Recent articles
Issue #031 Published: 08-07-2020 // Written by: HaVik
SALTVEN - Stichting Save Alternative Venues
Amsterdam Alternative sprak met Yvo Jolie van Stichting SALTVEN, een stichting die zich bezig houdt met het ondersteunen van alternatieve en creatieve instellingen in Nederland, die te lijden hebben onder dalende inkomsten, geen inkomsten kunnen genereren, geen (overheids)subsidies aan kunnen vragen of op welke manier dan ook in financieel zwaar weer verkeren. Hoe, en wanneer zijn jullie op het idee voor dit project gekomen? Was de corona crisis de aanleiding?  De crisis is inderdaad de aanleiding. We zagen dat het noodzakelijk is om inkomsten te blijven genereren, ook in tijden van gedwongen sluiting. Er waren in ons collectief (Politiek-Cultureel Centrum ACU in Utrecht) veel goede ideeën voor eventuele crowdfunding, maar we zagen ook veel beren op de weg. Ik kreeg veel goede reacties op het idee om kunstwerken aan te bieden, en mensen zelf de prijs daarvoor te laten bepalen. Daarna dacht ik: “Waarom zou ik dit alleen voor ACU doen? Er zijn vast anderen die ook baat hebben bij dit idee.” En dat bleek, we hoorden al snel van andere vergelijkbare organisaties dat dit een zeer welkome vorm van hulp is. Hoe groot is jullie organisatie?  We zijn met z’n drieën en we hebben onze taken op basis van onze expertises verdeeld. Ik heb de website opgezet en ben verantwoordelijk voor het technische gedeelte. Lynn is een goede schrijfster en communicatief heel sterk dus zij handelt de overeenkomsten af, schrijft teksten en verzorgt onze PR. Sanne neemt het financiële gedeelte op zich.  We delen de algemene taken - zoals het logistieke proces - en waar nodig ondersteunen we elkaars werkzaamheden. Vanwaar al die moeite? Wij vinden het belangrijk dat de alternatieve scene wordt gesteund omdat er zoveel mooie en creatieve mensen bij betrokken zijn. Alternatieve panden zoals o.a. de ACU, OCCII, OT301 en Vondelbunker laten een ander geluid horen. Ze wijken af van de commerciële mainstream en het neo-liberale gedachtengoed. Dat is volgens mij heel waardevol in deze vreemde tijden. Helaas zijn er steeds minder van die alternatieve plekken, ze hebben het helaas al jaren moeilijk in het huidige politieke klimaat.  Veel plekken bestaan al behoorlijk lang, de ACU sinds 1976 bijvoorbeeld. Ze zijn belangrijk en wat mij betreft niet weg te denken uit een diverse stad. (Sub)cultuur (net zoals veel andere dingen) ga je pas missen als het er niet meer is. Een ‘doorstart’ is meestal geen optie, wat verdwijnt blijft weg. Daarom is behoud extra belangrijk. Hebben jullie alles zelf bedacht of waren er voorbeelden die jullie hebben geïnspireerd?  Er bestaan natuurlijk al vele donatie- en crowdfunding-platforms, maar wij richten ons speciaal op de alternatieve scene.  We hebben gemerkt dat veel venues opereren onder een niet-kapitalistische ideologie, die willen zich helemaal niet verdiepen in allerlei gedoe met de KvK en de belasting. Aan de andere kant zijn de donaties essentieel om voort te kunnen bestaan. Niemand kan helaas zonder financiële middelen in het kapitalistische systeem waarin we gevangen zitten. SALTVEN biedt hulp, venues hoeven alleen informatie aan te leveren, wij regelen de rest. Waar moet een organisatie aan voldoen om zich aan te kunnen sluiten?  Onze criteria zijn niet super streng. We houden het graag laagdrempelig, maar we zijn aan bepaalde regels gebonden. Een bankrekening is bijvoorbeeld een vereiste. Daarnaast vinden we het belangrijk dat de venues die wij steunen een beleid voeren tegen discriminatie. Verder doet het er voor ons weinig toe of het gaat om een alternatieve bar, een art-house bioscoop of een kunstenaarscollectief, wij willen graag zoveel mogelijk venues door deze lastige tijd heen helpen. Wat verstaan jullie onder alternatief?  Alternatief staat wat mij betreft voor mensen die een tegengeluid laten horen. Een alternatief voor het gangbare.  