Recent articles
Issue #022 Published: 16-01-2019 // Written by: Adam Aardbei
Ontruiming ADM: mede mogelijk gemaakt door GroenLinks
Ontruiming van de ADM voor Kerst, was de uitspraak van de Raad van State afgelopen zomer. Een uitspraak op grond van het wonen in een gebied waar niet gewoond mag worden. Je zou zeggen: er zijn urgentere zaken dan mensen te ontruimen die ergens in strijd met het bestemmingsplan wonen. Een burgemeester moet natuurlijk zo’n uitspraak uitvoeren, maar ze kan daar een jaartje langer over doen; kan het koppelen aan vervangende ruimte of het opschorten omdat er nieuwe feiten zijn. Die nieuwe feiten zouden er voor een GroenLinks burgemeester en voor GroenLinks wethouders voldoende moeten zijn: je ontruimt niet voor de erven van een crimineel; je ontruimt niet zonder de mensen een volwaardig alternatief te bieden; je ontruimt niet als dat op termijn betekent dat Amsterdam geen scheepsbouw meer heeft; je ontruimt niet als het kettingbeding op het pand de toekomstige bestemming van de eigenaar verbiedt; je ontruimt niet als de eigenaar daardoor 50 tot 100 miljoen euro rijker wordt. Maar GroenLinks voert gewoon het beleid uit dat al uitgestippeld was voordat ze aan de macht kwam. Een van de eerste acties van Halsema als burgemeester, nog voor de zomer, was een brief laten bezorgen bij bewoners in Noord waarin ze de bewoners waarschuwde (“informeren” heette het) voor de mogelijke komst van de ADM-krakers. Een enge, gevaarlijke mensensoort was op komst. Een brief geschreven door het ambtelijk ontruimingsteam, dat al bijna 2 jaar bezig is. Gewoon door Halsema overgenomen en niets aan veranderd. Konden gewoon doorgaan, ondanks de GL burgemeester en GL wethouders. Met zulke ‘vrienden’ heb je geen vijanden meer nodig. Mond dicht in B&W Sinds GroenLinks in het gemeentebestuur zit is de ADM enkele malen aan de orde geweest in B&W. Burgemeester Halsema en D66 wethouder Kock meldden daar hoe ze de ontruiming van de ADM en de ‘uitplaatsing’ aan het regelen waren. Geen enkele keer heeft een GroenLinks wethouder een vinger voor de ADM uitgestoken; er ook maar een woord aan gespendeerd. GL wethouders Van Doorninck en Meliani op ADM avond Nadat ze een half jaar elk contact met de ADM hadden afgehouden en zorgvuldig hun mond over de ADM hadden gehouden kwamen 2 GL wethouders op 4 december naar de ADM avond in De Zwijger. ‘Enorm inspirerend’ vonden ze alle verhalen over de ADM en vrijplaatsen op deze avond. Verhullend dat ze te laf waren om langs te komen en binnen B&W stilzwijgend met de ontruiming ingestemd hebben. De hele avond werden de GL wethouders gevraagd om een afspraak te maken met een aantal initiatiefnemers over hoe je de Vrije Experimentele Ruimte in Amsterdam kan vormgeven. Hielden ze stug af; ze kwamen om te leren en wilden absoluut niet praktisch worden. Stel je voor…... Halsema: Boerka wel, ADM niet Terwijl Halsema voor het wettelijk verbod van de Boerka wel haar nek uitsteekt, voert ze voor de ADM braaf het beleid van haar voorganger en D66 wethouder Kock uit. De ontruimingstermijn rekt ze iets op van Kerst tot midden januari. That’s it. Geen enkele inzet voor de vrijheid en vrijzinnigheid, waar Halsema in woorden altijd zo’n voorstander van was. Als een ouderwetse zielloze regent maakt ze een eind aan de laatste grote vrijplaats van Amsterdam. Waarom voert GL haar eigen programma akkoord niet uit? Ze zouden zich - volgens dit akkoord -  toch inzetten voor ‘rafelranden’ in Amsterdam? Ze zaten afgelopen zomer nauwelijks op het pluche of ze maakten een eind aan Blijburg, gevolgd door steun aan de ontruiming van de ADM. Blijkbaar waren de verkiezingsbeloften vergeten en is het programma akkoord door anderen geschreven, want ze hebben er geen boodschap aan; willen zich nu niet inzetten voor die ‘rafelranden’.  ‘We zijn nog aan het leren en luisteren en zijn ook mensen’, was het antwoord van wethouder Meliani op de ADM avond. Ondertussen neemt ze al een half jaar elke week besluiten in B&W, heeft een begroting van miljarden vastgesteld en steunt ze de ontruiming van de ADM door in B&W haar mond te houden. Dat ‘het luisteren naar de bevolking’ fake is zagen we met het besluit van GL wethouder van Doorninck om de Van der Pekbuurt van het aardgas af te halen. Begin oktober meldde ze dit trots, samen met huiseigenaar Ymere. Bleken ze ‘vergeten’ te zijn de bewoners hierover te informeren. Geen 2 jaar Geitenvrijheid maar op naar de eeuwige slibvelden Maakt GL zich dan hard voor een alternatieve locatie; zet ze zich in om al dat waardevols en inspirerende dat de ADM te bieden heeft, te behouden voor de stad? Nee, zelfs een fatsoenlijke vervangende ruimte kan er niet vanaf. Twee jaar mogen ze op de slibvelden in Noord blijven, met een hoeveelheid regels waarmee elke vrijheid de kop in gedrukt moet worden:  ‘Zelfs de geiten van het Amsterdamse Bos hebben een grotere vrijheid van bewegen dan de ADM-ers straks op de Slibvelden van Noord’ schreef Het Parool op 21 november. Als GL geen kans meer zag om de ADM te behouden, waarom hebben ze zich dan niet vervolgens hard gemaakt voor een fatsoenlijke nieuwe vrijplaats in Amsterdam? Te bang voor rechts? Te bang om tegen hun ambtenaren in te gaan? Te bang voor hun eigen achterban. Of zo blij dat ze aan de macht zijn dat ze daar alles aan opofferen? Een half jaar nadat GroenLInks in Amsterdam in de centrale machtspositie is terecht gekomen moeten we aanzien hoe zij (mede) de ADM laat ontruimen. Photo: screenshot from AT5
Issue #022 Published: 10-01-2019 // Written by: Zeta Z. Moire
Response to: “English is a gentrifier”- “Engels als verdringer en uitsluiter”
Willa Cather describes her anxiety about the increasing construction of skyscrapers in New York during the 1920s through various metaphors. As Molloch, a Semitic deity that invokes associations with child sacrifice; monstrosities from the “orient”; an “Asian Genius” that enfeebles the Statue of Liberty. Why do Cather’s associations point to the “East” even though the origins of the skyscraper is lie in the West? What Cather expresses is a sentiment familiar to anyone who looks carefully at the logic of the “West’s” relation to its fears. Whatever is fearful or uncanny comes from the outside. For example, instead of blaming businesses, and the sale of historic buildings, featureless malls and hotels, the right-wing make “the immigrant” their target. Capitalism, the destroyer of cities as places for communities of people, has its origins right here in Europe, and is perpetuated by European governments and business today, but it is the foreigner who is responsible for divesting Europe of its sense of self according to the local. From Cather’s misplaced anxieties, to a recent article in Amsterdam Alternative, which places the blame of cultural dissipation in Amsterdam on all English-speaking people in the city, it seems that when anything is taking Western countries in the wrong direction, it is the foreigner that is held accountable. The problems which are the result of systems that both originated in and are propagated by European capitals such as Amsterdam are blamed on foreign sectors of society. Hearing Voices A few years ago, in a speech being made by a squatter, I had heard a common refrain: “...and one never hears Dutch in the streets anymore.” What does this statement imply? It implies that ideally everyone should speak Dutch in the street. The “anymore” suggests that at some point in history, the streets were pure: you only ever heard Dutch. This kind of thinking is part of a wider ideology which suggests that there was a homogenous and pure past before some kind of Great Corruption. According to this logic, there was a time that Amsterdam was great, but because of an all-too reductive and simple