Article index
Latest articles
Issue #020 Published: 15-10-2018 // Written by: M. Andem
Amsterdam Alternative Dance Event
Op Woensdag 17 Oktober organiseren we de eerste editie van het Amsterdam Alternative Dance Event. Zoals de naam al doet vermoeden is de avond tijdens het ADE festival dat van 17 tm 21 oktober onze stad weer in zijn greep zal nemen. Het leek ons een goed idee om tijdens dit welbekende commerciële festival met een eigenwijze tegenhanger te komen. Dus naast ADEV is er vanaf dit jaar ook een AADE. Voor deze eerste editie hebben we een fantastische line up weten te regelen. We zijn vereerd en dankbaar dat deze Amsterdamse artiesten kosteloos voor ons wil komen spelen. Al het entree geld zal naar de krant gaan en daarmee dus bijdragen aan de kosten van het drukken van onze twee maandelijkse gratis krant. Neem dus al je vrienden mee zodat we er samen een bijzondere avond van kunnen maken. Hieronder korte stukjes over de artiesten. DJ MARCELLE / ANOTHER NICE MESS De meest logische openingsvraag voor een DJ is een cliché vraag maar ik stel hem toch omdat het een relevante vraag is. Waarom ben je ooit begonnen met DJ’en? In 1977 werd ik op zeer jonge leeftijd geïnfecteerd met het punk- en dubvirus. Meteen vanaf het begin had ik de behoefte om die spannende muziek te delen met anderen, om te laten zien en horen dat er zoveel goede en waarachtige muziek gemaakt wordt die weinig mensen kennen. Dat gevoel heb ik nog steeds. Ik begon met plaatjes draaien op piraten radio stations, en af en toe in clubs. Radioshows maak ik nog steeds, nu onder andere op DFM en Red Light Radio en sinds een jaar of vijftien draai ik ‘professioneel’ in clubs, galeries en festivals. Je bent niet alleen DJ maar produceert ook zelf muziek. Dat doe jij op een andere manier dan de meeste mensen. Kun je dat toelichten? Mijn mixstijl, met drie draaitafels platen door elkaar draaien is voor mij altijd een vorm van muziek maken geweest. Dat werd zo’n tien jaar geleden onder andere onderkend door Hans-Joachim Irmler.  Hij was eind jaren zestig een van de oprichters van de Duitse avant-garde band Faust. Hij stelde voor om mijn ‘mix composities’ op vinyl uit te brengen. Sindsdien zijn er vier dubbel LP’s op zijn label Klangbad verschenen. In 2014 werd het label door een drietal mensen overgenomen. Ze gooiden mij van het label omdat ze me in mijn artistieke vrijheid wilde beperken en ik daar uiteraard niet mee akkoord ging. Niet veel later werd ik gevraagd door het Jahmoni label uit München. Daar stelde men meteen voor dat ik mijn eigen producties zou moeten maken. Sindsdien zijn er vier platen verschenen, de meest recente een tribute plaat voor de in januari overleden Mark E. Smith.  Is Mark E. Smith je grootste inspiratiebron of zijn er ook nog andere belangrijke inspiratiebronnen? Muziek is voor mij de meest directe kunstvorm. Het gehoor is heel gevoelig, meer dan het zicht. Muziek is voor mij echt een ‘manier van leven’ dus ik ben er altijd mee bezig. Ik vind het belangrijk dat muziek iets zegt over de maatschappij waarin we leven en dat het zich blijft ontwikkelen. Muziek moet verrassen, uitdagen, cultureel breed zijn, onafhankelijk zijn en een ‘open geest’ hebben. Op mijn vijftiende werd ik wees en destijds was het de muziek (punk, dub) die mijn leven ‘redde’. Muziek heeft me in belangrijke mate geïnspireerd om niet begaanbare paden in te slaan.  Ik ben door veel artiesten beïnvloed, niet alleen door hun muziek maar ook door hun houding. Mark E. Smith / The Fall en Muslimgauze bewonder ik zeer, om hun enorme productiviteit, creativiteit en het muziek maken uit ‘noodzaak’, zonder zich te bekommeren om wat het publiek wil. Vrouwenbands als The Slits en The Raincoats lieten zien dat muziek maken niet alleen via de mannelijke clichés (met veel regels en een focus op techniek boven inhoud en spontaniteit) hoeft. Ik hou van muzikanten en DJ’s die niet de geijkte DJ- en muzikanten dingetjes doen (binnen de lijntjes blijven, beatmatching), maar verrassen en dapper zijn!  Toen ik onlangs in  Berlijn speelde was DJ Morgiana uit Polen het voorprogramma. Ik vond haar onorthodoxe benadering een openbaring.  Buiten de muziek word ik bijvoorbeeld geïnspireerd door ‘art brut’, outsider art, gemaakt door mensen die zich niet artiest voelen en/of willen doorbreken maar gewoon doen wat er in hun opkomt, los van regels, conventies, verwachtingen, carrièredrang, Btw-nummers en subsidieaanvragen. Muziek is zowel je hobby als je werk. Betekent dat ook dat je een heel team aan managers en boekers om je heen hebt? Ik kan er inderdaad al geruime tijd van leven, wat me erg gelukkig maakt. Maar ik hou graag alles in eigen hand (communicatie met boekers, afspraken maken, reizen boeken enzovoorts). Dat geeft me een fijn gevoel. Sinds afgelopen zomer werk ik samen met een boekingsbureau uit Lissabon, maar dat verandert niets aan het principe van autonomie. Ik blijf mijn eigen optredens boeken, het boekingsbureau voegt daar zelf nog optredens aan toe, maar altijd in overleg met mij. Ik heb het laatste woord. Hoeveel nieuwe muziek luister je? En hoe vaak pas je je DJ set aan? Op mijn DJ-reizen bezoek ik ontzettend veel platenzaken en beluister wekelijks stapels nieuwe platen, in de meest diverse categorieën. De meest verrassende, speciale, ‘rare’ platen koop ik dan. Ik luister thuis veel muziek, maar DJ-sets oefenen doe ik nooit. Ik improviseer live want ik wil het publiek en mezelf verrassen. Ik hou niet van gelikte, ‘brave’ sets. Ik wil dapper zijn, me kwetsbaar opstellen door dingen te proberen die ik nog nooit heb gedaan en het publiek niet het gevoel geven dat ze kunnen voorspellen in welke muziekstijl(en) de set verder gaat. Hoe omschrijf jij je eigen stijl? Waar komt die stijl vandaan?  Ik noem het weleens ‘open oren’ en vind het vooral belangrijk om nieuwe(re) muziek te spelen. Retrosets en nummers die het publiek herkent is niks voor mij. Ik componeer live door nieuwe elektronische dansmuziek tegelijkertijd te draaien met bijvoorbeeld Afrikaans gezang, noise, abstracte platen of dierengeluiden. Eigenlijk alles wat in me opkomt. Die stijl heb ik zelf ontwikkeld.  Je draait veel in binnen- en buitenland. Op wat voor plekken speel je vooral? Ik heb afgelopen maanden in onder andere Dubai, Lissabon, Oeganda, Marseille, Kopenhagen, Warschau en Minsk gespeeld. Ik ben daarnaast al jaren resident DJ in onder andere Berlijn, Zürich en Wenen. Dat is heel speciaal want daar kennen veel mensen me en hangt er ‘spanning’ in de lucht als ik het podium betreed. Zo van ‘wat gaat ze nou weer (met ons) doen?!’ Op plekken waar ik nieuw ben hou ik er erg van om mensen te verrassen, om ze iets te geven wat ze nog nooit gehoord hebben. Dus zeker geen geijkt, keurig en vakkundig aan elkaar gemixt techno, electro of breakbeat setje. Na afloop hoor ik dan regelmatig dat men zich er niet van bewust was dat DJ-sets zo spannend, onvoorspelbaar en humorvol kunnen zijn.   Je leest vaak over de druk die er op DJ’s en producers ligt. Sommigen bezwijken er zelfs onder. Heb jij ook last van dat zware nachtleven? Nee, helemaal niet. Voor mij is het van cruciaal belang dat ik het publiek voor blijf en me niet laat ‘dicteren’ wat men wil horen. Ik voel geen druk omdat ik zelf de touwtjes in handen hou en me vooral concentreer op het creatieve aspect en de improvisatie. Dat is zoals ik ben, dus ik hoef alleen maar mezelf te zijn! Ik verheug me op optredens, voel me fijn op een podium, niet in de zin van dat ik per se in de spotlights wil staan, maar omdat ik op die plek kan doen wat ik het liefste doe: muzikaal creatief en intuïtief bezig zijn. Ik ben bovendien op reis vooral nieuwsgierig naar architectuur, wat er in de supermarkt verkocht wordt, waar ik eventueel kan zwemmen of een soepje kan eten. Kortom ik probeer het aangenaam voor mezelf te maken. Ik gebruik geen drugs maar lees ontzettend veel boeken, ik ben een fervente romanlezer.  Slaap inhalen doe ik als ik thuis ben. Wat vind jij van de muziekwereld zoals die nu is? We hebben grote verschuivingen meegemaakt in de afgelopen jaren. Van vinyl naar CD’s. Van downloaden naar streamen. Alles is veranderd, zelfs het produceren kan tegenwoordig met een laptop aan de keukentafel. Ik draai nog steeds met vinyl. Het is voor mij essentieel om iets tastbaars in mijn handen te hebben. Ik ben intensief bezig met de drie platenspelers en het mengpaneel dus er is ook daadwerkelijk wat te zien voor het publiek. Het is levendig en menselijk!   Digitalisering heeft democratiserend gewerkt, en dat is goed, alleen vergeet men weleens dat creativiteit niet te downloaden is!  Wat vind je van het huidige Amsterdamse muziek klimaat? Omdat ik meer en meer in het buitenland draai ben ik niet zo thuis in de Amsterdamse scene. De OCCII, Red Light Radio, Garage Noord en Strange Sounds From Beyond zijn heel goed bezig, dat weet ik wel. Wat mist er in Amsterdam? Er moet meer ruimte worden gemaakt voor experimentele dans sets. Men moet af van dat eenzijdige, eendimensionale idee van wat een party is. Een DJ kan veel meer zijn dan iemand die het publiek bedient. Waar ligt jou persoonlijke focus de komende tijd?  Ik ben bezig met een aantal remixen, onder andere voor het Oegandese label Nyege Nyege Tapes. Verder blijf ik produceren en veel optreden.  EBOMAN Het is ons in verband met vakanties en andere bezigheden helaas niet gelukt om de Eboman een aantal vragen te stellen voor de krant.  Velen van jullie zullen waarschijnlijk nog nooit van de Eboman gehoord hebben maar ik herinner me zijn optredens en eerste releases erg goed. ‘Donuts with buddah’ kwam uit in 1996 dus ja, dat is een hele tijd geleden. Zijn breakbeat tracks waren zeer aanstekelijk maar voor mij was het vooral zijn audiovisuele show die indruk maakte. Zoiets had ik nog nooit eerder gezien. Zijn muziek en vooral zijn video’s bestonden uit een aaneenschakeling van samples. Hele simpele stukjes video die klopten bij het geluid dat je hoorde. Een schoen die op de grond tapte, een kort stukje Louis Armstrong, een stukje Shaolin Kung Fu en ga zo maar door. Allemaal maffe stukjes die samen een kunstwerk vormden. Het is per toeval dat ik aan hem dacht tijdens het maken van de line up voor AADE. Ik had geen idee of hij nog actief was en zo ja of hij in de buurt woonde en eventueel geïnteresseerd zou zijn om op ons event te komen spelen. Dat bleek zo te zijn. Ongelooflijk maar waar. Ik kijk uit naar zijn optreden. STEVEN DE PEVEN Je bent ondertussen een oude rot in de muziekscene hier. Is het nog leuk? Ik voel me nog geen oude rot, ik heb eerder het idee dat ik net ben begonnen en geen kont van de hele muziekscene snap.  Het draaien van muziek voor liefhebbers is een van de zaligste bezigheden die er bestaat. Het idee dat mensen op de dansvloer heel eventjes de minder leuke aspecten van het leven of stress kunnen vergeten is zeer bevredigend. Het mes snijdt echter aan twee kanten. Door een overvloed aan prikkels, het reizen en de belangen van hebzuchtige organisaties, agenten of promotors kan het ook een zeer slopend werk zijn.  Wat kunnen AADE bezoekers van jou verwachten de 17e oktober? Ik weet nooit van tevoren wat ik ga doen. Mezelf kennende zal ik improviseren en inspelen op wat er die avond aan dansvlees voor me staat. Heb je een druk ADE dit jaar?  