Recent articles
Issue #027 Published: 29-11-2019 // Written by: Anonymous
Emancipation or Indoctrination? A Reflection on Education from Disillusioned Students
The following article has been submitted by a group of students who have recently graduated from Utrecht University’s Dutch Sustainable Development masters programme. Unfortunately, the programme left them deeply disappointed on many levels. Our suspicion is that what these students bemoan – the general hostility to students who think critically or adopt an emancipatory political attitude – is not an isolated case but can be experienced in many Dutch institutions of Higher Education. So if you are a student or teacher who’s had similar experiences please come forward and share your experience with our readership. We are happy to provide a platform for such a critical conversation and help make connections between those who want to build alternatives. -------------------- “I saw the best minds of my generation destroyed by madness … who passed through universities with radiant cool eyes … who were expelled from the academies for crazy” - Allen Ginsburg, 1956 “It seemed like I had a sickness. No one wanted to interact or speak to me. I was too much of an extremist. A professor bluntly told me to shut up during one of my classes. Most of my critical comments were not welcomed, especially if the professor felt I was in disaccord with their life philosophy. I started questioning my own mental sanity.” - Sustainability Student, 2019 Education is commonly identified as a crucial foundation for a better, more sustainable, more just future – but what happens when educational institutions fail to ‘keep up’ and end up sabotaging our very ability to contribute to such a future by educating us in outdated modes and priming us for a failed system?  Knowledge is never apolitical: it can either be a tool for emancipation, that allows us to view the world with a critical lens and become active participants in its transformation, or it can act as a mechanism of assimilation, stifling, molding and then inserting us into the current dysfunctional system (1). Unfortunately, the latter has been the experience by many of us. As recent graduates of Sustainable Development we can say that we have learnt a lot more about how not to do ‘development’ than anything else; a valuable lesson in itself but one accompanied by distress, frustration and outright anger. There is a growing understanding among academics that the development trajectory championed by the ‘West’ is inherently unsustainable, causing destruction to livelihoods and the environment. Achieving true sustainability will require radical changes and a questioning of fundamental beliefs, including the underlying logic of economic growth and development itself. If this is what progressive scholars are telling us, how is it that one of the foremost academic institutions created to address issues of sustainable development is so static and backwards? Can we make the university contemporary, truly representative and open to dealing with the complexities of our time, or will it persist as the necessary counterpart in opposition to which more radical ideas emerge? No aspect of our program questioned core values of development or created space to contemplate what alternatives to development could look like. The program was in essence organized around the globalized and technocratic Sustainable Development Goals, with an emphasis on measuring them through indicators and statistical regressions and implementing them onto unfamiliar contexts and cultures. Not only was there very little critical education, but more importantly critical thought was more often than not put down and ridiculed. The questioning and trivializing of students’ desire for change is a particularly serious issue in a field where a lot of students are already experiencing climate depression and are forced to deal with heavy truths on a daily basis - truths which seem to have no effect on the lecturers disseminating them. The institution’s archaism and rigidity came in many forms, some more subtle than others, such as when told that arguing for the Rights of Nature does not align with the faculty’s language policy and thus cannot be discussed; or being told, after an exhilarating realization that the spread of knowledge among a community of students and educators is akin to the spread of information of rhizome networks of trees, that such ideas “do not meet department standards”; or when attempting to make the link between environmental policy and environmental consciousness for an assignment only to be told that environmental consciousness is an invalid concept because there are no indicators for it; or when a student was called a ‘vegan economist’ by a lecturer for questioning the underlying assumptions of carbon capture and was ridiculed for bringing alternatives such as degrowth to the table; or when a student spoke up in class to ask that the professor stop using gender binaries only to be confronted by ridicule, mocking and a defensive retaliation questioning in turn the limits of political correctness; or when the term underdeveloped countries is still used even when identified as disrespectful by students from so-categorized countries; or when a prestigious professor in the department describes Native Americans as being only good at getting drunk and women as only being good at gossiping. These are just some examples of, at times, an absurd level of insensitivity and the denial of students’ ability to expand their epistemological horizons by searching for new connections and new solutions. What we are tasking the institution with is not easy, as the French anthropologist Bruno Latour says, “actually knowing how to become contemporary, that is, of one’s own time, is the most difficult thing there is.” All we ask is that the university be aware of its rigidity and encourage those students trying to think outside the box rather than make them feel crazy. We believe that our education needs to be continuously re-examined and reconstructed; it needs to be a source of emancipation, not repression. It seems as though the university today has become one of the institutions that must be unmade and counteracted (2). Only true, deep, uncomfortable reflection encouraged in a conducive environment can lead to solutions existing outside of the status quo, and it is becoming unbearably clear that the status quo is no longer serving our needs or the planets’. 1) Paulo Freire (1968) Pedagogy of the Oppressed 2) Arturo Escobar (2017) Designs for the Pluriverse.
