Article index
Latest articles
Issue #028 Published: 23-01-2020 // Written by: Menno Grootveld
Een opstand schuilt in een klein hoekje
In het afgelopen najaar hebben er in Amsterdam maar liefst drie conferenties plaatsgevonden die zich met de toekomst van de stad bezighielden: het achtste Futurologisch Symposium in september, ReTakeTheCity in oktober, en De Stad van Morgen in december. Hoewel de invalshoek telkens anders was, was er ook een gemeenschappelijke noemer: hoe zorgen we ervoor dat een stad als Amsterdam ook in de rest van de 21e eeuw leefbaar blijft en niet wordt vermorzeld door het geweld van het internationale vastgoedkapitaal, het toerisme en de verwoesting van ons leefmilieu? Bij De Stad van Morgen was de Britse socioloog David Harvey, de auteur van de klassiekers Rebel Cities en A Brief History of Neoliberalism, de hoofdgast. In een referaat van een uur wist hij op onnavolgbare wijze een analyse te geven van het tijdsgewricht waarin we verkeren. Dat was niet bepaald een hoopgevend verhaal. Het komt erop neer dat de krachten waarmee wij geconfronteerd worden eigenlijk te groot zijn om daar als stad een vuist tegen te kunnen maken. Hij verwees naar de opstanden die momenteel in een groot deel van de wereld plaatsvinden (Chili, Colombia, Irak, Libanon, India) om aan te geven dat die waarschijnlijk de enige manier zijn om échte verandering te bewerkstelligen, en dan nóg: het kan ook uitdraaien op een dictatuur. Helaas was niet meteen duidelijk hoe deze analyse aansloot op de situatie zoals die zich in Amsterdam voordoet. Eigenlijk is die heel paradoxaal: aan de ene kant lijken de bomen nog steeds de hemel in te groeien (met de nadruk op het woord groei – dat is volgens Harvey de essentie van het kapitalisme); aan de andere kant zijn er steeds meer tekenen die erop wijzen dat die groei een grens heeft bereikt en in zekere zin zelfs zelfvernietigend is, of althans aan zeer weinig mensen ten goede komt, terwijl de rest het nakijken heeft. Dat is ook de boodschap van de documentaire Push! over gentrificatie, die dit najaar op het IDFA draaide. In die film zegt de Italiaanse journalist Roberto Saviano in iets andere bewoordingen wat David Harvey ook zegt: het kapitalisme is een door en door verrot systeem, waarin het traditionele onderscheid tussen onderwereld en bovenwereld inmiddels volledig is weggevallen. Zowel ronduit criminele organisaties als op het eerste gezicht ‘normale’ kapitalistische bedrijven sluizen hun gigantische winsten weg naar belastingparadijzen, om die vervolgens eenmaal witgewassen in de vastgoedsector van steden als Amsterdam te investeren, met alle gevolgen van dien. Een van de meest perfide bedrijven van dit moment is Blackrock, een internationale vermogensbeheerder die steeds actiever wordt op de vastgoedmarkt, ook in Amsterdam. Op de ReTakeTheCity-conferentie bleek dat Blackrock in steden als Barcelona en Berlijn al specifiek op de korrel wordt genomen door activisten. En in Berlijn zijn ze zelfs bezig met het organiseren van een stadsreferendum, met als inzet de re-socialisatie van grote woningbedrijven die uit louter winstbejag de huren opdrijven. In navolging van Harvey kunnen we echter de vraag stellen in hoeverre steden in staat zijn om werkelijk tegenwicht te bieden aan de krachten van het internationale kapitaal. Onder de vlag van het ‘municipalisme’ proberen sommige steden zich nu transnationaal te verenigen en gezamenlijk op te trekken in de strijd tegen bedrijven als Blackrock, Airbnb en Uber. Dat is een goede ontwikkeling, maar het is de vraag of het genoeg en effectief is. Bovendien gaan we die strijd niet winnen als we zo verdeeld blijven als nu het geval is. Een maand geleden vroeg een bevriende Duitse kunstenaar mij hoe wij dachten in Amsterdam ooit iets van de grond te kunnen krijgen dat de trekken heeft van een echte ‘beweging’. Hij had het idee dat Amsterdammers veel te individualistisch waren om adequaat te kunnen samenwerken. In een gesprek met David Harvey kwam hetzelfde thema naar voren, maar nu in historische zin: Hoe heeft het toch kunnen gebeuren dat de Amsterdamse binnenstad, die nog geen veertig jaar geleden van onsʼ was, nu is verworden tot een commercieel toeristenparadijs, waar de huizenprijzen door het plafond schieten? Het antwoord is waarschijnlijk hetzelfde: ook in de hoogtijdagen van de kraakbeweging en de alternatieve kunst- en mediascene was feitelijk sprake van een bontgekleurde verzameling grotere en kleinere ‘bv-tjes,’ die allemaal in eerste instantie het eigen belang voor ogen hadden. Zo ga je de revolutie natuurlijk nooit winnen. We zullen ruimhartiger moeten zijn in de keuze van onze bondgenoten. Zo sprak ik ook onlangs een student die in Frankrijk was gaan studeren en zich verbijsterd afvroeg waarom niemand uit onze kringen zich solidair wilde verklaren met de demonstrerende boeren. Iemand antwoordde toen dat kwam omdat de boeren de grootste stikstofvervuilers zijn en dus zullen moeten inkrimpen. Maar de student zei – en misschien terecht ook - dat die boeren feitelijk net zulke grote slachtoffers van het systeem zijn als wij zelf. Als je écht iets wilt veranderen kun je beter de handen ineenslaan in plaats van iedereen meteen te verketteren. Tot slot toch nog een hoopvolle opmerking (met dank aan Harvey): vaak begint een opstand met iets relatief kleins, één iemand die het niet langer pikt en iets heel radicaals doet, bijvoorbeeld. Laat dus in Amsterdam de strijd rond de Lutkemeerpolder het lont in het kruitvat zijn!  