Dat is wellicht wat algemeen. Ik denk dat je het in ons geval moet zien als unieke plekken, waar er maar één van bestaat. Plekken die zijn geïnitieerd en worden onderhouden door mensen die dat niet doen om er rijker van te worden. Het gaat meer om anderen inspireren en onderwijzen, en niet per se kiezen voor wat populair is. Hoeveel panden denk je dat zich zullen aansluiten? Waar hoop je op? Het liefst zou ik er zoveel mogelijk willen helpen. Het is afwachten en kijken wat haalbaar is.  Is de hoeveelheid panden van grote invloed op jullie organisatie, of is alles geautomatiseerd? We zullen moeten blijven schaven, repareren en aanpassen. Sommige aanpassingen vergen weinig werk en logistiek, andere aanpassingen hebben meer gevolgen.  We hebben veel ideeën over toekomstige uitbreiding van onze dienstverlening, maar we willen eerst de basis op de rails krijgen. Daarna zullen we zien hoe het loopt, voor we gaan uitbreiden.  Blijft de website bestaan na de corona crisis, of is het een tijdelijk project?  Ik denk dat veel venues een flinke dreun krijgen door de crisis. Het zal nog wel een tijdje duren voordat we daar uit zijn. Daarom hebben we bewust geen einddatum. Het kan zijn dat onze diensten en focus in de toekomst enigszins veranderen, maar we zijn zeker van plan om onze diensten en website te blijven aanbieden zo lang we denken dat daar behoefte aan is. Gaan jullie een campagne voeren om het platform onder de aandacht te brengen of is het de bedoeling dat het via de aangesloten venues bekendheid krijgt? Campagne voeren, reclame maken en hulp vragen willen wij vooral aan de venues zelf over laten. Zij kennen hun doelgroepen immers zelf het beste. Waar de één meer behoefte heeft aan advertenties op social media, werkt het voor de ander beter om via een zine om hulp te vragen. Iedereen moet zelf kijken wat het beste werkt. Wanneer is SALTVEN geslaagd? Veel geld binnenhalen is mooi, maar het gaat niet om meer, meer, meer. Het project is voor ons echt geslaagd als we zoveel mogelijk venues hebben kunnen helpen bij hun voortbestaan. We hebben zelf geen winstoogmerk, alles wat wij ‘verdienen’ wordt geïnvesteerd in de organisatie en onze diensten. De website is online.  www.saltven.org Illustration: Stan Gajewski Download AA issue #031 as pdf
Issue #031 Published: 08-07-2020 // Written by: Ana Doneva
Rethinking Monuments
The importance of making the signification of monuments visible It is sometimes easy to not think about the name of the street you are walking or the old statue that you pass in the park. However, their importance is undeniable. Even if we often misread or ignore the meaning of street-names, statues or memorials, living in a city means being part of a constantly changing archive. What does this entail and how does it affect us? Ignoring the meaning of material objects that fill our public spaces is strikingly important if those objects are misrepresentations of histories of exploitation and oppression. Such is the case for statues and monuments. They can cause big questions – or even pain – for thousands of people. It is not enough to add monuments representing a break with the colonial past as they exist in European countries. It is perhaps even more important to address the issue of those monuments that honour leaders who were implicated in European colonial history . The interdisciplinary field of cultural memory studies has been dealing with the controversial and complex issue of how humans collectively remember and forget. This is strongly connected to public space, its organisation and the choices we make in terms of who enters our collective memory and who doesn’t. Who is remembered and who isn’t? This is an urgent topic in connection to the ongoing anti-racism protests, leading to the toppling of colonial monuments all over Europe. It is an important and necessary issue to be discussed both locally and globally. In his article ‘Amsterdam Memorials, Multiculturalism, and the debate on Dutch identity’, the scholar Jeroen Dewulf, specializing in slavery and Dutch culture, investigates issues around Dutch identity through the lens of memorials that have been built as monuments to an inclusive society in Amsterdam. One of his examples is the Slavery Monument (Slavernijmonument). It was erected in Oosterpark in 2002 – 139 years after the legal abolishment of slavery in the Netherlands. The monument is designed by the Surinamese artist Erwin de Vries and represents the dark past, current resistance and future freedom of the people harmed by the history of slavery.   