Paradiso staat nog in de optie maar verder niks. Ik verwacht ook niet heel veel aanvragen omdat ik op het moment wat minder actief ben. Twee gigs op ADE is wat mij betreft helemaal voldoende. KRAZ Wat kunnen de bezoekers verwachten van de eerste KRAZ live show tijdens ADE? Helaas is onze drumster Nienke er niet bij tijdens het AADE. Maar gelukkig hebben we Sean Gascoigne en Luuk Meijer weten te strikken om ons bij te staan. Het beloofd dus weer een flink spektakel worden. Jullie laatste release was een EP bij Basserk records. Dat is alweer een tijdje geleden. Is er nieuw materiaal? Nieuw materiaal zat maar we hebben de nodige moeite gehad om iemand te vinden die ons wilde helpen met de opnames. We hebben helaas niet zoveel cash dus dat maakte de zoektocht ingewikkeld. Maar het is gelukt en ik durf bij deze te beloven dat er nog dit jaar een nieuwe single uit komt. Een klapper van een track. Heel anders dan ‘Lonely’, die track kroop echt onder je huid. De nieuwe track is meer een nekslag.  Hoe vinden jullie het om op een eclectische, voornamelijk electronische avond als deze te staan. Voelen jullie je thuis in een line up als deze? Zeker weten. De bezoekers mogen uiteindelijk zelf bepalen wat ze van onze show vinden maar wij voelen ons prima thuis in een line up als deze. Wij proberen te maken wat ons raakt en dat is een mix van verschillende stijlen. Dat er veel electronica en synths aan te pas komt is een feit dus ik vind ons zeker geen vreemde eend in de bijt op de AADE avond. LHISPR Ik kende LHISPR helemaal niet. Zijn jullie de New Kids on The Block? Niet echt. We zijn alle drie al jaren actief in de muziek. Misschien heb je wel eens gehoord van Lilian Hak, 3-1, Van Pi of Bronstibock. Dat zijn allemaal projecten waaraan we hebben gewerkt in de afgelopen 15-20 jaar. Maar LHISPR is een nieuwe formatie, dat klopt. We werken pas een jaartje met z’n drieën. Er zijn intussen 2 EP’s uitgekomen in eigen beheer en as we speak wordt er gewerkt aan de 3e. Hebben jullie eerder in de OT301 of op plekken gespeeld die aan Amsterdam Alternative verbonden zijn? Zeker, onze geluidsstudio is in de OT301. Wij zijn hier kind aan huis maar als LHISPR hebben we hier nog nooit gespeeld. Nog nergens trouwens. Dit optreden op AADE wordt onze vuurdoop voor publiek. Dat wordt trouwens een DJ set, geen live optreden, daar zijn we nog niet klaar voor. Ons repertoire is daarvoor nog iets te klein. Dus we zullen naast onze eigen tracks ook muziek van andere artiesten draaien. Wat voor muziek en muziekstijl kunnen we verwachten? Het is een eclectische avond dus waarschijnlijk maken wij er ook een eclectische set van. Voornamelijk electronische muziek maar lekker gevarieerd waarschijnlijk. Of niet haha, kom maar gewoon kijken. DJ POWER VS POWER Hoe is het voor jou om op het AADE te draaien? Je woont zelf in de OT301 dus het is als het ware een thuiswedstrijd voor je.  Ik vind Amsterdam Alternative een fantastisch initiatief dus ik draag met plezier op deze manier een steentje bij. Of het in de OT301 is of ergens anders dat maakt niks uit, voor mij is elk optreden iets bijzonders. Wat voor muziek kan het publiek van je verwachten? Ik draai nooit dezelfde DJ set. Ik bereid me goed voor maar laat ook een hoop van het moment afhangen. Ik probeer de juiste muziek op het juiste moment te spelen, als ware het de soundtrack van dat moment. Draai je met vinyl, CD’s, laptop of usb stick? Met vinyl natuurlijk. Sommigen vinden het old school maar ik hou van het fysieke element. Het is misschien minder handig maar ik hou ervan om met een koffer vol platen ergens heen te gaan. Een kist vol vreedzame wapens om alle negativiteit van de wereld even mee weg te blazen. Het wordt steeds moeilijker om goede underground muziek op plaat te vinden dus misschien moet ik ooit over naar een andere manier. Gelukkig zijn er nog online shops als Toolbox Records. Ik vind het heerlijk om in die webshop rond te neuzen en nieuwe dingen te ontdekken. RANK ASSISTANT Het is een tijdje geleden dat je hebt opgetreden. Ben je er klaar voor?  Het is inderdaad best een tijdje geleden maar ik heb het echt nodig om iets te doen waar ik goed in ben. Als ik zing voel ik dat ik iets doe waaraan ik niet hoef te twijfelen. Een live show is voor mij alsof ik over de rand een vrije val tegemoet spring. En dan vind ik het heerlijk dat het publiek er is als getuige. Hoe kunnen we jou muziek en show het best omschrijven? Met slechts een drumcomputer en mijn stem maak ik muziek die je het best omschrijven als: romance, depression, adventure en compassion Heb je plannen voor een nieuwe release? Ja, ik wil een EP uitbrengen op de AADE avond. Maar dat weet nog niemand. Wat vind je van het idee van AA om een Alternative Amsterdam Dance Event avond te organiseren? Als ik niet zou spelen zou ik ook komen maar spelen is nog beter. Ik ken de andere acts niet maar dat ligt echt aan mij. Ik ben de laatste tijd out of touch. Voor mij is AA een platform voor creatieve en sociale expressie. Nota bene in de stad waar ik vandaan kom. Wat kan ik erover zeggen? For the people by the people. Amen. Link naar AADE event >>> Link naar voorverkoop >>>
Issue #020 Published: 11-10-2018 // Written by: Adev
ADEV 2018
Op zaterdag 20 oktober dansen wij voor de 6de keer dwars door de straten van Amsterdam voor de toekomst van onze vrijzinnige stad. Gratis, vrij en zeker buiten de lijntjes.  Wij zijn meer dan een non-commerciëel alternatief voor ADE. Wij zijn het geluid vanuit de vrijplaatsen die deze maatschappij kleur geven.  Als het aan de politiek ligt, leven wij steeds meer in een maakbare samenleving. Elke vorm van risico, creativiteit of zelfontplooiing moet binnen maatschappelijke kaders en economische modellen passen. Het resultaat is een Amsterdam, gefocussed op massatoerisme, hotels in plaats van betaalbare woningen en gesubsidieerde lok-hipsters om nieuwbouwwijken aantrekkelijk te maken. Dit jaar heeft de stad Amsterdam duidelijk gekozen voor een nieuwe politieke richting met als kers op deze groene taart een nieuwe burgemeester. Het is tijd om die mooie beloften om te zetten in daden, we vragen om visie en lef!  De vrijplaatsen zoals ADM zijn meer dan ooit onderdeel van een verantwoord ecosysteem. Het is aan de tijd om deze plekken te beschermen en tegelijk ruimte te creëren om het ontstaan van nieuw vrijplaatsen mogelijk te maken. De alternatieve scene is altijd onderdeel geweest van Amsterdam, het is aan de tijd om deze DNA officieel vast te leggen. Te beginnen met het tegengaan van de ontruiming van het ADM.  Doe mee, dans, wees actief en sluit je aan bij dit protest voor het behoud van de vrijzinnige stad. www.adev.nu Facebook page
Issue #020 Published: 25-09-2018 // Written by: Denis McEvoy
Amsterdam needs a Space Force
Hey, city council, how about looking into creative ways you could improve the arts, quality of life and community cohesion by working with local, alternative spaces? The best part? You could call it the Space Force!  Alienation is dangerous. Alienation leads to daft acts of self harm like voting for Brexit or Trump or Baudet. Alienation often comes from feeling disconnected from the space you live in—local businesses replaced by faceless chains, gentrification pricing out your neighbors and community, and the slow death of quality local arts.  The arts (visual, literary and performance) make societies healthier and communities closer. The arts bring people together, give space for different perspectives, and offer people opportunities to shine. Art can uniquely cut through loneliness.  Art has been denigrated by religious fundamentalists and the intellectually lazy for as long as it has existed. And art has eventually triumphed every time. High art, low art, community art, esoteric art – art is vital. The arts have never been a viable business model, but they still need to be paid for. And they still need Space.  A world where art is made by rich(er) people for rich(er) people?  In Amsterdam and much of the world, arts funding comes from corporate sponsorship or public subsidy. Sure, crowd funding can work too. With natural talent, training and a lot of hard work you can succeed as an artist, just as long as you’re clean enough for corporate sponsors, or talented at jumping through the hoops of accessing public funding, or sufficiently marketing-savvy to drive clicks to your kickstarter. But these options squeeze out creativity at community level, where these skills and opportunities are often lacking. The result? Public and private funding flows into the handful of organisations and individuals who can thrive in a very narrow-minded environment.  The demand for Amsterdam property, and the massive costs involved in the arts, means venues are also obliged to charge more for admission, making art less affordable and appealing for all but the well off.  Enter the Space Force  So what’s the magic new idea to fix the inequality in the arts? Actually, it’s really more about bringing older ideas up to date. Support for the arts doesn’t have to mean raising taxes or spending huge amounts of public funds. The answer, as with so many things in Amsterdam, may be as simple as space. Space is the artist’s biggest expense. Spaces are where artists work and perform, store equipment, meet with others from their trade and co-create, and should be a priority for the city council. Some creative projects have social rather than commercial aspirations. The Space Force could be a reinvigorated version of the broedplaatsen policy, looking for ways to help spaces that make creative opportunities for younger people, older people, minorities, and so on. The city can help to protect existing spaces, remove barriers to their smooth operations, and provide training and other support.  Amsterdam’s new Space Force could go and discover what small alternative spaces need most. What are the regulations that hinder them? What regulations could make life easier for them? Many smaller spaces can’t afford professional marketing – can the Space Force help smaller venues and artists gain visibility? Most Amsterdammers spent at least some of their summer battling their way through throngs of tourists, tolerating it because apparently tourism is good for the economy. How about helping smaller venues get a slice of that action? What training could you help to provide for these spaces?  Actively engaging with these spaces on the basis of their needs will no doubt help raise their profiles, make them more sustainable and help bring some life back to communities that are struggling with profound changes.  They say an idle mind is the devil’s workshop. How many lonely, lost people could find purpose, fulfillment and meaningful social connections if their local areas had affordable, attractive, shared spaces for the arts? Investing in support for local venues is an investment in quality lives. And in 2018, in a city full of entrepreneurial creatives, those investments don’t need to be particularly big if the Space Force does its job right.  Amsterdam’s local alternative scene is healthier than most cities. This city council has a rare opportunity to come up with a support model to make the city’s alternative spaces an example for the world.    Photo: Space Pilot private Plane – Jimi Rocco in Blackadder part 2  
Issue #020 Published: 20-09-2018 // Written by: Jorge ds
Hacking the housing system: cooperative alternatives to housing corporations.