Issue #028 Published: 17-01-2020 // Written by: Jaromil and Niinja (Dyne.org)
The Algorithmic Sovereign
Introduction Algorithms are growing in power and importance. While their logic is often invisible, their effects are manifest. This article looks at the power of algorithms and highlights some of the abuses and injustices such power often involves, particularly when it comes to cases where algorithms assess the reputation of people, make use of their private data or influence their life in general. An algorithm is an automated sequence of instructions that processes large amounts of data, in order to then mark situations as positive or negative according to certain determined conditions. As we approach the year 2020, many vital decisions are taken by algorithms rather than humans. Even people with no access to computers are affected, while only a few know how algorithms work. A problem we see is that there is no space for public, social and political debate on how algorithmic rules are made and executed. The power of algorithms can only be negotiated by specialists, the most average “users” can hope for is a ceremonial click on the user agreement. “Users” have no say in the construction of these algorithms. Yet, they govern their lives while their mode of operation is often hidden in trade secrets and closed source software. False Positives One important example of the use of algorithms is risk assessment by the police. So called actuarial risk assessment instruments (ARAI) gather publically available data from sources such as travel records and surveillance camera footage; some may also gather Internet activity from social networks, taking into account who you’re “friends” with and so on. For such risk assessment systems a “false positive” is the name of an error: for instance the algorithm may mark someone as a dangerous criminal by mistake. It’s important to consider that for an algorithm, the probability of an error may be a small mathematical fraction that from a statistical point of view is negligible. However, when such an error occurs in the real world, it potentially affects a person as a whole: it can be a matter of life and death. In case of Jean-Charles De Menezes, an algorithm making such an error led to his accidental execution. This story is about the error of facial recognition systems, for which de Menezes was shot in London at Stockwell tube station on 22 July 2005: he was a “false positive”. What is disturbing is not just that an innocent man was killed, confused with a terrorist by the growing apparatus of surveillance cameras but also how law-enforcement made use of his image post-mortem on mainstream-media to claim the error was that of an algorithm, as if this would absolve police from any wrongdoing. Contemporary security research focuses on automatic pattern recognition and prediction of human behaviour. Large-scale analysis can be exercised on the totality of data available about a person at unprecedented detail. But algorithmic models fail to incorporate the risks of systemic failure, plus they can hardly contemplate the ethical costs of killing an innocent human being. To keep campaigning for the privacy of individuals is rather pointless at this point: the real stake is how our societies are governed, how we rate people’s behaviour, what counts as deviance and what doesn’t, and how we act upon it. System Risk Indication Abuse of algorithmic power also happens closer to home. In June 2019, 1263 households in the Rotterdam neighbourhoods of Bloemhof and Hillesluis were marked as potential frauds. Their personal data – and those of their 25,000 neighbours – had been analysed by the Dutch government using SyRI (System Risk Indication), an algorithmic system designed to find ‘fraudulent citizens’. There are few limitations when it comes to the amounts of data the system is allowed to see and the techniques it uses to sift through data (data-mining, pattern recognition and so on) – techniques whose use one would expect to be restricted to security agencies. Citizens are analysed and fit into risk-profiles. This way anyone working with a local agency that has access to municipal or civil services can combine these data in the SyRI system and create a profile of each citizen. These profiles are later compared to risk profiles and people are marked as potentially fraudulent. What exactly makes a ‘fraudulent ’profile is unclear; but when someone’s mundane traits resemble that of the fraudulent profile, such as their water usage or education level, they could be marked. Today we know that, despite infringing the privacy of tens of thousands of households and marking thousands as potential frauds, SyRI has not yet helped to find a single case of actual fraud. The problem is that SyRI is exclusively applied in poor neighbourhoods. Residents of Amsterdam Zuid or brokers at the Zuidas won’t have their personal lives analysed and labeled. This bias makes little sense given the tremendous amount of fraud money circulating in and out of rich neighbourhoods through corporate tax evasion and real-estate money laundering. SyRI is not about researching fraud within welfare systems. It is a screening system for households: a system to monitor and control the working class, redesigned to be both more efficient and obscure, as its code is not available for peer review or forensic analysis. After mounting pressure from protests of local residents, civil rights organizations, and the labour union FNV, the Rotterdam project was cancelled in July 2019. However, SyRI itself is still considered to be a valid system by the government, and can be applied in new projects. What about the Sleepwet? We can find similar abuses of algorithmic power on the national level as well. It’s been a bit over a year since the controversial ‘Sleepwet’ got implemented, even after a referendum where a legal majority of voting citizens expressed concerns and the will to change it. The Sleepwet now allows the intelligence agencies direct access to all information data-bases, exchange with foreign agencies, 3 year storage of collected data and more. Shortly after the successful referendum, the responsible minister was found to have held back a critical report on the data exchange with foreign agencies, which was one of the most controversial elements of the Sleepwet. Since the Sleepwet went into effect, the supervisory commission ‘CTIVD’ has published several sharp criticisms of the security services, showing that up to today the security agencies are incapable of following even the lenient Sleepwet laws to protect people’s privacy. This means that that while the current legislation on algorithmic power has been rejected by a majority of citizens as too weak, the Dutch government is willing to go even further and break its own law. Beyond the empire of algorithmic profits Public institutions should use their algorithmic power to facilitate the transparency of societal processes rather than enforce secrecy and surveillance.  We need to facilitate the understanding of algorithmic rules: to facilitate participation and inclusion; we need to empower people to appeal algorithmic decisions and to intervene on critical situations. At Dyne.org we develop algorithms ourselves and our call to action is for fellow developers out there: we need to write code that is understandable for everyone. Good code is not just skillfully crafted or most efficient: the most valuable code is what can be read by everyone, studied, changed and adapted. Common understanding of algorithms is necessary so that our lives are not left in the hands of a technical elite. Illustration: “Control Pokemon” by Pawel Kuczynski (2016)
Issue #028 Published: 16-01-2020 // Written by: Jan Geurtsen
Autonoom Vastgoed