reason – e.g., the fact that people speak more in English now – it has become a monument of capitalism. Consider the non-Western English-speaking person, like me, or the Sudanese English teacher who is looking for a home here, or the fellow selling papers in front of Albert Heijn, who can only communicate in English. The above argument bundles us together with those who colonized us and are now set on destroying this city. Speaking English well, as I do, is the result of trauma that “my country” (whatever that means) suffered. It is now a language that I share with millions of non-Western people; the result is that we can travel, study, and indeed utilize in order to get anywhere in life. In the vice grip of colonialism, millions were forced to choke up a language, through a slow cultural violence. And now, we have made it our own, internalized it, so that we even dream in English. Moving Towards Complexity Perhaps the problem lies in the general oversimplification of the situation. We should be aware that Occam’s razor, the scientific argument that “the simplest explanation is the correct one”, is the worst principle to apply to social situations. It should be turned around; let us consider my own version of Hickam’s dictum: “the complex explanation is the best one”. When hearing me speak English, the cultural purist may assume that I am part of an international business elite. On the basis of the language I speak, they would believe that I participate happily and to my own profit in neoliberal and capitalist exploitation. Perhaps I am a wealthy student. Perhaps I work at Shell. Nothing could be further from the truth. I worked hard. I studied in Europe thanks to hard-earned scholarships. Again and again, I was penniless, always on the verge of having no right to remain in Europe. I spent over ten years (I’m now in my 30s) trying to build a life here. What the cultural purist would assume, given my education and my language, is that I’m some kind of spoilt rich brat, willingly nomadic, or indigent. Nothing could be further from the truth. I never had a city to call my own. Never a language. I was born an immigrant. I’m the perpetual foreigner wherever I go. That is how it is, and I cannot change that. But I know one thing, that me or people like myself should never carry the blame for capitalist exploitation and neoliberalism because of the language we speak. I am not responsible for the capital-hungry municipality destroying central Amsterdam, turning Bungehuis into SOHO House, evicting squats, or gentrifying neighborhoods. Let us take a more inquisitive look. Come with me and let us together find the centers of power. Let’s listen. I hear, very distinctly, Dutch voices echoing in the city halls and in the parliaments making decisions that are wreaking havoc in and on Amsterdam. I hear estate agents discussing million Euro deals in Dutch. The cultural purist could hear them, too. Instead of charging at them, however, the people the purist blames for destroying Amsterdam are people “like me”. The problem is not the language they speak, the problem is what they are saying. The aforementioned article in this publication described English-speakers as “rich, students, hipsters”. And what are the leaders of this country? I wonder. Are we more powerful than them? Do I destroy the city more than they do, merely by opening my mouth and speaking? But to counter views such as that, perhaps I don’t need to advance any arguments. After all, blaming a whole language spoken by 20% of the world’s population, many from countries that were previously colonized, is just a stupid thing to do. The Myth of Mokum Instead of being nostalgic for a Mokum of the past – and nostalgia has at times a vicious conservatism to it – think about the Mokum of the future where people like me who deeply care about this city are