Article index
Latest articles
Issue #030 Published: 13-05-2020 // Written by: M. Grootveld, S. Olma
Over corona, donuts en de vraag wat er van het virus te leren valt
1. Stunde Null Als je op Koningsdag om tien uur ’s ochtends door de binnenstad van Amsterdam fietste, was het onwezenlijk stil. Op een gegeven moment kon je zelfs het gevoel krijgen dat dit ongeveer het beeld moest zijn van een stad waar een neutronenbom was ontploft. De neutronenbom was eind jaren zeventig het schrikbeeld van de No Future-generatie: een bom die de meeste gebouwen en andere infrastructuur intact liet, maar wel alle levende wezens doodde; die bom is gelukkig nooit echt in productie genomen. Het corona-virus is de neutronenbom van deze tijd. Niet iedereen gaat er dood aan, maar het effect is oppervlakkig gezien bijna hetzelfde: geen mensen meer op straat, alle leven lijkt verdwenen. Of toch niet helemaal, want er zijn wel vogels, zelfs meer dan normaal. En die hebben zo te zien en te horen de tijd van hun leven. Het milieu heeft duidelijk baat bij deze crisis. Om heel eerlijk te zijn heeft het ook wel wat, die rust en die stilte. En klaarblijkelijk vinden meer mensen dat, want op veel fora hoor je nu mensen zeggen dat het ná corona allemaal wel wat minder mag: minder drukte, minder toeristen in de stad, minder consumptie en minder vliegen. De Duitse schrijver en filmmaker Alexander Kluge zei in een recent commentaar op de coronacrisis dat we nu in een ‘Stunde Null’-moment verkeren, dat in zekere zin vergelijkbaar is met 1945. Ook de ‘oorlog tegen een onzichtbare vijand’ biedt de kans op een nieuw begin. Uiteraard is er aan het einde van de gezondheidsnoodtoestand geen sprake van een naoorlogse tabula rasa, maar de optie om terug te gaan naar business as usual bestaat simpelweg ook nu niet. Volgens Kluge confronteert het virus ons met een aantal existentiële vragen: ‘Wat is werkelijk? Wat is onze werkelijkheid? Welke werkelijkheid moet verdedigd worden en waar moeten wij de werkelijkheid veranderen?’ We kunnen de situatie waarin we op dit moment vastzitten begrijpen als een les van levensbelang, een moment van essentiële heroriëntatie, een reset. Als we dit namelijk niet doen, kunnen we de uitkomst van deze crisis al voorspellen: grote ‘systeemrelevante’ bedrijven gaan met gigantische bedragen gered worden. En wat gaat de failliete staat daarna doen? Precies: nóg meer bezuinigen op uitkeringen, onderwijs, gezondheidszorg, cultuur en andere voorzieningen. Het pijnlijkst wordt het weer voor de zwaksten in de samenleving, waardoor frustratie en wantrouwen toenemen, wat weer koren op de molen van de rechtsnationale partijen is. Als je bij de volgende pandemie graag een dergelijke partij aan het roer zou willen zien staan, moet je misschien even kijken wat er in Brazilië en de VS op dit moment aan de hand is… 2. De verleiding van de donut Geen back to business as usual dus! Voor de marketingafdeling van de gemeente Amsterdam lijkt dit prima uit te komen, want zij hebben allang het concept voor verandering in de la liggen, zodat het er nu als antwoord op de crisis uit getrokken kan worden: Amsterdam moet Donutstad worden! Geen Donutstad in de zin van nóg meer donutshops, maar een Donutstad op basis van de ideeën van de Britse econome Kate Raworth, zoals zij die uiteengezet heeft in haar boek Donuteconomie. Kort samengevat komen die ideeën erop neer dat de economie er voortaan voor moet zorgen dat niemand meer buiten de boot valt, en dat we met z’n allen de grenzen van de draagkracht van de aarde moeten respecteren. Dat klinkt heel mooi, maar wat houdt dat in de praktijk in? Voor Amsterdam betekent dit volgens wethouder Marieke van Doorninck bijvoorbeeld dat we tal van zaken in de stad moeten gaan ‘verduurzamen’ en ‘vergroenen,’ bijvoorbeeld de energievoorziening. De kolencentrale aan de Hemweg is inmiddels gesloten, en de stad werkt hard aan een plan voor energieopwekking met behulp van zeventien nieuwe windmolens en zonnecellen op de daken van zoveel mogelijk Amsterdamse huizen. Er zijn woonwijken aangewezen die straks als eerste ‘van het gas af moeten,’ en andere energiebronnen zullen moeten gaan benutten voor de verwarming van de huizen en voor het koken. Het probleem is alleen dat dit beleid voor een deel wordt uitgevoerd in samenwerking met de Zweedse energiegigant Vattenfall. Vattenfall heeft echter ook plannen voor een biomassacentrale in Diemen, en biomassa is helemaal niet zo ecologisch verantwoord als de benaming doet vermoeden. Biomassa bestaat uit allerlei organisch materialen, zoals hout, gft-afval, maar ook plantaardige olie, mest en speciaal hiervoor geteelde gewassen, die in de ovens van de centrale worden verstookt. Bij dit proces komen meer broeikasgassen vrij dan bij de verbranding van steenkool. De Van der Pek-buurt in Amsterdam-Noord is aangewezen als proefwijk voor de energietransitie. Maar dit betekent dat de huishoudens in de wijk worden aangesloten op de stadsverwarming, en dat is bij veel mensen in de buurt in het verkeerde keelgat geschoten. Want de warmte die door de stadsverwarmingsbuizen stroomt is afkomstig van de … vuilverbranding! En het is niet gegarandeerd dat zij straks niet meer kwijt zullen zijn aan verwarmingskosten. 3. Economie zonder politiek? Maar goed, je zou kunnen zeggen: dit zijn startproblemen, als die donut eenmaal goed draait lost dit zich allemaal vanzelf wel op. Helaas niet, zeggen UvA-planoloog Federico Savini en journalist Victor de Kok in Het Parool van 25 april jl. Hoewel de donuteconomie een schitterend alternatief economisch model voorstelt – overigens is de donut niet het enige gebak in de winkel van de zogenoemde heterodoxe economen, maar dat is een ander verhaal – ontbreekt het in het model aan enkele ideeën over de vraag hoe het politiek door te zetten is. Een van de politieke vragen die Savini en de Kok terecht stellen is: wie gaat de transitie naar een donuteconomie eigenlijk betalen? Dat is een uitstekende vraag, waarop de meer politiek denkende Franse econoom Thomas Piketty in zijn nieuwe boek Kapitaal en Ideologie een simpel antwoord heeft gegeven: laat grote bedrijven eindelijk belasting betalen en verhoog de kosten voor de superrijken. Echter, als je als gemeente Amsterdam onderdeel van het belastingparadijs Nederland bent en je laat adviseren door planologen wiens natte droom de Zuidas als centrum van de metropoolregio is, dan is dit niet echt een optie voor jou. Voor het geval iemand mocht denken dat een van de op de Zuidas of elders gevestigde belastingontduikers door de opening van de donut kijkend het fiscale licht gaat zien en ineens belasting gaat betalen om de circulaire economie te financieren, hebben wij slecht nieuws: Booking.com heeft onlangs bij het UWV steun uit het noodfonds aangevraagd om de salarissen van het personeel te kunnen betalen, hoewel het bedrijf tussen 2010 en 2018 bijna 1,8 miljard euro aan belasting heeft mogen ‘besparen.’ En hier komt de aap uit de mouw, want natuurlijk is een radicale kanteling van de economische orde een uitdaging die niet effectief opgepakt kan worden door middel van het geritualiseerde toejuichen van een hip economisch model in Pakhuis de Zwijger. Nee, hiervoor is politieke daadkracht nodig die een eind wil maken aan de neoliberale extractie-economie, en dit betekent voor Nederland met name ook het afbreken van schuilplaatsen voor belastingontduikers. 4. De les van het virus Uiteraard is het veelbelovend om te zien dat er uit de wetenschap ideeën voor een duurzamere samenleving komen. We juichen dit van ganser harte toe. Alleen is het geen toeval dat het a-politieke model van de donuteconomie uit de hoek van het Amsterdam Economic Board aan wethouder Van Doorninck wordt aangedragen. Voor dit door en door neoliberale adviesorgaan van de gemeente (dat onlangs tegen de uitdrukkelijke wil van het Groen Linkse stadsbestuur de roofridderkapitalisten van AirBnB weer aan tafel heeft gehaald) is de donuteconomie opnieuw een effectief ideologisch rookscherm dat over de dringende noodzaak van werkelijke verandering gelegd kan worden. Net als in de BBC-serie ‘Yes, Minister!’ uit de jaren tachtig saboteert een erfenis van ambtenaren uit het (in dit geval: neoliberale) verleden het progressieve politieke programma van het democratisch verkozen bestuur. En misschien is dit dan ook de les die Groen Links van het coronavirus kan leren: dat het leven, en met name het politieke leven, te kort en te kostbaar is om het te verspillen aan het luisteren naar adviezen van ideologische dinosaurussen wier legitimatie door deze crisis volledig in elkaar gezakt is. Geef hun een lekkere donut en stuur ze eindelijk naar huis! Download issue #030 as a pdf Or check it out on Issuu
Issue #030 Published: 12-05-2020 // Written by: Rosie Fawbert Mills
Community and Individualism after Corona
The global crisis of COVID-19 forces everyone to rethink their standing and status. From small to large scale businesses, intrepid entrepreneurs, office workers, civil servants, arts, crafts and creative visionaries, to those with zero-hour contracts and the rapidly increasing number of unemployed... and the list goes on. Absolutely everyone is being given the time to press ‘pause’ on their fast paced lives, yet while for some this transition will be a time of happy changes, for many it will be one of intense struggling. So even more than ever, we need to be there for each other as a community. As the face of society changes, economic security, employment evaporate and even exercise becomes difficult, what will happen to our urban environment? Can and will Amsterdam’s government continue their ‘clean ups’? Previously these have been used as a way to forcefully reposses ‘abandoned’ areas of the city, which had been deserted by industry but revived through squatting the establishment of communities, such as ADM. Regular readers of AA will know that on January 17th 2020 this sustainable and eco-friendly group were forced out of their homes (and as of the 27th February you can no longer access their website - the online search engine seems to have also taken up arms against these  innocent civilians). It is an attempt to eradicate them from society and ignore the contribution they made to establishing eco-systems and social systems for like minded people. Even the information which the website so readily covered (including a fascinating historical catalogue) is now gone. Inaccessible. But not only that, it is labeled as a threat to society. And what about NDSM? From a humble expat’s perspective, corporate competition is being enabled and is consequently flushing out the grass root projects run by people who have a strong sense of belonging or interpersonal connection. Each of my visits to the area is a shocking reminder of how quickly Amsterdam is developing; the rate of expansion and development at NDSM is, to me, horribly breathtaking. One of the appeals of Noord, as a resident, was the smaller community feel. Seeing huge corporations moving into the area is not something that sits well with what I thought NDSM was about. The scheduled 2022 closure of Pllek which is being petitioned against by staff at the restaurant, for instance, will leave a dead space on the water line where there was once a thriving hub of activity. The use of the space at NDSM for festivals throughout the year, which attracted huge swathes of tourists, apparently has not satisfied the corporations’ thirst for developing the Noord banks of Amsterdam. As an example, ADE - ‘a space of music discovery’ - brought 400,000 people to Amsterdam in 2019, placing it on the map as a must-see; it has been hailed as the ‘world’s largest electronic music event’ for dance music producers, artists and fans alike. Yet, in 2020, we have started the year with large events and gatherings being banned. Social distancing is the new norm. The idea of community is having to move more and more online, but what does this mean for the foreseeable future? A possible answer comes from Matthias Bouw, landscape architects and creators of a residential area on the IJ as part of the Hackable City Project explored “how digital technology can facilitate city-making” as this “more organic mode of development has proven to be much more resilient.” Neighborhoods were found to be more diverse, the “quality of the architecture tends to be much higher” and “the energetic performance of the buildings are better”. Ultimately, because it is a bottom up economy, people are able to make their own choices and thus “the communities have organized themselves around the ‘circular economy’ with the reuse of local resources.” In the summer of 2016 a new, collective community was being built in Almere Oosterwold. At the time, Tjeerd Herrema, head of housing at Almere council, “explained it is letting a new area develop by allowing people and collectives to build their own neighbourhoods and infrastructure (with a few ground rules).” The bitter irony (or tragedy) here: this sounds a lot like ADM however, disappointingly, this alternative community did not have the corporate funding to back them up. Is this de-urbanisation? Sinus Lynge (co-founder of EFFEKT architects) believes, “it makes a lot of sense to look at being self-sufficient in a village, in intensive modules, or in an area that is being deserted.” As Amsterdam was booming and the 2000s crash seemed like something of a distant nightmare, sustainable innovation was under threat. Independent development was being prioritized over personalized, community based projects, despite the knowledge and understanding of the benefits it can bring: to the eco-system, in the pursuit for a more sustainable future, and to contribute to an immediate and more intimate shared sense of society. Would it be foolhardy to hope that the new ‘COVID crash’ might clear the way for more bottom up communities? Can and will the Amsterdam Government pursue the same rate of gentrification? Now is the time to stop this. Across the world, we need to ask why it has being allowed to happen. Why the (financially) dominant societal groups are permitted to priorities improving or sustaining tourism, developing accommodation in ‘prime locations’, on profit, at the expense of complementing the artistic, cultural heart of the area. I am not saying that there is no space for individualism in community.  