Issue #027 Published: 25-11-2019 // Written by: Iris Kok
Update WOinActie
Sinds de vorige keer dat ik schreef over WOinActie zijn er een aantal nieuwe ontwikkelingen te bemerken. Aangezien ik jullie graag op de hoogte houd volgt hieronder een (korte) update plus mijn mening  hierover. Om te beginnen met de opening van het academisch jaar, of beter gezegd ‘De Ware Opening van het Academisch Jaar’ die plaatsvond in Leiden. WOinActie heeft tijdens de laatste vergadering te kennen geven dat er meer acties zullen gaan volgen. Hierbij moet gedacht worden aan meerdere (ludieke) acties en een echte, grote staking aan het einde van dit studiejaar dus in juni 2020. Verder schrijft WOinActie schrijft het volgende: “Gedacht wordt aan stiptheidsacties, witte stakingen, aangifte bij de Arbeidsinspectie en andere opties.” Ook zint men op een nieuwe ronde gesprekken met politieke partijen met oog op de nieuwe verkiezingen. Deze acties zijn aangekondigd als een reactie op wat er tijdens Prinsjesdag bekend is geworden. Hierbij was de teleurstelling erg groot toen bekend werd dat er geen extra geld naar het Hoger Onderwijs zou gaan. Het was daarom ook des te zuurder aangezien dit in tegenstelling was met wat minister Ingrid van Engelshoven eerder suggereerde. Dit zijn op een rijtje de uitkomsten: 1) Er moet €226 miljoen extra weggehaald worden bij het onderwijs, omdat het niet gelukt is om de rente op studieschulden van studenten te verhogen. Dit geld wordt gebruikt voor “de houdbaarheid van overheidsfinanciën”, terwijl er sprake is van een miljarden overschot en de regering het niet uitgegeven krijgt. Waar komt dit vandaan? De €226 miljoen is terug te voeren op het halveren van het collegegeld van eerstejaars, een maatregel die volgens de Raad van State geen hout snijdt en waar studenten nooit om gevraagd hebben. 2) Er is reeds een tekort van €1,2 miljard in het WO. 3) Er wordt €4,4 miljoen weggehaald bij onderzoek en wetenschapsbeleid omdat OCW verkeerd geraamd heeft; 4) En als bonus nog een extra en structurele bezuiniging van €3,1 miljoen. Kortom, dit betekent dat het vanaf 2020 gaat om een bezuiniging van €42 miljoen op het gehele Hoger Onderwijs. Eind september werd het volgende geschreven door Bas Heijnen in dit artikel bij het ‘‘Door ‘nutteloze’ alfa- en ‘nuttige’ bèta studies tegen elkaar uit te spelen, heeft Van Engelshoven laten zien dat haar culturele gemijmer voor de bühne over ‘het verhaal’ dat we over onszelf vertellen hypocriet is. Maar vooral laat haar beleid zien dat ze bar weinig gevoel heeft voor wat er echt speelt.’’ Het tegen elkaar uitspelen refereert hier in aan het rapport wat de Commissie van Rijn eerder uitbracht in opdracht van de minister. Een van de aanbevelingen was om het bekostigingsmodel aan te passen en zo geld van niet alleen de Geesteswetenschappen maar ook de medische tak over te laten hevelen naar de technische en de Bètastudies. In plaats van een structurele oplossing aan te bieden wordt er eigenlijk gezegd vecht het maar onderling als faculteit en per universiteit maar uit. Ik ben blij dat de universiteiten tot nu toe  te kennen hebben gegeven dit niet te doen, maar wanneer de College van Besturen niet gauw mee gaan protesteren tegen dit wanbeleid dan vraag ik me af wanneer dan wel. Ik ben het eens met Aleid Truijens die in augustus al schreef in de Volkskrant: ‘‘Alfa’s, bèta’s en techneuten, we hebben ze alle drie even hard nodig. Juist de ‘nieuwe’ onderwerpen vragen om samen werking. Big data, algoritmen op internet, privacy, kunstmatige intelligentie – er zitten technische, culturele, filosofische en maatschappelijke kanten aan. Ik hoop dat de wetenschappen [en de universiteiten dus ook] zich niet door de minister uiteen laten drijven’’. Voor meer informatie over WOinActie:
Issue #027 Published: 22-11-2019 // Written by: Menno Grootveld
Fearless cities: NEE, Rebel cities: JA!