considered part of it. I think there is an obsession in Europe, a fear of loss, and it is drowning nuance. What is worth conserving is not the Mokum of one language – a myth created and glorified only in our present. It is the idea of Mokum, real and unreal, which has freedom at its heart. The liberals who strangle this place right now, building monuments to capitalism, want you to bicker with me about what language I should be speaking. All the better for them… Linton Kwezi Johnson, whom was quoted in “English is a gentrifier”, was railing against colonialism. And here is another person, telling me what European language I should speak… I dedicate this poem to cultural purists everywhere: Anyone telling you what language to speak – is an asshole There’s no escaping it Another one shouts, cut out your tongue, we’ll sew it back on again. Even so, you are not one of us, for we can still see the seams You want what is good, I know, but so do I You love your city, and that is beautiful May you never be lost, without language or country May you never be the eternal stranger But perhaps one day you would like to come with me So we can put our ears against those opulent doors So we can hear in what language the lawmakers are weaving And weaving their nets It isn’t Dutch, it isn’t English… een klinkend metaal, of luidende schel geworden   The language of capital
Issue #021 Published: 17-12-2018 // Written by: Ayse Tosun
A Unique Haven for the Unfinished: Café Chercher
It’s a Tuesday night, you are sitting in a small, circular building in the heart of the Amsterdam, with a dozen strangers seated around you. As you look around and try to gauge the atmosphere, you notice the smell of homemade soup. It makes you feel strangely welcome. Then suddenly the crowd shifts. The host briefly introduces herself and announces the first contribution of the evening. And here she is: a girl around your age standing in front of a projection screen preparing to present. The stage is all hers, but it’s not going as straightforwardly as one would hope. On the contrary, she is struggling to get the image from her laptop to show on the projection screen. The crowd sits still. No one is interfering to help, and you feel a tingling, strangely familiar anxiety build up inside you. The kind of anxiety anyone who has ever had to present anything knows all too well.  “Should I do something? She is clearly having trouble.” But as your thoughts race, you too end up paralyzed by this collective inaction. After several minutes of rigorous trial and error, she has her desktop image projected onto the screen. However, her laptop is aggressively refusing to comply with her demands, breaking down with a slew of error messages, leaving her without the visual representation of whatever it was she intended to share. She is on her own now. Then, with trembling hands, she starts to recite a text from a crumpled piece of paper she has in her hands. The text starts out somewhat poetic, delving into the relationship between man and technology, and how it can breed “indifference and inaction”...  That is when you realize that all the thoughts and silent reactions you had within the space of the last five minutes were in fact part of a meticulously laid out, unnerving plan. As she finishes reading, she introduces herself. Her name is Sara Lott, she is a master’s student at the University of Amsterdam, and this is all part of her performance. Then you realise this is all part of the experience, at Café Chercher. The motto: Dare to Share Café Chercher is a monthly gathering for “unfinished” research projects, offering a platform for practitioners, students, PhD researchers, professors and artists, from institutional and non-institutional backgrounds. Each gathering features several contributions, which appear in a myriad of forms, thematically existing between the realms of art and science.  