To strive to be the best can benefit the greater good: the best of individualism could be said to allow for “extraordinary capacity... to have the opportunity to take advantage of existing resources; it allows the expression of counter opinions... Allows the eagles to soar; it opens philanthropic opportunities; it opens new frontiers”1. Remembering Katharine Johnson, the successful NASA mathematician and one of the pioneering (female, African-American) employees who paved the way to moon exploration, who recently passed away, reinforces this. But in those who use it to justify egotism and disproportionately use the world’s or local community’s resources, or to place blame with others, there is a risk that it threatens the push for a more community focused, coordinated and ‘sharing is caring’ society. In this strange time, when our attention on others is magnified - as we check that we all keep a 1.5-2m distance, avoiding each other in the shops and parks when we escape our homes for fresh air and exercise, paranoia about catching the dreaded, potentially deadly virus from a cough or sneeze - perhaps it is a time to think about what makes our community what it is. Conversely, because our attention is focused on others and ourselves, people are coming out in force to be more community minded: sharing meals, taking the burden of shopping trips from those who need assistance or to self-isolate, being extra-vigilant with self-hygiene. These small societal shifts can be and will be hugely successful. Could we all benefit from a progressive Labour Party Prime Minister like New Zealand’s Jacinda Ardern is? Amongst other things, her “wellbeing budget”, which she has come under fire for, shows her conviction that a country’s success should be measured not only by wealth, but above all by the wellbeing of its inhabitants. “Rather than focus on financial criteria alone, the state budget aims to increase wellbeing. Record sums have been allocated to mental healthcare, poverty alleviation, and the transition to sustainability.  Economic growth alone does not make a country great,” Ardern argued, “So it’s time to focus on those things that do.” Her message is clear: people depend on one another - and it’s a mantra that more and more people are moving towards, particularly in this time of mutual need. In a Guardian article published timely in January 2020, Brigid Delaney talks about ‘self care’ and ‘community care’, urging readers to discuss the true essence of life - something capitalists masquerade as caring about while Governments are forcibly destroying. “Rather than just seeing ourselves, we need to recognise that our health and fates are inextricably linked to our fellow human beings and find collective care”. It’s almost like Delaney had a crystal ball - how truer are those words than in this current global situation? Self care was established as a concept in the late 80s by Audre Lorde (someone worth looking up). Lorde declared it as, “caring for myself... not an act of self-indulgence, it is self-preservation, and that is an act of political warfare”. Yet this has been hijacked by modern marketing. Self care, from a populist perceptive, has been about treating yourself to a luxury holiday, an expensive retreat or a manicure. Where did it go so wrong? Delaney sees the problems of this term in the label of ‘self’: “self-care is still an idea rooted in a neoliberal tradition of looking out for ourselves, rather than seeing ourselves, our health and our fates as inextricably linked to our fellow human beings.” She goes on to outline what collective self-care could look like: it “is saying “we need to look after each other.” “Collective care exists outside the market and can’t be captured by capitalism, turned into a product that we buy back and, by definition of its price, excludes many from participating in it. The fact that it’s collective, means it’s for everyone. Communal care can include things like being a better neighbour, making yourself available for people who may need support, communities supporting each other emotionally and practically during crises... to larger, more macro reforms and structural changes in society, such as advocating for universal health care, the introduction of a four-day working week, more affordable and available.” When I started writing this article, a week before the COVID-19 outbreak, it almost sounded too dreamy to consider a colossal shift in collective consciousness. Too other worldly. I had written: ‘We can’t influence policy but we can all make small changes to the way we live our lives, and small changes to the way we interact with others’. Now however I am beginning to believe that to dream, to hope that beauty can come from darkness and disease, and to wish for a future where there is a strong community focus feels like more of a reality. Around us, in Amsterdam and the world, a societal shift in consciousness is happening: I’m hoping it is towards a more collective and community based mind set and away from the self and the Freudian ‘id’ that dominated so much of the commercial and capitalist world we lived in. And yes, I deliberately use the past tense. Let’s open this up to all and promote a shift in conversation towards socially conscious resistance. Amsterdam Alternative Academy is in the process of setting up a Summer School on the theme of Radical Social Change after Corona. Perhaps this is a place (digital or analogue) where the collective process of thinking and organizing toward an Alternative Amsterdam could be started… Download issue #030 as a pdf Or check it out on Issuu Photo: Pablo van Wetten
Issue #030 Published: 12-05-2020 // Written by: Gabrielle Fradin
Physical distancing is a privilege, even in Amsterdam
On March 13th, the municipality decided to indefinitely postpone the eviction of the Garage, an empty parking lot in Kraaiennest, Zuid-Oost where around 80 undocumented men live. The eviction was initially planned for March 15th. On April 1st, the municipality of Amsterdam issued a long-awaited statement on potential solutions for the Garage inhabitants. Not surprisingly, what they offered was merely a night shelter that could barely accommodate half of the Garage’s inhabitants, whilst putting them on the street during the day. The discrepancy between official Covid-19 guidelines and such half-hearted, unrealistic solutions is worthy of a good April fools’ joke. This proposal is a clear sign of policy-makers’ blatant disregard for the Garage inhabitants’ life situation. When you live in a place where you have a community, where you can cook food, store your belongings and stay night and day – why on earth would you swap it for an indefinite, city-run shelter open from 4pm until 9.30am, where any derogations from the rules can get you kicked out. Homeless people, and more precisely here undocumented homeless people, need a place to live, settle and grow. They don’t need another shelter with its strict rules and expensive security services. Especially not if that shelter throws them back on the street every morning during a pandemic, Apparently when everyone is ordered to stay home, homeless people are actively put outside by the municipality. Such ‘non solutions’ advanced by the municipal government are even more of a let-down considering how they very obviously benefit from places like the Garage, especially in times like these. Indeed, the Garage provides a precise location where the inhabitants have no choice but to stay, the government is also not bearing any of the costs needed to run this place accommodating up to 100 men. The life at the Garage is mainly funded by 3 small grassroots organisations carried by committed ordinary citizens, namely the Mandela Kids, Family on a Mission and We Are Here, collectively striving to scrape together the 1,600 euros needed each week to provide the basic food and energy necessities to the inhabitants. We Are Here’s attempt at squatting a decent building Following such governmental hypocrisy, We Are Here decided to take the matters in their own hands and on 6th April released a statement announcing that they were currently squatting an empty building in Diemen. As described by one of the squatters, the building was ideal to host the whole population of the Garage, containing many rooms, ensuring some physical distancing, but most importantly boasting kitchens, running water, modern toilets and electricity. In other words, the most basic necessities for a somewhat dignified life. The response of the municipality? Well, as you would have already guessed by now, when the squatters woke up after their first night, they were welcomed by Amsterdam Police. The number of police vans grew as the day went by. Eventually, the municipality refused to start the legal squatting procedure. An eyewitness says that Amsterdam’s mayor Femke Halsema, was sitting at the back of one of the vans on scene, ensuring to expressly give the right to the Police to evict the squatters by force if necessary. Eventually, with the sound of the police forcing entry into the myriad of rooms contained in the empty building, duly ensuring that all squatters had left, We Are Here went back to the dark Garage. By failing to provide a sustainable alternative for the Garage inhabitants, the city of Amsterdam is denying them the possibility of physical distancing. Lockdown or not, in Kraaiennest, each night around 80 men are (attempting to) fall asleep under a tent shared with 6 other people. Quite unsurprisingly then, physical distancing is a privilege that the municipal government decided not to accord to the Garage inhabitants. The shameful operation in Diemen only comes to underline their determination to deny them the right to stay safe. As I write those lines, no case of Covid-19 has been signaled at the Garage, and one could only imagine the devastating consequences it could have if it did. Download issue #030 as a pdf Or check it out on Issuu Photo: Stichting Mandela Kids
Issue #030 Published: 12-05-2020 // Written by: Pablo van Wetten
Portrait of an artist as a young hamster
The last time the ‘content contributors’ of Amsterdam Alternative had a get-together at the end of January 2020 (the last of the ‘physical meetings’ as it turned out) to discuss the course of things to come for the zine, I opted to write something about myself and how I tried to re- main level-headed as an ‘artist’ who aspired to do more writing, music recordings and film editing all from his home... The deadline for that issue passed me by because I have more ideas than discipline and I can’t even remember what I did instead. Trying to get organised I would say. Feeling at ease at home is a new concept for me because I have spent most of my life moving from one tem- porary space to another and only recently have a ‘name-on-mailbox situation’ (the wanderer inside of me sometimes still gets nervous when he sees that little sign but it’s getting better). I don’t have a separate studio and although I have sometimes had access to small studios and have been part of several collectives of sorts in the past, I wanted to really try working from my apartment in Amsterdam-Oost. Although writing is only a relatively small part of my life, I guess I want to mirror the discipline and routine that writers adhere to as a way of life to bol- ster my productivity. I have always suspected that writers might be the craziest among the crazies and I say this with complete admiration. It’s just so bloody solitary, looking at words and harvesting thoughts, but the dedication seems so beautiful to me, so elementary and somehow so cool (there’s a literary word for ya). To master yourself on such a basic level just seems like an enormous triumph, plus you can write anywhere, you can be free. Well I had made enough money during the summer and autumn - working as an amicable low-level car- penter of sorts - to give it a try, could afford a couple of months just staying at my home, writ- ing and recording music. I would live off my savings and in March I would make good mon- ey again working the festival season. Good plan. I think of John Hurt in that movie ‘Smoke’, a writer absentmindedly walking the street of Paul Auster’s Brooklyn, a brooding intellectual with a blue-collar streak. I could walk through the Javastraat on my breaks, the only street in Holland that looks like Brooklyn at times, and go get some bread instead of cigars, shooting the breeze with the small shop owners, bathing in my eco-system. Oh yes I love the idea. Now I must confess I find it very hard to get a good day going. Inbetween all the meditating, jogging, morning pages, self-help books, staying in touch with family and friends, eating healthy, watching quality films, therapy, evening meditation, song writing, technical research, home improvement and video-footage on my hard disk begging to be cut, it can feel a bit overwhelming to strike a balance and find the right order of execution. What comes first? What is a good day? I struggle and ask for advice and google topics (I hate how that has be- come a verb) too much, too quickly. Still, being less hard on myself for a goddamn second, it takes time to get into new routines and after a couple of months just staying home, I can say the nervous feeling has subsided somewhat. I don’t have a lot to show for my time. I wrote only a half a dozen songs, learned to program a drum computer and music sequencer and played a couple of try-out gigs. I still get confused how to start my day right but I’m trying to be gentler with myself and not beat myself up about it too much. I’m starting to get there slowly. Waking up early has been very helpful, it seems I feel really good when I get a head start. It makes me feel less chaotic somehow and the dreadful feeling of the day slipping trough my fingers is dwindling. I suspect that in the U.S. I would be on medication. What do you think? Now the world has turned surreal and I’m getting all these extra months to practise staying inside to further develop a good routine and become a productive artist. I’m not one yet, but I’m doing OK. and sometimes that’s enough. Look at the world, what have I got to complain about? By the way, a piece like this one you are reading, is not what I want to spend my time writing about. I just felt compelled to share my experience trying to get going. Oh, and the title refers to me stocking the freezer with homemade meals at the beginning of the pandemic so I didn’t have to bother anyone in case I fell sick. I’m not really a hamster and I’m hardly young any- more, I’m just me. That much I have learned. Now if I could only find a good way to end this piece... Download issue #030 as a pdf Or check it out on Issuu Photo: Pablo van Wetten
Issue #030 Published: 12-05-2020 // Written by: Jaap Draaisma
Crisis, what crisis?