Zondag 27 oktober vond in Ru Paré in Slotervaart tijdens het activistencongres ReTakeTheCity het debat over Fearless Cities plaats, onder leiding van Fatima Faid van de Stadspartij uit Den Haag. Wat zijn Fearless Cities precies en waarom was het tijd voor zo’n debat? Het concept Fearless Cities is ruim twee jaar geleden in Barcelona bedacht, waar in 2015 – net als in tal van andere Spaanse steden, waaronder ook de hoofdstad Madrid – een burgerplatform aan de macht was gekomen, in dit geval Barcelona en Comu, met Ada Colau als boegbeeld. Barcelona en Comu kwam voort uit een aantal sociale bewegingen in de stad, waarvan de PAH, een organisatie die tegen huisuitzettingen streed, de belangrijkste was. Het burgerplatform was een poging om buiten de gevestigde politiek en alle bestaande – linkse – politieke partijen om de agenda van deze sociale bewegingen in politieke munt om te zetten. Destijds waren veel mensen – waaronder ik – heel enthousiast over dit fenomeen. De verwachting was dat deze steden zich nu ook zouden gaan verzetten tegen destructief neoliberaal beleid van de centrale overheid. Niet alleen burgerlijke, maar ook “gemeentelijke ongehoorzaamheid.” Het ideologische fundament van deze vorm van politiek was het “municipalisme” (losjes gebaseerd op het gedachtengoed van onder meer de Amerikaanse theoreticus Murray Bookchin). En “Fearless Cities” was het etiket waaronder de municipalisten hun revolutie wilden exporteren naar andere landen en andere delen van de wereld. Het is belangrijk om te vermelden dat er aanvankelijk (vóór 2017) sprake was van “Rebel Cities,” geïnspireerd door het beroemde gelijknamige boek van de marxistische denker David Harvey en het gedachtengoed van de Franse theoreticus Henri Lefèvre, een van de inspiratiebronnen van de Situationisten uit de jaren vijftig en zestig en van de Parijs meirevolte van 1967. Het is voor mij altijd een raadsel geweest waarom het woord “rebel” zo nodig vervangen moest worden door “fearless,” tenzij je hier al de eerste tekenen in denkt te kunnen ontwaren van een minder radicale opstelling. Hoe dan ook, de eerste tijd leek het de goede kant op te gaan. Er waren initiatieven van diverse Europese steden om zich gezamenlijk te onttrekken aan het nietsontziende, harteloze asielbeleid van nationale overheden door onderling afspraken te maken over de opvang van ongedocumenteerde vluchtelingen. Een schip met bootvluchtelingen uit Afrika dat overal rond de Middellandse Zee de toegang werd ontzegd en al wekenlang op zee ronddobberde, werd in Barcelona toegelaten, en er was sprake van dat de andere steden uit het netwerk van Fearless Cities Barcelona te hulp zouden schieten door eveneens een quotum vluchtelingen op te nemen. Daarnaast werden er pogingen in het werk gesteld om gezamenlijk tot maatregelen te komen om de groei van platformbedrijven als Airbnb en Uber een halt toe te roepen, en om digitale platforms te ontwikkelen die burgers een grotere vinger in de pap van de beleidsvorming zouden geven. In Amsterdam werd het concept Fearless Cities in de aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen van maart 2018 met groot enthousiasme omarmd door GroenLinks. Lijsttrekker Rutger Groot-Wassink liet te pas en te onpas weten dat hij geen gelegenheid onbenut zou laten om samen met Barcelona en andere steden uit het netwerk op te trekken tegen het grootkapitaal en rechtse (of zelfs rechts-nationalistische) overheden. Na de eclatante verkiezingsoverwinning van GroenLinks in Amsterdam werd er zelfs een Fearless Cities-team aangesteld onder leiding van Frans Bieckmann, dat de opdracht kreeg een voedingsbodem te creëren voor vruchtbare samenwerking