The opening of the monument in 2002 caused a lot of controversy with regard to the initial idea behind the project. While the monument was supposed to represent an important step toward a non-racist and inclusive society, the ceremony ended up being exclusionary. The queen was invited, which was the reason for having tight security measures, like black plastic fences surrounding the ceremony. That meant that many of the people whose painful? heritage the statue represented were closed off from the ceremony behind fences. As reported at the time, there was a great panic when mounted police charged into the crowd. Thus a monument that was supposed to serve as some kind of an apology for the brutal exploitation caused by colonialism became a place of violence against the descendants of the exploited. This example clearly showed the continuing exclusion of a marginalized group form historical memory; even if the memory concerns that very group . It is testimony to a certain institutionalization of (post-)colonial attitudes that are only thinly veiled by the erection of a memorial. The incident revealed the limitations of of the attempt to address colonialism as a merely historical event on a national level. Even more importantly how much work is still to be done. Now, 18 years later, the Black Lives Matter protests and the anti-racism activism it has instigated in Europe and elsewhere highlight the urgent need to make institutionalized racism and inequality visible. The photographs of the Slavernijmonument show the newly dressed statue with the Surinamese flag, as part of the movement. This gesture stand for a rejuvenation and appropriation of the memory by the descendants of the victims of colonial barbarism. It brings the power of representation back in  the hands of the people, to commemorate the brutality and injustice suffered by their ancestors. At the same time, activists all over Europe are toppling one colonialist monument after the other, making their disgust for the continued glorification of their crimes palpable.   Such is the case in the English town Bristol, where a statue of slave-trader Edward Colston was torn down, dragged, and thrown into the local harbour. This act has put an end to a long debate over whether the statue should be removed or kept as a constant reminder of the dark past of the country. Similarly, in Antwerp, the statue of King Leopold II was put on fire and splashed with red paint. Leopold had been displayed in Belgian history books as a hero who brought prosperity to the country. It is high time for him to be acknowledged as one of the biggest tyrants of Europe responsible for the enslavement and murder of thousands of Congolese people. These are two examples that got a lot of public attention, however dozens similar cases are happening all over Europe. If presented in a right way can serve as a reminder of the bloody past of European countries. The toppling of the statues creates a wave of reactions, some supportive of this kind of protesting, others outright rejecting it. There is no easy answer to the question of how to deal with these monuments from the past that glorify oppressors. On the one hand, people rightfully want them removed, because of what they stand for. On the other hand, there are people arguing that it is ever more important to keep those monuments since they have been part of the cultural heritage of the countries for hundreds of years, and what they stand for is an important part of history. Some even claim that these monuments, if presented in a right way can serve as a reminder of the bloody past of European countries. Arguably, if one just tries to erase uncomfortable parts of