Recent articles
Issue #021 Published: 17-12-2018 // Written by: Ayse Tosun
A Unique Haven for the Unfinished: Café Chercher
It’s a Tuesday night, you are sitting in a small, circular building in the heart of the Amsterdam, with a dozen strangers seated around you. As you look around and try to gauge the atmosphere, you notice the smell of homemade soup. It makes you feel strangely welcome. Then suddenly the crowd shifts. The host briefly introduces herself and announces the first contribution of the evening. And here she is: a girl around your age standing in front of a projection screen preparing to present. The stage is all hers, but it’s not going as straightforwardly as one would hope. On the contrary, she is struggling to get the image from her laptop to show on the projection screen. The crowd sits still. No one is interfering to help, and you feel a tingling, strangely familiar anxiety build up inside you. The kind of anxiety anyone who has ever had to present anything knows all too well.  “Should I do something? She is clearly having trouble.” But as your thoughts race, you too end up paralyzed by this collective inaction. After several minutes of rigorous trial and error, she has her desktop image projected onto the screen. However, her laptop is aggressively refusing to comply with her demands, breaking down with a slew of error messages, leaving her without the visual representation of whatever it was she intended to share. She is on her own now. Then, with trembling hands, she starts to recite a text from a crumpled piece of paper she has in her hands. The text starts out somewhat poetic, delving into the relationship between man and technology, and how it can breed “indifference and inaction”...  That is when you realize that all the thoughts and silent reactions you had within the space of the last five minutes were in fact part of a meticulously laid out, unnerving plan. As she finishes reading, she introduces herself. Her name is Sara Lott, she is a master’s student at the University of Amsterdam, and this is all part of her performance. Then you realise this is all part of the experience, at Café Chercher. The motto: Dare to Share Café Chercher is a monthly gathering for “unfinished” research projects, offering a platform for practitioners, students, PhD researchers, professors and artists, from institutional and non-institutional backgrounds. Each gathering features several contributions, which appear in a myriad of forms, thematically existing between the realms of art and science.  Founded in 2014 by Dutch artist Emily Huurdeman and her then co-student Edgar M. Caramaño, Café Chercher began as a community experiment to bring different people from different disciplines and (non-)institutes together, in order to create an alternative, unique haven for the “unfinished”. Now led by Huurdeman and fellow artist Dalida Georgiou-Achmet, it is gearing up for a new season, at the Vox-Pop building of the University of Amsterdam, but Huurdeman states that the platform could also turn full “nomadic”. Attendees witness interesting theoretical and practical crossovers, such as artists who do research, researchers who are involved in the arts, and everyone and -thing else inbetween. Gathering every last Tuesday of the month, participants and attendees are encouraged to share their questions, doubts, hypotheses, try-outs, and prototypes. The importance of open endings... If you are a student, researcher, artist, or simply someone who appreciates new ideas, then you are undoubtedly familiar with the dictum that  the “end result” is all important. No matter if it’s art, research, artistic research, or simply an idea on Kickstarter, we are eager to see the conclusion, and only then consider the before and after, and the working prototypes. However, much of the value we ascribe to the end product results from the space in between, the searching, the trial and error, the doubts, and the questions. This is where the magic happens.  Instead of the black-boxed, finished result, which creates a line of defense when subjected to new audiences, Café Chercher chooses to honour the process of searching for answers. Huurdeman also suggests that the “friction” that arises from these colliding worlds of art, science, and institutional and non-institutional practices, make for a “plug and play” format, where new discussions emerge and fresh perspectives are offered. Insecurities are out in the open and hypotheses are tested. Despite using an institutional space, their aim is to reach out to a broader public, expanding their community and creating breathing space for experimentation int he meantime.  Aside from being unexpectedly surprised, dealing with the unfinished in a neutral zone has plenty to offer, because looking beyond the black-boxes (out-thinking the box, really) is often overlooked – and if the goal is to discover and ideate something new, perhaps one needs to look no further.  For more information on Café Chercher: www.cafechercher.org      