“Rental and housing prices in Amsterdam are expected to drop and become affordable for everyone in the next coming years.”  Said no one, ever. The housing crisis and capitalism It has become cliché to hear about the pain in the ass it is to find affordable housing. If you are not in the social housing scheme, you will pay exorbitant rent for a studio or a room.Then, once you have somewhere, you may well receive a letter from your housing corporation saying that they want to sell the house where you live soon. Not now, not in one year, but soon.  If you are eligible for social housing, there are decade-long waiting lists.  Many of you will be familiar with the anxiety that comes from getting closer to the expiration date of your tenancy period while you haven’t found an alternative yet. It is arguable that high prices, long waiting lists, and anxiety caused by uncertainty are all symptoms of a structural problem in our city: that a capitalist market economy is ruling the housing system. One of the key points of the capitalist system is that decision-making processes and participation is reserved for owners of wealth, production, and property. In this system, one way of determining the prices of things is through the rule of supply and demand: high demand and low supply leads to high prices. This is what it is happening in Amsterdam, and other “superstar cities” as the US-American geographer Richard Florida calls them. To this you can add vicious corporations and property owners playing with this mechanism, keeping houses empty houses and speculating to increase the value of their estate(s), allowing them to get more profits when selling them.  The housing crisis is a crisis for those who aren’t owners, of course, and mostly affects the youngest, the oldest, and a big bunch of regular workers. The internal logic solution, i.e., the capitalist way out, is to get the supply to meet the demand. Although this may help, it seems to be only a palliative measure, paracetamol for a chronic headache. Is there an alternative solution? Bring down capitalism? Expropriate means of production, in this case, house building? Break the chain of supply and demand? Eat the rich? Well, not precisely.  Though it may appear difficult, every open system, including economic and legal ones, are open to being hacked. So, if changing the whole supply-demand chain to address the problem of housing prices seems impossible, why not hack it? Some people are doing just that. Liberating housing from the market Nowadays there exists a couple of community land trusts and cooperative housing projects with the aim of taking houses out of the market in order to offer them as affordable living spaces. With this, they play with some of the rules of the market by protecting these spaces from being exploited for profits. An organisation that has been inspiring this model of organisation is the German based Mietshäuser Syndikat.  The Mietshäuser Syndikat officially started in the 90s and today has participation in 130 housing projects and twenty initiatives in Europe. According to the Syndikat’s 1992 statutes, their primary goal is “to support the genesis and achieve political acceptance of self-organised house projects—humane living space, and a roof over the head, for everybody.” To achieve that, the Syndicat works together with independent groups in different cities and towns in Europe to acquire houses and resists them from being reintroduced into the real-estate market. This means that once an autonomous group buys a house with the help of the Syndikat, it becomes almost impossible for the group to sell that house again since the Syndikat has a veto vote on selling the place. It goes without saying that the Syndikat can’t sell the property either, or decide what to do with or within it. The outcome is that collectives own the spaces and run them autonomously. With this type of “lock”, the space remains as an affordable, communitarian and socially-committed project ran by people that share ideals around community participation. The Syndikat developed its complex model by adopting a capitalist legal form of governance and organisation, namely Limited Liability Company, but turning it into a sort of post-capitalist model that promotes a participatory and solidarity economy. A Limited Liability Company scheme is simpler to govern and cheaper to operate than a traditional cooperative model, that often needs to go through periodical (and expensive) audits. The Mietshäuser explain on their website: ...we—the Syndikat and the projects—exist and walk among them: we cavort in the urban undergrowth among building speculators and property sharks, among home-builders, apartment owners, building associations, and capital investment firms. In the fight against expulsion, we compete with them for the one or the other property and play Monopoly on a scale of 1:1. We are working with zeal on the growing network of the Mietshäuser Syndikat. With every new project, another property is withdrawn from the real-estate market and can be permanently secured as “commons.” Departing from some ideas of the squatting movement and post-capitalist values, the ventures between the Syndikat and other autonomous groups start with the desire for living a self-determined life without the risk of being evicted or having a lack of control over their housing situation. In their own way, and playing with the respective legal system of each country, these groups also try to remove houses from the real-estate market to offer a self-determined way of living. In Amsterdam, one of these groups is Soweto, whose firsts pilot project is the community living collective, workplace and a social-political neighbourhood centre NieuwLand. From Mietshäuser to Soweto and NieuwLand  Since 2007, Soweto has functioned as a social housing association. It was developed with the aim of serving as the legal and democratic framework within which multiple housing projects can operate together. Inspired and set up in collaboration with the Mietshäuser Syndikat, but following their own principles, Soweto looks to create affordable cooperatives and living groups in which solidarity and sustainability play a significant role. In their vision, each building, each project, should be self-managed, communitarian, sustainable and all members of the housing community should be able to participate in deciding the policies of the group. Soweto signed the acquisition of ta 1893 building located in Pieter Nieuwlandstraat 93-95 for their first project, NieuwLand, in 2014. This was just one step in a long process that started years beforehand. Eline is one of NieuwLand’s inhabitants and someone who has been at the front line of the project since she joined in 2015,. After years of long negotiations with banks, lengthy bureaucratic discussions with the municipality, going through the always challenging process of self-organization, and  finding some financial stability, she says that nowadays NieuwLand can be regarded as a successful example of an alternative housing project.  Although both Soweto and NieuwLand are two separate legal entities, many of their members are members of both. The relationship between NieuwLand and Soweto is that the former pays the latter an affordable rent for the living, working, and community space. The rent helps to pay the loan that was used to buy the building and to develop other, similar projects.  Soweto started the titanic endeavour of fundraising €200,000 to kick-start NieuwLand in 2013. They wrote on Facebook that in the future they wanted to create and develop more places where a new way of renting and living would be possible. Today, after having successfully established NieuwLand, they are preparing the terrain to plant new seeds: The Nieuw[er]Land. Hacking the housing market: an open question In a conversation with Selj and Niels, two individuals who have been involved developing the ideological and practical basis of Nieuw[er]Land, they commented that  the group is planning to apply for a tender (an offer to the municipality to build and self-develop a place) to develop a self-built, circular social housing. This project is just starting, and it is dependent on how much support it gets from the people and other groups. They hope that the new (left-wing) municipal government will be supportive of their project. They have been organising info BBQs and inviting other members of the community to join the discussion to build Nieuw[er]Land.  One of the goals of the project is to break the precarious power relationship that normally exists between tenants and landlords, be they an individual or a corporation. In this regard, the idea of collective ownership is of central importance to Soweto. With Nieuw[er]Land they want to question and challenge notions of how ownership is expressed and perpetuated in the city. According to Selj, while initiatives like Soweto definitively break with some of the rules of the market, they do not, of course, change the system as such. These initiatives are ongoing processes, and it is necessary to see how they evolve. Nieuw[er]Land, replicating Soweto’s values and adding some more, aims to be a blueprint for a long-term collective and sustainable housing project. To keep up to date on Nieuw[er]Land’s project, check NieuwLand’s website: https://nieuwland.cc/   Illustration: pedro kastelijns
Issue #020 Published: 17-09-2018 // Written by: Sam H.