tussen de sociale bewegingen in de stad (op het gebied van wonen, vluchtelingen en het klimaat bijvoorbeeld) en het stadsbestuur. Maar hier wringt natuurlijk (een deel van) de schoen. Waar Barcelona en Comu een burgerplatform was (en is) dat van onderop, vanuit de sociale bewegingen zelf een greep naar de macht op gemeentelijk niveau heeft gedaan, bestaat het Amsterdamse gemeentebestuur uit traditionele, gevestigde politieke partijen met een totaal andere organisatiestructuur. Bovendien zijn al deze partijen niet alleen op gemeentelijk niveau actief, maar ook op provinciaal en nationaal niveau. Hoe wil je dan in hemelsnaam gemeentelijk beleid gaan voeren dat hier en daar op gespannen voet staat met het nationaal beleid? Dat dit idee op deze manier niet werkt werd al snel duidelijk toen Femke Halsema werd benoemd als nieuwe burgemeester van Amsterdam, als opvolger van Eberhard van der Laan. Binnen GroenLinks gold en geldt Halsema als representant van de rechtervleugel, en in de jaren die zij na haar Kamerlidmaatschap doorbracht in de politieke luwte is zij er zeker niet linkser of progressiever op geworden. Sinds haar aanstelling heeft Halsema aldus op ongeveer alle denkbare beleidsterreinen de glazen van Groot-Wassink cum suis ingegooid. Waar Groot-Wassink vóór de verkiezingen van 2018 vol trots verkondigde dat “het hoog tijd werd om weer te gaan kraken,” zijn de ontruimingen sinds het aantreden van Halsema niet van de lucht en heeft zij zich in een interview met AT5 zelfs laten ontvallen dat het particulier bezit wat haar betreft heilig is. De waslijst met autoritaire, zich volledig aan de ideologie van wat voor Fearless Cities dan ook onttrekkende beleidsmaatregelen begint ontzagwekkende proporties aan te nemen: de ontruiming van de ADM, de ontruiming van het door studenten bezette PC Hoofthuis, de ontruiming van de door klimaatactivisten geblokkeerde Stadhouderskade voor het Rijksmuseum en als klap op de vuurpijl in oktober de ontruiming van een door huurdersactivisten bezette sociale huurwoning in de Borgerstraat die door wooncorporatie Stadgenoot in de verkoop was gezet. Ondertussen hebben de ongedocumenteerden van We Are Here ondanks alle toezeggingen en beloftes nog steeds geen dak boven hun hoofd, hebben (internationale) vastgoedbeleggers vrij spel op de Amsterdamse woningmarkt en wordt er ter bestrijding van de overlast van het toerisme louter symboolpolitiek bedreven. Dan is het toch wel op zijn plaats om je af te vragen wat de waarde is van de inspanningen van Bieckmann en de zijnen om ons – onder verwijzing naar modieuze begrippen als “co-creatie” en de “commons” – op te roepen onze medewerking te verlenen aan allerlei burgerparticipatie-initiatieven. Wat mij betreft is dit pure volksverlakkerij. De neoliberale keizer heeft geen kleren meer aan, maar probeert dit uit alle macht te verhullen door hier en daar wat mooi opgetuigde vijgenbladen aan te brengen. Het is een gotspe dat de bedenker van de prachtige term Rebel Cities, David Harvey zelf, nu in december mag komen opdraven om een door Bieckmann georganiseerd onderonsje cachet te geven. Is het dan in de rest van Europa, en met name in Spanje, de bakermat van het municipalisme, net zo erg? Ja en nee. Opvallend was in ieder geval dat tijdens ReTakeTheCity de meeste vertegenwoordigers van sociale bewegingen uit andere Europese steden (onder meer Berlijn, Lissabon, Madrid en Barcelona) opriepen tot “autonomie.” Met andere woorden: laat je niet door mooie beloften verleiden om hand- en spandiensten te verlenen aan al dan niet vermeende geestverwanten in het stadsbestuur, blijf autonoom en doe alleen mee als er écht iets te halen valt.