Issue #021 Published: 14-12-2018 // Written by: Klaar vd Lippe & Bart Stuart
Eigendom is diefstal
Het lijkt een tegenstrijdige uitspraak: Eigenaar worden is toch juist het beste dat je voor jezelf kunt doen? Dat lijkt zeker zo. Alles lijkt er op gericht bezit te verwerven. Verkeerd! Zegt Proudhon. Soms mogen dingen geen eigenaar hebben. Wat bedoelde hij daar mee? Moet je alles delen? Nee. Je mag je broek houden. Pierre-Joseph Proudhon (1809-1865) is een Frans autodidactisch econoom, socioloog en een van de grondleggers van het anarchisme. Van sommige dingen is er zo weinig dat het het collectief onredelijk zou schaden als het privé eigendom zou worden. Sommige dingen, zoals arbeid, mag je je niet toe-eigenen. De arbeider moet kunnen profiteren in wat door zijn medewerking is gemaakt. Een mens is geen gereedschap.  Hoe radicaal is de gedachte dat eigendom diefstal is? Valt mee. Het principe is eigenlijk iets dat we stilzwijgend erkennen. De zee is van niemand, het strand ook niet. Natuurgebieden, de lucht, de wegen, de Amsterdamse grachten. Het zou tegen natuurlijk voelen als je voor het strand toegang moest betalen. Of steeds kaartjes moest kopen voor de weg. Het voelt ook normaal dat je voor een collectief goed ook collectief het onderhoud betaalt. Dijken zijn van iedereen en worden door belastinggeld in goede staat gehouden. Niemand wil dat er een firma is die de dijken van Nederland bezit met het risico dat die firma vervolgens failliet gaat. Het collectief belang is duidelijk.  Het tweede principe dat nu speelt komt duidelijk naar voren bij de discussie over data. Mag je iemands data toe-eigenen? Of is dit altijd een gedeeld eigendom? Collectief eigendom is lastig. Neem het gas in Groningen. Het is van Nederland, van iedereen. De firma die het uit de grond haalt, NAM, is een bedrijf met aandeelhouders. EBN de andere partner in de gaswinning is een staatsbedrijf. Nu blijkt dat de NAM iets te enthousiast heeft gepompt waardoor de bodem verzakt en daarmee ook de huizen die er op staan. Lijkt duidelijk dat die schade vergoed moet worden? Van iedereen, dus voor iedereen zou je zeggen. De lusten gehad, miljarden inkomsten, de lasten, paar honderd miljoen schade, accepteren. Ineens lijkt de collectiviteit niet meer zo vanzelfsprekend. De rechtbank moet er aan te pas komen om het staatsbedrijf EBN haar verantwoordelijkheid te laten nemen. Eigendom was hier bijna diefstal geworden. Fabrieken waren in de visie van Proudhon zo belangrijk voor het leven van de werkers als verschaffers van inkomen dat het in zijn ogen onverantwoordelijk en onrechtvaardig was dat daar een privé persoon beslissingen over kon nemen. De motieven van het individu zijn ondergeschikt aan het algemeen belang. Dit speelde in de tijden voor arbeidstijden, arbo en sociale voorzieningen. Arbeiders organisatie in fabrieken stond nog in de kinderschoenen. De werkgever was een bijna God gelijke autoriteit. Industriële productie was een nieuw fenomeen. Tot die tijd werd op veel kleinere schaal in werkplaatsen gewerkt. Zijn gedachtegang is een conceptuele verkenning van wat het betekent om arbeider te zijn in een industriele samenleving.  Wij zijn gewend aan de staat. Natiestaten waren toen een heel recente opvolging van koninkrijken. Burgerschap en stemrecht nieuw. Dat vereiste allerlei nieuwe gezagsconcepten. Niet alleen voor individuen. Bedrijven krijgen bijvoorbeeld de status van rechtspersoon. Daarmee ontstaat het moderne bedrijfsleven. Tot dan toe waren eigenaren gewoon persoonlijk verantwoordelijk.  De maatschappij had zich nog niet gevormd naar de nieuwe praktijk. Proudhon leverde een blauwdruk voor die nieuwe industriële maatschappij.  