The Revolution is Being Televised
Tune in to, turn on or drop by Future Vision Amsterdam, ‘free space’ of the airwaves. Co-hosted by Fay and alter-ego Mario The Sailor Man, FVA has come up with the goods on SALTO 1 TV week after week since 2014 with nothing more than a bundle of talents and a can-do attitude. Future Vision Amsterdam is an arts show, a game jam, a screening, a magazine programme, it’s a TV party. In its 6 seasons so far, FVA’s timeline chronicles not only the many hairstyles of Fay but a period of intense transformation in Amsterdam’s underground scene. ‘Thanks to SALTO, our family of artists had the opportunity to work in the retro medium of television at a time when opportunities in Amsterdam’s live free spaces were narrowing. We feel privileged. Where else do you see live TV, apart from during sports and disasters?’ says co-presenter and animator Fay, ‘and where else would we have such creative freedom? We asked SALTO ‘Are there any censorship restrictions?’ They said ‘Just don’t do anything illegal’. That gives a lot of scope as we are a late night show. We did run into a problem once by accidentally showing the label of a beer bottle ( the programme is a strictly no-commercial-advertising zone, which is only a plus as far as I’m concerned) but SALTO has never sought to censor our content in spite of the occasional cock and balls. Actually, our show is really positive, fun and entertaining. We like to keep it gay!’ Nevertheless, television is a notoriously voracious beast. ‘It is scary and a lot of work to create so much content. We work as a collective, mining the creativity and ingenuity of our team in Tokyo, Osaka and Amsterdam,’ says Fay. The collective includes Tokyo-based producer/editor/poet/performer Claudio Sanzana. The Warp Zone video game content is hosted by game devs Molly and Erik of the games company Arcane Circus. ‘We’re open to - receive contributions from like-minded makers from many countries. Amsterdam is the draw. Of course, many artists are delighted to have their work broadcast in the coolest city on the planet!’ says Fay. ‘Looking back, I have fond memories of series 1 & 2 even though some of what we did was as ropey as fuck. We were inspired by public access television, especially the way Glenn O’Brien’s TV Party (1978-1982) presented the New York scene of the time. We wanted to do something like that in Amsterdam. It’s endlessly fascinating to see interesting people when they’re not particularly ‘on’’, she adds. This immediacy is also at the heart of the work of the great American photographer Gary Lee Boas, who has taken pictures of every Hollywood and Broadway star you can think of since the 1970s. Gary and his colourful anecdotes are regularly featured on FVA in ‘Gary Lee Boas Shooting Stars’.  Look out for his upcoming Glamour Special in the new season. Known locally as ‘that show with all the weird people’, FVA punches above its weight in terms of quality content. One of the first interviews was with notable Dutch Artist Theo Jansen, creator of Strandbeesten. The archives also include exclusive interviews with Paul Rudish, creator of Disney’s brilliant recent Mickey Mouse reboot; drag superstar Latrice Royale; and iconic avant-garde bands Acid Mothers Temple, OOIOO and Holland’s own FCKN BSTRDS. Multiple award winning Japanese animated shorts have premiered on the show. The new series of Future Vision Amsterdam will feature the brilliant Dutch animator Paul Driessen, a key creator of The Beatles’ ‘Yellow Submarine’ which celebrates its 50th anniversary this year.  You can catch Future Vision Amsterdam shorts throughout the week, and the full shows on Fridays 11pm on SALTO 1 TV. For those who have missed out, search the Future Vision Amsterdam archive at salto.nl or visit chibbychannel.com and futurevisionamsterdam.com for episodes, free games and more.   Photo credits FVA Superstars Kimono & Chibby Chan - By: Future Vision Amsterdam  
Issue #020 Published: 14-09-2018 // Written by: B.Maes & AA
Homeland bier
De Homeland Brouwerij is in 2016 begonnen als huisbrouwerij voor Pension Homeland maar inmiddels uitgegroeid tot een volwaardige bierbrouwerij met een capaciteit van 2000 hectoliter per jaar en serieuze uitbreidingsplannen. Ze hebben een serie bieren zonder kunstmatige toevoegingen waar je prettig dronken van wordt.  De brouwerij is gevestigd in het officieren logement op de voormalige marinewerf aan de Kattenburgerstraat. Deze van oudsher maritieme omgeving is de inspiratiebron voor biernamen zoals Kielzog, Katzwijm, Pieremegoggel, Zeebonk, Luwte.  We spraken Bart Maes (uit het oude Limburgse brouwers-geslacht Maes) over o.a. de toekomstplannen van de brouwerij en het festival dat ze in september organiseren. Met welke gedachte of concept zijn jullie de brouwerij gestart? We zijn begonnen met als leidraad de 3 pint rule (als je er drie hebt gehad moet je er nog meer willen). Dus geen super zware bieren met hoge alcoholpercentages, veel kruiden en toevoegingen. Een mooi bier hoeft niet veel alcohol te bevatten. Sommige mensen beoordelen bieren naar een categorie, als het bier daar niet aan voldoet is het geen goed bier. Maar waarom vasthouden aan dit soort oude tradities als we met alle kennis en experimenteerdrift mooiere en meer uitgebalanceerde bieren kunnen maken? Waar zijn jullie op uitgekomen?   Wij hebben op het moment 7 bieren: Speltbier, Luwte, Katzwijm, Pieremegoggel, Zeebonk, Kielzog en een Russian Imperial Stout. Die laatste zal net op tijd klaar zijn voor ons Amsterdam Beerfestival dat van 14-16 september plaatsvind.  Op onze website staan beschrijvingen van alle andere bieren maar het is nog beter om ze gewoon te komen proeven. Hoeveel en hoe snel brouwen jullie?  Wij hebben een prachtig oud Duits brouwhuis met een zeer hoog rendement. Daarmee kunnen we 1000 liter bier per dag brouwen. We moeten dan 2 dagen brouwen om een van onze gist tanks van 2000 liter te vullen. Na ongeveer 1,5 week gaat het bier de lagertank in. Afhankelijk van het type bier hebben we 4 tot 6 weken nodig voordat het bier klaar is en op fust of blik gezet kan worden. Elke keer als we een bier brouwen wordt er gekeken naar mogelijke verbeteringen en wordt de receptuur getweakt en bijgesteld.  Ik hoorde dat jullie op zoek zijn naar een nieuwe locatie om uit te breiden.  Ja klopt, we hebben dit jaar in de eerste 6 maanden net zoveel bier verkocht als vorig jaar in 12 maanden en we hebben meer verschillende bieren dan voorheen.  We krijgen in september een nieuwe loods erbij, hier 100m verderop. Dat wordt onze Homeland Bierwerf. Er komt daar onder andere een wand vol houten bourbon vaten te staan voor de barrel-aging van hele speciale bieren en we willen ruimte voor lezingen, workshops, proeverijen en discussieavonden over bier. Daarnaast willen we ook een soort bieruniversiteit met laboratorium worden.  Ik vond het nogal uitzonderlijk om te lezen dat jullie bier verkrijgbaar is in fust en in blik maar niet in de fles. Vanwaar die keuze? Tot vorig jaar verkochten wij ons bier alleen op fust aan een select groepje Amsterdamse speciaalbier cafe’s. Toen we besloten om ook aan winkels en consumenten te gaan verkopen stonden we voor de keus om dat op fles of in blik te gaan doen. Op fles lag in eerste instantie voor de hand. Dat is nu nog goedkoper en in Nederland verwacht een groot deel van de consumenten dat een ambachtelijk bier in een fles zit. Een traditionele gedachte maar de voordelen van blik zijn echter evident. In blik blijft bier beter goed en vers omdat er geen licht bij kan komen. Het neemt de helft van het volume van flessen in en weegt veel minder. Transport van blik legt dus veel minder druk op het milieu. Blik recyclet ook beter dan glas. Van alle aluminium dat wordt weggegooid, wordt 95% gerecycled. Dat is een veel hoger percentage dan bij glas. Bovendien gaat aluminium niet in kwaliteit achteruit als je het hergebruikt en glas wel. En last bust not least blik is veel sneller koud dan glas, dat is prettig én scheelt ook in de kosten. Wat zijn jullie goals voor de toekomst?  Over 5 jaar is onze Bierwerf een circulair begrip. Waar je heen gaat om te genieten van heerlijke bieren en goed eten. Eten waar bostel in is verwerkt en waar onder andere potjes marmite op tafel staan die gemaakt zijn van gistresten. De ruimte wordt verwarmd met de restwarmte uit het brouwhuis. Overdag komen er studenten om te leren brouwen en experimenteren met gisten, mouten en hoppen.  Kortom, onze bieren gaan heel veel mensen samen brengen. TAB festival, The Amsterdam Beerfestival  14, 15 & 16 September van 15:00 tot 24:00 Met: Brouwerij Homeland, Brouwerij ’t IJ, Oedipus Brewing, Brouwerij Troost, Poesiat & Kater, Walhalla Brouwerij & Proeflokaal, Brouwerij de Eeuwige Jeugd, De Bebaarde Brouwer, Two Chefs Brewing, Brothers In Law Brewing, De Prael Info over bands en het grote bierdiner op https://tabfestival.com Of via het Facebook event
Issue #020 Published: 10-09-2018 // Written by: Bart Stuart & Klaar vd Lippe
Aanval op de vrije ruimte