Vastgoed hoort autonoom te zijn, het hoort van niemand te zijn. Eigendom van vastgoed leidt tot machtsposities voor de enkeling en de hoofdprijs betalen voor alle anderen. Dat is ook de reden dat autonomie vaak zijn toevlucht zoekt tot kraken en het lastig is om het gezamenlijk kopen van vastgoed goed te organiseren. Vastgoed kopen voor jezelf is door de banken, de hypotheekrenteaftrek en andere formules vooral gericht op het traditionele huishouden. Als je collectief vastgoed wil kopen volgens de regeltjes kom je vele barrieres tegen. Er zijn genoeg voorbeelden van collectief vastgoed in Amsterdam. Met Nieuwland als een recent voorbeeld, en anderen zoals de OT301 uit een wat verder verleden. Was vroeger dan alles beter? Niet per se, want er zijn veel gelegaliseerde panden uit het verleden uit beeld verdwenen. Daar bleek de gekozen constructie niet toekomstbestendig en heeft het individuele belang het collectieve overgenomen. De waarde van vastgoed stijgt meestal. Hoe voorkom je dat de bewoners in de verleiding komen om te verkopen of de huur te verlagen? Hoe zorg je ervoor dat je er na afbetaling van de hypotheek een volgend pand aangekocht kan worden? Overigens, wie zou een autonoom vastgoedproject geld lenen of geven als ze later niet bereid is hetzelfde terug te doen voor de volgende generatie?  In het Engels noemen ze dit: “paying it forward”. Uit de gedachte dat er collectief vastgoed moet zijn, zou moeten volgen dat er ook collectief kapitaal is. Solidair geld van anderen is nodig om nieuw collectief vastgoed toe te voegen. Het ligt misschien niet voor de hand als je de details van de rekensommetjes niet kent maar onze logica is vrij eenvoudig. Wonen wordt elk jaar duurder, en tegelijkertijd stijgt de winst van de huisbaas en banken. Daar klopt iets niet, toch? Dus, als het lukt om de huisbaas en op termijn ook de bank opzij te zetten, dan houd je geld over. De uitdaging is om dit overschot, dit in potentie collectieve kapitaal te neutraliseren. En daarom zijn een aantal Amsterdamse collectieven de afgelopen jaren uitgekomen bij het in Duitsland actieve Mietshauser Syndikat en hun huisbankier de GLS Bank. Zo is bijvoorbeeld Nieuwland gefinancieerd door de GLS Bank omdat geen een Nederlandse bank dat wilde of kon. En straks zullen ook Bajesdorp en de Nieuwe Meent volgen. Even een stapje terug: de Amsterdamse traditie van collectief vastgoed was vaak gebaseerd op het model van een vereniging met een stichting. Het vastgoed in eigendom van een stichting (met wat ‘ouwe lullen’ in het bestuur) en de bewoners regelen dmv hun vereniging zelf de dagelijkse zaken. De stichting op afstand was er om te voorkomen dat de bewoners het pand ten gelde zouden maken. Dit model werkt op zich prima bij de Vrankrijk en de Plantagedok. Dat de ‘ouwe lullen’ optie niet risicoloos is werd onlangs bewezen bij de situatie van de camping in Appelscha. Daar dreigde de stichting de camping te verkopen. De vereniging van kampeerders moest onder druk de camping toen terugkopen van de stichting. Het kapitaalgevaar is ook de reden dat Nieuwland niet in het bezit is gekomen van Nieuwland zelf maar eigendom is van Woningbouwvereniging Soweto. Van deze vereniging zijn niet alleen de bewoners van Nieuwland lid, maar ook anderen. Dat zorgt er voor dat de bewoners hun eigen pand niet kunnen verkopen, maar ook dat de ‘ouwe lullen’ niet zo maar het pand kunnen verkopen. Zo’n woningbouwvereniging lijkt een beetje op een huisbaas, en dat was voor Bajesdorp de reden om samen te gaan werken met Vrijcoop (een spinoff van Soweto). Hier wordt een constructie gebruikt waar de gezamenlijk opgerichte vereniging waarvan beiden de enige twee leden zijn de eigenaar is. Dit model wordt in Duitsland door het Mietshauser Syndikat al decennialang gebruikt en groeit nog steeds. Vrijcoop is de Nederlandse tak, en niet alleen Bajesdorp gebruikt dit model, maar ook het Ecodorp in Boekel. Wil je meevechten voor autonoom vastgoed? Binnenkort wordt er een studietour langs Amsterdamse panden die collectief vastgoed hebben of willen geörganiseerd. Meld je aan via: tour@vrijcoop.org Ook zal er een workshop zijn tijdens het 2D.h5 festival in Utrecht, voor dag en tijd zie: 2dh5.nl Meer info: Amsterdam Alternative is ook bezig met het organiseren van collectief eigendom. Amsterdam Alternative Collectief Eigendom: amsterdamalternative.nl/collective-ownership Soweto: soweto.nl Mietshauser Syndikat: syndikat.org Vrijcoop: vrijcoop.org Bajesdorp: bajesdorp.nl   Photo: Marian Miczka
Issue #028 Published: 14-01-2020 // Written by: Jeffrey’s Underground Cinema
Goodbye to yesterday - Neglected German New Wave Cinema
After World War II, one of the first things that cropped up in West German cinema were the weird Heimat films of the 1950s. Set in the bliss of the beautiful countryside, their function was clearly to escape from an even deny the global catastrophe Germany had just caused. The settings were pristine, somehow well-managed and in perfect order. If a conflict ever arises, it inevitably involves a love story. Romy Schneider’s famous Sissi movies, for instance, were a subgenre of the Heimat films. Why such infantile denial? Well, the country had been divided into East and West quickly after the war. When the Americans, together with the British and French, occupied the West and the Russians the East, each side took a different attitude to its recent history.  East Germany committed itself never to allow the recent horrors to happen again. Officials of the old regime were mostly thrown out of positions of power; Nazi businesses were closed down. The West, in contrast, was in a hurry to forget the past and rebuild the country with as little reflection as possible, relying on the help of the Americans. Many Nazis from the East fled to the West, where they were allowed to flourish again. This set up a situation that would run through West German history and cinema ever since. Fortunately, there was more to post-war German cinema than just Heimat films. A different kind of filmmaking emerged with the New German Cinema movement at the Oberhausen film festival in 1962. At this event, directors demanded a cinema that was relevant and engaged with social issues. A guy named Alexander Kluge kicked things off with a marvellous film called Yesterday Girl, about a woman from East Germany who escapes to the West to find that it has its own forms of repression, control and censorship. The movies that were spawned from this movement were low budget, and because not much money was involved, allowed for maximum artistic freedom. In the late 60s, this cinema movement grew hand in hand with the student revolts. A new generation realized that their parents had been responsible for one of the greatest genocides of the century. They had been told that a phase of de-Nazification had supposedly taken place, and yet many former Nazis were now leading government officials, industrialists and bankers. For example, even the chancellor, Kurt Georg Kiesinger, had been a Nazi. When demonstrations and peaceful activism proved ineffective, some activists moved into militant struggle. The most famous militant group formed at the time was the Baader-Meinhof Group or Rote Armee Fraktion (RAF). These people were largely artists, filmmakers and reporters, who were deeply concerned about the direction their country was taking but eventually saw no other option than to adopt the deadly methods of terrorism. The German government responded by turning the country into a police state. There was police brutality, mass surveillance, the shutting down of alternative media, roadblocks where everyone was searched and identified – a total violation of human rights and civil liberties in the name of security. There were manhunts being conducted throughout the country to capture and silence radical left-wing alternative groups. The films of the German New Wave reflected this world, and dealt with these issues head-on. It is my belief that cinema helps us understand history. And I’m not talking about costume dramas here. Almost every film, even a fiction film, becomes a documentary about its own time. We see how people thought, how they dressed, and how society worked. Some say that these films are dated. Not me. I see them as creating alternatives that unlock us from the fatalism of the present moment. They help us dream, but they also reveal a bigger picture. On January 8 the Goethe Institute will screen a series of these films, roughly in chronological order. Some are offbeat movies by more well-known directors like Fassbinder and Herzog. Others are by more obscure artists, like the visionary Harun Farocki. The screenings will be held twice a month on Wednesdays, from January to June, and I have made sure that the entrance is free. A free 48-page English booklet called ‘Abschied von gestern’ will be available at the screenings. It is an overview of fifty years of German history and cinema, including the Berlin counterculture of the 80s. The booklet concludes with the fall of the Berlin wall in 1989, when West Germany annexed the East. And although the previous Cold War might have come to an end, a new ‘cold world’ perhaps began to take root.  