Gedeeld eigendom dient dus beschermd te worden door een organisatievorm die daaraan recht doet. Proudhon ontwikkelde een eigen alternatief voor autoritaire bedrijven: federaties. Organisaties door arbeiders zelf bestuurd. Ze zijn gebaseerd op collectieve verantwoordelijkheid en medezeggenschap. Samenwerken doe je door overleg. Binnen je eigen federaties, tussen federaties onderling maar ook nationaal en zelfs Europees.  Zijn politieke opvatting over het principe van samenleven noemde hij anarchisme. Van het Griekse  an- ‘zonder’ + arkhos ‘baas, meester’. Zonder meester zijn. Geen bazigheid. Bazigheid was tot dan toe de normaalste zaak van de wereld.  Proudhons alternatief voor het kapitalisme en communisme is het mutualisme: wederkerigheid. Hij stelde zich voor dat arbeiders gemeenschappen vormden die renteloze leningen bij een ruilbank konden afsluiten om bedrijven te beginnen. Zij konden producten met elkaar ruilen via bonnen. Zij maakten daarmee eigenlijk een soort eigen geld. Klinkt allemaal best idyllisch. Toch is er een ander veld van collectiviteit die we hier ook goed kennen. De sociale woningbouw. Uitbuiting door huisjesmelker nam in de 19e eeuw zulke vormen aan dat de slechte woonomstandigheden de volksgezondheid bedreigde. Door de hoge huren woonde te veel mensen in kleine vochtige woningen. Tuberculose en ongedierte discrimineren echter niet en veroorzaakten bij iedereen ziekten.  Een aantal betrokken burgers richt woning-coöperaties op. Huisvesting is in hun ogen een basis voorziening die duidelijk niet aan de markt kan worden overgelaten. Ze bouwen woningen voor de armen in bezit van een vereniging. Hiermee wordt de huurder ook mede eigenaar en verschuift het accent van filantropie, liefdadigheid, naar medezeggenschap. Richting baasloosheid. Gesteund door de overheid wordt coöperatieve huisvesting een groot succes. Nederland is een voorbeeld voor goede betaalbare huisvesting. Hoewel er van baasloosheid steeds minder sprake is. Coöperaties worden instituten die direct met de overheid overleggen. De huurder is nog wel officieel lid van een woningbouwvereniging, de daadwerkelijke betrokkenheid neemt af. Steeds meer voorzieningen raken in de loop van de 20 ste eeuw collectief geregeld. Verzekeringen, ziekenfondsen. Wat eerst zo revolutionair was wordt gewoon. Ook zaken waar voor gevochten is, de arbeidstijdenwet, de woningwet uit 1901, algemeeen kiesrecht 1917 en het recht op scholing zijn vanzelfsprekend geworden.. Het lijken kwesties van algemene beschaving..... Dan breken de beruchte Paarse jaren aan. De partij van de arbeid en de liberalen werken van af 1994 onder Wim Kok samen. De strijdbijl tussen Baas en Knecht is begraven. Het element strijd raakt op de achtergrond. Het lijkt nu alleen nog een kwestie van het zo efficiënt en kosteneffectief te regelen. Marktwerking en management zijn de toverspreuken. Als eerste worden in 1995 de coöperaties bedrijven: corporaties die ook vastgoed ontwikkelen. Als bruidsschat krijgen ze de woningvoorraad mee. Niet veel later volgen staats post, de energie en de spoorwegen. Dan verdwijnen de ziekenfondsen en worden zorgverzekeraars. Marktwerking wordt het nieuwe normaal.  Globalisatie maakt vervolgens een ander type bedrijf mogelijk. Loyaliteit aan de lokale omstandigheden is minder vereist. Winst maken zonder meer is oké. Professioneel een lul zijn is oké. Vergaande flexibilisering maakt van arbeiders met een vakbond zzp-ers zonder vertegenwoordiging.  Na de bankencrisis klinken de eerste kritische geluiden. Misschien dat er toch wat te vroeg gejuicht is. Marktwerking werk niet. Het nieuwe normaal ziet er een stuk minder aantrekkelijk uit. Ziekenhuizen gaan failliet, de woningmarkt zit op slot, sociale huurwoningen zijn schaars en bijna onbetaalbaar, openbaar vervoer is duurder en minder frequent, vast werk is flex geworden, je data zijn niet van jou en het toerisme eigent zich de stad toe.  Proudhon maakt een voorzichtige comeback. Zijn opvattingen over collectiviteit beleven een terugkeer door concepten als commons en wiki’s. Dingen die je samen doet en waarvoor je gezamenlijk verantwoordelijkheid neemt. Broodfondsen zijn een ander voorbeeld: als groep zzp-ers maak je een onderlinge verzekering tegen tijdelijke arbeidsongeschiktheid. Steden experimenteren zelfs met lokale valuta zoals in Engeland de Bristol Pound. Spullen worden minder belangrijk, klinkt het hoopvol. Delen wordt het nieuwe hebben! Misschien is eigendom van bepaalde zaken  inderdaad diefstal. Misschien waren de ideeën van Proudhon niet alleen vernieuwend maar vooral ook gewoon verstandig. Er is echter een grote stap nodig om het tij te keren. Hoe krijgen we die baasloosheid terug? Nieuwe digitale mogelijkheden maken zelforganisatie en ruilbanken heel haalbaar. Globalisatie maakt verantwoordelijk wereldburgerschap urgenter dan ooit. Woningnood vereist een herformulering van collectief belang.  