Het gaat goed met Amsterdam. De stad is razend populair.  Ieder jaar komen er meer bezoekers. Waren er in de jaren vijftig nog plannen om de hele grachtengordel te slopen, nu is dezelfde grachtengordel Unesco cultureel erfgoed. Wonen in de stad is een gewild product geworden. Om de vraag het hoofd te bieden zijn er volgens experts 350.000 nieuwe woningen nodig in de stad en regio. Nieuwe woongebieden voor nieuwe bewoners. ‘Bouwen, Bouwen, Bouwen!’, riepen alle politici van de gemeenteraad begin dit jaar in koor. Klinkt goed. Amsterdam, de open wereldstad waar iedereen welkom is. Wie kan daar nu op tegen zijn? Waar komt al die nieuwe ruimte vandaan? Door die zelf opgelegde bouwopgave ontstaat een enorme druk op de bestaande stad. De grote verdichting: meer mensen laten wonen in bestaande gebieden. Er komt ook woonruimte bij. Hele stukken van de stad transformeren. Industriegebieden worden woongebieden. De haven schuift op. Groenstroken en volkstuincomplexen worden bouwgrond.  Dat treft vooral zachte functies zoals vrijplaatsen, publieke ruimte en maatschappelijk vastgoed. Maar ook een stadsstrand moet verdwijnen. Met verstrekkende gevolgen: vrije ruimte wordt marktruimte. Tegencultuur en niet-marktconforme manieren van leven, werken en ontspannen worden vrijwel onmogelijk. Voorbeelden te over. De laatste vrijplaatsen zoals de ADM en Ruigoord staan onder druk. Collectieve woon- werk gebouwen als Tetterode, het WG-terrein worden geacht marktconforme huren te gaan betalen. Het Bajesdorp, de gekraakte cipierwoningen bij de Bijlmerbajes verzet zich tegenover de commerciële ontwikkelaar AM. Het alternatieve stadsstrand Blijburg moet na 15 jaar wijken voor dure appartementen.  Ook andere alternatieve woonvormen betalen de tol van de vermarkting. De afgelopen tien jaar zijn veel panden in bezit van corporaties met gemengde woonvormen omgevormd tot studenten huizen of appartementen-met-friends contracten. Hiermee sterft een Amsterdamse traditie – de woongroep- uit.  Waarom is vrije ruimte nodig? Vrije ruimte is de ademruimte van de stad. Vrije ruimte stelt eigenlijk de geldende principes ter discussie. Het toont ongeziene mogelijkheden en maakt sociale ongebruikelijke praktijken zichtbaar. Het gaat om de ruimte in je hoofd, een ruimte zonder logo’ s, slogan  of suf verdienmodel. Een volkstuin is een groene maakruimte, collectief georganiseerd. Een vrijplaats is een actieve woon- werkplek met een alternatief programma. Een experimenteer plek voor nieuwe vormen van samenwerken en eigenverantwoordelijkheid. De praktijk van vrije ruimte in de stad, laat zien dat er alternatieven mogelijk zijn. Dat verandering mogelijk is. Soms worden die marginale praktijken mainstream, soms niet. Veel van de huidige culturele infrastructuur in het centrum van de stad komt voort uit de kraaktijd, denk aan plekken als Paradiso, de Melkweg of W139.  Soms wordt marginaliteit overgenomen door de markt zoals in het geval van coffeeshops of sekspaleizen. Vrije ruimte: een achterhoedegevecht. Vrijplaatsen als onderdeel van de stad kwamen nooit vanzelf. Ruimte voor tegencultuur is altijd bevochten. Strijd en controverse horen bij tradities waarin een stad zich ontwikkeld en vooruit komt. Toch moet er tegelijkertijd een soort maatschappelijke speelruimte zijn. De praktijk van kraken, bezetten en gedogen maakten het mogelijke om vrije ruimte te creëren. Zij vormden de noodzakelijke voorwaarden waarmee de maatschappelijke gevoelde urgentie zichtbaar gemaakt kon worden.  Een stad is een resultaat van geplande (on)gelukken en onbedoelde gevolgen. Daarbij ontstaat er zoiets als een ‘genius loci’ of een stadscultuur. Vrijzinnigheid en vrijplaatsen zijn daarbij kernbegrippen. Ruimte met menselijke schaal in gebruik en beleving. Ook qua financiering. De vrije ruimten vormen de ecologie van alternatief Amsterdam. Waarom verdwijnen deze plekken? De oorzaken zijn divers. Het is een combinatie van veranderend beleid, veranderend politiek draagvlak en druk op de ruimte. Blijburg moet wijken voor de eindbestemming van de grond, dure appartementen. Ruigoord door de haven. Soms is het de druk vanuit de markt. De ADM wordt nu opgeëist door de eigenaar. Toch blijft het een politieke afweging wat je als stad met die ruimte doet. Op de achtergrond speelt de rol die de gemeente neemt op de vastgoedmarkt een grote rol.  Als gevolg van de vastgoedcrisis uit 2009 is er onder Groen Links wethouder Maarten van Poelgeest veel bezuinigd. Deze crisis sloeg een gat in de begroting van de stad  (het vereveningsfonds). Om dat weer op orde te krijgen kwam er voor honderden miljoenen aan gemeentelijk vastgoed op de markt. Maatschappelijke clubs en initiatieven belanden op straat. Woningcorporaties gedroegen zich steeds meer als financiële instellingen. De directeur van corporatie Rochdale had een Maserati met chauffeur. Zij waren bezitter van sociaal vastgoed maar zaten ook in derivaten. Met dramatische verliezen als gevolg. Als politieke tegenreactie moesten deze partijen terug naar de kerntaak: Sociale huisvesting voor de doelgroep. Maatschappelijk vastgoed valt daarbuiten en moet daarom dus marktconform worden. Woon- werkcomplexen als het WG-terrein en Tetterode staan daarom nu onder enorme druk.  Wet en regels helpen de markt Het landelijke verbod op kraken uit 2010 maakt de strijd tegen leegstand en speculatie illegaal. Een duidelijke keuze voor de markt en de bezitters van vastgoed. Het beloofde flankerend leegstands-beleid van de stad Amsterdam komt niet van de grond. Het enige resultaat hiervan zijn naar hotelkamers verbouwde kantoren.   Stedelijke verdichting is een planologische opgave. Daarvoor gelden bepaalde procedures. Bedrijven en industrieën worden uitgekocht of verleidt te verhuizen naar verder weg gelegen gebieden. Zij worden gecompenseerd voor hun verlies. Voor groenstroken en volkstuincomplexen ligt het anders. Voor deze stadsnatuur is geen compensatie, de functie verdwijnt eenvoudigweg. Alleen als er ruimte genoeg is kunnen dit soort functie nabij de stad zijn.  Als vrijplaatsen zoals  ADM en Ruigoord moeten wijken voor de nieuwe stad dan wordt er geen alternatief voorgesteld. Zij zijn klaarblijkelijk geen relevant onderdeel van de stad, dus niet meer nodig?! Grondpolitiek en grote horloges. Onderliggend probleem zijn de technocratische mechanismes bij de gemeente zelf. Het verdienmodel van de gemeente is de grond die zij uitgeeft in erfpacht. Markt principes staan centraal. Neoliberale tendensen zijn duidelijk. Ambtenaren zijn onderdeel van een RVE (Resultaat Verantwoordelijk Eenheid). De dienst Ruimtelijke ordening heeft nu zelf een afdeling gebiedsontwikkeling. Als resultaat zien we steeds meer een nadruk op het technocratisch stroomlijnen van processen. Ambtenaren gaan zich ook kleden en gedragen naar vastgoed- en markt principes. Ruimtelijke planning gebeurt dus zonder gesprek met de samenleving. Maatschappelijke belangen worden niet meegewogen. Heldere politieke terugkoppeling ontbreekt. De mogelijkheden om te verdichten zijn enkele jaren geleden in kaart gebracht door een ambtelijke groep. Er zijn in kleine kring kaarten van de stad ontstaan, waar extra getallen op bestaande wijken en gebieden staan. Op pleinen, in plantsoenen of middenin een bestaande wijk. Die getallen zijn het aantal extra huizen die gaan worden toegevoegd. Een technische vingeroefening boven een plattegrond. Terwijl hiermee de werkelijkheid op de grond  en daarmee de samenleving totaal verandert.  De nadruk ligt exclusief op geld verdienen waardoor grote investeerders en ontwikkelaars vrij spel hebben. Ten koste van evenwicht in de opbouw van functies. Die, hoewel ze geld kosten, zorgen voor sociale cohesie en samenhang en experimenteer ruimte in de stad.  Wat voor stad de voorkeur voor marktwerking gaat opleveren, is te zien in de plannen voor de wijk Haven Stad, zo’n 70.000 woningen groot. De stedelijke ruimte die door de markt wordt geproduceerd heeft een heel specifiek karakter. Het percentage sociale huurwoningen is beperkt. Het zijn vooral woningen voor hoogopgeleide tweeverdieners. Is dat erg? Het betekent in ieder geval dat de stad verandert ten opzichte van wat het nu is. Haven Stad heeft alles in zich om een witte enclave te worden. Niet leuk om te horen. Wel marktconform. De stad is geen Centerparks.  Een gezonde stad is geen economische enclave voor gelijkgestemden. De stad waar we als vreemden in verschil en verdraagzaamheid dicht op elkaar samenleven, wordt nu tot een ruimte die men zich moet kunnen veroorloven. Inherent aan de polis is ook dat de manier van samenleven een voortdurend aanpassen en improviseren is. In een hotellobby, starterswoning of ‘gated community’ experimenteer je niet samen. Daar consumeer je. De bestuursvorm van de polis, democratie, is het breken met de traditie dat rijkdom of positie machtig maken. Iedereen moet aandeel kunnen hebben in het bestuur. Marktwerking hoont dit principe uit. Immers de selectie op inkomen betekent eigenlijk automatisch het bevoordelen van rijkdom en afkomst. Vrije ruimte zorgt voor een beter evenwicht tussen commercie en sociaal maatschappelijke- en culturele functies, het draagt ook bij aan het concept wat een stad wat een ‘polis’ is.  De stad heeft nu bijna geen vrije ruimte meer over. Dit lijkt tegenstrijdig met de zorg en ambities van de linkse stadsregering en de linkse lente, die zij ons in het voorjaar presenteerde. Het verdwijnen van plekken van aankomst waar je op alternatieve manieren in de stad kunt verblijven is zorgwekkend voor de toekomst van de stad. Plekken waar je als nieuwkomer of bezoeker de stad kunt verkennen en leren kennen en er aan mee bouwen, zijn noodzakelijk om die monocultuur van marktgeschiktheid te doorbreken. Het kan en moet anders… Het goede nieuws is dat alles nog omkeerbaar is. Alle machtsmiddelen liggen in de handen van het bestuur: door het erfpachtstelsel is de grond onder de gebouwen in eigendom van de gemeente. De prijs die de gemeente voor haar grond vraagt bepaalt welke functies mogelijk zijn. De politiek heeft het primaat: zij bepaalt hiermee de richting van ontwikkeling.  En: er is nog een beetje maatschappelijk vastgoed over om niet-commerciële doelen te dienen, ook in het centrum van de stad.   Wil Amsterdam een open en sociale stad blijven dan moet ze de hand in eigen boezem steken:  De attitude van de ambtenaren verdient extra aandacht. Voor en met wie maken zij de plannen? Waarom is de marktconforme methode voor hen zo voor de hand liggend? Ook de rol en invloed van institutionele beleggers en de lobby van grote bouwbedrijven en vastgoed investeerders moeten we kritisch te volgen en waar het kan aan banden te leggen. Bestuurders wisselen om de 4 jaar maar de 13.800 ambtenaren in de gemeente zijn een constante factor.  Zeker in dit tijdsgewricht van onzekerheid over toekomst. Bouwen voor 50 jaar? De klimaatverandering geeft ons een grote urgentie en een ander handelingsperspectief. De stad moet veel meer flexibiliteit gaan inbouwen. Denk hierbij ook aan de volgende economische crisis.  Wanneer de huidige linkse coalitie het serieus meent, zou ze dit fatale verlies van vrije ruimte moeten compenseren.  Beter nog: Investeer nu in je uitzonderingen. Maak er alternatieve ruimte bij! Wijs aan waar het wél kan, ja, moet. Ook en juist in het centrum van de stad. Bevraag het huidig automatisme dat bouwen een ‘marktactiviteit’ is. We zien waar die activiteit toe leidt: hoge huizenprijzen, segregatie en meer consumptiecultuur. Het is tijd zuinig te zijn op de ruimte die er nog is en die te reserveren voor wat nog niet bekend is. Houdt in de traditie van Amsterdam de geesten lenig. Linkse roergangers, corrigeer de rechtse koers. Het is erop of eronder!          
Issue #020 Published: 06-09-2018 // Written by: Boterbloem
Hot summer in Amsterdam polder!