history, how will younger generations be able to educate themselves to change the future for the better? Still, it is incredibly important that people take action to express their outrage about the continued presence of big, old, imposing statues in the centre of the city that honour those responsible for the atrocities of slavery. However, it is also urgent and important to think about what can be created in the place of these statues and how can the past not end up being erased. Despite the decision that will be made on how to deal with historical monstrosities, this discourse further shows the need of social inclusion in the discussion – the need to hear the voices of people, instead of speaking on their behalf. References: Dewulf, Jeroen. “Amsterdam Memorials, Multiculturalism, and the Debate on Dutch Identity.” Imagining Global Amsterdam: History, Culture, and Geography in a World City. Ed. Marco de Waard. Amsterdam: Amsterdam University Press, 2012. 239-54. https://news.artnet.com/art-world/topple-monuments-what-next-1884873 https://www.buitenbeeldinbeeld.nl/Amsterdam_O/Slavernij%20monument.htm Download AA issue #031 as pdf
Issue #031 Published: 08-07-2020 // Written by: Brian Holmes
White Silence = Consent /// Let’s break down the empire
The US is going through the most violent civil-rights protests since the 1960s. What we see on the streets and on the screens is the full racial spectrum of society and above all of youth. Among those who support the movement, what matters first of all is ending systemic racism. If you are white, then one slogan is most powerful: White Silence = Consent. This movement demands that whites stand up and denounce the system that structurally privileges them over others. An incredibly large number of people are doing that. I think for most of us - and definitely for me - there is no other way forward on any level, to do with the economy, to do with climate change, to do with international relations or anything else. Our president is a white supremacist. He incarnates the worst of this country and proves how widespread the injustice is. All the official American disdain for other people’s lives, the destruction of neighborhoods, the abandonment of millions of people inside the country, the endless imperialist wars and murder from the air, the wanton and unrelenting destruction of the environment by corporations on the ground, all that is sustained by white consent. If you don’t agree with the way the country is being governed, then you have to break the silence. You have to actively and vocally support the people in the streets. This is a dangerous moment. Neoliberalism has left entire sectors of society in ruins and its abuses have given rise to many extremely alienated people. A reactionary backlash is already on its way aiming to deny all the demands of the entire movement. On the center left, among the so-called “liberals,” media figures and so-called leaders will say we have to “bring things back to normal” by using “legitimate force.” Well, there is no normal anymore, and the whole point of this uprising is that the force being used systematically, every day, is illegitimate. Look at how the immigrants working in meat-packing plants are being treated. Look how the cattle themselves are treated. Go around the Middle East and count the number of people maimed by American bombs. This is racism. This is white supremacy. This is the basis of capitalism, of colonialism, of empire. The Covid threat, the unemployment threat and the backlash threat together indicate a turning point for this society, one that is far more tangible and therefore more actionable than the next one on the horizon (climate change). These things are now being articulated in the streets by Black leaders, who in the six years since the Ferguson uprising have articulated a program for social change that strikes to the heart of accumulated abuses directed at the daily lives of people of color. To support the protests is to understand brutal domestic racism as the existential origin of