Wat gaan we doen in Amsterdam? Hoe kunnen we hier collectiviteit weer de leidraad laten zijn voor collectieve belangen? Hier ligt een mooie uitdaging voor het nieuwe linkse stadsbestuur. Maak van een participatie agenda een collectiviteitsagenda. Hoe maken we van sociaal beleid weer wederkerigheid? Kan zelfbestuur bestuur flankeren? Laten we in ieder geval beginnen met het onderling vaak tegen elkaar te zeggen: eigendom is diefstal. Laten we beginnen met wederkerigheid oefenen.  Want zonder baas zijn we samen de baas.  
Issue #021 Published: 11-12-2018 // Written by: Paris Palmano
An Honest Guide to Climate Change: Understanding the problem
The Actual Problem  Contrary to popular belief, climate change does not progress in a linear fashion. Over a century of human industrial activity has set in motion a pattern of exponential warming, known as ‘runaway’ climate change. As sea- and land-ice melts, much of the light that would have been reflected back into space is increasingly absorbed by the ocean and land, warming the atmosphere further and causing more ice to melt. Thawing permafrost releases massive deposits of methane into the atmosphere, quyickening this dangerous cycle. In this way, climatic cycles generate their own momentum beyond, and separate to, human activity. At a point, runaway climate change will transcend human control.  In 2014, the Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC) found that the chance of crossing this runaway tipping point would increase as warming rose to between 1°C and 2°C. Faced with this unacceptable level of risk, it was impossible for governments of the world to continue with business as usual, and almost 200 heads of state came together to sign the Paris Agreement in 2015. This was a treaty pursuing efforts to limit warming to 1.5°C, or ‘well below’ 2°C. The 2018, the IPCC’s ‘Special Report on 1.5 degrees’ struggled to find the words to describe the level of risk would be facing if the Agreement was a failure. While vested interests promote climate change denial within public discourses, this is not really a typically (party) political issue, it is instead a scientific and humanitarian one. One barely needs to scratch the surface of the climate debate before hearing this argument: “the climate is always changing, it’s natural.” Well, and at risk of appearing to agree with someone like Trump, this is true. For the past three million years, thanks to solar radiation, Earth’s climate has either been in one of two states. When in its cooler state, the planet has an ice age. When in the warmer one, Earth’s climate is very much as it is now (and has been throughout the two million years of human existence). With climate stability came the possibility to cultivate land, and the Agricultural Revolution; no longer did humanity have to travel to survive. This brief period of ten thousand years of climate stability is what our society has thrived from and depended on. Taking this ‘stability’ into account, it becomes hard to imagine the impact of 4°C of atmospheric warming above preindustrial levels by the year 2100, as the current climate models predict. Earth’s climate hasn’t reached 4°C for 50 million years, and humanity has never experienced anything like this. As climate change progresses, our chances of sustaining the ‘goldilocks zone’ in which our life is possible are dwindling fast. Humanity’s use of fossil fuels is pushing our climate out of its stable system and closer to a critical tipping point: the cliff edge of climate catastrophe. This potential catastrophe is certainly linked with human activity, the use of fossil fules, and the proliferation of industrial agricultural techniques, which were spawned in part by the very climate stability which those same techniques have undermined. The Political/Psychological Problem The political problem we face is one of accountability. The Paris Agreement has allowed  governments of developed and post-industrial nations to mislead their citizens