The Boterbloem farm has been in conflict with project developer SADC ( Schiphol Area Development Company) for many years. Trapped between Schiphol airport and Amsterdam the 'Lutkemeerpolder'  has been used for agriculture over the past 100 years. Nowadays mainly organic crops are grown on the fertile clayground. The historical plot patterns are still visible across the landscape of the polder. These border the main ecological structure and capture the traditional Dutch flatland views. Together with the monumental orchard, it's a unique ensemble.  Developer SADC, of which Amsterdam and Schiphol are both important stakeholders, plans to destroy this beautiful area so they can build warehouses in the future. The original idea for building in the Lutkemeer was started in the nineties. It is stunning that the initiators for developing are all public organizations, such as the city of Amsterdam. They insist on continuing this project, despite the current knowledge and ideas about green spaces in the city. Not to mention the acceptance of climate change. Not only that, but millions of euros of public money has been put into SADC to keep the company going!  Meanwhile the farm is supported by many organizations and Amsterdammers, all worried about the Lutkemeer polder being destroyed in favour of yet another industrial business park.  They have formed Behoud Lutkemeer as a platform for this resistance. In their opinion, building in green areas is undesirable. A radical change in city developing is necessary to stop more damage to the land and climate. Fortunately the De Boterbloem will resist the eviction. In March this year an important success was made, when the city council decided to seriously investigate the possibilities of keeping some of the land, after weeks of manifestations and political pressure. Unfortunately at the moment it seems they are preparing a proposal which only includes a small garden.  There are more than enough reasons to protest and take action for keeping the Lutkemeer, so September 14-16 an action camp has been organized to show support: 'Kampeer in de Lutkemeer'. Friday evening the camp will begin with an open-air screening. Saturday will be filled with workshops, tours, and exhibitions, for example to guide you through the louche history of real estate, the history of the polder itself, and to learn more about organic farming. On Sunday we will practice action methods for field-occupying and sand truck blocking. Off course at the end of each day there's good food, music and theater. Any help is welcome: building up, cooking, preparing an exhibition or workshop. Perhaps you think of a funny action or are you involved with a potential solidarity organisation. Please get in touch with: info@behoudlutkemeer.nl So: grind-polish your rake, look for your tent in the attic, dust off your action-suit, buy some spray paint and bring an old cloth to join us September 14th at 9 pm in the Lutkemeepolder. To stay informed watch the website; www.behoudlutkemeer.nl or follow us on the facebook page Behoud Lutkemeer. Want to join the alarmlist by Email, Whatsapp or Signal? Please send your details to alarm@lutkemeerleger.nl Events: 7 Sept: De Peper (OT301)  // 19:00  // €7-10 Benefit dinnerand party to support the Lutkemeer Action Camp Vegan 3 course meal and live music at de Peper in order to help fundraise for the Action Camp to save the LutkemeerPolder.  14 Sept: Lutkemeerweg 276 // 21:00 // €0 The Milagro Beanfield War Family film to be shown as part of the Action Camp, Behoud LutkemeerPolder. 15 Sept: Lutkemeerweg 276 // 19:00 // €0-7 Live bands, DJ and dinner Line-up: TBA  Music and dinner to celebrate a day of workshops and seminars at the Action Camp, Behoud LutkemeerPolder. 29 Sept: Vrankrijk // 19:00 // €7 Benefit dinner and party to support Lutkermeer Action Camp Vegan dinner and live music, with an opportunity to learn more about the Action Camp to save the LutkemeerPolder. This event will occur during the regularly scheduled WTF Queer Night and VOKU dinner. Line-up: TBA Facebook page
Issue #019 Published: 28-08-2018 // Written by: Tater Slayer
Advertising Shits in your Head
As city-dwellers, we see approximately 5000 adverts each day, compared with 2000 thirty years ago, according to a study by Yankelovich. Cities globally have begun to tackle ceaseless invasion of conscious and unconscious thought by introducing outdoor advertising bans which replace billboards and bus-stop adverts with artwork, community noticeboards, clocks, or blank spaces. The most recent example of this is in Grenoble where 326 billboards have been replaced with community noticeboards and trees. This seems like a logical way to decrease exposure to adverts and to reclaim public space, but arguably it is counterproductive, stimulating marketers to find other platforms for advertising which can be more invasive as they employ more discrete ways of accessing private space. Think of cookies in your phone browser, adverts in your apps, unwanted spam mail in your inbox each morning, or the chance to win something plastered across your juice carton: although advertising bans present small utopias of unclogged thought and cities where consumers can begin to escape ideology of constant consumption, they force marketers to penetrate the consumer’s private space, governing consumption from within. All adverts promulgate ideology of mass consumption, telling us to strive towards an ideal subjectivity which not only is unachievable but which also requires constant consumption of products. With an input of 5000 adverts daily, only one side of the argument is visible to the consumer: there is silence surrounding the counter-argument that we do not need to consume more. With the counter-argument to the dominant hegemonic belief silenced by persistent advertisement, this regime is rarely questioned, creating an obsessively commercial society. In a climate in which advertisers constantly devise new ways of reaching and expanding clientele such that consumers are almost unaware and neutralised to the invasion of their mind, it is essential to provide counter-ideologies which allow consumers to reflect on messages they receive. Without this counterargument, consumers live in a one-party regime with no alternative to the ultimate goal of economic growth. Perpetual economic growth is not only unsustainable in that consumption requires exploitation of Earth’s finite resources, but it is propounded to benefit all in capitalist society when it unequivocally privileges the wealthy above the rest. If it were not for this normalisation of omnipresent advertisement, it may be possible to open a conversation surrounding doctrine of constant consumption. Ad-hackers and brandalists target this doctrine on a global scale, presenting the public with a counter-argument, the anti-consumerist message, by switching adverts in bus stops and billboards for artwork. Brandalists aim to reveal truth behind specific brands such as Nike, Shell, or so-called ‘free-range’ eggs; ad-hackers are more ideological, often conveying environmental or anti-consumerist messages. The annual Subvert the City festival organised by Subvertisers International, this year 23d-25th March, encourages small groups worldwide to ‘subvert’ their city and makes these projects seem accessible and achievable. The organisation provides groups with encouragement, inspiration, ideas, instructions, and a general help service to mobilise activists and to try to subvert as many cities as possible. Afterwards, the Subvertisers website is flooded with photos of this global grassroots movement, collectively imagining “a world beyond consumer-capitalism”. Six friends and I were inspired by Subvert the City. Motivated by examples of ad-hacks and brandalism on the site and by messages we had seen previously, we began to group and to plan ad-hacks in Amsterdam, a city almost excluded from this bubbling online community who share and discuss the frequent ad-hacks in other cities such as Bristol, Paris, and Hamburg.  On the first night that we set out to change the bus stop JCDecaux posters, we were struggling to fit our poster into the tram stop at Muiderpoort - it was much harder than anticipated - when a friendly driver terminated at the stop. Curious about our ‘art project’, he pondered the question posed by the poster, “wat wil ik nog meer?” (what more do I want?), and told us that some more money was what he wanted, mainly to raise his kids and to have a better house. For me, this almost automatic response reflected how deeply our economic-growth-orientated ideology has affected society, taking precedence over all other ideologies, despite most people never benefitting from this trickle-down economy. After chatting to us and wondering what he would do with the money, he concluded: “maar geld maak me niet gelukkig” (but money won’t make me happy). Although we eventually left that bus stop empty after a much stricter driver arrived and questioned us, the encounter was motivating. We realised that this simple question has potential to unveil the counter-argument to consumerism, holding power to provoke thought as people traverse the city, commuting on their financially-motivated quest through life. As our messages enter the public realm, we hope that they may stimulate thought and stir the public from neutralised invasion of their mind. ================================== Ad-hacking is an achievable and accessible form of protest, but mobilisation in Amsterdam is either hidden or limited. Like other cities around the world, we should have a vibrant and active ad-hacking scene which constantly challenges the city’s over-normalised hegemony. As an action, it is not complicated:  • You need keys for the bus stops which can either be 3D-printed, or you can contact other ad-hackers online who may point you towards somebody who can post you a key. • You need abris-size paper for the bus stops, or money to print abris-size posters if you are making art digitally.  • You must practise in a quiet area where you cannot be caught so that when you go into busy streets, you are efficient and professional. • It is is perhaps less risky to ad-hack during the day (possibly in the morning when it is less busy) wearing hi-vis vests to look professional, despite this seeming more obvious. • We worked best with two or three people to change posters and found it useful to have two extra people in plain-clothes watching for police, so that those changing posters were undistracted.  • When you remove your first advert, you will notice that its top is folded over by half a centimetre. It will make your ad-hack easier if you fold your posters like this before you begin. • Take scissors or a penknife with you as the adverts may be tied in with plastic. Activists of Amsterdam, come out, subvert the city, and stay safe. Let’s pull down the Chanel adverts that hyper-sexualise women’s bodies; let’s remove the KFC adverts that mask the horrors of battery-farmed chicken; let’s rip up adverts for the latest Apple iPhone, stained by blood but claiming to provide optimum enjoyment of life: let’s divert our city from its unachievable ultimate goal of economic growth and challenge hegemony that is constantly imposed upon us.