Issue #027 Published: 20-11-2019 // Written by: Christopher Kelly
The Burden of Brexit: Told through London Grime Musicians.
They find the words that we have lost in shock at our broken system” Where I come from in North London, Grime MCs are our prophets of social revolution. They are the messengers of injustice and the activists that keep morality in the minds of voters. They bring out our inner dialogues through beats and bars in order for them to be discussed and debated. When things go wrong in London it is to these MCs that our heads turn in search of a rallying cry or words of comfort. They are our Robin Hoods clad in Adidas tracksuits. When I think about these MCs I realise that they are the Ovids, Ciceros and Marcus Aurelius of my time and place. Their words and oratory act as a catalyst for change, yet their authority comes from the experiences that they have had. Today, there is a new threat to the people of Britain - and you best believe that our musicians are ready to say something about it. However, before I can properly do justice to the thoughts of musicians about Brexit it is imperative to contextualise what Grime musicians mean to UK culture and politics. The influence of Grime musicians on public perceptions of UK politics can be traced through the actions of a few key artists. For example, Stormzy was the voice of rebellion that pierced the inertia of The House of Commons after the horrific events at the Grenfell Tower in 2017. During the 2018 Brit Awards, he challenged the Prime Minister with the exclamation, ‘Yo Theresa May where’s that money for Grenfell, what you just thought we forgot about Grenfell, You criminals.’ Back then, the government pledged £60m to deal with the ramifications of the fire. However, at the time of writing this there are still former residents of Grenfell who have not seen a single penny of what was promised, not to mention the copious amounts of London buildings still equipped with the same cladding that caused the fire. Now a few MCs are busy trying to prevent the whole country from going up in flames. Akala is perhaps one of the UK’s most prolific poets and wordsmiths. Aside from being the brother of the legendary MC Ms Dynamite, he is a talented rapper, scholar and a fearless activist. In a lecture titled ‘The Battle of Britishness in the Age of Brexit’, he contemplates the implications of Brexit and the racial connotations behind its conception in front of a captivated audience. He states: ‘I was driven to the remain camp by the xenophobic tone of the “Leave” position and the role of anti-intellectualism in the campaign, convocation and outcome. For too long poor people have been painted as the inventors of racism yet it has been conceived and utilised by Britain’s ruling class now and through history’. He adds ‘Winston Churchill for example, is often voted the UK’s favourite person, yet he often described the killings of ‘the red men of America’ as no real crime at all. His point is that the racism that pervaded the Brexit discussion was not new, rather race had defined the majority of Britain’s post war immigration policy’. The Brexit campaign was aimed at young people as being an issue of race. We were continually told that leaving the EU would allow us to unify and include the countries in the commonwealth yet vans continued to patrol the predominantly Caribbean neighbourhood of Tower Hamlets with ‘Immigrants go home’ written across them. In reflection, Brexit was a collection of promises that half of us never wanted, promises that were never intended to be delivered. The second MC to take up the mantle of subculture activist is an extraordinarily talented young man by the name of David Orobosa Omoregie. Otherwise known as Santan Dave, this gifted rapper was awarded an Ivor Novello Award for his politically charged diatribe at the UK’s new PM in his track, ‘Questiontime’. The track begins with an incredibly impactful message about the looming threat of Brexit: “A question for the new Prime Minister  And please, tell