into believing that effective action is taking place. When politicians announce, “we have signed this agreement and are committed to it! We are doing much better than all these other countries”, we take it at face value. This encourages a dangerous narrative of positivity. A narrative that commends doing a little better than last year, when a little better isn’t going to be enough. This cycle helps to fuel political inertia. There is little public pressure on governments because large sections of the public don’t want to engage with climate change either. In fact, as we have discussed, we are psychologically predisposed to avoid engaging with such ideas. Studies by the American psychologist Daniel Gilbert show that humans are more likely to respond to threats that are personal, abrupt, and in the moment. To those of us who are sheltered from the effects of climate change, it is easy to think of it as a distant problem - gradual, impersonal, and framed in an unspecified future tense. Psychologist Daniel Kahneman explains that when humans experience uncertain, future threats, they are likely to put off immediate solutions. We share an optimism bias: the illogical, yet comforting idea that disastrous events only happen to other people. Unfortunately, the longer we allow climate change to progress unchecked, the higher the probability that it will become irreversible. At this stage we hit another hurdle in the human psyche. When humans feel fearful it causes us to withdraw from an issue. Not wanting to spread fear, politicians avoid talking about climate change because dealing with it head-on not only challenges a sense of social comfort, but also goes against human evolutionary programming. Sociologist Stanley Cohen explains that climate change denial is not about not knowing or refusing to know, it’s about choosing not to notice or talk about it. We maintain a social world in which climate change is either ignored or normalised.  So, everyone is dodging responsibility. Our governments are focused on maintaining a culture of ‘keeping people happy’ and their citizens continue blindly because it’s the easiest thing to do. But keeping people happy in this context is deadly. We must break free from this self-defeating narrative. We need to start being honest with ourselves and with each other if we hope to engage with the threat of climate change in a meaningful way.  American Novelist James Baldwin wrote, “not everything that is faced can be changed. But nothing can be changed until it is faced”. To truly understand the situation we find ourselves in is to know that we must do whatever it takes.  Photography by Pablo van Wetten
Issue #021 Published: 07-12-2018 // Written by: Yoshiko Teraoka
Beyond a Bookshop: Het Fort van Sjakoo and Shaping Anti- capitalist Politics
Bookshops have been, for the most part, undervalued and overlooked. Their political significance has also been largely underestimated, due in part to the fact that they are routinely perceived as simply being ‘a shop that sells books’. Radical bookshops like Het Fort Van Sjakoo in Amsterdam, however, go beyond the mere function of a bookshop, and instead serve as a cultural centre that is shaped by the community as much as by the books within them. As one of the few radical bookshops which attempts to enact the very same principles that its texts set to promote, Het Fort is continuing to ignite inspirational possibilities for ways in which people can reimagine and enact alternative ways of living and working together.  Since opening its doors in 1977, the not-for-profit, volunteer-run anarchist collective has been shaping its own politics and economy in the heart of Amsterdam. On the surface, it may look like your typical anarchist bookshop - a little unwelcoming at first, perhaps - but the history embedded in this bookshop is rather unique. Amidst the rapidly shifting landscape of Amsterdam’s gentrifying neighbourhoods, Het Fort remains unchanged and keeps its roots firmly in the city’s centre.  A Written History The building itself was originally squatted in 1975, by political activists protesting the proposed gentrification of the Nieuwmarkt area, and the bookshop was started two years later. Members of the squat felt the need for a space for radical political organizing and the sharing of knowledge and experiences concerning urban resistance.  