De wereld was hard op weg naar een handels-, energie- of klimaatcrisis. We zagen ze komen, het was slechts  de vraag wanneer en welke crisis het eerste plaats zou vinden. Wachten op de crash om vervolgens met crisis management en veel noodmaatregelen de zaak proberen te redden. Maar toen kwam een andere crisis. Menselijk contact is gevaarlijk. We lopen in een boog om iedereen heen. Elk mens een mogelijke corona haard. Is dat angst of is dat nuchter omgaan met de situatie? Hoe nestelt angst voor de medemens zich in ons? Redden wie zich redden kan! Hamsteren en survival of the fittest. Gevaarlijke massa psychologie. Zo gauw mogelijk terug naar normaal, back to business as usual. Het zit er niet in. Na deze crisis is de staatsschuld gigantisch, zijn velen hun werk kwijt, bedrijven failliet, de armoede toegenomen en komen internationale productieketens maar moeizaam op gang. Alles zal anders zijn. Een nieuwe toekomst begint. Terug naar het normaal van voor de crisis betekent: terug naar het grote geld en de macht van de grote bedrijven en banken. Terug naar het rendement en de winst. Als gevolg groeit de armoede, de schulden, de angst en de absurde rijkdom. Maar het kan ook anders. Leve de helden van de zorg, de verplegers en artsen Maar ook schoonmakers, pakjesbezorgers en anderen die zich nu uit de naad werken. Terug naar het sociale! 1. Herwaardering Mensen in de zorg, verzorging, onderwijs, schoonmaak en distributie zijn essentieel voor de samenleving en moeten dus goed betaald worden, ongeacht of het laaggeschoold werk is. Laat de idiote bedrijfsmodellen voor ziekenhuizen en universiteiten los en beoordeel op kwaliteit en betekenis voor de samenleving. Maak een einde aan de miljardenwinsten van de farmaceutische industrie en de zorgverzekeraars.    2. Sociaal bestaan Het grootste deel van de zzp-ers is geen zelfstandig ondernemer met een gezond bedrijf en reserves maar een kunstenaar, thuishulp of schoonmaker. Ze verdienen vaak niet eens het minimumloon en leven zonder verzekering, pensioen of vakantiegeld. Deze schijnzelfstandigen worden - meestal noodgedwongen - misbruikt door werkgevers die op deze manier goedkope arbeidskrachten kunnen inschakelen. Wellicht is dit het moment om een basis inkomen in te voeren. Een soort ‘cultuurcontract’ zoals in Frankrijk voor werkers in de cultuur? En als we dan toch de bestaansonzekerheid aanpakken dan moet ook het hele arsenaal aan tijdelijke wooncontracten op de schop. In de praktijk mag je tot je 27ste tijdelijk in Amsterdam wonen. Daarna moet je, behalve als je heel veel verdiend en heel rijke ouders hebt, de stad uit. Oprotten! 3. Vliegen Zonder mega staatssteun zullen een aantal grote vliegmaatschappijen failliet gaan. Een mooi moment om korte afstand vliegen af te schaffen en te vervangen door treinen en lange afstand vliegen duurder te maken. Dat is letterlijk en figuurlijk heel gezond, maar zal veel Nederlanders zwaar vallen. 4. Spookstad Nu de toeristen weg zijn blijkt wat voor spookstad hele delen van de binnenstad zijn geworden. Er wonen vrijwel geen mensen meer. Fiets ’s avonds maar eens rond en je ziet vele onbewoonde verdiepingen. Als AirBnB nu niet ‘vanzelf’ onderuit gaat is dit hét moment om ze uit Amsterdam te verbannen. En met een kleiner Schiphol zal het toerisme ook flink afnemen. 5. Online samenleving De anderhalve meter samenleving zal weer verdwijnen, maar de groei van het online leven en werken is moeilijk te stoppen. We zullen moeten waken voor de surveillance kapitalisten als Google, Apple, Amazon, Microsoft en Huawei met hun krankzinnige monopolie posities en miljardenwinsten. Wat blijft er over van onze privacy en autonomie als de online controle blijft groeien? Meer manipulatie en subtiele beinvloeding? Meer complot en paranoia? Of komt er na de corona crisis een herwaardering van het - leukere - fysieke, het echte samenzijn, van het offline leven dat wij zo lang hebben moeten missen? 6. Import / export Door de corona crisis is de wereldhandel in elkaar gestort. Er gaan veel minder grondstoffen, voedsel en goederen van de ene hoek van de wereld naar de andere. Laten we deze situatie benutten en enkele zaken veranderen. Stel voedselveiligheid centraal, anders is het wachten op een nieuwe gekke koeienziekte of een volgend vleermuis corona-virus. Meer productie in Nederland en Europa. Eerlijke lonen in plaats van lage lonen aan de andere kant van de wereld. Dan wordt alles duurder, maar ook duurzamer. Naast de herwaardering van sociale beroepen in de zorg, onderwijs, schoonmaak, onderhoud, veiligheid, zou ook het maken van nuttige goederen (meubels, boten, bier, fietsen etc) gewaardeerd moeten worden. Een goede manier om mensen met een ‘lagere’ of minder opleiding een goed perspectief te geven. 7. Winst en rendement De vrije markt was tot de corona crisis heilig. Zelfs basisbehoeften als zorg, onderwijs, huisvesting, warmte, eten en cultuur waren ondergeschikt aan de markt. Ze moesten aanbesteed worden, concurrerend zijn en hun economische waarde bewijzen. Dat leverde failliete ziekenhuizen op, en mensen in de zorg, schoonmaak, cultuur en onderwijs die onderbetaald worden. Nu alles is ingestort is de marktwerking eindelijk ‘opgeschort’. Gelukkig worden bonussen aan topmanagers stopgezet, zijn er geen winstuitkeringen en steunt de overheid het bedrijfsleven en zzp-ers. Laten we ook na de crisis vasthouden aan deze maatregels en terugkeren naar een sociale samenleving waarin sociale waarden centraal staan. 8. Wie gaat betalen? Na de vorige crisis heeft de bevolking door belastingverhogingen, bezuinigingen en speciale heffingen moeten bloeden voor het redden van de banken. De huurders van Nederland betalen nog steeds bijna 2 miljard ‘verhuurdersheffing’ per jaar om de staatstekorten uit de vorige crisis mee te dekken. De kloof tussen rijk en arm is na de vorige crisis gigantisch toegenomen. Dat mag niet nog een keer gebeuren, Als we niets doen zullen de winsten straks weer hersteld zijn en neemt de armoede en ellende voor een groot deel van de bevolking toe. Laat de rijken voor deze crisis betalen en voer een hoge belasting voor topinkomens in. 9.  Herverdeling De afgelopen decennia zagen we steeds meer mega bedrijven en instellingen die bijna hun hele werkterrein - onder het motto the winner takes it all - wisten te monopoliseren en leeg te zuigen. Van voetbalclubs tot ziekenhuizen, van musea tot universiteiten, van steden tot game makers. Eén of enkele bedrijven halen alles binnen en de rest zit in de marge. Een paar honderd miljardairs bezitten net zo veel als de 40% armsten van de wereldbevolking. Amsterdam is een van die winners, waar de duurste hotels en de duurste panden de happy few van de wereld aantrekken. Nederland is een land waar de wereldwijd verdiende (of beter gezegd geroofde) miljarden belastingvrij weggesluisd kunnen worden. Waar de jetset neerstrijkt en je voor €1800 per jaar als succesvolle kunstenaar of creatief ondernemer mag genieten van het members-only Soho House. Hier gebeurt het, hier is het grote geld, de inkomens ongelijkheid het grootst en wordt alles hip, modern, internationaal en politiek correct in de winstmall gegoten. 10. Sterke staat Gaan we met alles hierboven niet terug naar de Sterke staat? En zitten we daar op te wachten? We gingen toch net alles in collectieven en coöperaties doen? Kunnen we überhaubt zonder een sterke staat? Hoe zorg je anders voor herverdeling en een Sociale staat? Helaas betekent een sterke staat meestal veel controle en een verstikkende autoritaire bureaucratie. En vaak is het ideologische fundament van een natie staat het nationalisme. We willen niet uitkomen bij het enge nationalisme van Wilders en Baudet? Zij willen zich terug trekken achter de dijken, de grenzen sluiten en uit de euro. Laten we hoeden voor die beker van angst, haat en armoede. Wij zijn internationalisten, leven in een internationale stad waar we – ondanks alles – trots op zijn. De toekomst wordt nu gemaakt! De paniek is groot want mensen verliezen geliefden, horen van kennissen die besmet zijn, ze raken hun werk kwijt, hun opdrachten, hun inkomen. Zien hun hele bestaanszekerheid verdwijnen en weten niet meer hoe ze over enkele maanden hun basisbehoeften moeten betalen. Wanhoop. Voorlopig zit het land nog op slot, wordt het virus teruggedrongen, worden banen en inkomen met noodmaatregelen zoveel mogelijk overeind gehouden. Maar hoe gaat het straks verder, wie wordt straks het kind van de rekening? Krijgen we massa werkloosheid, bittere armoede, keiharde staatsrepressie, herstelde winsten en totale digitale controle? Het wanhoopscenario? Of gaan we een sociale samenleving opbouwen, weliswaar een stuk armer en soberder dan we gewend waren, maar een stuk prettiger, relaxter, gezonder. Download issue #030 as a pdf Or check it out on Issuu Photo: Pablo van Wetten
Issue #030 Published: 12-05-2020 // Written by: Pomegranates
Dit is de frontlinie
‘Dit is de frontlinie,’ zei ze, ‘dit is de strijd die zich de rest van de eeuw over de hele planeet verder gaat ontvouwen. Schrijf dat maar op.’ En weg keek ze. Het moet een uur of negen ’s avonds geweest zijn. Het was al donker, de straatverlichting stond aan. We liepen met tien journalisten tussen hoge gebouwen zoals je ze in vele miljoenensteden ziet. Iedereen had een geel hesje om, sommigen van ons met helmen en gasmaskers op, en allemaal met camera. Handzame cameraatjes voor wie voor een persbureau of nieuwsorganisatie werkt. Een telefoon als je alleen bent, zoals ik. Op de achtergrond de neonverlichte Chinese tekens die in verschillende kleuren een vreemde sluier over de straten wierpen. Een beetje zoals Blade Runner, alleen regende het niet. Boven ons een fly-over waar verkeer raasde. Op de grond losse stenen, verdwaalde paraplu’s en twee provisorisch aan elkaar gemaakte hekken. Daarachter stond ik. Naast me de 25-jarige Jessie Cheung, een studente Internationale Betrekkingen die nu als fixer-slash-vertaler een centje bijverdiende. Tenminste, dat was het idee. Twintig meter van ons vandaan stond de politie, in een breed front. Dertig man, schat ik nu, in dikke zwarte pantser-pakken, met zwarte kniebeschermers, zwarte schoenen, zwarte wapens in zwarte holsters en zwarte wapenstokken. Op hun hoofden helmen met daar naadloos op aansluitend een gasmasker. Van de mens achter het materiaal bleef weinig over. Aan de andere kant van de straat stonden de studenten. Ook zij droegen gasmaskers en skibrillen, zij het goedkope versies, maar minstens zo imponerend. Deze droegen ze om en niet herkent te worden, en als bescherming tegen het rondvliegende traangas dat door jongens met tennisrackets terug het politiekordon in geslagen werd. Twee meisjes verstopten de rokende objecten in stevige zakken en lieten ze daarin leeglopen. Een goed op mekaar ingespeeld viertal zette een meter hoge pion op een rokend patroon, alsof ze het gevangen namen, goten door de opening aan de bovenkant water, zodat het een vroege dood stierf, om zich vervolgens als eenheid naar het volgende aangevlogen projectiel te verplaatsen en de truc te herhalen. Vijf maanden groeiende opstand had de praktische kennis van het verdedigen en bewapenen als een virus onder de Hongkongse jeugd verspreid. Net als het anti-China sentiment en het weinige vertrouwen in de eigen politiek. Zelf had ik in de week dat ik in Hongkong was een serie foto’s gemaakt. Ik was met een demonstratie meegelopen en ik had deelnemers geïnterviewd. Mijn plan was een multimedia verslag van de pro-democratieprotesten te maken en alles liep vooralsnog zoals gewenst. Tot een terug gemepte traangaspatroon in het midden van onze groep journalisten terecht kwam en alles veranderde. Dikke wolken rook vulden de straat, om mij heen overal traangas. Ik zag geen hand voor ogen. Links hoorde ik de oproerpolitie, rechts schreeuwende studenten. Jessie? riep ik. Het traangas sloeg me op de longen en mijn ogen begonnen te prikken. Jessie greep me bij mijn schouder en trok me bij de uitdijende wolk weg. Een tweede patroon kwam vanuit het andere kamp achter ons aan gevlogen. Where are we going? riep ik, maar Jessie reageerde niet. Ze sleurde me mee terwijl ik mijn ogen stijf gesloten hield. Bijna struikelde ik over een door een student verloren helm. Niet veel later lag ik echt op de