Issue #028 Published: 13-01-2020 // Written by: Jasmine Nihmey Vasdi
Moving Forward with Ecofeminism: Find Your Community
Ecofeminism: the belief that humans should work together to dismantle the patriarchy and begin to work with nature by healing our relationship with the earth, instead of exploiting the land and its people, especially minorities. Ecofeminism begins with individual action, however, individual action alone is not enough to dismantle the patriarchy without forming a community. We must also understand that an effective reaction to climate disaster hinges on the removal of both the societal toxins and environmental toxins from our planet. A frequent argument is that humanity per se  is to blame for our current environmental crisis, but we must realize that, as stated by Ecofeminist scholar Chaia Heller: “humanity has not destroyed the planet, 1% of humanity has destroyed the planet” (1). By understanding this, we cannot lose hope, instead we gain the courage to fight back against the system and its corporations. Thunbergian activism, along with many other advocates, such as Autumn Peltier (who heartbreakingly asked the Canadian prime minister Justin Trudeau for clean water), are figures we should align ourselves with in this fight for our planet. Spiritual Ecofeminists, like Winona LaDuke, are adamant that: “Earth-based spiritual practice is how we renew, strengthen and retain our relationship with the earth”1. An Earth-based spiritual practice can be defined as any ritual or routine in which we as humans give thanks for this Earth, simple activities such as gardening or composting can be included in this. It is any act of respect that is practiced towards our planet. This is key and how we as individuals can further our understanding of Mother Nature and her power, while also recognizing how we can promote this awareness on a larger scale. Also, by reaching out to others in our community who participate in this Earth-based practice, we are forming our own safe organizations, allowing Ecofeminism to bloom in an organic manner. Climate Activist and Ecofeminist Scholar Greta Gaard describes Social Ecofeminism as a stream of Anarcha-Feminism influenced by social ecology, “which looks at how relations between humans shape the way that humans relate to nature”1. Forming communities with a shared belief of how equality stretches across all of Earth’s beings is a major headway into the hierarchical destruction of the 1%. For example, Ecofeminist Activist, Vandana Shiva has gone to great lengths to create communities in India where people can learn about Ecofeminism and sustainable practices. She has pointed out: “What do the corporations do? Go after the scientists” (2), therefore, she creates her own activist associations and immerses herself in different councils around the world, like the World Future Council, where an Ecofeminist angle is essential when discussing the future of Earth. She actively battles against massive corporations (i.e. Monsanto) and supports the scientific research into aspects of our society, for instance, GMOs, which are silently oppressing the Earth and all its beings. By encouraging a dialogue within the community, accompanied by individual action that ripples through society, and non-violently opposing the hierarchal operations that currently dominate the world, there is hope for our planet and all her beings. Interested in learning more about Ecofeminism and our Climate Emergency? • Economics As If The Earth Really • Mattered by Susan Meeker-Lowry • This Is Not A Drill: An Extinction • Rebellion Handbook • Making Peace with the Earth • by Vandana Shiva • Thinking Green: A Documentary • by Greta Gaard and Shawn Boeser 1) “Ecofeminism Now!” Youtube, Produced by Greta Gaard, 1996, https://www.youtube.com/watch?v=BTbLZrwqZ2M 2) “Vandana Shiva - Sages and Scientists” Youtube, Produced by The Chopra Foundation, 2013, https://www.youtube.com/watch?v=ro0GwYwvD8c
Issue #028 Published: 09-01-2020 // Written by: De Sneevlietjes
Burgemeester Halsema verder op oorlogspad
De burgemeester van Amsterdam kwam in december met een heel speciale kerstboodschap: in 2020 gaat ze krakers, ongedocumenteerden, klimaatactivisten en andere activisten nóg harder aanpakken. Vanaf haar ambtsaanvaarding als burgemeester is Halsema op oorlogspad tegen alles wat actie voert vanuit een linkse politieke overtuiging: de krakers van de ADM, de studenten die het PC Hoofthuis bezetten, de klimaatactivisten van Extinction Rebellion, de ongedocumenteerden van We Are Here, de eco-boerderij in de Lutkemeer en ouderen die actie voeren tegen de verkoop van sociale huurwoningen. De lijst is lang en kan maar tot een conclusie leiden: deze burgemeester is autoritair en reageert hysterisch op elke vorm van burgerlijke ongehoorzaamheid. Maar nu heeft zij dus aangekondigd om er nog een schepje bovenop te gooien: - de vreemdelingenpolitie mag ongedocumenteerden die strafbare feiten plegen, zoals kraken, gaan oppakken, - kraakzaken worden sneller door de rechtbank behandeld (sinds wanneer laten rechters zich voor een karretje spannen?), - ontruiming van kraakpanden worden niet meer aangekondigd, maar zal gebeuren bij overval. Dit bovenop de eerdere aankondiging dat ze geen bezettingen van kruispunten of gebouwen meer zal tolereren: direct de ME erop af. Wat voor stad wil Halsema: Amsterdam als Gentrificatiestad: de stad waar de vastgoed maffia de baas is en grote groepen uit de stad moeten vertrekken. Halsema is daar heel duidelijk in: “vastgoed eigenaren moeten voortvarend in het gelijk gesteld worden, zodat de politie tegen krakers kan optreden” (Het Parool 14-12-19). Amsterdam als Exclusieve Stad: de stad waarin geen plaats is voor afwijkende groepen; inclusiviteit en diversiteit zijn mooi zolang het de vrije markt dient, maar zodra het politiek wordt, is het afgelopen. Amsterdam als Angstige Stad ofwel Fearful City: Afschrikken, intimideren, bang maken. Burgers mogen participeren binnen de lijntjes die het stadsbestuur heeft getrokken, daarbuiten heerst de lange lat. Waarom gebeurt dit? Het moet van Den Haag: de burgemeester is hier door de regering neergezet en is te slap om een eigen lijn te kiezen; zij is een “puppet on the string”. Ze is aangeschoten wild van De Telegraaf en Geen Stijl; al van voordat ze burgemeester werd voeren deze media een permanente moddergooi campagne tegen haar. Of wil ze alvast tegemoet komen aan FvD: straks komt – door het blokkeren van links verzet en alternatief -  de FvD in de regering en Amsterdam wordt daar alvast voor klaar gemaakt. Wat nu? “De overtuiging dat de wijze waarop de Nederlandse staat functioneert onvoldoende oplossingen biedt voor de fundamentele problemen waarvoor we nu staan: het klimaatvraagstuk, de migratieproblematiek, de groeiende ongelijkheid en de vermenging van de boven- en onderwereld (….) betekent dat wij onze stem moeten verheffen en – als dat nodig is – verzet moeten aantekenen.” Dat schrijft Herman Tjeenk Willink (minister van staat, ex vice-voorzitter Raad van State,) in zijn boekje Groter Denken, Kleiner Doen (2018). Verzet en burgerlijke ongehoorzaamheid zijn in zijn ogen nodig “om de democratische rechtsorde overeind te houden.” Verzet is en blijft noodzaak.
