promotie, het voorbereiden van workshops en de vele gesprekken met geïnteresseerde initiatieven. Af en toe helpen vrijwilligers ons, waar we erg dankbaar voor zijn, maar er is altijd plek voor meer. De grootste uitdaging is capaciteit. Met twee mensen is het lastig om alle ballen in de lucht te houden. De initiatieven met wie we praten hebben vergelijkbare problemen; ze hebben allemaal een eigen hoofdproject. Juist daarom bestaat eCommons: zodat niet elke groep zelf een IT'er hoeft te vinden.
Het opstarten van eCommons draait nu nog op vrijwillige uren en subsidies. Maar het beheer, het draaiende houden van de software, moet op termijn betaald worden uit de contributie van leden. Zolang het van vrijwilligers afhangt, is het geen duurzame oplossing. Met een handvol extra leden is dat al haalbaar; we hopen volgend jaar die stap te kunnen maken.

Zijn er andere eCommons-projecten die als inspiratiebron voor jullie hebben gediend?
In Nederland kennen we geen initiatief - met hetzelfde eigendoms- en financieringsmodel - dat precies hetzelfde doet. Maar dat wil niet zeggen dat ze niet bestaan. Dit soort groepen willen de wereld verbeteren, niet rijk worden. Ze willen heel bewust geen Google worden, dus je moet ze maar net kennen. Als ze bestaan zou ik ze graag willen leren kennen zodat er kennis en ervaring uitgewisseld kan worden. In het buitenland kennen we wel diverse vergelijkbare initiatieven. eCommons is lid van Co-op Cloud, een internationaal netwerk van kleine techcoöperaties en techcollectieven. In plaats dat elk collectief in z'n eentje het wiel uitvindt, bouwen we samen aan de techniek om open-source software betaalbaar en betrouwbaar zelf te draaien, en helpen we elkaar als er iets misgaat. Eigenlijk is het hetzelfde idee als eCommons, maar dan een niveau hoger: zoals onze leden samen eCommons dragen, dragen de techcollectieven samen Co-op Cloud.

 

Waarom is het volgens jullie belangrijk om een alternatief te bieden voor de grote Amerikaanse bigtech bedrijven die door iedereen gebruikt worden? 
Bigtech bedrijven hebben monopolieposities. Ze beheren onze data, analyseren die en verdienen eraan. Die economische macht is inmiddels ook politieke macht. Dat is niet alleen een principieel probleem, maar ook een heel praktisch. Na Amerikaanse sancties tegen het Internationaal Strafhof in Den Haag verloor de hoofdaanklager de toegang tot zijn Microsoft-mail. Het Strafhof stapt nu over op Europese open-source software. Als het zo'n instelling kan overkomen, kan het iedereen overkomen. Alles draait op diensten die vanaf de andere kant van de oceaan kunnen worden veranderd of uitgezet. Europa moet dus zelf in zijn digitale behoeften kunnen voorzien. Maar het gaat niet alleen om wáár een bedrijf zit, het gaat om wie de zeggenschap heeft. Wij kiezen daarom de coöperatieve weg: kleinschalig, van onderaf en in eigen beheer.

Zijn er geen Europese alternatieven? 
Die zijn er zeker, en het worden er steeds meer. Nextcloud, een van de diensten die wij aanbieden, komt uit Duitsland. Dat ze nog weinig gebruikt worden, komt vooral door gewoonte en een gevoel van veiligheid. Voor particulieren en kleine groepen is Google ‘gratis’, en het werkt. Maar wat gratis is, betaal je met je data. Bij overheden en bedrijven speelt iets anders: als iedereen Microsoft gebruikt, voelt dat als de veilige keuze. Ze willen een helpdesk die altijd opneemt en contractuele garanties dat alles blijft draaien. Onderzoek laat steeds opnieuw zien dat vooral twijfel over ondersteuning en gebrek aan kennis de overstap tegenhouden, niet de kwaliteit van de software. Terwijl je die ondersteuning bij open source ook gewoon kunt inkopen bij gespecialiseerde bedrijven, of bij de makers zelf. Nextcloud biedt bijvoorbeeld gegarandeerde reactietijden op ondersteuning en er zijn hostingpartners die beschikbaarheid kunnen garanderen.

Tijd en kennis zijn schaars, niet alleen bij de overheid maar ook bij vrijwilligersorganisaties. Gelukkig begint er iets te schuiven. Dit najaar besloot de Belastingdienst toch niet over te stappen op Microsoft 365, maar te kiezen voor eigen servers en open source. Maar we moeten geen Europese big tech bouwen: ook een Europees bedrijf kan te groot worden, je data verkopen of worden overgenomen. De echte vraag is wie de zeggenschap heeft. En daarvoor hoef je niet op de overheid te wachten. Als vereniging kunnen we die overstap nu al samen maken, daar is eCommons voor.