grond. Jessie hielp me meteen weer omhoog en zonder twijfel trok ze me verder de straat in. Mijn telefoon had ze in haar hand, er zat een barst in het glas. Mijn hand bloedde. Jessie! riep ik nogmaals. Behendig wurmde ze zich er door de eerste linie studenten en binnen enkele seconden stonden we midden tussen de jongeren, tussen de demonstranten. Where are we going? * In de groep vond Jessie een student, niet ouder dan 20, met een rode jas en een geel hesje. Ook hij droeg een gasmasker en skibril. Om zijn schouders had hij een tas vol medische spullen. De jongen pakte mijn hand stevig vast en spoot er een vloeistof overheen. Easy!, sputterde ik, het prikte alsof het glas is. Met een doek veegde de jongen de wond schoon. Hij bond er gaas omheen, plakte het met tape af en gaf Jessie een teken verder te gaan. You wanted to see what’s happening, right? Yes…, ik wilde inderdaad zien wat er hier gebeurde. Zien, met mijn ogen. En niet voelen, zoals nu met een snee in mijn hand. Wat een fucking ravage is het hier! Gastjes met gasmaskers gooien brandende flessen door de lucht, op straat spatten ze uiteen. Links van een grote trap naar de entree van de universiteit staat een berg afval in de fik, dikke zwarte wolken rook cirkelen omhoog. Op het balkon staan twee grote katapulten waar stenen mee weg geschoten worden. Voor de trap is een provisorisch muurtje gemetseld, daarachter honderden stoelen over mekaar heen gesmeten. Overal ligt troep: kapotte paraplu’s, glazen flesjes, naar buiten gesleepte tafels, verdwaalde gasmaskers, zakken cement, emmers, bezems, alles is naar buiten gegooid. Onder het balkon vullen drie jongens glazen flesje met een vloeistof. Op de achtergrond klinken ambulances. Waar is mijn telefoon? Be like water, zegt Jessie als me een flesje aanreikt. What? Be like water, that’s what we’re saying here. Be flexible. Be like water. Be like water. See that graffiti over there? Yes? If we burn, you burn with us. What? It reads if we burn, you burn with us. Who’s you? The people with ties to Mainland China, with the Chinese Communist Party. If we burn, may they burn with us. If we burn, may they burn with us. Nu ze me er op wijst zie ik het pas: de hele universiteit is vol graffiti gespoten: ‘Why should we go back to normality, if normality was the problem?’ ‘If you don’t fight for what you want, don’t cry for what you’ve lost.’ What does that mean?, vraag ik terwijl ik naar ‘Are you in the yellow or in the blue camp?’ wijs. Hey guy, there’s a battle going on, no time to lecture now. Ok ok, sure... Here is your phone. Deze chick. And by the way, watch this, terwijl ze me haar eigen telefoon onder mijn neus duwt. Going viral now. Ik zie zes agenten, in vol ornaat, los gaan op een jongen in spijkerbroek. Hij ligt op de grond, verlaten en alleen, als straatvuil. Zij als hyena’s om hun prooi: ze schoppen hem in zijn buik, sleuren hem over de grond, ze trappen hem in het gezicht. Met zijn armen probeert hij zich te beschermen. Hij kan geen kant op. Wat gebeurt hier? Wat is dit? En weer weg zijn ze. De jongen ligt er als dood bij. Twee mannen in hesjes komen in beeld, kijken of hij nog leeft. Jesus Jessie. What is this? I told you. This is brutal. Welcome to Hong Kong. When did that happen? Just now! 10 minutes ago! Jesus Jessie. Fucking Popo! * Vijftig meter van ons vandaan gaat de strijd live verder. Een groep studenten probeert de universiteit te verlaten, ik zet mijn telefoon aan. De voorste linie draagt deuren als schilden, bijna iedereen heeft een paraplu. Een flimsy ding zou je denken, blijkbaar toch handig, anders zouden ze niet in zulke getalen aanwezig zijn. Een paar jongens dragen een plastic skate-harnas - quasi kogelvrijvest – en hebben pijl en boog in de hand. Werkelijk iedereen heeft een gasmaskers op. Op afstand is het gek genoeg beter zien. Twee witte pantserwagens rijden recht op de studenten af. Een pijl ketst op de voorruit van een van de wagens uiteen, maar het materiaal van de macht is altijd sterker. Het enige waar je de strijd mee wint is met mensen, veel mensen, dat weten de studenten hier. Nu is slechts de harde aanwezig, zeg maar gerust jonge en kleine kern. Studenten die denken bereid te zijn hun lichamen voor politieke vrijheid te geven, die niet van plan zijn de status quo voor lief te nemen. Wie zijn deze jongeren die nog niet besmet zijn met het cynisme van de defaitisten die zeggen dat het tegen de gevestigde orde in opstand komen geen zin heeft? Tijd om te filosoferen is er niet. Voor me vliegen flessen gevuld met benzine, afgesloten door een in de hals gepropte, met alcohol overgoten en aangestoken stuk T-shirt naar de pantserwagens. De molotovcocktails spatten op de grond uiteen en de vloeistof zet de straat in één klap in de fik. Vier, vijf stuks vliegen er door de lucht. Eén knalt bovenop de motorkap en direct vliegt de wagen in vlam. Are you filming? Ik draai mijn telefoon en zie Jessie naast me staan. Meteen duwt ze mijn arm weer terug: de twee bestuurders stappen uit en rennen weg van de wagen, de motorkap staat in brand. Vanuit de groep studenten stormt een meisje op de wagen af. Door het openstaande portier gooit zij eenzelfde brandbom en kaboem, een enorme dreun klinkt, knalt, galmt over de weg. Met een klap wordt ook het meisje naar achteren gesmeten en op haar rug komt ze neer. Meteen sprinten er twee jongens naar hun kameraad en trekken haar terug de gelederen in. Van de andere kant van de straat kijkt de politie toe hoe de wagen totaal uitbrandt. Er is hier geen stap gezet, er wordt geen enkel nieuw beleid gemaakt, maar dit is een overwinning. Dat staat vast. Hier wordt een toon gezet. Let’s get out of here! roept Jessie enthousiast. Let’s upload that video! That was crazy! schreeuw ik. That was great! Give me your phone! We need that munition! * Ook de kantine is één grote teringzooi. Holy shit, hoe lang houden de studenten zich hier al schuil? De universiteit is totaal uitgewoond. De vloer is bezaaid met gasmaskers en helmen, om de zoveel meter is er met een tafel of een stel stoelen een barricade opgeworpen. Op de muren staat Give me liberty or give me death, kasten zijn omvergegooid. Wat eens een universiteitssupermarktje was lijkt nu een zaak waar een bom is afgegaan. Het glas van een pin automaat is ingeslagen, het woord China in het logo van de Bank of China (Hong Kong) is met zwart overspoten. Bij wat de bibliotheek moet zijn staat in grote letters DON’T DESTROY THE BOOKS op het raam gekalkt. Daarnaast Ideas are bulletproof. Op een bureau ligt A Brief History of Neoliberalism van David Harvey. Een meisje zit met gasmasker achter de computer. Op haar beeldscherm zie ik wat ik zelf net heb gefilmd, daarnaast een chat die niet te volgen is. De gymzaal is slaapzaal geworden. Sportmatten zijn nu matrassen. Dekens en slaapzakken liggen door de zaal verspreid. Overal laptoppen en borden met etensresten. Ik weet niet of ik het fascinerend moet vinden of diep triest. Met zwarte spuitbus staat er Why should we go 2 sku if you don’t listen 2 the educated? op de grond geschreven. Het is een leus die ik eerder bij Greta Thunbergs generatiegenoten van Fridays for Future heb gezien. Daar was het een pijnlijke kritiek op de parlementaire democratie wanneer politici niet naar de wetenschap luisteren. Het failliet van een maatschappij. Maar wat doet het hier in deze context? In een gang vind ik een muur bezaaid met post-its. Honderden velletjes, in allerlei tinten roze, geel, groen, blauw, paars. Een meters brede wand met allemaal over elkaar heen geplakte en vol geschreven papiertjes, als een gigantische patchwork. That’s our Lennon Wall, begint een meisje achter me. We use them to express our ideas. A what? antwoord ik verbaasd. Never seen one? No... It’s our Lennon Wall. It’s basically a wall with notes. … I’ve never seen this before. The first one appeared during the Umbrella Movement, in 2014. Now you see them everywhere. Somebody even made it into a flag. Like…, over there, terwijl ze naar een funky vlag met allerlei kleine vierkantjes geel, groen, roze, blauw en paars wijst. It stands for the multitude of voices, the plurality of the people. It’s a much better flag than the black flag with the white flower we use right now. It’s kinda queer, denk ik, maar wie is deze razende studente? Who are you? is ze me voor. What are you doing here? I’m here to report. Where are you from? Amsterdam... And you? What do you think? I mean, what are you doing here? Do you really want to know? Yes. I’m here because my friend died. Oh… Een stilte valt. I’m sorry. It is not your fault. What happened? If I may ask? They say she committed suicide. … But we don’t think she did. I’m sorry to hear. She was found at the beach. Naked. They say she drowned herself, but we don’t think so. People are dying here, kids. Some have killed themselves, yes, they didn’t see a future under Chinese rule. They got paranoid, crazed up on ideas about a high-tech-totalitarian-super-surveillance state. They needed help, if you ask me. But not everybody who died was like that. What do you mean? Well…, we have a lot of high rise here, right? Yes? Two weeks ago some people saw a body fallen from great height. These buildings are perfect for suicides, right? I guess so. But when they went to see the boy they found his body hard and cold. I mean, he was already dead before falling. Oh shit. I didn’t know. No, not many people know. They try to keep it silent, they know how to keep things quiet. And with my friend, let me tell you, she was seen last at our uni. So we demanded to see the footage. There are cameras everywhere, I mean, were was she? So we went to the uni and demanded the footage. And they did share her footage, but only of her arriving and walking around campus. They didn’t want to share how she left the uni. That’s crazy right? What happened? We don’t know. We suspect all kinds of terrible things, but to be honest, we don’t really want to know what happened to her. It is too sad to know. Was that here? No, at another uni, but you know what? There are also plenty of suicides at the Communist Party in China. There are a lot of party members dying. It is basically the same thing, they call it suicide, but in fact it is plain murder. This stuff is freaky. So called communism. In reality it is fucked up capitalism, mixed with oligarchical Stalinism. Chinazis, really. Ever heard of the Uygur detention camps? Millions of people are locked up. Write about it. Show the people. En weg is ze. * You know what’s happening? roept Jessie vanuit de kantine. No. Hou op. No fucking clue. By the way, your video is doing great. Oh… Nice… I guess… The university is completely surrounded by the popo. We are trapped. Popo? The police. O yeah, are we? Yes, on every corner there is riot police. They’ve massively scaled up. There is nowhere to go. And what does that mean? That we can’t get out of here anymore. But we are Press. Yes we are, but I don’t think that will do. Why not? Well, look at this, terwijl ze me een foto van een groep ‘medics’ laat zien. Op hun knieën zitten ze, met handen op de rug gebonden, in drie rijen van vier personen, ingekaderd door een rood lint, om hen heen arrestantenbusjes en politie, heel veel politie. Is this here? Yes. Now? Yes. Why? Welcome to Hong Kong. But why? See this boy? Yes? He was the one who helped you with your hand. Just a student, helping the injured. Taken to jail now. * Come! roept ze voordat ze de gang uit is. Ik ren achter haar aan, wat kan ik anders? Wat net nog op straat stond rent met ons mee. Dwars door de universiteit gaan we, langs de bibliotheek, door de gymzaal, een trap af, nog een gang door en weer door een deur. Voordat ik er erg in heb staan we aan de achterkant van de universiteit. Jessie? What’s happening? Ook hier een vuilnisbak in de fik, een do-it-yourself-katapult ligt achtergelaten op de grond. Boven ons het geluid van een helikopter. We rennen onder een pergola door een tuin in, langs een patio, een pleintje, wat is het? Met zo’n veertig zijn we, een flinke groep. Van alle kanten komen er studenten bij. Tot we een loopbrug bereiken en plots stil houden. Wat is het plan? Mijn hand prikt, het verband ben ik bij het rennen verloren. Jessie? Met tientallen staan we op mekaar