Founded in 2014 by Dutch artist Emily Huurdeman and her then co-student Edgar M. Caramaño, Café Chercher began as a community experiment to bring different people from different disciplines and (non-)institutes together, in order to create an alternative, unique haven for the “unfinished”. Now led by Huurdeman and fellow artist Dalida Georgiou-Achmet, it is gearing up for a new season, at the Vox-Pop building of the University of Amsterdam, but Huurdeman states that the platform could also turn full “nomadic”. Attendees witness interesting theoretical and practical crossovers, such as artists who do research, researchers who are involved in the arts, and everyone and -thing else inbetween. Gathering every last Tuesday of the month, participants and attendees are encouraged to share their questions, doubts, hypotheses, try-outs, and prototypes. The importance of open endings... If you are a student, researcher, artist, or simply someone who appreciates new ideas, then you are undoubtedly familiar with the dictum that  the “end result” is all important. No matter if it’s art, research, artistic research, or simply an idea on Kickstarter, we are eager to see the conclusion, and only then consider the before and after, and the working prototypes. However, much of the value we ascribe to the end product results from the space in between, the searching, the trial and error, the doubts, and the questions. This is where the magic happens.  Instead of the black-boxed, finished result, which creates a line of defense when subjected to new audiences, Café Chercher chooses to honour the process of searching for answers. Huurdeman also suggests that the “friction” that arises from these colliding worlds of art, science, and institutional and non-institutional practices, make for a “plug and play” format, where new discussions emerge and fresh perspectives are offered. Insecurities are out in the open and hypotheses are tested. Despite using an institutional space, their aim is to reach out to a broader public, expanding their community and creating breathing space for experimentation int he meantime.  Aside from being unexpectedly surprised, dealing with the unfinished in a neutral zone has plenty to offer, because looking beyond the black-boxes (out-thinking the box, really) is often overlooked – and if the goal is to discover and ideate something new, perhaps one needs to look no further.  For more information on Café Chercher: www.cafechercher.org      
Issue #021 Published: 14-12-2018 // Written by: Klaar vd Lippe & Bart Stuart
Eigendom is diefstal
Het lijkt een tegenstrijdige uitspraak: Eigenaar worden is toch juist het beste dat je voor jezelf kunt doen? Dat lijkt zeker zo. Alles lijkt er op gericht bezit te verwerven. Verkeerd! Zegt Proudhon. Soms mogen dingen geen eigenaar hebben. Wat bedoelde hij daar mee? Moet je alles delen? Nee. Je mag je broek houden. Pierre-Joseph Proudhon (1809-1865) is een Frans autodidactisch econoom, socioloog en een van de grondleggers van het anarchisme. Van sommige dingen is er zo weinig dat het het collectief onredelijk zou schaden als het privé eigendom zou worden. Sommige dingen, zoals arbeid, mag je je niet toe-eigenen. De arbeider moet kunnen profiteren in wat door zijn medewerking is gemaakt. Een mens is geen gereedschap.  Hoe radicaal is de gedachte dat eigendom diefstal is? Valt mee. Het principe is eigenlijk iets dat we stilzwijgend erkennen. De zee is van niemand, het strand ook niet. Natuurgebieden, de lucht, de wegen, de Amsterdamse grachten. Het zou tegen natuurlijk voelen als je voor het strand toegang moest betalen. Of steeds kaartjes moest kopen voor de weg. Het voelt ook normaal dat je voor een collectief goed ook collectief het onderhoud betaalt. Dijken zijn van iedereen en worden door belastinggeld in goede staat gehouden. Niemand wil dat er een firma is die de dijken van Nederland bezit met het risico dat die firma vervolgens failliet gaat. Het collectief belang is duidelijk.  