Issue #027 Published: 15-12-2019 // Written by: Sofia Bifulco
Making themselves heard
I am a politics student currently on exchange in Santiago de Chile and participating in the demonstrations. What follows is a subjective account of recent events, drawn out through interviews and conversations. On October 25th, Chile witnessed its biggest ever march, during which over one million citizens protested in Santiago. People were singing, dancing, and banging pots, demanding: Dignity, Justice, and Equality. This followed a week of protests, during which president Sebastian Piñera de facto declared war on his citizens, using the army to enforce a curfew and disperse protests around the country. However, anticipating a “visit” from a mission from the United Nations’ Commissioner for Human Rights, Piñera later tweeted: “we have all heard the message”. But have they? Imagine the distance between the power of the “people” and the “political elite” that results in one million people taking to the streets in order to make their voice heard. Socio-political elitism is the result of and perpetuates deep inequality. Economic and political inequalities in Chile arise from a neoliberal economic system, the marketization of law, and economic criteria for socio-political inclusion. In their book Politics and Social Change in Latin America (1994), Wiarda and Mott draw out how the distance between people and the political elite is deep-rooted and is an inherited characteristics from times of colonialism. In Chile, the popular class lack political leverage. The protests began small, and were purely in opposition to a metro fare increase on October 16th, but developed in a complicated manner until, one week, the movement became a contemporary symbol of the fight for politically voiceless people to make themselves heard. Many factors lead to the escalation of the protests: the presence of the military in the streets (recalling the not-so-long-ago military dictatorship); the violent repression of the protests; a curfew; the misrepresentation of the protests by national media, the violation of human rights by the military; demands not being taken seriously; the government indifference and the superficial and insufficient “social agenda” that was promised. As a whole, the factors leading to the protest’s upsurge are linked to the government’s tentative to further silence the people’s voices and mute their demands. The demands of the people are wide-ranging. The protests represent a broad spectrum of the population, from children to young students, teachers, and retirees. Each group has different needs, and yet they are all together protesting in the same streets. Demands include better pensions to public education, improvement of the sanitary system, reduction of inequality, and the de-privatization of water, among others. Many protestors are asking a constitutional assembly to change the current constitution, which they view as illegitimate because it was written during the dictatorship and approved by a questionable plebiscite and thus reflects autocratic values. What most astonished me during the demonstrations was the solidarity among the protestors, who were (and continue to) singing in unison and helping each other. For example, two girls spent the past week at the window of their home filling the protestors’ bottles with water. This and other images of the “Biggest March in Chile” are making history. Meanwhile, the country is due to host the upcoming Asia-Pacific Economic Cooperation, as well as the United Nations Framework Convention on Climate Change conferences. How these glitzy demonstrations of global power will play out alongside unrest in the streets is still unknown. In my opinion, given the evident distance between the government and its citizens, it is necessary for the president to stop silencing protestors, and even move beyond listening to his people, and start acting with the concerns of the people of Chile taken seriously. Any steps being taken should be oriented towards changing a structure that renders people voiceless. Photo: Sofia Bifulco
Issue #027 Published: 14-12-2019 // Written by: Jonathan Berg
Bajesdorp (niet) te slopen?
Waarschijnlijk ken je Bajesdorp wel van het jaarlijkse festival, de volkskeuken, de buurtpermacultuurtuin, de Rond de Bajes Fietsrace of een van de andere kunstzinnige en politiek getinte evenementen die het leven in de stad de moeite waard maken. Sinds ongeveer vijf jaar zijn we in Bajesdorp ook bezig om de vrijplaats te behouden. En dat gaat goed! Een korte recap… In 2016 is de Bijlmerbajes gesloten. Daarna is het hele gebied, inclusief Bajesdorp verkocht aan de hoogste bieder. Dat bleek projectontwikkelaar AM, die samen met de plannen voor de nieuw te verrijzen wijk direct aankondigde de sloopkogel door Bajesdorp te halen. En zo geschiedde. Afgelopen september zijn de oude cipierswoningen van Bajesdorp overgedragen aan de slopers. Dat was wel janken natuurlijk, maar betekende gelukkig niet het einde van het alomgeliefde Bajesdorp. Het zit namelijk zo, terwijl de kapitaalkrachtige projectontwikkelaars elkaar flink op stang aan het jagen waren voor de gunsten van het Rijk, bood Bajesdorp een slim verzet en slaagde erin om in het bestemmingplan van het gebied een broedplaats te fietsen. Dit bleek de benodigde voet tussen de deur om Bajesdorp voort te zetten op het stukje land bij de ingang van het voormalige Bajesdorp. Creatieve koppen kwamen samen, plannen werden gesmeed, potloden geslepen. Voor we het wisten was daar een voorlopig ontwerp voor een vrijplaats annex culturele broedplaats met woon- en werkruimte voor 20-30 mensen en een cultureel centrum. En ook nog eens een hechte en capabele gemeenschap om het te dragen! Intussen heeft Vereniging Bajesdorp de broedplaats-status gekregen, dat was nodig om de gemeente mee te krijgen. Op het moment van schrijven staat de gemeente Amsterdam op het punt het besluit te nemen om de kavel van de directeurswoning van AM te kopen om deze vervolgens in erfpacht aan Vereniging Bajesdorp te geven. Met het nieuwe Bajesdorp gaat er voor het eerst in Amsterdam een collectief zelf een nieuwbouw vrij/-broedplaats realiseren. Tegen de stroom van marktdenken en gentrificatie in, creëren we hier permanent betaalbare werk- en woonruimte, met vrije ruimte voor creatieve, sociale en duurzame experimenten. Om de benodigde 2,5 miljoen euro op tafel te krijgen, leggen we zelf geld in en werken we samen met de coöperatieve Duitse GLS bank, VrijCoop en de gemeente Amsterdam. Daarnaast hebben we jullie hulp nodig! Over een kleine maand trappen we onze crowdlendingcampagne af, waarbij we ca. 600.000,- binnen willen halen. Vanaf dan kun je Bajesdorpobligaties kopen, tegen een betere rente dan de gemiddelde bank én kun je je spaargeld inzetten op de nieuwe lokale vrijplaats. Dus, hou ons in de gaten, koop straks wat van de felbegeerde Bajesdorp obligaties, of stuur je vermogende tante langs Bajesdorp voor een kopje koffie. Samen houden wij de stad de moeite waard.   Photo: Nico Jankowski
Issue #027 Published: 06-12-2019 // Written by: Anonymous
Kafka in pastels
It’s another sunny, but rather cold day as I’m looking out over Osdorp, that peripheral and cheerless suburb, busy as it might be any weekday morning, people scurrying to trains and buses to get to the getting place, to the offices and dispatches of this technocratic hive. A good day to find thrown away produce in the market. Were it Tuesday, Wednesday or Friday, I might go to one of the various weekly free supermarkets around the city. Shoplifting the more expensive of the essentials – olive oil, coffee, cheese – only gets you so far. A dwindling bank account balance will instill just the right amount of fear of God in me to do what I must in order to not go bankrupt in my attempts to maintain a normal diet. But of course, we’re the privileged subjects of the sprawling metropolises of the first world and, accordingly, there is enough bounty to go around – just so long as you can manage to get your hands on it. On the sixth floor of this student studio building – a cascading series of plastic containers – the view is good and the heater either works too well or barely at all. I’m subletting from the classmate of a friend, gone for several months for family reasons, who couldn’t be bothered to go through the official avenue of subletting through DUWO, the student housing corporation in charge of this building. That’s with a “W” – not DUO, the official Dutch government student finances division. I guess they just wanted to choose a name that inspires trust, but the potential for mix-ups seems to be almost a consumer rights issue. I can stay here for a few months and then: Out on the free market again. Or another sublet, hopefully one for more than just a couple of months. Not making the threshold income seems to condemn the average wage toiler to shared flats and dodgy landlords. Yes, I’ve lived in a converted storage space in an attic with a bootleg shower in the hallway-kitchen, complete with centuries-old kerosine heaters that we long suspected released unsafe amounts of carbon monoxide or nitrogen dioxide. Surely any young, foreign worker here knows that if you were hoping for a decent place to live but don’t make so-and-so many times the rent, you find yourself truly out of luck. I was even rejected from an antikraak company for making too little. I’m 8 months into the 10 year waiting list for social housing. To be sure, I’m not holding my breath. I’ll go swimming later. After the end of my employment contract on the 22nd month, 3 contracts in (just before the compulsory indefinite contract), I was left with nothing more than a