gedrukt. What’s happening? Ik beweeg me tussen de lichamen naar de zijkant van de loopbrug. Onder ons zie ik een weg, ik hoor motoren. Langzaam wordt me duidelijk wat er hier gebeurt: scooters met twee studenten achterop rijden scheurend weg. Zonder passagiers komen ze niet veel later terug. Aan de reling van de loopbrug hangen twee touwen. Eén voor één abseilen de studenten naar beneden, of beter gezegd ze vallen, en eerlijk gezegd ook niet één voor één. Moet ik daar naar beneden? Een dappere strijdster probeert de orde te bewaren. Een jongen begeleidt de angstige studenten de reling over. Hij helpt ze het touw vast te pakken en geeft diegene die niet durven een bemoedigende zet. Er is geen tijd te verliezen. Een enkeling suist naar beneden, met handen vol brandwonden als prijs. Onderaan het touw komen de scooters af en aan. Met twee tegelijk springen ze achterop de motoren en weg zijn ze. Sommigen zetten het op een rennen, als er geen scooter wacht. Langzaam slinkt de groep op de loopbrug. Tot één van de twee knopen boven aan de reling het begeeft en een meisje naar beneden valt. Een jongen op de weg probeert het touw nog naar boven te gooien, maar het lukt hem niet. Sirenes zwellen aan. Blauwe en rode lichten komen over de weg onze kant op. Een scooter glipt nog net langs de wagen voordat de auto dwars op de weg wordt gezet. Woorden zijn niet nodig: deze route is gesloten. De jongen op de loopbrug trekt het touw terug. Wegwezen hier gebaart hij. Jessie!, roep ik in meer paniek dan de bedoeling is. * In het vliegtuig naar Hongkong bedacht ik me hoe geweldig het zou zijn midden in de geschiedenis te staan. Nu ik er ben is het messy, bloederig, vermoeiend, fucking vermoeiend en moet ik naar de wc. Met mijn rug tegen een muur zak ik door mijn knieën, de groep met wie ik naar binnen ben gerend ben ik alweer kwijt. Write about it, spookt het door mijn hoofd, show the people. Is het niet de heersende macht die de geschiedenis schrijft? Dear World, CCP will infiltrate your government --------------------- Chinese enterprises will change your politics --------------------- China will harvest your home like Xinjiang --------------------- BE AWARE or BE NEXT! * Wie zijn deze studenten die dit op de muur kalken? Voor wie het Chinese Communistische regime niet een ver van mijn bed show is? Komt het werkelijk iedere dag, op sluwe wijzen, steeds een stapje dichterbij? Is dit een jeugd die nog niet weet wat economische stabiliteit betekent? En, for that matter, wat het waard is? Daar zit ik dan, alleen. In de Polytechnische universiteit in Hongkong, omsingeld door politie. Mijn fixer Jessie ben ik kwijt. Telegram heb ik niet. What the fuck doe ik hier? En, niet onbelangrijk nu, waar is een toilet? Of pis ik hier gewoon in een hoek? Het is toch een grote teringzooi. Nee, ik ben nog altijd te gast. Bovendien zie ik aan de andere kant van de gang een bordje toilet staan. Ik open de deur en stap naar binnen. Op de eerste de beste wc lucht ik mijn blaas. Ook spoel ik mijn handen schoon, de snee was alweer vies. Ik kijk mezelf in de spiegel en zie een ingevallen, vermoeide kop. Zo lang ben ik hier toch nog niet? Na een minuut staren zie ik wat er al die tijd al achter me zit: een jongen met gasmasker en skibril, bevend op het toilet. Hello.., zeg ik terwijl ik me omdraai. Geen response. Do you speak English? Niks. Can I help you? Are you a spy? klinkt het snotterend door het masker. No. CIA? Wat is dit? I can’t take it any more. I want to leave. Hey, sssst…. Don’t worry. Really. Geen idee waar ik dat vandaan haal. What do you know? Who are you anyway? I came to report and now I’m stuck. We’re fucked. We’re so fucking fucked. Please…, don’t. Do you have a phone? Yes…, why? Help me. What? Please, film me. Why? I want to tell my parents I’m sorry. I want to sent my family a message before I’m dead. Here, at the toilet? Yes, I don’t care. Ik pak mijn telefoon uit mijn broekzak en zet de video aan. Als ik deze jongen hier op het toilet kan helpen. It’s running, I’m streaming live. Camera loopt. Thanks, schraapt hij zijn keel. Mum, dad, I love you. Xui, I love you. Really. I’m sorry. I’m so so sorry. I wish I wasn’t here. I wish you weren’t worried. I know you are. Every night I’m scared of the raptors breaking in and beating me up. They are crazy. I know the stories, I’ve seen the videos. You must have seen the videos too, I know you have. I’m so sorry I’ve brought you this. I just wanted to fight for freedom. For a free world. I really just wanted to do that. For us, for you, for me, for everybody in Hong Kong. And now I am stuck here. And you are worried to death. I’m so sorry. I just want to have my life back. I just want a normal dinner with you. Please forgive me. I’ve never realised how much I love you. Every night I’m scared they will beat me up, break my arms, smash me to pulp. I’m afraid they’ll put me in prison for ten years. Will you come and visit? Please forgive me. I just wanted freedom. I know it is silly now. They are so much stronger. It was so silly to think we could… My phone’s dead. Oh.. I’m sorry. I’ve anyways said what I wanted to say. I think there were about three hundred people watching. I want my life back. If you want we can find a charger and do it again. I’m going upstairs, I should sleep. Yes, do that. Be like water. Be like water? Zeg ik dat nu serieus? Tegen een student op het toilet die de tranen uit zijn ogen snikt? Be like water? * In de kantine vind ik een oplader, in de keuken een appel en een plastic beker instant noodles. Verscholen in de voorraadkast zitten drie studenten in een hoek. Ik ben moe. Ik heb geen zin meer. Ik weet niet wat ik moet. How are things outside? Wat een domme vraag. Natuurlijk zijn ze niet in mij geïnteresseerd. Zogenaamde journalist, eerder een misplaatste protest-toerist. Leeg kijken ze naar hun telefoon, maar niet zoals de gemiddelde telefoongebruiker leeg kijkt, anders leeg, uitzichtloos leeg, doods leeg. Het lichaam is een fragiel ding. Geef het een paar dagen niet te eten, ontneem het een paar dagen de slaap en alle kracht die er ooit in besloten lag is weg, als door een afvoerputje loopt het lichaam leeg. Ik zie het in de meisjes hier, ik zag het in de jongen op het toilet. Alle moraal is verdwenen. Van alle bravoure van een paar dagen terug is niets over. Met deze tieners ga je de oorlog niet winnen. Dat is het het plan van de popo: rustig wachten totdat het laatste beetje hoop uit de lichamen gelopen is, totdat de studenten met de handen om hoog naar buiten komen. Kopjes koffie zullen ze drinken, in diensten zullen ze elkaar aflossen totdat de studenten en masse van het balkon springen. Het is de popo om het even. Tien minuutjes telefoon-opladen en dan ga ik verder. Verder met wat precies weet ik niet. Verslag doen, I guess. Dat was het naïeve plan, tja. Hoe vaak heb ik mezelf niet het belang van naïviteit voorgehouden? Zonder naïviteit geen revolutie, dacht ik altijd, en kijk ons hier op de grond zitten. Het is moeilijk het hoofd omhoog te houden. Ik moet hier weer weg. Een stoomcursus volwassen worden hebben ze gehad, deze tieners, een stoomcursus gehuld in traangas. Rosa Luxemburg sprak honderd jaar geleden over de opstand als middel tot politieke bewustwording. Pas als je je beweegt, zei zij, realiseer je je aan welke ketenen je vastzit. Hier in Hongkong vind ik het levende bewijs van haar theorie, deze drie meisjes hebben hun ketenen gezien en nu kijken ze levenloos naar hun telefoon, als enige uitweg een bericht op Telegram. * 有出路 外 在物理實驗室 * Achter de nooduitgang van het scheikunde lab vind ik de drie studentes bij de bron van hun plotselinge energie: een put in de grond, verschenen op Telegram, nu een vluchtweg waar een bedwelmende lucht uit komt. De studentes twijfelen geen seconde, dit is de enige manier om voorbij de politielinie te komen: kruipend onder de grond, de zaklampen van hun telefoons staan al aan. Boven me cirkelt nog steeds een helikopter, een dikke spotlight beweegt over de campus. Naast de put zie ik met truien en T-shirts het woord SOS op de grond geschreven, de meters brede letters liggen er verlaten bij. Ik weet niets beters te doen en ook ik stap naar de put. Ik ga op de rand zitten en vind met mijn voeten de stalen trap. Langzaam laat ik mezelf naar beneden zakken. Binnen in de rioleringsschacht is de stank nog erger dan ik had verwacht, een penetrante lucht van rotte eieren en dood vlees trekt door mijn poriën mijn huid in. Dat de wereld er op twee meter onder de grond zo anders uit kan zien. De bestrating als een dun laagje civilisatie waaronder een donkere, helse wereld sluimert. Mos en schimmel bedekt de vochtige muren. Een dun stroompje water slingert door een verder dikke laag drek. Aan het eind van de schacht flikkeren de lichten van de telefoons van de meisjes. Is dit de juiste weg? Ik zet mijn voet in de blubber, een rat schiet tegen een schuine muur omhoog. Ik doe een paar passen meer. Hadden we niet beter eerst kunnen kijken waar we naartoe zouden moeten? Schijt en pis trekt in mijn schoenen en langs mijn broek omhoog. Wait! roep ik naar de verwijderende lichtjes. Zonder plan zijn we naar binnen gedoken. Jessie? schreeuw ik, waarom weet ik niet. Ik ben nu al mijn oriëntatie kwijt. Wat als de batterij van mijn telefoon het weer begeeft en ik hier alleen in deze schacht achter blijf? Ik begin sneller te lopen. Wat als mijn telefoon in het water valt? De lucht van dode kadavers dringt verder mijn lijf in. Ik heb nog 25% batterij. Dat zijn vijf, max tien minuten. Had ik godverdomme maar beter nagedacht voordat ik naar binnen ging. Ik had onderzoek moeten doen, hoe dom. Ik had op het internet een kaart van de riolering moeten zoeken. Ik had op zijn minst mijn telefoon goed op moeten laden voordat ik deze stinkende wereld in ging. Hoe diep moet men dalen om tot inzicht te komen? 18%, shit. Eindigen tussen rottende ratten, nee, dat kan niet * Ik ploeg me door de blubber, mijn telefoon schijnt me bij. Twee keer kom ik een zijgang tegen en twee keer ga ik rechtdoor, dat lijkt me het beste, vraag me niet waarom. In de verte zie ik drie schachten bij mekaar komen. Is dat een trap? Ik ren zowat, als ik niet bij iedere stap een voet diep in de drek zou zijn gezakt. 13%. Ja, het is een trap, ik zie stalen beugels zoals bij de ingang en ik spring de trap op. Dat had ik niet moeten doen: mijn telefoon glipt uit mijn hand en valt met een bedompte plomp in de drek. Kut! echo ik door de gangen. Pis druipt van mijn kleren naar beneden. Overal is het pikdonker. Wat nu? Ik zie niks, helemaal niks. Was dit het? Nooit meer zal ik een ander mens in de ogen kijken. Geen wolkje lucht zal ik nog zien. Ik zal hier in het donker moeten wachten totdat mijn lichaam me verlaat. En zelfs dan zal ik blijven liggen, blijven rotten tot ook de ratten genoeg van me hebben. Ik klim op de tast omhoog. Mijn schoenen zijn doorweekt en mijn broek is tot boven mijn knieën nat. Met mijn handen voel ik om mij heen, vooral nat beton. Of is dit het dak van de schacht? Met mijn ellenboog duw ik er tegen. Er gebeurt niks. Ik probeer met een hand te voelen waar ik ben. Is dit een ijzeren rand? Ik stap twee treden hoger en zet mijn rug tegen wat ik denk dat een deksel zou kunnen zijn. Ik duw mezelf omhoog en een straaltje lantarenlicht schiet naar binnen. Ja! Direct valt de deksel met een klap weer dicht. Licht! Ik duw de deksel nogmaals weg en frisse lucht stroomt mijn gezicht binnen. De wereld! Ik draai mijn hoofd omhoog en zie autobanden en wagens. De wereld, zij is er nog! Mijn vreugde is van korte duur. Een hand grijpt me in mijn nek en rukt me omhoog: het is de popo. Press!, roep ik als in een reflex, maar ik heb geen schijn van kans. Midden in de nacht en onder de derrie kom ik een put uit gekropen. Godverdomme. Gedrieën staan ze om me heen, te lachen, de popo. Een van de agenten duwt me op mijn knieën, de andere twee pakken ieder een arm. Behendig draaien ze mijn armen op mijn rug en binden er twee tie-wraps omheen. Dat hebben ze vaker gedaan. Ik heb nog geen minuut mijn leven terug of ik ben al geboeid. Ga jij maar naar die fontein daar, gebaart een van de agenten. Met mijn handen op mijn rug stap ik de koude fontein in. Met mijn ene been probeer ik mijn andere schoon te maken. Waarom weet