Het tweede principe dat nu speelt komt duidelijk naar voren bij de discussie over data. Mag je iemands data toe-eigenen? Of is dit altijd een gedeeld eigendom? Collectief eigendom is lastig. Neem het gas in Groningen. Het is van Nederland, van iedereen. De firma die het uit de grond haalt, NAM, is een bedrijf met aandeelhouders. EBN de andere partner in de gaswinning is een staatsbedrijf. Nu blijkt dat de NAM iets te enthousiast heeft gepompt waardoor de bodem verzakt en daarmee ook de huizen die er op staan. Lijkt duidelijk dat die schade vergoed moet worden? Van iedereen, dus voor iedereen zou je zeggen. De lusten gehad, miljarden inkomsten, de lasten, paar honderd miljoen schade, accepteren. Ineens lijkt de collectiviteit niet meer zo vanzelfsprekend. De rechtbank moet er aan te pas komen om het staatsbedrijf EBN haar verantwoordelijkheid te laten nemen. Eigendom was hier bijna diefstal geworden. Fabrieken waren in de visie van Proudhon zo belangrijk voor het leven van de werkers als verschaffers van inkomen dat het in zijn ogen onverantwoordelijk en onrechtvaardig was dat daar een privé persoon beslissingen over kon nemen. De motieven van het individu zijn ondergeschikt aan het algemeen belang. Dit speelde in de tijden voor arbeidstijden, arbo en sociale voorzieningen. Arbeiders organisatie in fabrieken stond nog in de kinderschoenen. De werkgever was een bijna God gelijke autoriteit. Industriële productie was een nieuw fenomeen. Tot die tijd werd op veel kleinere schaal in werkplaatsen gewerkt. Zijn gedachtegang is een conceptuele verkenning van wat het betekent om arbeider te zijn in een industriele samenleving.  Wij zijn gewend aan de staat. Natiestaten waren toen een heel recente opvolging van koninkrijken. Burgerschap en stemrecht nieuw. Dat vereiste allerlei nieuwe gezagsconcepten. Niet alleen voor individuen. Bedrijven krijgen bijvoorbeeld de status van rechtspersoon. Daarmee ontstaat het moderne bedrijfsleven. Tot dan toe waren eigenaren gewoon persoonlijk verantwoordelijk.  De maatschappij had zich nog niet gevormd naar de nieuwe praktijk. Proudhon leverde een blauwdruk voor die nieuwe industriële maatschappij.  Gedeeld eigendom dient dus beschermd te worden door een organisatievorm die daaraan recht doet. Proudhon ontwikkelde een eigen alternatief voor autoritaire bedrijven: federaties. Organisaties door arbeiders zelf bestuurd. Ze zijn gebaseerd op collectieve verantwoordelijkheid en medezeggenschap. Samenwerken doe je door overleg. Binnen je eigen federaties, tussen federaties onderling maar ook nationaal en zelfs Europees.  Zijn politieke opvatting over het principe van samenleven noemde hij anarchisme. Van het Griekse  an- ‘zonder’ + arkhos ‘baas, meester’. Zonder meester zijn. Geen bazigheid. Bazigheid was tot dan toe de normaalste zaak van de wereld.  Proudhons alternatief voor het kapitalisme en communisme is het mutualisme: wederkerigheid. Hij stelde zich voor dat arbeiders gemeenschappen vormden die renteloze leningen bij een ruilbank konden afsluiten om bedrijven te beginnen. Zij konden producten met elkaar ruilen via bonnen. Zij maakten daarmee eigenlijk een soort eigen geld. Klinkt allemaal best idyllisch. Toch is er een ander veld van collectiviteit die we hier ook goed kennen. De sociale woningbouw. Uitbuiting door huisjesmelker nam in de 19e eeuw zulke vormen aan dat de slechte woonomstandigheden de volksgezondheid bedreigde. Door de hoge huren woonde te veel mensen in kleine vochtige woningen. Tuberculose en ongedierte discrimineren echter niet en veroorzaakten bij iedereen ziekten.  