certain stinging resentment and a working login to OneFit (a ridiculous app for the more indecisive gym-goers with a Reaganite obsession for consumer choice), which soon after expired once the finances guy finally realized it ought to be cancelled. That means I could go to the swimming pool for free by just showing that I had logged into the app and “checked in”. Now that it’s expired, I just use a screenshot of that same screen that says I logged in, superimposing the correct date and time accordingly with a picture editing app right before I walk in. Just your typical botch job. It’s not like they study it too closely, just a quick look and you’re in. A few rounds in the sauna does my sore back good – but I think my half-rotted vegetables are advancing into even further stages of decomposition in the intense warmth of the changing room. Luckily, there’s another perk post-full-time, after getting the boot: unemployment benefits. Previously not registered anywhere, having told the Gemeente I went back to Spain (I didn’t), and living between sublets, I decided to register with a postal address at a friend’s place. Since I was “coming from abroad” (I wasn’t), I was given an appointment for a month later. Once that came, I was given not the postal address I was hoping for, but rather merely the “permission” to register at one – along with another appointment, another month later, to actually do the registering part. So then, a total of two months in, a number of erroneous “sleeping” addresses provided, and some paperwork filed, the details of which I couldn’t decide whether or not crucially violated my privacy, I was finally, officially homeless. Perfect! Now I could rest assured that all the fines I never paid, sent for the fifth time to the wrong address, would arrive safely in my friend’s mailbox. Not in mine, in my sublet, where I am actually living – that would be too easy. Now I don’t want to seem as though I’m skirting responsibility for my own legal and bureaucratic status – I’m not. I take full responsibility: I’m simply too poor and too underemployed to be what we might consider a “normal, productive member of society”. Besides, all this comes to little consequence because, in the end, I’m an EU citizen. I would never be the subject of deportation or forced internment, those policies weaponized against our neighbors and colleagues, our friends and family, those not unlike myself in any way besides the side of the imaginary line they happened to be born on. And while I don’t expect to be discounted of my own farcical irresponsibility, maybe the Gemeente itself is unknowingly a participant in this whole ironic plot. Going up the stairs again in that stuffy reception – those that I had already gone up and down and up again – I stopped to admire a curiously placed, colorful pastel portrait of Franz Kafka halfway up the mezzanine, about 30 by 50 centimeters in a cheap, plastic frame and a good bit higher than standard eye-level. That tone deaf ode to a writer – categorically disregarding the underlying themes of his oeuvre – was somehow poignant.
Issue #027 Published: 29-11-2019 // Written by: Anonymous
Emancipation or Indoctrination? A Reflection on Education from Disillusioned Students
The following article has been submitted by a group of students who have recently graduated from Utrecht University’s Dutch Sustainable Development masters programme. Unfortunately, the programme left them deeply disappointed on many levels. Our suspicion is that what these students bemoan – the general hostility to students who think critically or adopt an emancipatory political attitude – is not an isolated case but can be experienced in many Dutch institutions of Higher Education. So if you are a student or teacher who’s had similar experiences please come forward and share your experience with our readership. We are happy to provide a platform for such a critical conversation and help make connections between those who want to build alternatives. -------------------- “I saw the best minds of my generation destroyed by madness … who passed through universities with radiant cool eyes … who were expelled from the academies for crazy” - Allen Ginsburg, 1956 “It seemed like I had a sickness. No one wanted to interact or speak to me. I was too much of an extremist. A professor bluntly told me to shut up during one of my classes. Most of my critical comments were not welcomed, especially if the professor felt I was in disaccord with their life philosophy. I started questioning my own mental sanity.” - Sustainability Student, 2019 Education is commonly identified as a crucial foundation for a better, more sustainable, more just future – but what happens when educational institutions fail to ‘keep up’ and end up sabotaging our very ability to contribute to such a future by educating us in outdated modes and priming us for a failed system?  Knowledge is never apolitical: it can either be a tool for emancipation, that allows us to view the world with a critical lens and become active participants in its transformation, or it can act as a mechanism of assimilation, stifling, molding and then inserting us into the current dysfunctional system (1). Unfortunately, the latter has been the experience by many of us. As recent graduates of Sustainable Development we can say that we have learnt a lot more about how not to do ‘development’ than anything else; a valuable lesson in itself but one accompanied by distress, frustration and outright anger. There is a growing understanding among academics that the development trajectory championed by the ‘West’ is inherently unsustainable, causing destruction to livelihoods and the environment. Achieving true sustainability will require radical changes and a questioning of fundamental beliefs, including the underlying logic of economic growth and development itself. If this is what progressive scholars are telling us, how is it that one of the foremost academic institutions created to address issues of sustainable development is so static and backwards? Can we make the university contemporary, truly representative and open to dealing with the complexities of our time, or will it persist as the necessary counterpart in opposition to which more radical ideas emerge? No aspect of our program questioned core values of development or created space to contemplate what alternatives to development could look like. The program was in essence organized around the globalized and technocratic Sustainable Development Goals, with an emphasis on measuring them through indicators and statistical regressions and implementing them onto unfamiliar contexts and cultures. Not only was there very little critical education, but more importantly critical thought was more often than not put down and ridiculed. The questioning and trivializing of students’ desire for change is a particularly serious issue in a field where a lot of students are already experiencing climate depression and are forced to deal with heavy truths on a daily basis - truths which seem to have no effect on the lecturers disseminating them. The institution’s archaism and rigidity came in many forms, some more subtle than others, such as when told that arguing for the Rights of Nature does not align with the faculty’s language policy and thus cannot be discussed; or being told, after an exhilarating realization that the spread of knowledge among a community of students and educators is akin to the spread of information of rhizome networks of trees, that such ideas “do not meet department standards”; or when attempting to make the link between environmental policy and environmental consciousness for an assignment only to be told that environmental consciousness is an invalid concept because there are no indicators for it; or when a student was called a ‘vegan economist’ by a lecturer for questioning the underlying assumptions of carbon capture and was ridiculed for bringing alternatives such as degrowth to the table; or when a student spoke up in class to ask that the professor stop using gender binaries only to be confronted by ridicule, mocking and a defensive retaliation questioning in turn the limits of political correctness; or when the term underdeveloped countries is still used even when identified as disrespectful by students from so-categorized countries; or when a prestigious professor in the department describes Native Americans as being only good at getting drunk and women as only being good at gossiping. These are just some examples of, at times, an absurd level of insensitivity and the denial of students’ ability to expand their epistemological horizons by searching for new connections and new solutions. What we are tasking the institution with is not easy, as the French anthropologist Bruno Latour says, “actually knowing how to become contemporary, that is, of one’s own time, is the most difficult thing there is.” All we ask is that the university be aware of its rigidity and encourage those students trying to think outside the box rather than make them feel crazy. We believe that our education needs to be continuously re-examined and reconstructed; it needs to be a source of emancipation, not repression. It seems as though the university today has become one of the institutions that must be unmade and counteracted (2). Only true, deep, uncomfortable reflection encouraged in a conducive environment can lead to solutions existing outside of the status quo, and it is becoming unbearably clear that the status quo is no longer serving our needs or the planets’. 1) Paulo Freire (1968) Pedagogy of the Oppressed 2) Arturo Escobar (2017) Designs for the Pluriverse.