Wat zijn de voordelen en nadelen van eCommons ten opzichte van de producten van de bigtech bedrijven?
Een groot voordeel is dat je data van jou blijft. Die wordt niet geanalyseerd of verkocht, en er staat geen reclame tussen. Je praat met mensen die je kent, en als lid beslis je mee over wat er gebeurt. Het geld dat je betaalt blijft in de beweging in plaats van naar aandeelhouders te gaan.
Er zijn ook nadelen, en het is natuurlijk goed om die te benoemen. Niet alles is zo gepolijst als bij bigtech, sommige dingen werken net anders, en overstappen is even wennen. We zijn klein, dus we hebben geen helpdesk die je dag en nacht kunt bellen. Alles draait al maanden stabiel en we streven naar een hoge beschikbaarheid, maar een garantie van 100 procent kunnen we voor een betaalbare prijs niet geven. Elk nadeel is iets wat we samen kunnen verbeteren. Bij bigtech heb je die invloed niet.

Wat maakt Nextcloud (voor jullie) beter dan Google of andere bigtech?
Nextcloud is open source: iedereen kan de code inzien, aanpassen en zelf draaien. Daardoor zitten we niet vast aan één bedrijf, ook niet aan Nextcloud zelf. Als dat bedrijf morgen een verkeerde kant op gaat, kunnen wij en duizenden anderen de software gewoon blijven gebruiken. Bij Google staat je data op Google's servers en bepaalt Google de regels. Bij ons staat alles op servers in Amsterdam die wij beheren.

Naast dataopslag bieden jullie ook andere producten aan binnen eCommons. Kun je daar wat over vertellen? 
Danny: Nextcloud is een groot ecosysteem dat veel kan: bestanden delen, samen in documenten werken, agenda's en contacten. Daaromheen bieden we nog meer: e-mail op je eigen domein met webmail, en een forum voor discussies die anders verdwijnen in een eindeloze appgroep. Er is ook een wachtwoordenkluis, zodat gedeelde wachtwoorden niet meer op een briefje of in de groepsapp staan. Verder is er een nieuwsbriefsysteem en een ERP-pakket voor onder meer boekhouding en ledenadministratie. Alles is open source en draait op onze eigen servers. Je kiest alleen de apps die je nodig hebt. Mist er iets? Dan kijken we samen of we het kunnen toevoegen.

Sergei: Als onderzoeker houd ik me vooral bezig met ons living lab, waar we samen met leden nieuwe apps ontwikkelen en uitproberen. Een voorbeeld is een app die een coöperatie een duidelijke organisatiestructuur geeft, omdat vaak niemand weet wie waar bij hoort. Een ander is een app om te stemmen op ALV's en besluiten beter bij te houden. Het zijn kleine, simpele dingen, maar ze maken het leven makkelijker en maken tijd vrij voor belangrijker werk. Op dit moment experimenteren we met De Woonwolk en De Nieuwe Meent. Het idee is om deze experimenten te laten uitgroeien tot een stabiel ecosysteem van apps voor de beweging, die elk lid kan gebruiken. We willen ook dat het toekomstige aanbod uit de leden zelf komt: zij vertellen ons wat ze nodig hebben, en wij bouwen en onderhouden het samen. Dat ontwikkelwerk zien we als publieke innovatie, die we met subsidies financieren. De contributie van leden gaat naar het beheer.

eCommons is ontstaan als een project voor wooncoöperaties en vrijplaatsen in Amsterdam. Waarom zijn jullie specifiek voor deze groep begonnen met het ontwikkelen van jullie project?
Nou, dat is een makkelijke vraag, want we komen allebei uit deze beweging. Danny woont in wooncoöperatie De Warren en is daar penningmeester. Ik ben lid van een paar commons-initiatieven, zoals wooncoöperatie De Woonwolk en voedselcollectief Vokomokum. We zagen dat coöperaties behoefte hebben aan een alternatief voor bigtech. In mijn onderzoek betoogde ik dat de open-source beweging en de coöperatieve beweging hetzelfde ethos delen: ze zijn allebei commons. Het is dus logisch om onze digitale infrastructuur op dezelfde manier te beheren als hoe we onze coöperaties beheren.

Leden zijn niet alleen gebruikers: ze besturen de infrastructuur mee, dat is het verschil tussen een gewone softwareleverancier en ons.