me if I’m being narrow minded But how do we spend so much money on defence  And weapons to wage war when the NHS is dying? Bursting at the seams, and what about them people That voted for us to leave for the money that it would see? 350 million we give to the EU every week That our health service needs But now them politicians got what they wanted Can you see an empty promise or a poster on the street?” Dave’s lyrics are a perfect summation of the anger felt by a nation that was repeatedly lied to about the fiscal redistribution that would happen if the UK left the EU. This infamous falsehood about NHS spending that was plastered on the side of a big red bus was detrimental to the hopes of young people who wanted to stay. Dave has become the figurehead and voice box of today’s politically conscious youth. Other MCs such as JME, Kano, Wretch 32, Avelino and Lowkey are continuing to help explain to the masses the political injustice present in both Britain & Brexit. Their lyrical capabilities and their online following make them indispensable allies in educating those often not in tune with politics or those neglected by it. They find the words that we have lost in shock at our broken system. The question that often arises from those not a part of the London music scene is ‘why should we listen to these people about issues of politics?’. The answer is because they have as much invested in things getting better as the rest of us do. They feel the effects of poor policy decisions just as fully as the rest of us. They are not removed from the cultures they represent, celebrity and success does not make artists from working class background non-persons or blank slates, rather, they embody them and make us listen to what’s happening through their skilful oratory. Photo: Journalism Collective
Issue #027 Published: 18-11-2019 // Written by: Jens Kimmel
De Meent zet commons op de kaart
In november 2016 ontmoet een groepje Amsterdammers elkaar bij de eerste European Commons Assembly in Brussel en werd het idee voor een Nederlandse commons assembly geboren: De Meent. Drie jaar later is De Meent een platform voor en door commoners, dat het idee en de praktijk van het gemeenschapsinitiatief -‘het commonen’ – actief verspreidt en versterkt. De uiteindelijke missie: bouwen aan een commons-transitie in de stad. Er is een nieuw verhaal nodig. Een verhaal dat het oude verhaal, die van het vrijemarktkapitalisme, overbodig maakt. Staat en markt kunnen de grote problemen van onze tijd niet oplossen. Sterker nog, ze zijn vaak veroorzaker van problemen als de klimaatcrisis, de vermogensongelijkheid en het uithollen van de democratie. Het nieuwe verhaal is dat van de commons. Of de meent, in het Nederlands. Meent refereert aan gemeenschapsinitiatief waarin sociale en ecologische waarden voorop staan. Het gaat over het samen beheren van de hulpbronnen die we tot onze beschikking hebben. Van grond tot kennis tot energie, met minimale afhankelijkheid van staat of markt. Op veel plekken bloeien deze ‘commons’, op andere plekken delven ze het onderspit. De Meent wil de spil zijn in het verenigen van commoners in de stad en probeert dit proces te faciliteren. De eerste stap is het in kaart brengen en verbinden van diverse initiatieven als stadstuinen, energiecoöps of voedselcollectieven om de gefragmenteerde commons-beweging coherent en zichtbaar te maken. Het bouwen aan de beweging is een collectief proces, iedereen bouwt mee. Daarom bij deze de oproep: ben jij betrokken of ken je een initiatief met een commons-aanpak, zet het op de kaart via onze website: De tweede stap is het starten van een vereniging om de commons assembly een vaste structuur te geven. We plannen hiervoor een oprichtings assembly, waarbij iedereen die de commons een warm hart toedraagt welkom is zich aan te sluiten. Houd voor de aankondiging de website in de gaten, kom naar ons volgende CoLab of mail voor vragen. Commoners en geïnteresseerden zijn van harte welkom op de assembly van 21 december. Programma volgt spoedig.