Issue #019 Published: 27-08-2018 // Written by: Xuda Käru
Going Under
After the Wet, rafts began to appear on the canals and waterways. Some of them had been around for decades, part of a transient community that could trace itself far back, well before the Floods. The River Rats had built and rebuilt their watercraft over generations from salvaged and scavenged material. They are a floating bricolage and history lesson, with remnants of previous craft repurposed into present designs. Periodically, when people decide to settle down, drift away or when friendships collapse the faltering scene is re-discovered by another generation and revived. Of course, there were those who were in it for life. I suppose that’s what became of me. During the Wet some made other arrangements, shuffling between a network of Wagons and Haus Projekts, while others followed the Sun. Bookending the Rafting Season were notorious parties. Dozens of rafts would meander down river at dusk, collecting friends who arrived at pickup points along its banks, heading away from the die Vorstadt and deeper into der Wald. Coming together over the long summer dusks, we would rope our crafts together to form an ad hoc island. I preferred to arrive early. To set up, get comfortable and make small talk with the Elders. When it finally became dark and the atmosphere began to thicken, I would slip into my cabina and prepare to transform. Passing a plastic comb through a nylon wig is a ritual that has continued over generations. As a child I never grew out of dressing up and as I matured my preoccupations led me to Drag. Sure, these days children are taught that biology is mutable, but even before the Gene Traders arrived—making it as easy to switch genders as you could a pair of trousers—there were many tools and tricks available to those of us curious to experiment with our bodies. The Biological Arts. Nights which began full of promise, often ended in trouble. We were a close-knit community, but we were far from Polite Society. You had to speak up and ask for what you wanted, this was no place for the meek. There were plenty of egos, rivalries and envy. Old wood, rope, fire and intoxicants. It’s a volatile mix. People would get high and start pouring gasoline on top of spirits rather than water. The irony was that we were floating on that stuff, but if you swallowed more than a mouthful of The River you’d surely be sick.  Things happened almost too quickly to follow. Breathe deeply, keep breathing deeply.  Use both hands to hold my arm.  I have no control. Shouts, splashes and motors spluttering into gear broke my concentration. The police? They would often make an appearance. More of a show than a threat—to let us know was in charge—all part of the night’s entertainment. Besides, we were too far away from the City to harm anyone but ourselves. When I clocked that the smoke seeping into my cabina was not from the fog machine, I scrambled out onto a floating platform. Breathing through a scarf, I squinted through the haze, lights and silhouettes. Flames leapt across the assemblage of wood, fibre glass and steel. River Rats scurried into small dinghies and paddle-craft, breaking away. Others panicked and jumped into the toxic water. A sudden burst of sound-light-heat and on an impulse I too found myself in the drink. Suddenly sober, and trying to keeping my head from going under, I lunged towards a paddleboat as the island dispersed around me. Then everything went blank. She heard talking, listened for human  voices, and could not distinguish any. Parts of her body went numb. She could hear her own breathing. A sharp acrid smell brought me to my senses. Blinking I glimpsed flames, dancing alight on the oily slicks skimming the waters’ surface; the River a toxic flambé. I felt a pinch of something attached to the soft flesh of my stomach. Not painful, but firm. Quickly coming to, it occurred to me that despite having passed out I had not sunk. Rather, I was being held afloat. But I was not wearing a life jacket, nor had I hooked onto a life buoy or caught onto a piece of floating flotsam. Your body can help me. Keep  breathing deeply. A long time ago the River would have been the lifeblood of the settlements along its banks. All kinds of creatures would have relied on it for their survival. Inhabitants would hunt for fish and mollusks and eventually channel its water to irrigate crops. While you can still travel along the waterways, the River is obviously not what it used to be. With industry came obstructions, infrastructure, pollutants and chemicals. Of course, over the years there have been considerable efforts to treat and restore its waters. I’ve heard that sections of the River that pass through the City’s historic centre are now purer than ever and citizens swim there during the Heat. But in the outskirts of the Stadt it’s a different matter. Downriver might not run clear, but neither is it a Deadzone. Rather, in this eutrophic soup lifeforms evolve and new species emerge. Cautiously, I reached down towards my stomach to touch a cold, slippery body, about the length of my forearm. It twisted away from my fingertips but nevertheless stuck fast to my side. Whatever it was didn’t seem to fear me and oddly I also felt at ease. I’d no urge to pull it off. Strange. I wasn’t at all cold. How long had I been out here? I scanned the waters for my comrades and spotted a single raft as it disappeared around a bend. Now fully alert, I realized that I was not moving with the current, but rather against it, propelled by a steady and invisible force.  
Issue #019 Published: 26-08-2018 // Written by: Klaar vd Lippe
Book review: Richard Sennett: Building and Dwelling: Ethics for the City, feb 2018
In een boek over de stad verwacht je te lezen over bouwen en masterplannen. Over hypotheken en inkomens. Gewend als we zijn aan lofzangen op de metropool en internationale successtad.  Sennett ziet het anders. Juist door die focus op bouwen en direct succes worden steden meer en meer gesloten. Complexiteit wordt uitgebannen ten faveure van een markt of plan gedreven structuur. In de gesloten stad moeten mensen zich voegen naar het plan. De stad is voor Sennett behalve een plaats, ook een mentaliteit. Stedeling zijn vereist dat je kunt omgaan met verschil. In cultuur, in mentaliteit, in klasse. In zijn vertoog wandel je over drukke pleinen met ontheemden en nieuwkomers. Elegant en erudiet neemt hij je mee langs zijn eigen mislukte projecten, geslaagde migranten samenlevingen en gidst je door de geschiedenis van steden en denken over stedelijkheid. Om uiteindelijk uit te komen bij een pleidooi voor een open en menselijke stad. Een open stad die ruimte geeft om een stedelijke mentaliteit te laten gedijen.   Als tegenhanger van grote gebaren van grote mannen onderzoekt Sennett de praktijk van gedrag in de stad. Hij richt zich op de kunst van het samenleven als mogelijk vormgevend principe. Hij draait daarom het ontwerp proces om en onderzoekt welke gewoontes en technieken de mens hanteert om zich thuis te leren voelen. Zou je die strategieën  kunnen gebruiken om steden te maken die daarom meer open zijn, meer geschikt om het stedelijke te faciliteren?  De stad staat voor hem ten dienste van de mens en haar diepe verlangen een plaats te vinden. Klinkt hier: locatie, locatie locatie, bij Sennett is het: plaats, plaats, plaats. Opvallend is de rol van de publieke ruimte als plek voor menselijk handelen. Lopen, kijken, verkopen zitten, spreken. Het stedelijke ontstaat en kristalliseert daar waar verschillen ontmoeten. Het boek is een eerbetoon aan de anonieme stadmaker die zijn habitat met bescheiden middelen vormgeeft. Volhardend en inventief. Een eerbetoon ook aan de dappere ontheemde die denkkracht inzet om opnieuw thuis te komen. Zonder nostalgie durft te leven.  Hij gebruikt zijn persoonlijke ervaringen als maker, als mens en als waarnemer. Zelfs zijn revalidatie na een beroerte, voorzichtig wandelend over de Kantstrasse in Berlijn, is een actief proces van waarnemen, verbinden en begrijpen.  Transformaties Sennett laat zien hoe de grote wereldsteden veranderden door ingrepen van ingenieurs en architecten. De begintijd van deze discipline leidt tot fascinerende transformaties. Londen wordt door een nieuwe techniek, het ondergronds riool, die zorgt dat  besmettelijke ziektes afnemen een veel gezondere omgeving. In Parijs breekt architect Hausmann grote delen van de oude stad af om plaats te maken voor boulevards om ruimte te geven aan transport. Nodig omdat bij de recente opstanden de nauwe straten gemakkelijk met gewoon huisraad gebarricadeerd konden worden. Over de nieuwe Allees kunnen de kanonnen snel van plek naar plek gebracht worden. De burgerij vindt de nieuwe ruimte prachtig en laat zich zien in de grote lichte cafe´s op de straathoeken. In Barcelona ontwerpt Cerdá voor stads uitbreiding Eixámple een nieuw type bouwblok. Flexibel en veranderings bestendig om de nieuwe stad structureel flexibel en sociaal  gevarieerd te maken.  In New York wordt het concept multiculturele melting pot vorm gegeven door het Central Park. Een ontspannings plek waar mensen met verschillende achtergronden in een fantasie landschap aan elkaar kunnen wennen. Stedelijk leven Niet alleen de fysieke ruimte verandert. Het heeft effect op hoe we onszelf zien. Stedelijk leven, een stadsmens zijn wordt een manier van leven. De massale aanwezigheid van mensen vraagt om andere manieren van elkaar benaderen en ruimte geven. Anonimiteit is een nieuwe ervaring.   Zo goed en groot als de prille stedenbouw was, wordt het nooit meer. De pretenties en ambities kunnen we in principe nu nog in stedenbouw herkennen. Alleen is de stad en de maatschappij eindeloos meer complex geworden en leidt het nu tot een rigide en gesloten stad.  Sennett toont ons Nehru place, Dehli, India, waar een middelbare heer gestolen Iphones vanachter een kartonnen doos verkoopt. Trots op de plek op de markt die hij verovert heeft. Met niets begonnen, nu een huis en een gezin met studerende kinderen. Van het platteland naar een precair maar beloftevol bestaan. In Shanghai de shikumen, de traditionele hofjes van burengemeenschap. Gesloopt voor hoogbouw met in de plint een shikumen replica, waar nietl anger buren maar jonge professionals de ruimte delen. Open structuren zijn vervangen door gesloten systeembouw. Een open stad accepteert verschil, een gesloten stad heeft er geen plaats voor.  Omgaan met verschil is het lot van de stedeling. Hoe doen we dat? Moeten we van Sennett allemaal liefhebbende buren worden. Jawel, maar buren in de zin van filosoof Levinas zegt Sennett. Iemand met wie je je verwant voelt, maar niet samenvalt. Een goede stedeling worden is ook een techniek. Gebruik je zintuigen. Wandel, oefen jezelf in het spreken met vreemden. Accepteer dat je thuis komen kunt leren.  Open Amsterdam? De schrijfster activiste Jane Jacobs vroeg hem toen hij kritiek had op haar verlangen oude wijken in New York te behouden en nieuwbouw te verwerpen: Richard, wat zou jij dan doen. Het boek is daar op een bepaalde manier een antwoord op. Komt hij uiteindelijk met een groot plan? Een grande design?  Integendeel. Na de analyse hoe mensbeeld en menselijk gedrag op elkaar inwerken komt hij met een korte lijst ruimtelijke ingrediënten en een aantal technieken hoe je samen leert maken. Meer niet. Toch is dat een belangrijke opdracht aan de lezer. Jij maakt de stad, door je te gedragen als een stedeling,  Nieuwe linkse stadsregering: lees dit boek. Deel het uit aan je ambtenaren. Het inspireert en geeft hoop. Voorkom dat Amsterdam zich nog meer sluit. Misschien kan stadmaken wel helemaal anders.  Richard Sennett (1943) is socioloog en stedenbouwer en doceert aan NYU en London School of Economiscs and Politics.  • University Professor of the Humanities, New York University  • Professor of Sociology, the London School of Economics and Political Science  Building and Dwelling: Ethics for the City Is het derde boek in de serie over de makende mens, homo faber. Het gaat over de mens als plaatsmaker. In dubbele zin. Van de stad en het thuis.  Het eerste ‘Samen’ gaat over omgaan met elkaar. Het tweede, De Ambachtsman’, over vakmanschap en samenwerken en leren. Het is, desgevraagd, het laatste boek dat hij zal schrijven. Misschien, aarzelde hij, volgt er nog één over cello spelen, zijn eerste beroep.       