Kunnen andere bedrijven of organisaties ook lid worden van eCommons, of is dit project echt bedoeld voor deze specifieke groep?
Nee, alleen commons kunnen lid worden. Daarmee bedoelen we zelforganiserende initiatieven die democratisch worden bestuurd en geen winstoogmerk hebben. Maatschappelijke organisaties en sociale ondernemingen kunnen onze diensten wel gebruiken. Zij betalen wat meer, wat onze beweging financieel helpt, maar ze hebben geen zeggenschap in onze besluitvorming. Het is belangrijk dat we collectief, binnen de beweging, beslissen over de ontwikkeling van onze tools en onze digitale infrastructuur. Leden zijn bovendien niet alleen gebruikers: ze besturen de infrastructuur mee, en dat is het verschil tussen een gewone softwareleverancier en ons.

eCommons is opgezet als vereniging, wat betekent dat de leden - zoals nu ook Amsterdam Alternative - mee kunnen beslissen over het project en de producten. Waarom hebben jullie de organisatie op deze manier opgezet? 
Omdat in een vereniging de leden samen de baas zijn. Wie de infrastructuur gebruikt, beslist erover, en niet een bedrijf of aandeelhouders. We nemen besluiten op basis van consent. Dat betekent niet dat iedereen het helemaal eens moet zijn, maar wel dat niemand een zwaarwegend bezwaar mag hebben. Zo weegt het bezwaar van een kleine groep net zo zwaar als dat van een grote, en zoeken we samen naar een oplossing waar iedereen mee verder kan. Ook Amsterdam Alternative beslist nu als lid mee over wat we ontwikkelen.

We verwelkomen niet alleen wooncoöperaties en vrijplaatsen, maar ook energiecoöperaties, voedselinitiatieven en andere groepen die de stad samen en democratisch willen vormgeven. Naïef zijn we niet: groei kan een gedeelde cultuur verdunnen. Daarom zijn we strict in de criteria van wie er wel of niet lid kan worden. Organisaties die daar niet aan voldoen, kunnen onze diensten wel gebruiken, maar beslissen niet mee. En als leden verschillende kanten op willen, vertrouwen we erop dat we daar samen uitkomen, zoals in elke coöperatie.

Hoeveel leden heeft eCommons op dit moment, en waar hopen jullie de komende jaren naartoe te groeien?
Op dit moment hebben we vier leden, en acht andere gemeenschappen zijn bezig zich aan te sluiten. Voor hen allemaal is het geen kwestie van willen, maar van middelen: vrije tijd en geld. Iedereen is erg druk met de eigen hoofdprojecten, en ook als mensen begrijpen waarom digitale autonomie belangrijk is, voelt het altijd als een extraatje. We hebben bovendien tot nu toe niet actief meer organisaties uitgenodigd, omdat we bezig waren het systeem werkend te krijgen. Die fase hebben we achter de rug, en we nodigen graag meer leden uit. We hopen zeker dat we volgend jaar enkele tientallen initiatieven hebben. 

Zien jullie de eCommons ook als een project dat later gebruikt kan worden voor andere groepen en/of bedrijven? Als een soort broodfondsensysteem, waarbij iedere groep z'n eigen set-up heeft.
Ja, dat zien we zeker zo, en de vergelijking met broodfondsen klopt: kleine, zelfstandige groepen die dezelfde aanpak delen. Als onze beweging groot genoeg wordt, met veel commons in elke stad, is het slim om lokaal te organiseren. Dan heb je een eCommons Rotterdam, Utrecht of Zwolle, die als gelijken met Amsterdam samenwerken. Dat past bij hoe wij werken: het liefst met mensen die we kennen en vertrouwen, en die dichtbij zitten. De lokale collectieven delen dezelfde open-source software en open standaarden, zodat ze elkaar kunnen helpen, terwijl ieder zichzelf bestuurt.

Het lijkt me heel mooi als sommige leden in de toekomst een server in die ruimte zetten, zodat een deel van onze digitale infrastructuur letterlijk bij ons in huis staat. Je data woont dan net als jij: in een coöperatie.

Wat zijn jullie dromen voor eCommons voor de toekomst?
Danny: Een van mijn dromen is dat we niet alleen de software in eigen beheer hebben, maar ook de hardware. Nu draaien onze diensten nog in een datacenter in Amsterdam. Maar veel wooncoöperaties hebben bijvoorbeeld prima glasvezelverbindingen en een technische ruimte. Het lijkt me heel mooi als sommige leden in de toekomst een server in die ruimte zetten, zodat een deel van onze digitale infrastructuur letterlijk bij ons in huis staat. Je data woont dan net als jij: in een coöperatie.

Sergei: Ik heb veel meer dromen dan ik tijd heb om ze waar te maken, dus zal ik nu er maar één delen: meer mensen die met ons willen werken. Mensen die geïnteresseerd zijn in het maken van technologie voor ons, het onderhouden ervan en het bedenken van nieuwe ideeën. Niet alleen nieuwe interfaces of platforms, maar nieuwe manieren van delen: een uitleenbibliotheek (library of things), gedeelde mobiliteit, allerlei dingen die we samen ontwikkelen, samen beheren en waar ICT bij kan helpen. Uiteindelijk droom ik van een infrastructuur voor de commons die niemand kan kopen en niemand kan uitzetten.

Heeft jouw groep ook behoefte aan betaalbare en goede software? Neem contact op met:
eCommons
www.ecommons.nl
info@ecommons.nl