Nieuwmarkt became a stage for the struggle between city residents and government. A series of urban renewal plans had been put forward by the municipality, including the construction of the metro, and the development of a major motorway through the Nieuwmarkt neighbourhood, in conjunction with office blocks and retail outlets. This would have meant eradicating large parts of the Nieuwmarkt and Waterlooplein neighbourhoods, in effect leading to social displacement and limiting affordable housing in the inner city, as well as irreversably damaging Amsterdam’s signature ‘look’.  These plans were met with fiery protests and organized resistance, in part by activists who were at the forefront of anti-gentrification campaigns, and this collective action ultimately destabilized the city council’s plans to build a highway. Squatting, both as a practical means of living and as a form of protest, apparent in places such as Het Fort, was a crucial factor in the community’s success in this instance; highligthing how countercultural practices and their resistances to neoliberal homogenization have been crucial in shaping Amsterdam’s physical and social identity. In the late eighties, the squat was legalized and inhabitants of the building began to pay rent to a housing corporation. In 2002, in an effort by the housing corporation to push the counter-cultural business to the outskirts of the city, the building was subject to a 900% rent increase. With the help of community support and the stubborn dedication of the collective, various protests and intensive actions were staged over the course of a year. As a result, the housing corporation ultimately reduced the rent increase to 400%. Following this, the collective managed to raise €200,000 through other ‘legalized’ squats and private supporters in order to purchase the building. Strength in Solidarity Het Fort’s continuing existence and success is a testament to the strength of solidarity and collective support. Moreover, it serves to show that institutions with non-capitalist structures, that promote cooperation, horizontal organization and self-management, can be a viable alternative to profit-orientated businesses.  As radical movements face increasingly stricter policing from a neoliberal government, Het Fort functions as a bedrock for many alternative practices. These include using profit generated from the shop to provide financial aid to local initiatives which strive towards social justice, and offering other similar initiatives throughout the Netherlands the opportunity to order books through them in order to take advantage of scales of economy. During the recent refugee crisis, the bookshop was used as a temporary storage space for donated items, which were later taken to refugee camps by local activists.   Beyond the dynamic functions that the bookshop has provided over the years, what also makes them profoundly unique is that while they base their organizational and economic structure on anarchist principles, they are also not militant in their approach. Most members are, or have been, active in local activist movements, from the squatters’, anti-nuclear and peace, to the recent student protests at the UvA.  Organising a Cooperative, Organising an Alternative Staff meetings are held on a fortnightly basis in order to discuss general housekeeping, the selection of new books, and, on rare occasions, unpleasant matters such as dealing with unwanted (fascist) customers. Sometimes, the selection process for ordering new books extends to a theoretical discussion, sparking the exchange and clash of political ideas. The bookshop is a space for self-education and informal learning, where the exchange of political ideas through collective forms of education (conversations, zine-making, writing, collective reading etc.) are in themselves radical political acts which serve to empower and counteract our alienated existences. In a disjointing and ‘fake news’ based neoliberal economy, it is imperative to cultivate self-organized education projects. Radical bookshops, libraries, and social centres are great locations for these types of schemes. A conversation with one active member of the Fort revealed the kind of learning which takes place on an everyday level. Previously a history teacher, he now actively seeks to learn from others, especially long-term customers. He also commits time to teaching anarchist history to a fellow volunteer, and attempts to inject conversations with customers simply dropping by for a cup of coffee with a dose of political discourse.  