Issue #027 Published: 25-11-2019 // Written by: Iris Kok
Update WOinActie
Sinds de vorige keer dat ik schreef over WOinActie zijn er een aantal nieuwe ontwikkelingen te bemerken. Aangezien ik jullie graag op de hoogte houd volgt hieronder een (korte) update plus mijn mening  hierover. Om te beginnen met de opening van het academisch jaar, of beter gezegd ‘De Ware Opening van het Academisch Jaar’ die plaatsvond in Leiden. WOinActie heeft tijdens de laatste vergadering te kennen geven dat er meer acties zullen gaan volgen. Hierbij moet gedacht worden aan meerdere (ludieke) acties en een echte, grote staking aan het einde van dit studiejaar dus in juni 2020. Verder schrijft WOinActie schrijft het volgende: “Gedacht wordt aan stiptheidsacties, witte stakingen, aangifte bij de Arbeidsinspectie en andere opties.” Ook zint men op een nieuwe ronde gesprekken met politieke partijen met oog op de nieuwe verkiezingen. Deze acties zijn aangekondigd als een reactie op wat er tijdens Prinsjesdag bekend is geworden. Hierbij was de teleurstelling erg groot toen bekend werd dat er geen extra geld naar het Hoger Onderwijs zou gaan. Het was daarom ook des te zuurder aangezien dit in tegenstelling was met wat minister Ingrid van Engelshoven eerder suggereerde. Dit zijn op een rijtje de uitkomsten: 1) Er moet €226 miljoen extra weggehaald worden bij het onderwijs, omdat het niet gelukt is om de rente op studieschulden van studenten te verhogen. Dit geld wordt gebruikt voor “de houdbaarheid van overheidsfinanciën”, terwijl er sprake is van een miljarden overschot en de regering het niet uitgegeven krijgt. Waar komt dit vandaan? De €226 miljoen is terug te voeren op het halveren van het collegegeld van eerstejaars, een maatregel die volgens de Raad van State geen hout snijdt en waar studenten nooit om gevraagd hebben. 2) Er is reeds een tekort van €1,2 miljard in het WO. 3) Er wordt €4,4 miljoen weggehaald bij onderzoek en wetenschapsbeleid omdat OCW verkeerd geraamd heeft; 4) En als bonus nog een extra en structurele bezuiniging van €3,1 miljoen. Kortom, dit betekent dat het vanaf 2020 gaat om een bezuiniging van €42 miljoen op het gehele Hoger Onderwijs. Eind september werd het volgende geschreven door Bas Heijnen in dit artikel bij het NRC.nl: ‘‘Door ‘nutteloze’ alfa- en ‘nuttige’ bèta studies tegen elkaar uit te spelen, heeft Van Engelshoven laten zien dat haar culturele gemijmer voor de bühne over ‘het verhaal’ dat we over onszelf vertellen hypocriet is. Maar vooral laat haar beleid zien dat ze bar weinig gevoel heeft voor wat er echt speelt.’’ Het tegen elkaar uitspelen refereert hier in aan het rapport wat de Commissie van Rijn eerder uitbracht in opdracht van de minister. Een van de aanbevelingen was om het bekostigingsmodel aan te passen en zo geld van niet alleen de Geesteswetenschappen maar ook de medische tak over te laten hevelen naar de technische en de Bètastudies. In plaats van een structurele oplossing aan te bieden wordt er eigenlijk gezegd vecht het maar onderling als faculteit en per universiteit maar uit. Ik ben blij dat de universiteiten tot nu toe  te kennen hebben gegeven dit niet te doen, maar wanneer de College van Besturen niet gauw mee gaan protesteren tegen dit wanbeleid dan vraag ik me af wanneer dan wel. Ik ben het eens met Aleid Truijens die in augustus al schreef in de Volkskrant: ‘‘Alfa’s, bèta’s en techneuten, we hebben ze alle drie even hard nodig. Juist de ‘nieuwe’ onderwerpen vragen om samen werking. Big data, algoritmen op internet, privacy, kunstmatige intelligentie – er zitten technische, culturele, filosofische en maatschappelijke kanten aan. Ik hoop dat de wetenschappen [en de universiteiten dus ook] zich niet door de minister uiteen laten drijven’’. Voor meer informatie over WOinActie: https://woinactie.blogspot.com
Issue #027 Published: 22-11-2019 // Written by: Menno Grootveld
Fearless cities: NEE, Rebel cities: JA!