Een aantal betrokken burgers richt woning-coöperaties op. Huisvesting is in hun ogen een basis voorziening die duidelijk niet aan de markt kan worden overgelaten. Ze bouwen woningen voor de armen in bezit van een vereniging. Hiermee wordt de huurder ook mede eigenaar en verschuift het accent van filantropie, liefdadigheid, naar medezeggenschap. Richting baasloosheid. Gesteund door de overheid wordt coöperatieve huisvesting een groot succes. Nederland is een voorbeeld voor goede betaalbare huisvesting. Hoewel er van baasloosheid steeds minder sprake is. Coöperaties worden instituten die direct met de overheid overleggen. De huurder is nog wel officieel lid van een woningbouwvereniging, de daadwerkelijke betrokkenheid neemt af. Steeds meer voorzieningen raken in de loop van de 20 ste eeuw collectief geregeld. Verzekeringen, ziekenfondsen. Wat eerst zo revolutionair was wordt gewoon. Ook zaken waar voor gevochten is, de arbeidstijdenwet, de woningwet uit 1901, algemeeen kiesrecht 1917 en het recht op scholing zijn vanzelfsprekend geworden.. Het lijken kwesties van algemene beschaving..... Dan breken de beruchte Paarse jaren aan. De partij van de arbeid en de liberalen werken van af 1994 onder Wim Kok samen. De strijdbijl tussen Baas en Knecht is begraven. Het element strijd raakt op de achtergrond. Het lijkt nu alleen nog een kwestie van het zo efficiënt en kosteneffectief te regelen. Marktwerking en management zijn de toverspreuken. Als eerste worden in 1995 de coöperaties bedrijven: corporaties die ook vastgoed ontwikkelen. Als bruidsschat krijgen ze de woningvoorraad mee. Niet veel later volgen staats post, de energie en de spoorwegen. Dan verdwijnen de ziekenfondsen en worden zorgverzekeraars. Marktwerking wordt het nieuwe normaal.  Globalisatie maakt vervolgens een ander type bedrijf mogelijk. Loyaliteit aan de lokale omstandigheden is minder vereist. Winst maken zonder meer is oké. Professioneel een lul zijn is oké. Vergaande flexibilisering maakt van arbeiders met een vakbond zzp-ers zonder vertegenwoordiging.  Na de bankencrisis klinken de eerste kritische geluiden. Misschien dat er toch wat te vroeg gejuicht is. Marktwerking werk niet. Het nieuwe normaal ziet er een stuk minder aantrekkelijk uit. Ziekenhuizen gaan failliet, de woningmarkt zit op slot, sociale huurwoningen zijn schaars en bijna onbetaalbaar, openbaar vervoer is duurder en minder frequent, vast werk is flex geworden, je data zijn niet van jou en het toerisme eigent zich de stad toe.  Proudhon maakt een voorzichtige comeback. Zijn opvattingen over collectiviteit beleven een terugkeer door concepten als commons en wiki’s. Dingen die je samen doet en waarvoor je gezamenlijk verantwoordelijkheid neemt. Broodfondsen zijn een ander voorbeeld: als groep zzp-ers maak je een onderlinge verzekering tegen tijdelijke arbeidsongeschiktheid. Steden experimenteren zelfs met lokale valuta zoals in Engeland de Bristol Pound. Spullen worden minder belangrijk, klinkt het hoopvol. Delen wordt het nieuwe hebben! Misschien is eigendom van bepaalde zaken  inderdaad diefstal. Misschien waren de ideeën van Proudhon niet alleen vernieuwend maar vooral ook gewoon verstandig. Er is echter een grote stap nodig om het tij te keren. Hoe krijgen we die baasloosheid terug? Nieuwe digitale mogelijkheden maken zelforganisatie en ruilbanken heel haalbaar. Globalisatie maakt verantwoordelijk wereldburgerschap urgenter dan ooit. Woningnood vereist een herformulering van collectief belang.  Wat gaan we doen in Amsterdam? Hoe kunnen we hier collectiviteit weer de leidraad laten zijn voor collectieve belangen? Hier ligt een mooie uitdaging voor het nieuwe linkse stadsbestuur. Maak van een participatie agenda een collectiviteitsagenda. Hoe maken we van sociaal beleid weer wederkerigheid? Kan zelfbestuur bestuur flankeren? Laten we in ieder geval beginnen met het onderling vaak tegen elkaar te zeggen: eigendom is diefstal. Laten we beginnen met wederkerigheid oefenen.  Want zonder baas zijn we samen de baas.  