Issue #019 Published: 25-08-2018 // Written by: Clara Davies
Minds Of Amsterdam - Camille Guitteau
I’d say Camille has taught me three major things: The importance of eating well, what feminism really means, and how an old school hip hop beat can heal just about anything. In her house she keeps a toy Llama called Jean Patrique, four to five plants, and hundreds of pieces of cut out paper she then turns into collages. She started mixing and matching bits and pieces back in her hometown in France. It’s been 10 years she’s been at it, and she can’t seem to stop. I guess that is what happens when you truly enjoy what you do. 1. So, you cut up pieces of paper and pair them together to make a collage? If you ask me, I do much more than that... Collecting magazines, selecting images, cutting every picture that triggers a reaction, storing them, reviewing when ideas come, storing again. Arranging the papers into a collage, bringing more images in while discarding some, re arranging... I share a piece of life with them.  2. Do you recall when you first thought about making a collage? Actually I do! It first came to me that I wanted to make a (pretty wide) red collage; red is my favorite color. I said that to my Mum, and she told me that, well, I’ll just try on a small one to start with. So she bought me a tiny, square canvas. I made that one. And I’ve been doing that ever since for 10 years. 3. What does your work aim to say? Everything that is in my brain. And that’s why there’s so much in every artwork! 4. How do you know when a work is finished? When I can feel the overall cohesion I’m aiming at.  5. Can you name a few things in life which inspire you? All the themes you find in my collages, and so much more. Philosophy. Science. Creativity itself, colors have always inspired me.  6.  What’s the best piece of advice you’ve been given? I think it’ll have to be the basic, but percussive: if you feel something deep down, and work extremely hard for it, it is achievable. But don’t ever forget the hard work part.  7. Can you describe your life in three words? Music. Body. Movement. 8. If you were not living in Amsterdam right now, where would you be? That’s a tough question... Probably back to Russia for a little while (I lived there for a year). It inspired me very much, I would like to go back and retrieve the same feelings. But it’ll have to be Summer time! More info: https://kiwii.studio
Issue #019 Published: 10-08-2018 // Written by: Hanna Blom, Sam Simons, Vino Avanesi
Humanities Rally
On June 8th, UvA students were violently removed from campus after a peaceful protest. Students who were part of the protest share their experiences and explain their reasons for protesting. 1. Return to protest Humanities Rally (HR) is a student movement that was formed in 2014, which has since then united students and teachers in a battle against budget cuts and for a democratic and emancipatory university. In 2015 the protests culminated in an occupation of the main office of the University of Amsterdam (UvA), the Maagdenhuis, which lasted for almost six weeks. After the occupation of the Maagdenhuis, HR decided the struggle had to be continued from within the institutions as well. For three years, they participated in student politics but eventually came to the somber conclusion that the student councils aren’t democratic bodies that are taken seriously by UvA management. Within the current structure, students can do no more than softening the blow of detrimental policies, while being laughed at by directors during meetings. Now, after three years of battling the board of directors, the problems that caused the 2015 protests are still pervasive. Once again there are stark budget cuts awaiting higher education. At the UvA, itself, 40 full-time jobs are being cut from the Social Sciences and Humanities Faculties. On a national level, there is a huge budget cut of 183 million euros that the Ministry of Education, Culture and Science is planning to execute. While these are acute problems to be tackled, they are inevitably tied up with the managerial structure of the university. Until we experience a shift in which teaching and research become the true priorities, issues with diversity and decolonisation cannot receive the proper attention. When the movement needed to decide whether they would continue to participate in the student council elections, it was clear to us that change would not come from within this sham democracy. The only way to make real changes was to pick up where we left off in 2015: Direct action.  2. Reclaiming the University When the university fails to provide an environment for learning and research within a democratic, decolonized, and autonomous academic community, we have to take matters into our own hands. A university whose main focus is the amount of money earned and diplomas handed out, is an institution where the interests of students and teachers take a backseat. This is why we need to actively create spaces within the university where criticism is finally heard. Every time we organize an event, we are reclaiming territory, reminding the Board of Directors for whom and what purpose these buildings were erected. On the 22nd of May, we organized a Night of Protest, the third one in Humanities Rally’s history. This time we joined forces with NU!, an action group formed at the Faculty for Social Sciences and the student union, ASVA. The night was held at the Oudemanhuispoort and featured lectures, panel discussions and music, with the intention to inform students on the issues that are threatening education. Though the night ended with everyone charged and ready to take action, when asked to leave we decided to comply. On the 8th of June, we held a March for Education, with 700 people walking from the Oudemanhuispoort to Roeterseiland, as our chants sounded through the streets. Not only were we joined by students and teachers from across the UvA faculties, delegations from other universities showed up to support the cause as well. On the day of the march, the university decided to close their doors five hours early. We imagine that they wanted  to ensure students inside would not be able to join us, and more importantly, so that we would not be able to occupy. Having anticipated the UvA’s reaction to our march, we set up camp across the water, on a grass field. The day after, alumni would return to the UvA for University Day, thus we found it appropriate to host our own University Night. Yet the university demanded our departure, because of children’s activities that were to be set up early morning on that grass field. When we tried to reach an agreement our departure, the dean made clear that he refused to negotiate with us, and at 22.00 the police started closing in as we sat on the ground, arms interlocked. They started pulling, then dragging, then throwing us at our own tents. We saw our friends being beaten with batons, pepper sprayed, and punched by police. Geert ten Dam, the head of the Board of Directors, explained the situation the next day, saying she ‘supports the cause but carries responsibility for the safety of the buildings and the territory.’ The police violence that took place on Roeterseiland campus, was clearly political in its motivation. A nearby side-walk café, for instance, was cleared out by the cops only after its patrons started protesting against the police brutality taking place. Whilst legally speaking the same area-regulations applied to them, these people were not summoned to leave by the university at precisely 22:00 hours as we were. Police did not ‘escort’ them off campus, until their presence had also become one of dissent. This discrepancy, and the subsequent rapid escalation to violence, lays bare that the alleged offense was a challenge to power, not law. The university as cradle of social change The university does not exist within a vacuum. The repression experienced by students and staff fighting austerity-measures across universities, has only increased over the last five years. This development is symptomatic for the direction in which our neoliberal society is headed. As the idea that everything in society should be run like a business has been losing political legitimacy following the Great Recession, those in power increasingly rely on direct force to push through austerity-measures across society: encroaching on civilians, breaking up strikes, and attacking (student-) protesters. Accordingly, from the Maagdenhuis occupation to recent events, the non-violent reclaiming of space within the university has been a strategic tenet for us. Its political effectiveness stems from its material language: occupying property challenges (and thus reveals) the real interests of neoliberal capital. Additionally, its principally non-violent nature exposes any use of force as politically motivated: since public safety is not threatened here, police-intervention blatantly serves those who own the occupied property. One’s very presence as such becomes a critique of a status-quo that puts profit and property before people. A status-quo, where public institutions, like everything else, are to be run as businesses. It is by revealing the nonsensicality of this assumption, we believe,  that the university movement is of value for society at large.  As the economist Ernest Mandel reminded us, ‘the university can be the cradle of a real renewal of society’. Not through students and staff single-handedly bringing about social change, but more by way of pointing in a possible direction where such change can take place. In order for the HR movement to even begin fulfilling such a function, we must seek to be inclusive of all groups and faculties within the UvA, of (support-) staff, and of university movements across the Netherlands. Simultaneously, we must understand our position: our local issues will not be resolved until addressed on a national level. However, a march on The Hague will only be possible when the university movement stands and organizes with those similarly affected by neoliberal policies. Eventually, we must reach out to the cleaners, the elementary school teachers, to the nurses and bus-drivers, and to all other groups that neoliberal politics has made precarious. Photo: Theo Warnier
Issue #019 Published: 09-08-2018 // Written by: Paris Palmano
An Honest Guide to Climate Change: Confronting the Problem
We know climate change is a problem, we’ve known it for a while now. We’ve known since the work of the Irish physicist John Tyndall in 1859 that the atmosphere grows warmer as an effect of greenhouse gases. We’ve known since the work of the Swedish chemist Svante Arrhenius in 1896 that the combustion of fossil fuels escalates levels of carbon dioxide in the atmosphere. We’ve known since the first United Nations Conference on the Human Environment (UNCHE) in Stockholm 1972 that rapid growth dramatically accelerates the rate at which greenhouse gases are emitted. At the 1992 United Nations Framework Convention on Climate Change (UNFCCC), we decided to work to disperse greenhouse gas concentrations in order to avoid dangerous human interference with the climate system. In 1995, world leaders came together to find solutions to the impending disaster. A Conference of Parties (COP) has been held every year for 20 years before it finally led to an agreement in Paris in 2015. Now we find ourselves in 2018, burdened with 160 years of mounting concern. We still know climate change is a problem, bigger now than at any point in human history, yet the political process continues to let us down while humanity marches towards its demise. For the best part of three decades our leaders have been intoxicated by a deadly cocktail of fruitless pondering, posturing and pandering. Time and again they have fallen into a hopeless cycle of false solutions and self-gratification. If we discovered IJtunnel was suffering critical damage and in need of urgent repair, we would not simply limit the volume of traffic attempting to cross it; we would not adopt a week-on week-off schedule to ease the strain overtime, and we would not ask people to disembark their vehicles and cross by foot. We know that a risk of this scale, a matter of impending catastrophe, requires a rigorous, forensic approach, locating the cause of the problem and to fix it before needless tragedy transpires. If we can see the root of the problem so plainly then why do we allow our governments and corporations to swerve accountability when it comes to climate change?  Our politicians feed and thrive within a narrative, a narrative in which they recognise the urgent threat of climate change. Yet, the solutions they implement lack the magnitude necessary to avert disaster. They celebrate micro-achievements such as the introduction of hybrid busses, LED street lights, and recycling reward schemes, while claiming to lead the world in climate mitigation. Our governments appear to be dealing with the problem but are in fact doing very little in real terms. Blinded by this futile narrative, people take shorter showers, recycle, protest, like and share. These measures are important, but without action that matches the problem, they may all be in vain. So why is it that governments with the necessary resources and technical knowledge at their disposal fail to meet the grievous threat of climate change? Perhaps the best way to understand this is to view our self-defeating relationship with fossil fuels as addiction. Fossil fuels power our economies, our societies and our lives in so many ways: to live without them seems impossible. Our governments display classic signs of addiction: they openly acknowledge the problem of impending climate catastrophe in order to deny the real solution. Typically, an alcoholic doesn’t deny they have a problem. Instead, they say “I’m working on it. I know I have a problem but I’m taking measures, I don’t drink spirits, I’ve stopped drinking before breakfast, maybe that will help”. For anyone who has been close to someone dealing with addiction, it’s easy to become complicit, to recognise that steps are being taken and to commend this behaviour because it’s so painful to confront the real solution. It hurts, it’s difficult and it ends in arguments. The hardest thing for an addict is to face doing what must be done.  The only way we will avert climate catastrophe is if we confront our problem honestly. It won’t be an easy task and it will require significant change, but if we hope to safeguard our future it has to be done. To find a solution, we must face reality and meet climate change with action that matches the severity of its impacts. Let’s use the last 160 years of scientific knowledge and experience as a motivation for a politics that confronts the true social and economic causes of climate change in order to find a solution for the benefit of humanity and all life on Earth. Illustration: Pedro Kastelijns