Of course, co-organised spaces are not without their interpersonal problems, as one long running member of the collective is quick to mention. Issues of accountability, accessibility, and exclusion are bound to come hand-in-hand with a collective attempt to share and negotiate a space.  Anti-capitalism doesn’t have to be just a moral stance. It can manifest itself in a series of practical solutions through the collective labour of building a commons. These social infrastructures are only strengthened by the involvement of keen participants; for a generation of millennials (including myself) who feel disempowered and paralyzed in our current socio-economic predicament, partaking in self-organized spaces and supporting local radical bookshops can bring us closer to politics and to each other. In doing so, we reclaim agency. Let us not forget that the spirit of resistance remains very much alive today in the heart of Amsterdam, in the form of Het Fort. It is in the care of and the strengthening of these autonomous institutions that we can begin to (re)build social relationships, and strategize ways in which to enact and sustain practical solutions to transform our fragmented society into a collaborative one. A version of this essay titled “Unlearning Capitalism: Self-organized Libraries and Bookshops as Spaces for Emancipatory Politics” first appeared in March 2018 in Underscan, an online visual research platform. Photo: Yoshiko Teraoka  
Issue #021 Published: 30-11-2018 // Written by: Jaap Draaisma / Fair city
Protest tegen uitholling huurdersrechten
Huurders zijn woedend over voorstellen van 23 woningcorporaties om de huurbescherming nog verder uit te hollen. Onder het motto “behoud het huurrecht, geen gedwongen verhuizingen of huurverhogingen” zijn zij een petitie gestart: www.hya.nl/teken-de-petitie-behoud-het-huurrecht In een manifest vragen 23 woningcorporaties, waaronder alle 6 de Amsterdamse corporaties, aan de minister om een fundamentele wijziging van het huurrecht die de rechtszekerheid van huurders aantast: flexibele huurcontracten, huurverhogingen en gedwongen verhuizingen zijn het gevolg. Met de petitie willen de huurders, verenigd in de Federatie Amsterdamse Huurderskoepels, dit voorkomen. De woningcorporaties willen huurders die te goedkoop wonen dwingen om hun huis te verlaten. Eerst door de huur nog meer te verhogen dan nu al kan en als dat niet lukt door het huurcontract te ontbinden. Ook mensen van 70 of 80 jaar, die bovenop hun AOW een te hoog pensioen hebben, willen ze zo uit hun woning kunnen zetten.   Maar dat “te goedkoop wonen” is grotendeels opgeklopte fake: volgens de laatste cijfers woont in Amsterdam 13,1 % “te goedkoop” en dat doe je al zodra je een paar honderd euro boven het minimumloon zit. Het gaat de woningcorporaties veel meer om het opheffen van de privacy van huurders, het binnenhalen van meer huurverhogingen en het vrij kunnen beschikken over de woningen. Want zodra die woning leeg komt gaat ze in de verkoop: Stadgenoot zet zelfs binnen de Ring nog steeds sociale huurwoningen in de verkoop. Of wordt de woning door het absurde huurpunten systeem te duur en uit de sociale huur gehaald.  De flexibilisering van de woningmarkt is al langer aan de gang. Er zijn al 10 verschillende flex huurcontracten. Voor jongeren tot 28 jaar zijn tijdelijke contracten nu al de regel en vaste huurcontracten de uitzondering. De corporaties willen nu ook voor andere groepen huurders de flexibilisering afdwingen. Zodat hun macht groter wordt en huurders vogelvrij.  Zittende huurders worden door de corporaties afgeschilderd als profiteurs en losers die te lang in hun woning blijven plakken en het zo nieuwkomers onmogelijk maken een woning te vinden. Maar zittende huurders kunnen nergens heen. Scheefwoners zijn geen aso’s. Er is geen tegenstelling tussen zittende huurders en nieuwkomers. Alle huurders hebben een gemeenschappelijk probleem: er zijn te weinig betaalbare huurwoningen.  Stop verkoop van sociale huurwoningen, weg met de verhuurdersheffing en grijp hard in in de huur- en koopwoningen markt. Zodat jonge mensen weer kunnen huren voor een redelijke huur met een vast contract en zittende huurders ontspannen kunnen wonen.    Illustration: Stan Gajewski