ik niet. Een van de agenten pakt zijn telefoon en begint me te filmen, de anderen lachen nog harder dan ze al deden. Ik kan wel janken. Het water is ijzig koud. Ik ben moe. Ik ben zo fucking moe. Het beetje energie dat ik in de rioleringsschacht nog had lijkt de fontein in te stromen. I want to speak to my lawyer, stamel ik. De telefoon van de agent blijft filmen. Kijk nu toch, een witte Europeaan, eind-twintig, met pershesje om de schouders en handen op de rug gebonden, midden in een fontein de stront van zijn broek te wassen. Nu ben ik munitie. Een van de agenten denkt als ware regisseur het filmpje een mooi einde geven en duwt me omver. Voorover val ik in het koude water. Mijn hoofd gaat direct onder. Ik kan geen kant op. Ik kom amper overeind. Ik ril over mijn hele lijf. Ondertussen blijven ze maar lachen, en filmen. Filmen en lachen, de popo. * Achterin de arrestantenbus zitten negen andere verkleumden, iedereen trilt de beenderen van het lijf. Niemand, werkelijk niemand weet dat wij hier nu afgevoerd worden. Tegenover me slaapt een jonge jongen, ik denk een jaar op vijftien, of is hij bewusteloos? Buiten hoor ik de drie meisjes gillen, ook zij zijn de fontein in gegooid. Ik probeer te zien wat er gebeurt, maar de deuren gaan dicht en weg rijden we. Hongkong trekt voorbij. Het zal een uur of drie ’s nachts zijn, van een opkomende zon is geen enkele sprake. De bestuurder van de bus heeft de sirene uitgezet, hij stopt zowaar voor een stoplicht. Door de achterruit zie ik wat Jessie had voorspeld, een team mannen en vrouwen met plastic handschoenen boent graffiti van een muur: All day and all night, we are gonna… Ze zijn achteraan de zin begonnen en de angel is na één woord al uit de tekst gehaald. Op straat veegt een schoonmaakwagen stenen en paraplu’s bij mekaar, een vrachtwagen met grijparm komt aangereden. Deze opstand wordt in de kiem gesmoord. Met wortel en al wordt zij uit de grond gerukt en afgevoerd. De jongens om mij heen kijken verslagen voor zich uit, de gasmaskers en mondkapjes zijn van de gezichten gerukt. Bij een van de jongens komt het bloed uit het oog. Where are we going?, fluister ik naar mijn buurman, maar ik mompel het zo zachtjes dat hij me niet hoort. Ik ben by far de oudste hier. Where are we going?, probeer ik nogmaals, maar mijn woorden klinken nu nog lozer, nog leger. Een halve dag geleden zat ik nog aan de ramen, de avond daarvoor had ik met het thuisfront gebeld en nu zit ik in een arrestantenbus. Zou ik dit verhaal ooit na kunnen vertellen? Tranen glijden over mijn wangen. Zou ik verslag kunnen doen zoals Jessie me op het hart had gedrukt? O wat was ik naïef, in mijn nieuwsgierig naar de nabije toekomst van de oh zo grote wereld. Thuis vanuit mijn stoel voor het raam had ik nagedacht over het surveillance kapitalisme van Big Tech. Samen met mijn geliefde had ik gediscussieerd over de hernieuwde opkomst van extreem rechts. We spraken over een wereld die steeds guurder werd. Paul had het gehad over de strijd tegen de olie giganten en nu is het allemaal eindeloos ver weg en eindeloos onzinnig. Een futiliteit. Mijn leven. Als een ballon liep ik leeg. * Naast onze bus stonden nog meer politiewagens, het was haast een kampement. Tussen twee hekken liep een spoor van jongens en meisje met gebogen hoofden achter elkaar aan. Met een stok werd ik in mijn rug geprikt. Ik haakte in. De tie-wraps om mijn handen deden pijn, mijn natte kleren schuurden aan de binnenkant van mijn dijen. Een meisje zakte huilend door de knieën. Twee agenten trokken haar omhoog en duwden haar terug de rij in. Een jongen, zowaar zonder boeien, sloeg zijn arm om haar heen en nam haar mee. Nadat we weer een hek door gingen werd het me duidelijk waar we waren. Als ware conducteurs stonden de agenten bij de entree. Een kind, werkelijk, probeerde tussen twee treindelen door te klimmen, maar kreeg een kogel in de rug. Misschien niet eens het slechtste idee, dacht ik. Binnen waren de ramen geblindeerd. Ik struikelde over wat een mens moet zijn geweest. Een agent riep iets dat ik niet verstond. De deuren gingen dicht. Hello? zei ik in de hoop contact te maken. Hello? Please…, reageerde een meisje snikkend, please... Vanuit een andere wagon hoorde ik geschreeuw. Where are we going? probeerde ik voor de zoveelste keer. Mainland China, zei een stem naast me. Please…, klonk het meisjes nogmaals, please... * Zeker vijf uur reden we over het spoor. Licht werd het niet. Iedereen was muisstil. Het enige dat we hoorden was een zacht gesnik en het ritmische getik van het spoor. Write about it, spookte het door mijn hoofd. Show the people. En verder reden we. * (Opdat wij zien, opdat wij schrijven.) Download issue #030 as a pdf Or check it out on Issuu
Issue #030 Published: 11-05-2020 // Written by: Gabrielle Fradin
For Sama, the gripping journey of a young family resisting in the last hospital of Eastern Aleppo
For Sama tells the story of Waad al-Kateab, a young Syrian journalist, resigned to stay in rebel-held Eastern Aleppo. Through Waad’s eyes – the documentary is a collection of clips she filmed over the years of the Battle of Aleppo, we discover the daily life of civilians in a city under siege by Russian-backed Assad forces. Starting in 2011 at university, Waad first films what looked like a student uprising, calling for democracy and the fall of Assad’s regime. Then, we witness with her the decent of Aleppo into the abyss of an indiscriminate civil war. As violence increases, she finds herself filming in one of the last working hospitals of Eastern Aleppo. She documents the daily life of doctors, nurses and patients in the midst of constant attacks on civilians. As she falls in love and marries the head doctor of the hospital, the documentary turns into an intimist portrait of a young couple starting a family in an ever-reducing Eastern Aleppo. We discover the enduring internal conflict posed by the birth of her daughter, Sama, as she finds herself torn between resisting for her democratic ideals and protecting her new-born child. With the backdrop of the shocking and brutal reality of a civil war, we discover the family’s daily life rhythmed by Russian bombings, nurturing their daughter and death, tearing local families apart. Amongst the gruesome, heart-tearing scenes that made up their day-to-day life at the hospital, Waad manages to poetically capture moments of laughter, love and companionship that bonds residents and the resilient hospital staff together. Indeed, Waad skillfully manages to take us from scenes depicting extraordinary brutality, to light hearted, almost ordinary moments. For Sama ends in 2016 as Waad and her family are forced to flee Aleppo. Nevertheless, the fight is still going on. Actually, if anything, this documentary is not a retrospective into Syrian-state war crimes, it is the depiction of a continuing reality for 4 million civilians (according to the Middle East Monitor) in Idlib, where Syrian and Russian forces are relentlessly bombing the last rebel stronghold in the whole of the country. Download issue #030 as a pdf Or check it out on Issuu
Issue #030 Published: 11-05-2020 // Written by: Alice Mechoulam
Touching culture in a post-pandemic world - a reflection
I miss bars, crowded concerts, dance clubs, and even sometimes University. But in these hard and weird times, the lack of physical contact is the thing that I most struggle to adapt to. From the start of what felt like an episode of Black Mirror, observing this shift in our culture of touching has brought me to many reflections. How do people cope with this lack of physical touch? Once this is all over, in a post-pandemic world, are people going to be afraid to touch one another? One morning I stumbled across a very interesting “Op-Art” illustration by Kristen Radtke in the New York Times. It was called “What do we lose when we stop touching each other?” The writers/illustrator talks about touch not as something we want but as something we need. This triggered my curiosity. I researched and learned that physical touch, such as a simple hug, greatly contributes to our physical and mental health. I now know that physical touch triggers: oxytocin; the “love hormone” serotonin; a natural antidepressant; and dopamine, the pleasure chemical. It also contributes to reducing feelings of social exclusion and loneliness. Through this illustration I discovered the concept of “skin hunger”, the idea that we desire being touched, that we have a need that brings us to touch others, and that when we don’t fulfill this desire our skin literally “starves.” “But in a pandemic, the very thing we’re biologically programmed to need is also what can harm us most,” says Radtke. Proximity and touch are forbidden in order to avoid spreading virus. WASH YOUR HANDS, don’t gather with friends or family, practice “social distancing.” How do we greet each other in these situations? “Let’s touch our elbow instead of kissing or hugging!” How do we show affection towards our loved ones? “Let’s ‘hug’ from a 1,5 meters distance instead!” With time, what at first seemed like funny new habits made me think that this might be something we’ll get used to doing, that even when this crisis ends these habits may remain in our individual cultural interactions. I know that social distancing is what we need to do in order to protect others and ourselves, but, personally, it is also the hardest thing for me to accept in my everyday life. Many picture the end of this crisis as an epic event. They imagine that we will break free onto the streets, singing, dancing, hugging each other like we never did before. But there are other post-pandemic scenarios. We might be afraid to touch, and people are going to be so used to meeting virtually that they will not see the point in going back to how it was before. Perhaps technology will replace direct human contact even more than before. These fears - they’re fears to me - go through my mind every day. Will we be afraid of touching one another? Will we freak out as soon as a stranger in the street accidently bumps against our shoulder? I hope not, but this crisis may have enormous consequences on our behaviour. In an essay, French philosopher Roland Barthes cites a buddhist koan, or short story: “the master keeps the head of the disciple under water, for a long, long time; little by little the bubbles become scarce; at the last moment, the master takes the disciple out, reanimating him: when you will have desidered the truth as much as you desired the air, then you will know what it is.” This quote gave me hope. It made me think that the absence of physical touch might allow us to reconstitute the true meaning and value of receiving and giving physical affection. As it is in our nature, even in the worst case post-pandemic scenario, with time we will find our way back to how it was before. Or even better than it was before, appreciating every single hug, every little human touch, even from a stranger. In the meantime, my advice for people who are self isolating: hold onto the importance of physical touch through other means. Take long, warm showers (or a bath, if you have one), wrap yourself in cozy blankets, hold on to your pet. Call your loved ones often, and when you’re in the position to see them regularly, remember how much you needed their touch when you couldn’t have it. Download issue #030 as a pdf Or check it out on Issuu Photo: Alain Curvers
Issue #030 Published: 11-05-2020 // Written by: Sofia Bifulco
Covid-19 as a Chance?! Participatory Podcast Project