Issue #021 Published: 11-12-2018 // Written by: Paris Palmano
An Honest Guide to Climate Change: Understanding the problem
One need barely scratch the surface of the climate debate before hearing this argument: “the climate is always changing, its natural”, and, at risk of appearing to agree with Trump, this is absolutely true. For the past three million years Earth’s climate has been in one of two stable states, with small changes in solar radiation providing the energy to push it from one to the other. When in its cooler state, the planet has an ice age. When in the warmer one, Earth's climate is very much as it is now and has been throughout the two million years of human existence. The Agricultural Revolution, which occurred ten thousand years ago, allowed humans to transition from a nomadic lifestyle. With climate stability came the possibility to cultivate land: no longer did humanity have to travel to survive. This brief ten thousand years of climate stability is what our society depends on.  So, when asked to imagine the impact of 4°C of atmospheric warming above preindustrial levels by the year 2100 as the current climate models predict, it proves difficult to get one's head around. Earth’s climate hasn’t reached 4°C for 50 million years and humanity has never experienced anything like this. It is a truly terrifying spectacle that we are heading towards this in our lifetimes. As climate change progresses, our chances of sustaining the ‘goldilocks zone’ in which life is possible, are dwindling fast. Humanity’s use of fossil fuels is pushing our climate out of its stable system and closer to a critical tipping point: the cliff edge of climate catastrophe.  Contrary to popular belief, climate change does not abide by linear progression. Over a century of human industrial activity has set in motion a pattern of exponential warming, known as runaway climate change. As sea and land ice melts, much of the light that would have been reflected into space is increasingly absorbed by the darker ocean or land, warming the atmosphere further and causing more ice to melt. Thawing permafrost releases massive deposits of methane into the atmosphere, escalating this cycle further. In this way, climatic cycles generate their own momentum beyond, and separate to, human activity. Beyond a certain threshold, runaway climate change will transcend human control. In 2014, the Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC) found that the risk of crossing critical tipping points in the climatic system, rise extremely high between 1°C and 2°C. Faced with this unacceptable level of risk, it was impossible for the governments of the world to continue with business as usual, and almost 200 countries came together to sign the Paris Agreement in 2015: a treaty pursuing efforts to limit warming to 1.5°C, or ‘well below’ 2°C. The 2018, the IPCC’s ‘Special Report on 1.5 degrees’ struggled to find the words to describe the level of risk we are now facing. So, although vested interests spread climate denial in the public imagination, this is not an issue at the political level, beyond the glaring exception in the white house, of course.  The political problem we face is one of accountability. The Paris Agreement has allowed developed governments to mislead their citizens into believing that effective action is taking place. When politicians announce: “we have signed this agreement and are committed to it! We are doing much better than all these other countries”, you take it at face value. This encourages a dangerous narrative of positivity. A narrative that commends doing a little better than last year, when a little better isn't going to be enough. This vicious cycle of self-gratification fuels political inertia. Our politicians get away with avoiding serious debate around climate change because they have no mandate. There is little public pressure on governments because the public don't want to engage with climate change either. In fact, we are psychologically predisposed to avoid engaging with such ideas. Studies by the American psychologist, Daniel Gilbert, show that humans are more likely to respond to threats that are personal, abrupt, and in the moment. To those of us who are sheltered from the effects of climate change, it is easy to think of it as a distant problem - gradual, impersonal and framed in the future tense. Psychologist Daniel Kahneman explains that when humans experience uncertain, future threats, they are likely to put off immediate solutions. We share an optimism bias: the illogical, yet comforting idea that disastrous events only happen to other people. Unfortunately, the longer we allow climate change to progress unchecked, the higher the probability that it will become irreversible.  At this stage we hit another hurdle in the human psyche. When humans feel fearful it causes us to withdraw from an issue. Not wanting to spread fear, politicians avoid talking about climate change because dealing with it head on not only challenges social conformity but goes against human evolutionary programming. Sociologist Stanley Cohen explains that climate change denial is not about not knowing or refusing to know, it’s about choosing not to notice or talk about it. We maintain a social world in which climate change is either ignored or normalised.  So, everyone is dodging responsibility. Our governments are focused on maintaining a culture of ‘keeping people happy’ and their citizens continue blindly because it's the easiest thing to do. But keeping people happy in this context, is deadly. We must break free from this self-defeating narrative. We need to start being honest with ourselves and with each other if we hope to engage with the threat of climate change in a meaningful way. American Novelist James Baldwin wrote, “not everything that is faced can be changed. But nothing can be changed until it is faced”. To truly understand the situation we find ourselves in, is to know that we must do whatever it takes.