all the ills of empire, which is the strong progressive theory that you can see expressed everywhere these days. We have to interpret whatever looting and violence that may occur as a symptom of hopelessness - and then bounce straight back to the core issues. The thing is, the Corona bailout bonanza has gone straight into the financial markets once again – and its high-end beneficiaries aren’t enough to carry the American economy. The neoliberal pattern of development has done more than simply hollow out the base it was built on, now it’s actually destroying the low-end consumer markets that the producer corporations still need, and so the whole pattern of development is literally breaking down, coughing and choking, shattering and burning. Only direct economic threats can convince the electorate of the wealthiest nation on earth to change course. Middle-class liberals have to see that all their wealth and comfort is highly insecure, and that the abandonment of all aspirations to equality makes that insecurity worse. We can also show that in the streets. What people want - what I want - is a society that cares about Black lives, that recognizes its deep-rooted injustices and that makes the resolution of those injustices into the number one priority. To care is to change social life at the roots. In addition to face-to-face respect, it means investing in abandoned neighborhoods, opening hospitals to everyone, providing education and jobs to those who are lacking, or in short, recognizing systemic differences in life-chances and doing everything possible to address them, with actual successes and not just promises. If political leaders want to overcome Trump, they have to prove, starting now, that they will devote themselves to overcoming white supremacy and ending all the aggression and abuse that flows from it. Anything else is self-interested consent to systemic abuse. The people in the streets have it right. No justice, no peace. If we want to make it through the pandemic, overcome the economic collapse and make all the changes necessary to survive the onrushing wave of dramatic climate change - in short, if we want peace - we can’t get it through the usual shocked or secretly indifferent silence. There is a variation on that key slogan. It says: White Silence = Violence. The violence being indicated is not only, and not primarily, what happens in the current protests. If liberal whites remain silent, the reactionary right will unleash even greater systemic violence, this time with armed gangs in your face. It’s time to seize the chance and methodically tear apart the institutions of inequality and racism, while replacing them at every step with something better. There are people with good ideas for doing exactly that. They are called Black Lives Matter. Download AA issue #031 as pdf
Issue #031 Published: 08-07-2020 // Written by: Menno Grootveld
De geschiedenis van de Commons in Amsterdam (deel 1)
Om te beginnen moet ik eerst maar eens uitleggen wat ik precies met de commons bedoel. Inmiddels is dit begrip namelijk door zoveel mensen omarmd en – mede daardoor – feitelijk misbruikt, dat het een beetje een lege huls dreigt te worden. De definitie die ik voor de commons hanteer is de volgende: ‘Alles wat eigenlijk van ons allemaal gezamenlijk zou moeten zijn (van de gemeenschap dus), maar dat niet meer is.’ Van oudsher worden met de commons de gemeenschappelijke gronden in de buurt van een dorp of stad aangeduid, die niet onder het eigendom van één of andere grootgrondbezitter vielen en die de (soms nog horige) boeren gezamenlijk mochten beheren. In het Nederlands worden deze gronden ook wel met het woord ‘meent’ aangeduid, dat verwant is aan het woord ‘gemeente.’ In de loop van de geschiedenis, maar met name in de periode vlak vóór de Industriële Revolutie, werden deze gronden steeds vaker omheind en op die manier onttrokken aan het gemeenschappelijk gebruik. Je zou deze praktijk kunnen zien als één van de belangrijkste factoren in de opkomst van het kapitalisme. In de begintijd van het internet dook de term commons opnieuw op, maar nu met het woord ‘digital’ ervoor. Het prille internet werd destijds beschouwd als een analogie voor de ongerepte gemeenschappelijke gronden van weleer, want er was aanvankelijk geen centraal gezag en geen sprake van ‘eigendom’ in traditionele zin. Helaas was deze situatie slechts van korte duur. Tal van handige jongens en andere onverlaten wisten – net als bij de oorspronkelijke commons – stukjes van die vrije ruimte af te schermen en voor zichzelf te claimen, zodat er na een paar jaar nauwelijks nog sprake was van collectief eigendom of iets dergelijks. Vervolgens gingen er stemmen op om wat er nog over was van het oude internet te beschermen: in 2005 werd bijvoorbeeld de P2P-foundation van Michel Bauwens opgericht. P2P staat voor ‘peer to peer’ en duidt op een systeem van gelijken (‘peers’) die een netwerk vormen en – meestal gratis – informatie met elkaar uitwisselen. Deze notie van uitwisseling tussen gelijkwaardige partners (ook wel delen genoemd) werd al snel uitgebreid naar allerlei andere terreinen, zodat de commons een gemeenschappelijke noemer werd voor alles wat niet tot het domein van de markt of de staat behoort. Nu is het de vraag hoe het anno 2020 gesteld is met het streven om de commons en alles wat daarmee verband houdt meer inhoud te geven. In Amsterdam heeft het gemeentebestuur onlangs het concept van de donuteconomie van de Britse econome Kate Raworth omarmd (zie de vorige AA: ‘Over corona, donuts en de vraag wat er van het virus te leren valt.’) Op het eerste gezicht is die donuteconomie circulair en wordt er relatief veel aandacht besteed aan waarden als gelijkwaardigheid, duurzaamheid en eerlijkheid, die door de commons worden belichaamd. Het probleem is echter dat het erop lijkt dat de stad deze waarden denkt te kunnen verwezenlijken zonder een fundamentele hervorming van ons economische systeem door te voeren. Zo gaan via de Amsterdam Economic Board allerlei bedrijven aan de totstandkoming van de donuteconomie werken, maar is de inbreng van de burgers minimaal en wordt op geen enkele manier aan het winstprincipe getornd, de kurk waarop het kapitalisme drijft. Het is opmerkelijk dat de ‘Amsterdam Donut Coalitie’ (naar eigen zeggen een ‘open en inclusief netwerk van veranderaars’) voor een relatief groot deel bestaat uit mensen die zichzelf als ‘ondernemer’ omschrijven, naast een reeks van organisaties die nou niet bepaald bekend staan om hun ‘open en inclusieve’ karakter. Dit voorspelt weinig goeds. Welke partijen/organisaties houden zich op dit moment in Amsterdam met de commons bezig, en wat hebben zij tot nu toe aan het discours over dit onderwerp bijgedragen c.q. bereikt? Als je deze vraag gaat onderzoeken, zijn de bevindingen eigenlijk ronduit teleurstellend: een hoop geblaat, maar weinig wol. Er zijn een stuk of vier platforms die zich met de commons bezighouden, en een hele reeks kleinere initiatieven. Een deel daarvan heeft zich nu onder de paraplu van de Donut Coalitie geschaard, maar opvallend genoeg een flink deel ook niet. Het Commons Lab van de Waag is eigenlijk het enige commons-platform dat meedoet aan de Donut, en dat is ook niet zo verwonderlijk, want Waag-directeur Marleen Stikker is één van de grootste pleitbezorgers van het gedachtegoed van Kate Raworth. Maar erg concreet wil het (ondanks een ruimhartige subsidie van het Fonds voor de Creatieve Industrie) allemaal nog niet worden. Volgens de webpagina van het Commons Lab wordt er vooral veel onderzoek gedaan (onder meer naar ‘het potentieel van serious gaming om de stedelijke commons terug te winnen’). Dit Commons Lab houdt zich eigenlijk vooral bezig met alles wat anno 2020 onder de term ‘digital commons’ gevangen kan worden, en dat is evenmin vreemd, want Marleen Stikker stond begin jaren negentig aan de wieg van de Digitale Stad – eigenlijk ook een commons in wording, die echter jammerlijk mislukt is. Een ander platform dat zich eveneens Commons Lab noemt is dat van de Stichting Samenwonen-Samenleven (SW-SL), waar ook de Ru Paré Community in