In an attempt to make sense of the current situation in a positive spirit, the Participatory Podcast Team (four students that decided to stay anonymous) gave life to a platform through which to share experiences and reflections. The hosts set a weekly topic, and people can submit their thoughts on that subject, as a recording, in any language they like. Each week one chapter will be released with a plethora of different voices from all around the world, and the topic for the next week is announced. The Participatory Podcast Project is the result of the joint efforts and creative ideas of young people that like to think about this dreadful historical moment with a pinch of optimism, and in terms of opportunity. Indeed, this unique moment is offering us time: time to reflect critically and find our own answers. With this in mind, the creators of the project aim to spark critical thinking and transcend standard narratives by traveling around the world hearing empowering answers to stimulating questions. As one of the creators says, “every story is worth being told,” and diversity is the key. The idea is that different answers to the topics will generate a multifaceted reflection on practical and emotional thoughts. We hope to hear from individuals with a community perspective, and to let different voices draw a picture of how society is coping with the Covid-19 crisis, and how we can see it as a window of opportunities for redesigning society. By giving a space for everyone to speak and inspire each other, the Participatory Podcast Project represents  a collective attempt to imagine a positive end to this crisis. And, in the meantime, it creates virtual, heart-warming bonds between physically isolated people. To listen and subscribe on Spotify or via your favourite platform, follow this link: anchor.fm/participatorypodcast or go to: www.facebook.com/theparticipatorypodcastproject/?modal=admin_todo_tour Download issue #030 as a pdf Or check it out on Issuu
Issue #030 Published: 11-05-2020 // Written by: Iris Kok
#nietmijnschuld
Het zijn rare tijden en er zijn veel zorgen met name over geld. Sinds kort ben ik aangesloten bij de beweging van #nietmijnschuld en wij wilden ook voordat de Corona-crisis er was, het leenstelsel afschaffen en de basisbeurs weer terug invoeren. Nu wordt er door de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (Ingrid van Engelshoven, D66) gesuggereerd dat studenten die nu in financiële problemen komen dat zij meer geld kunnen bijlenen via DUO. Wat hierbij vergeten wordt is dat sinds de invoering van het leenstelsel studenten alleen maar meer afhankelijk zijn geworden van extra inkomsten uit (bij)banen. Naar schatting werken studenten gemiddeld 17 uur per week. Wie dus dit werk nu niet meer heeft en geen steun krijgt van zijn of haar werkgever via NOW wordt nu gedwongen meer te lenen, als dat nog kan, en een grotere studieschuld op te moeten bouwen! Meer lenen is dus niet de oplossing! Het biedt geen oplossing aan de studenten die nu ontslagen zijn of niet worden ingezet en-/of voor wie al maximaal leenden. En vergeet niet dat deze studieschuld moet worden terugbetaald en er wordt naar gekeken als iemand een hypotheek wilt regelen. Er zaten al consequenties aan het hebben van een studieschuld en als deze nog hoger wordt door de problemen die Corona heeft veroorzaakt dan zijn er nog meer studenten die in de toekomst door deze studieschuld worden achtervolgd. #nietmijnschuld is een beweging van FNV Young & United en Landelijke Studenten Vakbond (LSVb) en eist 3 dingen. 1) herinvoering van de basisbeurs  2) compensatie voor de jongeren die nu vallen onder dit mislukte leenstelsel en 3) geld voor onderwijs. Dit houdt in dat de middelen voor de basisbeurs niet uit de onderwijsbegroting komen of een verkapte bezuiniging op bijv. de OV-kaart. Er is een petitie die je kunt ondertekenen om deze beweging te steunen of je kan je inzetten als vrijwilliger in bijvoorbeeld het campagneteam! Dit is de algemene website in het Nederlands, binnenkort komt hier ook een Engelse variant van. https://nietmijnschuld.nl This is the website in English regarding the Corona virus and your rights and can sign up for more information: https://nietmijnschuld.nl/en-US/corona Download issue #030 as a pdf Or check it out on Issuu Illustratie: Daan van Bommel
Issue #030 Published: 11-05-2020 // Written by: Jaap Draaisma
De alternatieve podia in corona tijd // The alternative venues in times of corona
De Amsterdamse alternatieve wereld is in zijn fysieke vorm tijdelijk gesloten. Niet opgelegd door een wrede dictatuur maar door een besmettelijk en zeer gevaarlijk virus dat de wereld in zijn greep heeft. We hebben een aantal panden gesproken over de huidige situatie en de mogelijke gevolgen van deze crisis voor hun pand/organisatie. 1. Everybody still healthy? OCCII:“Voor zover we weten is iedereen gezond en niet ernstig getroffen.’ Cavia: ‘Everybody healthy’ OT301: ‘Iedereen gezond.’ Vondelbunker: ‘Jazeker, gezond. Zowel fysiek als mentaal.’    Cinetol: ‘Gelukkig is iedereen op dit moment nog gezond.’ Mike’s Badhuistheater: ‘We think so.’ Plantage Dok: ‘Geen corona voor zover bekend, wel wat zieken.’ 2. Community How do you stay in contact with your visitors, artists, volunteers and colleagues? Are you busy with online events or waiting to open your doors again? OCCII: ‘We proberen zoveel mogelijk in contact het blijven maar iedereen heeft een behoorlijke klap gekregen.’ Nieuwe Anita: ‘Een beetje klussen, contact houden via mail en app, dat is wat we nu doen. Heel af en toe spreken we af in DNA, wat we nu liefkozend Zwitserland hebben genoemd, als neutraal terrein.’ Ruigoord: ‘Wij hebben een Nieuwsbrief rondgestuurd naar alle vrienden van Ruigoord.’ OT301: ‘Als eerste hebben we iedereen benaderd die in de voorverkoop een kaartje voor een van de geplande events had gekocht en een refund aangeboden.’ Vondelbunker: ‘Er wordt nog minstens iedere week een heads up gedaan in de groep-signal (communicatie app). Onderling worden initiatieven zoals livestreams gedeeld van andere underground organisaties en van die support your locals playlists.’ 3. Programming Will you re-schedule what has been cancelled or concentrate on new things? OCCII: ‘We proberen te schuiven maar de verwachting is dat het nog een hele tijd zal duren voordat internationale bands weer gaan touren. Wellicht zullen we ons daarom meer op de lokale scene gaan richten.’ Cavia: ‘Everything cancelled. Some we can do later, but for instance Q&A’s with filmmakers are almost impossible to re-program.’ Nieuwe Anita: ‘Omdat we al bezig waren met het programma voor na de zomer, kunnen we niet alles verplaatsen en komt het meeste eigenlijk gewoon te vervallen.’ Plein Theater: ‘We willen na de close down zoveel mogelijk programmering gaan herplaatsen. Dat zou moeten kunnen omdat we onze agenda meestal maar een paar maanden vooruit programmeren.’ Ruigoord: ‘Alle evenementen tot 1 juni zijn afgelast. Hoe het leven op Ruigoord er na 1 juni eruit zal zien weet niemand.’ OT301: ‘We hebben alles gecancelled in onze publieke ruimtes. Concertzaal, bioscoop, galerie, veganistische keuken en de ruimtes waar classes en workshops worden gegeven zijn allemaal dicht. Voor het post corona tijdperk denken we vooral na over nieuwe experimenten, nieuwe concepten, nieuwe combinaties etc. Deze gedwongen lock down biedt ons de kans voor evaluatie en implementatie van nieuwe structuren en concepten.’ Vondelbunker: ‘Wij overleggen met alle betrokkenen over doorschuiven of cancellen. Ik heb zelf al mijn avonden doorgeschoven naar later dit jaar’ Cinetol: ‘Wij hebben zeker zo’n 50 a 60 concerten moeten verplaatsen of cancellen. We proberen zoveel mogelijk te verschuiven naar het najaar.’ Mike’s Badhuistheater: ‘Cancelled everything until September. We try to move the program and also work on the program for after the corona crisis.’ Plantage Dok: ‘De Dokhuis galerie is dicht. Geen activiteiten in de Dokzaal. Vegan Assassins koken voor Take Away. Vokomokum gaat vanaf eind april een aangepaste voedselcoop organiseren, met speciaal protocol. Mike’s Badhuistheater: ‘We have very positve contact with our artists, the theatre people. Everybody is extremely busy, more busy than ever.’ 4. Contact How do you stay in contact with members, volunteers, crew, visitors, followers? OCCII: ‘We proberen via social media berichten, muziek en artikelen te delen. Maar ook over onze benauwde situatie. We denken ook na over een fysieke boodschap, die we kunnen uitdragen via ons pand.’ Cavia: ‘Planning for an extensive summer period to cope with the loss through outdoor screenings for our community. We are planning to offer free screenings online with accompanying programmer talks and reading material, starting soon.’ Nieuwe Anita: ‘Wij hebben besloten om geen online programma te maken.Het aanbod is zo groot dat wij denken dat niemand zit te wachten op beelden van een lege Anita.’ Plein Theater: ‘In de eerste week hebben we de betalingen snel afgerond zodat niemand in de problemen kwam thuis. Persoonlijk denk ik dat een pas op de plaats, en even terugtrekken best goed is. Zodra de samenleving weer normaliseert heeft de creatieve sector genoeg ideeën en materiaal om de ruimten weer op te vullen. Dat is het mooie van deze sector en daarom moet iedereen vooral vertrouwen in zichzelf houden.’ OT301: ‘We zijn net begonnen met de streaming van events. Content wordt verzorgd door kunstenaars, muzikanten en dansers uit de OT301. Verder houden we vooral contact via social media.’ Vondelbunker: ‘Wij hebben niet echt initiatieven opgezet om in contact te zijn met ons publiek, maar er is nu een kleine Facebook-post in de maak hiervoor.’ Cinetol: ‘Binnen Cinetol zijn er tal van ideeen om online initiatieven op te zetten, maar de waarde hiervan is nog niet helemaal duidelijk. Ook vanuit artiesten en bands komen er ideeën binnen.’ 5. Damage Do you already know how this crisis is going to effect you financially? Will you survive? OCCII: ‘De schade is behoorlijk. Dit is een enorme klap. Hoe erg het ons financieel treft is nog slecht te overzien. De €4.000 financiële steun vanuit de overheid lijkt door een bureaucratische regel voor ons niet mogelijk. Gelukkig zijn onze maandlasten relatief laag omdat we voornamelijk op vrijwilligers draaien en we huren van vereniging Binnenpret.’ Cavia: ‘As Cavia is a volunteer run cinema, not only do we lose money for not being able to sell tickets and have our bar closed but also our cinema community loses a place to come by and rest their head in stormy weathers from everyday life in this city. We will do our best but as many places running on minimal budgets and holding up the fire of cultural diversity, we need mutual solidarity and helping hands to keep ongoing. The local government needs to take measures to safeguard this though, otherwise you can count that the large institutions will hold a monopoly and higher prices to see culture will exclude lower earners.’ Nieuwe Anita: ‘Het is afwachten of wij het overleven. Wij hebben veel geluk dat we in een pand zitten wat zelfstandig beheerd wordt door een stichting, zodoende zitten we even niet met huurlasten. Ondertussen sijpelt het inkomens probleem natuurlijk door in alle lagen van de bevolking, en worden mensen onrustig van het thuiszitten.’ OT301: ‘De schade zal vooral afhangen van hoe lang deze situatie gaat duren. We hebben veel publieke functies die allemaal plat liggen en geen inkomsten genereren. Het zal een ingewikkelde puzzel worden maar ik hoop dat we elkaar zullen steunen om er samen doorheen te komen.’ Vondelbunker: ‘Wij zijn levensvatbaar tot juni doordat we een kleine buffer hebben opgebouwd. Over eventuele regelingen met betrekking op huurkorting zijn we in gesprek. Ik heb er vertrouwen in dat onze scene flexibel genoeg is om dit langer vol te kunnen houden en met alternatieven te komen om toch de benodigde bedragen binnen te halen en het pand levend te houden.’ Cinetol: ‘De schade is aanzienlijk, maar de verschillende regelingen zullen ons de komende maanden wel helpen overleven. We maken ons meer zorgen over de maanden daarna. Kunnen we dan weer concerten en andere evenementen organiseren? Blijven bezoekers weg? Hoe zit de horeca eruit in de toekomst?’ Mike’s Badhuistheater: ‘Our damage is about €6500 per month. That are our fixed costs, which are not covered now. We need a single grant of 36 thousand euro’s so that we can re-open in Septemer. On April 10th we started an online petition to ask alderman Touria Meliani to support us. Support Mike’s Badhuistheater in Amsterdam op change.org Plantage Dok: ‘Per maand een verlies van ruim €5000 door het wegvallen van de ‘losse’ verhuur, plus een nog onbekend bedrag door de financiele problemen van onze vaste huurders plus een aanzienlijk verlies omdat het gastatelier niet meer verhuurd wordt.’ 6. Arangements Will you apply for the emergency deals of the government? OCCII: ‘We doen ons best om ondersteuning te vinden zodat we post-corona weer de deur kunnen openen.’ Cavia: ‘Yes, at an institutional level we will survive. The damage is higher than the support though, as these payments are limited to time and amount. Once someone told us being a volunteer is a matter of privileges. We can say it is a matter of love. After the restrictions for the outbreak of covid-19 volunteering will be more difficult for many of us, who will have to work extra to be able to recover and pay debts.’ Nieuwe Anita: ‘Zeer zeker maken we daar gebruik van!’ Plein Theater: ‘Wij gaan zeker gebruik maken van de noodfondsen.’ Ruigoord: ‘Veel kunstenaars hebben van de ene op de andere dag geen inkomen meer. De tegemoetkomingen en noodfondsen die kunstenaars en culturele ondernemers kunnen aanvragen zijn beperkt of ze zijn al overvraagd.’ OT301: ‘Gaan we zeker proberen. Er is weinig ervaring mee maar dat zal ons niet tegen houden om alle opties te checken.’ Vondelbunker: ‘Nee, wij zijn een groep vrijwilligers en gaan geen gebruik maken van een regeling van de overheid.’ Cinetol: ‘Het lukt aardig om van de noodregelingen gebruik te maken, hoewel er voor de culturele sector nog niet een duidelijke lijn is die voor iedereen gaat gelden.’ Mike’s Badhuistheater: ‘We will use the emergency scheme’s of the government.’ Plantage Dok: ‘Doen we niet als pand; wellicht huurders individueel wel.’ 7.  The future Do you talk/think about a possible new social situation after corona? OCCII: ‘Dit is voor ons nog geen onderwerp van gesprek geweest in deze fase van de crisis en het feit dat het lastig communiceren is met een grotere groep op afstand.’ Cavia: ‘This situation is already changing our lives as they are, social confinement has an authoritarian effect as well.  To what extent us and our surroundings will change we will see. Step by step but never stop while staying sane.’ Nieuwe Anita: ‘Ik hoop dat mensen zich realiseren dat de prioriteiten van onze maatschappij toch wel een beetje verkeerd lagen. En kijk het milieu eens opknappen! Ik hoop serieus dat we wat minder gaan vliegen en lukraak apparaten kopen, in de auto stappen, eten weg gooien. Bewustwording hoop ik ergens terug te zien. Maar dat is misschien wel wat hoog gegrepen. Misschien dat een beetje zachtheid, tolerantie, empathie er wel uitgesleept kan worden. Hoewel ik ook genoeg mensenkennis heb om daar een hard hoofd in te hebben.’ OT301: ‘In het collectief is deze discussie nog niet op gang gekomen. Er wordt vooral naar de financiële gevolgen gekeken op het moment. Eerst overleven, dan verder.’ Vondelbunker: ‘We praten er niet over, dit zijn face to face onderwerpen die we liever zouden bespreken als we weer samen mogen zijn.’ Cinetol: ‘We filosoferen en dromen hier zeker over. Het voelt alsof nu alles bevroren is, een soort ijstijd. Hoe we eruit gaan komen staat nog niet vast, er zijn nog heel veel onzekerheden. We moeten ons aanpassen en inspelen op wat gaat komen.’ Huur betalen? Panden in collectief eigendom (o.a. Plantage Dok, OT301 OCCII, Nieuwe Anita) hebben meestal een hypotheek lopen bij de Triodos bank. De Triodos bank is bereid de afbetaling op te schorten, de rente betaling gaat echter gewoon door. Zowel banken als grote verhuurders (gemeente, woningcorporaties) hebben aangegeven ‘voorlopig’ niet tot incasso en dergelijke over te  gaan. In veel panden is de discussie: huur verlagen, huur opschorten of huur kwijtschelden. Al of niet na aanvraag. Stilte voor de storm? Wat opvalt uit de antwoorden is dat tot nu toe, de alternatieve scene nog vrij stil is. Iedereen is de schade aan het opnemen en beraad zich op verdere stappen. Enkele initiatieven zoals de outdoor filmscreenings van Cavia en de petitie van Mike’s Badhuistheater vallen op, maar het overige moet nog op gang komen. Noodfonds voor de Amsterdamse Alternatieve Podia? Kunnen we een noodfonds opzetten voor de podia die het zwaarst getroffen zijn? En om elkaar te helpen om straks weer goed op gang te komen? Het is een gezamenlijk probleem en dat roept om een gezamenlijke oplossing. Elke plek is anders: sommigen hebben een reserve of buffer waardoor ze nog wel wat kunnen opvangen. Anderen kunnen een beroep doen op de overheid of een achterban waar geld zit. Laten we voorkomen dat er alternatieve podia moeten sluiten en bekijken hoe we elkaar kunnen helpen. Download issue #030 as a pdf Or check it out on Issuu Photo: ADM in Paradiso: Ain’t Nobody Gonna Dodo Us, by Susana Martins
Issue #030 Published: 11-05-2020 // Written by: Menno Grootveld
Wereldbrand
Website Sinds het begin van de coronacrisis en de lockdowns in Nederland en andere landen worden op Wereldbrand (www.wereldbrand.nl) de interessantste stukken uit de internationale media over de crisis en de nasleep daarvan in vertaling gepubliceerd. Op de site staan inmiddels een stuk of twintig stukken van onder meer de filosofen Giorgio Agamben, Slavoj Zizek, Bruno Latour en Achille Mbembe, en van auteurs als Mike Davis, Evgeny Morozov en Mariana Mazzucato. Sommige stukken worden doorgeplaatst op de website van de Groene Amsterdammer. Youtube kanaal Aan Wereldbrand wordt binnenkort een video-kanaal op YouTube toegevoegd, waarop wekelijks een talkshow zal worden uitgezonden met vertegenwoordigers van een twintigtal organisaties en clubs die zich achter het initiatief #beternacoronaNL hebben geschaard. #beternacoronaNL is de Nederlandse pendant van #beternacoronaBE van een elftal Vlaamse organisaties en media, zoals DeWereldmorgen en MO.be. Zie voor het Vlaamse manifest https://www.mo.be/dossiers/beternacorona Zodra bekend is waar en wanneer de uitzendingen van start zullen gaan, wordt dat bekendgemaakt op www.wereldbrand.nl Fossiele reclame Een van de onderwerpen die in de eerste uitzending van Wereldbrand TV zeker aan de orde zal komen, is de brief die 51 organisaties aan de Amsterdamse wethouder Marieke van Doorninck hebben geschreven. In de brief wordt haar gevraagd voortaan alle reclame in Amsterdam te verbieden die gerelateerd kan worden aan de fossielebrandstofindustrie. Dus geen misleidende “greenwashing”-campagnes meer van grote vervuilers als olieconcern Shell, waarin deze bedrijven pretenderen het streven naar een groenere en duurzame wereld te hebben omarmd. De tekst van de brief is te vinden op https://docs.google.com/document/d/1t_HkdT2uqzI0_CiLnhw1QeBpCLgMZ0Uyq81_WE3k1cw/edit Deze actie maakt deel uit van een breder initiatief voor een landelijk verbod op “fossiele reclame,” waarover alle info te vinden is op https://verbiedfossielereclame.nl/ Download issue #030 as a pdf Or check it out on Issuu
Issue #030 Published: 11-05-2020 // Written by: Fabian Sattel
The Royal Dutch Shell and Environmental Racism
Does climate change affect all of us? Yes indeed. But never all of us in the same way. And while most European climate activists are concerned with ‘the future of all of us’, they forget that for some people climate change is -and has been- an issue for quite some time. And guess what, the people hit hardest are probably not the ones reading this article right now. The concept of environmental racism was coined in the United States of the early 1980’s. First used by activists, the term was quickly adopted by scholars and researchers from various disciplines including geography, sociology and law which produced a pile of studies confirming the unequal distribution of environmental pollution burdens between different groups of people with “race” being the strongest determent. Environmental racism, hence, is any practice leading to different environmental impact of groups or individuals based on “race“. Environmental justice is the name of a movement that evolved in response to those findings, stressing that communities of colour and poor communities are under far greater risk of being negatively impacted by environmental risks. Activists of the environmental justice movement deny class or race neutrality by stating that specific social groups are hit harder by the environmental and climate policies other groups gain benefits from.  But environmental racism not only refers to the unequal dispersion of environmental disadvantages but also to the underlying systemic structures causing those inequalities.  Examination of global and transnational patterns of environmental injustice show clearly that export of polluting industries and waste goes by far more often into countries that were former colonies. Furthermore, the change of the global climate brings a whole other dimension into environmental justice given the disparity between the global north and the global south in having impact on climate change and being affected by its consequences.   Climate Justice is a term inspired by the environmental justice movement. Just as environmental hazards fall unequally on different people along the lines of race, class, and gender, so do the impacts of climate-related weather events.  The Royal Dutch Shell is the world’s number 9 of companies emitting the most greenhouse gases, making it a significant actor when it comes to exerting slow violence. People all over the world that are facing consequences of climate change such as droughts, rising sea levels or extreme weather situations are impacted by the economic actions of Shell. It is important to emphasise, especially given the infamous colonial history of the Netherlands, that those people predominantly live in countries that struggled against European colonialism.  A current case of environmental injustice in which Shell is directly involved in is the struggle of the Wet’suwet’en against a gas pipeline that is planned to be built on their land. Shell is involved with 40% of the project’s capital. The project ignores the UN declaration on the rights of indigenous people and is backed by Canadian state power, resulting in protestors facing arrest. Shell is not only involved in the pipeline and thus prioritising economic profit over UN declarations and environmental issues, they also state the project would receive “support from local communities, First Nations and the Canadian government” despite the disagreement with the project of the Wet’suwet’en. By fighting Shell, we stand in solidarity with the Wet’suwet’en and other indigenous groups struggling against environmental racism around the globe. Two years ago, Code Rood supported the local communities in Groningen, the Netherland’s poorest region, which were hit by several earthquakes caused by the extraction of gas by Shell. Despite not being racialised the communities there still suffered from environmental injustice as their voices were not heard in the public due to their socioeconomic status.  This is not an accusation of Shell employees - many of the people who work for Shell are well-meaning workers who just want to do a good job. However, the colonial roots of the company show that their climate denial policies are not their only faux-pas.  After this long expose of the environmental justice movement, the reality of climate racism, and the unique position of the Netherlands with its infamous colonial history, now is of course the question: what should be done? Many people are concerned about climate breakdown. However, they do not see how they can have influence on something so big, abstract, and threatening. Although some change their diets or feel guilty when going abroad, many feel that, faced with the biggest existential crisis humanity has faced this far, their reactions fall short. And of course we do - not because we don’t change enough in our individual lives, but because we don’t take collective action. It’s up to us to demand and create broad change. Not by changing our individual meal plan, but by coming together and refusing to accept climate criminals polluting our planet. On the 21st of March, there will be an anti-racism demonstration, in Amsterdam. This is the perfect day for climate activists to show they are not only concerned about their future, but also about the lives of the many people already suffering from the disastrous choices of fossil fuel companies. Afterwards, there is a talk at the Bollox about Climate Racism and the Shell Must Fall Campaign. Check the complete new issue of Amsterdam Alternative also on Issuu. https://issuu.com/amsterdamalternative