Slotervaart onder valt. Dit Commons Lab organiseert vooral workshops, maar is ook de bakermat van Westerlicht, een ‘bewoners-energiecoöperatie,’ die zich onder meer ten doel stelt burgers te helpen bij het met hun eigen buurt inkopen van zonnepanelen. Het meest ambitieuze project van Westerlicht is het plan om de Sloterplas als warmtebron te gebruiken. Dit project staat echter nog in de kinderschoenen en het kan nog jaren duren voordat het werkelijkheid wordt. Het derde platform is het Commons Network, met vestigingen in Amsterdam, Brussel, Berlijn en Valencia. Het Commons Network is een typische netwerkorganisatie en werkt met activisten, denkers, pioniers en beleidsmakers ‘om verhalen te vertellen, netwerken te bouwen en beleidsvoorstellen te doen om commoners te ondersteunen en de commons in heel Europa te verdedigen.’ Tot de projecten van het Commons Network behoren een programma dat onderzoek doet naar ‘alternatieven voor de platformeconomie en de data commons’ en een programma dat onderzoek doet naar ‘alternatieve modellen van biomedische innovatie.’ Wederom heel veel onderzoek dus. Het vierde platform, de Meent, is eigenlijk het best te omschrijven als het ‘platform der platforms.’ Tot de partners behoren onder meer het Commons Network, het Commons Lab van Ru Paré en het Commons Lab van de Waag. De doelen van de Meent zijn: het gedachtegoed van de commons verspreiden in Nederland; het verenigen van commoners achter een gemeenschappelijke strategie; het politiek agenderen van de commons; het zichtbaar maken van de verhalen van commoners in Nederland; en het faciliteren van ontmoetingen tussen commoners. De Meent heeft subsidie gekregen van Stichting Doen. Wat al deze platforms gemeen hebben, is dat zij zichzelf zien en presenteren als intermediair: de verbindende schakel tussen commoners onderling, en tussen commoners en hun organisaties en de overheid, publieke instellingen, de media en de markt. Het probleem hiermee is dat er veel tijd, energie en soms ook geld gaat zitten in al dat ge-intermedieer, terwijl er op de keper beschouwd verdomd weinig concreets gebeurt. Dat is jammer, want het kan ook anders. De beste voorbeelden die ik ken van commoning in de praktijk komen uit het buitenland. Eén voorbeeld is de ZAD in West-Frankrijk, in de buurt van Nantes, waar op een stuk boerenland dat ooit voorbestemd was een nieuwe luchthaven te worden een fantastisch experiment met nieuwe vormen van samenleven en bedrijvigheid vorm heeft gekregen: https://zad.nadir.org/. En een ander voorbeeld is Cooperation Jackson in Mississippi, USA, opgericht in 2014 om ‘vanuit de structureel werkloze en onderbetaalde delen van de werkende klasse, met name de zwarte en latino-gemeenschappen, coöperaties in eigendom van de werknemers op te richten, teneinde de economie en de samenleving te democratiseren:’ https://cooperationjackson.org. Beide voorbeelden (de bezetting van een stuk land om de aanleg van een vliegveld te voorkomen, de wederopbouw van onderop van een economisch achtergebleven stad in een van de armste staten van de VS) zijn concrete pogingen om een alternatieve werkelijkheid te scheppen, zich beroepend op de uitgangspunten van de commons, maar heel verschillend in hun uitwerking. Dít is in mijn ogen hoe het in Amsterdam ook aangepakt zou moeten worden, en het kán. Maar dan moeten we het oeverloze geneuzel en het eindeloze onderzoeken achter ons laten, en ons storten op concrete plannen om de commons te verwezenlijken. In de volgende aflevering van deze serie zal ik nader ingaan op vier projecten in de sfeer van voedsel, volkshuisvesting en onderwijs die dat mogelijk maken. Download AA issue #031 as pdf
Issue #031 Published: 08-07-2020 // Written by: Aja Waalwijk
Amsterdamse Droogdok Mensen
Westelijk Havengebied, januari 2019: de ontruiming van het terrein van voorheen de Amsterdamse Droogdok Maatschappij (ADM). De eensgezinde bewoners en gebruikers van het terrein raakten verdeeld. Letterlijk dan. Van de honderdvijfentwintig ‘Amsterdamse Droogdok Mensen’ bleef er een zestigtal over om op de door de gemeente aangewezen Slibvelden in Amsterdam Noord ‘opnieuw’ te beginnen. Het toegewezen terrein, de Slibvelden, beslaat zo’n 300 bij 300 meter. Het terrein werd vanaf begin jaren 1960 gebruikt als dumpplaats voor slib uit de waterbassins van Waterzuivering Noord. Vervolgens lag het vijftien jaar braak. In de Structuurvisie van het gebied is bepaald dat er niet gewoond mag worden. Volgens het stadsdeel zou een semi-permanente plek aldaar een precedent scheppen, ofwel de deur openzetten voor projectontwikkelaars die maar al te graag boven de ring Noord willen bouwen.     Hoewel de ADMers pas op 7 januari 2019 neerstreken op de Slibvelden, was de gedoogbeschikking van twee jaar al op 1 november 2018 ingegaan. Die beschikking loopt dus komende 1 november ten einde en de groep is gesommeerd het terrein te verlaten. Het blijkt nu dat er geen oplossing is voor gemeenschappelijke bewoning en gebruik van enig terrein. Daar komt bij dat de Amsterdamse Droogdok Mensen, nu best aangeduid als ‘Slibvelders’, door de gemeente Amsterdam niet meer als collectief worden behandeld maar als individuen: de gemeenschap wordt op deze wijze gedwongen in het niets op te lossen. Die verdeel- en heerspolitiek van de gemeente heeft succes. De teamleider van Team Stad (vrije ruimte beleid) Enno Ebels vertelt dat de wethouders hebben ingestemd met een nieuwe grote vrijplaats in Amsterdam, te realiseren over twee tot drie jaar. Het ADM speelt een grote rol in dit plan. Daarmee is het probleem echter slechts doorgeschoven naar de toekomst. Plannen voor een duurzaam alternatief direct na de Slibvelden zijn er nog niet. De ADM’ers hebben in de loop van de tijd tweeëntwintig locaties voorgesteld. De Gemeente Amsterdam heeft hierop te weinig of niet geanticipeerd. Recent had de ADM-gemeenschap een gesprek met Stadsdeelvoorzitter Erna Berends en andere ambtenaren. Berends bleek pertinent, zo vertelt ADM’er Hay Schoolmeesters. “De afspraak was volgens haar altijd: vertrekken per 1 november 2020. Zo niet, dan gaat de gemeente handhaven”. Schoolmeesters stelt verder dat het gebrek aan alternatief de definitieve nekslag voor ADM lijkt. “Hoewel de gemeente zegt vrijplaatsen te koesteren, wordt er simultaan een destructiebeleid gevoerd. Er is geen ontwikkelingsplan voor dit terrein en stel dat er een nieuw plan komt, dan gebeurt er de komende drie of vier jaar toch niets. Die tijd zou ons de gelegenheid geven glorieus te vertrekken, bijvoorbeeld naar die nieuwe grote vrijplaats. Voor zo’n plek hebben wij visies geschreven die zijn omarmd door het Vrije ruimte beleid van de gemeente.”   Schoolmeesters vervolgt dat de “spirit” goed is bij de ADM-gemeenschap en dat de 60 mensen elkaar opnieuw hebben ontdekt. Samen streven ze naar een duurzame locatie, gestoeld op het authentieke vrijplaatsengedachtengoed waar creativiteit en niet het geld de motor is. “Onze plannen passen in het streven naar meer groen, geven een tegenkracht aan de steeds verdergaande economisering van de stad en zijn essentieel voor de culturele en maatschappelijke diversiteit. Na de sloop van de ADM is er niets met het oude terrein gebeurd. We zijn daar ontruimd voor leegstand. Moet dat bij de slibvelden opnieuw gebeuren?” Een stad die (semi)nomadendom gedragen door vrije geesten niet accepteert is niet divers. Een vaste verblijf- of standplaats is ook voor de Amsterdamse Droogdok Mens de basis van acceptatie. Jarenlang hebben tienduizenden zich op de ADM-terrein kunnen verwonderen en vermaken. En meer dan dat: Robodock was een wereldhit en de Winterspelen een waar alternatief voor de Elfstedentocht. In de ogen van de gemeente is de ADM-community te weinig divers zijn en zou ze zich meer moeten openstellen. Behalve dat dit valt te betwijfelen is dat negatieve discriminatie. Op basis van dit vermeende niet-inclusieve karakter van ADM lijkt het er op dat de gemeente Amsterdam in de discussie over diversiteit op onderdelen van dat beleid (onbedoeld) een etnische profilering doorvoert. Legitimering hiervan kan nimmer geaccepteerd worden. Download AA issue #031 as pdf