Zondag 27 oktober vond in Ru Paré in Slotervaart tijdens het activistencongres ReTakeTheCity het debat over Fearless Cities plaats, onder leiding van Fatima Faid van de Stadspartij uit Den Haag. Wat zijn Fearless Cities precies en waarom was het tijd voor zo’n debat? Het concept Fearless Cities is ruim twee jaar geleden in Barcelona bedacht, waar in 2015 – net als in tal van andere Spaanse steden, waaronder ook de hoofdstad Madrid – een burgerplatform aan de macht was gekomen, in dit geval Barcelona en Comu, met Ada Colau als boegbeeld. Barcelona en Comu kwam voort uit een aantal sociale bewegingen in de stad, waarvan de PAH, een organisatie die tegen huisuitzettingen streed, de belangrijkste was. Het burgerplatform was een poging om buiten de gevestigde politiek en alle bestaande – linkse – politieke partijen om de agenda van deze sociale bewegingen in politieke munt om te zetten. Destijds waren veel mensen – waaronder ik – heel enthousiast over dit fenomeen. De verwachting was dat deze steden zich nu ook zouden gaan verzetten tegen destructief neoliberaal beleid van de centrale overheid. Niet alleen burgerlijke, maar ook “gemeentelijke ongehoorzaamheid.” Het ideologische fundament van deze vorm van politiek was het “municipalisme” (losjes gebaseerd op het gedachtengoed van onder meer de Amerikaanse theoreticus Murray Bookchin). En “Fearless Cities” was het etiket waaronder de municipalisten hun revolutie wilden exporteren naar andere landen en andere delen van de wereld. Het is belangrijk om te vermelden dat er aanvankelijk (vóór 2017) sprake was van “Rebel Cities,” geïnspireerd door het beroemde gelijknamige boek van de marxistische denker David Harvey en het gedachtengoed van de Franse theoreticus Henri Lefèvre, een van de inspiratiebronnen van de Situationisten uit de jaren vijftig en zestig en van de Parijs meirevolte van 1967. Het is voor mij altijd een raadsel geweest waarom het woord “rebel” zo nodig vervangen moest worden door “fearless,” tenzij je hier al de eerste tekenen in denkt te kunnen ontwaren van een minder radicale opstelling. Hoe dan ook, de eerste tijd leek het de goede kant op te gaan. Er waren initiatieven van diverse Europese steden om zich gezamenlijk te onttrekken aan het nietsontziende, harteloze asielbeleid van nationale overheden door onderling afspraken te maken over de opvang van ongedocumenteerde vluchtelingen. Een schip met bootvluchtelingen uit Afrika dat overal rond de Middellandse Zee de toegang werd ontzegd en al wekenlang op zee ronddobberde, werd in Barcelona toegelaten, en er was sprake van dat de andere steden uit het netwerk van Fearless Cities Barcelona te hulp zouden schieten door eveneens een quotum vluchtelingen op te nemen. Daarnaast werden er pogingen in het werk gesteld om gezamenlijk tot maatregelen te komen om de groei van platformbedrijven als Airbnb en Uber een halt toe te roepen, en om digitale platforms te ontwikkelen die burgers een grotere vinger in de pap van de beleidsvorming zouden geven. In Amsterdam werd het concept Fearless Cities in de aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen van maart 2018 met groot enthousiasme omarmd door GroenLinks. Lijsttrekker Rutger Groot-Wassink liet te pas en te onpas weten dat hij geen gelegenheid onbenut zou laten om samen met Barcelona en andere steden uit het netwerk op te trekken tegen het grootkapitaal en rechtse (of zelfs rechts-nationalistische) overheden. Na de eclatante verkiezingsoverwinning van GroenLinks in Amsterdam werd er zelfs een Fearless Cities-team aangesteld onder leiding van Frans Bieckmann, dat de opdracht kreeg een voedingsbodem te creëren voor vruchtbare samenwerking tussen de sociale bewegingen in de stad (op het gebied van wonen, vluchtelingen en het klimaat bijvoorbeeld) en het stadsbestuur. Maar hier wringt natuurlijk (een deel van) de schoen. Waar Barcelona en Comu een burgerplatform was (en is) dat van onderop, vanuit de sociale bewegingen zelf een greep naar de macht op gemeentelijk niveau heeft gedaan, bestaat het Amsterdamse gemeentebestuur uit traditionele, gevestigde politieke partijen met een totaal andere organisatiestructuur. Bovendien zijn al deze partijen niet alleen op gemeentelijk niveau actief, maar ook op provinciaal en nationaal niveau. Hoe wil je dan in hemelsnaam gemeentelijk beleid gaan voeren dat hier en daar op gespannen voet staat met het nationaal beleid? Dat dit idee op deze manier niet werkt werd al snel duidelijk toen Femke Halsema werd benoemd als nieuwe burgemeester van Amsterdam, als opvolger van Eberhard van der Laan. Binnen GroenLinks gold en geldt Halsema als representant van de rechtervleugel, en in de jaren die zij na haar Kamerlidmaatschap doorbracht in de politieke luwte is zij er zeker niet linkser of progressiever op geworden. Sinds haar aanstelling heeft Halsema aldus op ongeveer alle denkbare beleidsterreinen de glazen van Groot-Wassink cum suis ingegooid. Waar Groot-Wassink vóór de verkiezingen van 2018 vol trots verkondigde dat “het hoog tijd werd om weer te gaan kraken,” zijn de ontruimingen sinds het aantreden van Halsema niet van de lucht en heeft zij zich in een interview met AT5 zelfs laten ontvallen dat het particulier bezit wat haar betreft heilig is. De waslijst met autoritaire, zich volledig aan de ideologie van wat voor Fearless Cities dan ook onttrekkende beleidsmaatregelen begint ontzagwekkende proporties aan te nemen: de ontruiming van de ADM, de ontruiming van het door studenten bezette PC Hoofthuis, de ontruiming van de door klimaatactivisten geblokkeerde Stadhouderskade voor het Rijksmuseum en als klap op de vuurpijl in oktober de ontruiming van een door huurdersactivisten bezette sociale huurwoning in de Borgerstraat die door wooncorporatie Stadgenoot in de verkoop was gezet. Ondertussen hebben de ongedocumenteerden van We Are Here ondanks alle toezeggingen en beloftes nog steeds geen dak boven hun hoofd, hebben (internationale) vastgoedbeleggers vrij spel op de Amsterdamse woningmarkt en wordt er ter bestrijding van de overlast van het toerisme louter symboolpolitiek bedreven. Dan is het toch wel op zijn plaats om je af te vragen wat de waarde is van de inspanningen van Bieckmann en de zijnen om ons – onder verwijzing naar modieuze begrippen als “co-creatie” en de “commons” – op te roepen onze medewerking te verlenen aan allerlei burgerparticipatie-initiatieven. Wat mij betreft is dit pure volksverlakkerij. De neoliberale keizer heeft geen kleren meer aan, maar probeert dit uit alle macht te verhullen door hier en daar wat mooi opgetuigde vijgenbladen aan te brengen. Het is een gotspe dat de bedenker van de prachtige term Rebel Cities, David Harvey zelf, nu in december mag komen opdraven om een door Bieckmann georganiseerd onderonsje cachet te geven. Is het dan in de rest van Europa, en met name in Spanje, de bakermat van het municipalisme, net zo erg? Ja en nee. Opvallend was in ieder geval dat tijdens ReTakeTheCity de meeste vertegenwoordigers van sociale bewegingen uit andere Europese steden (onder meer Berlijn, Lissabon, Madrid en Barcelona) opriepen tot “autonomie.” Met andere woorden: laat je niet door mooie beloften verleiden om hand- en spandiensten te verlenen aan al dan niet vermeende geestverwanten in het stadsbestuur, blijf autonoom en doe alleen mee als er écht iets te halen valt.
Issue #027 Published: 20-11-2019 // Written by: Christopher Kelly
The Burden of Brexit: Told through London Grime Musicians.
They find the words that we have lost in shock at our broken system” Where I come from in North London, Grime MCs are our prophets of social revolution. They are the messengers of injustice and the activists that keep morality in the minds of voters. They bring out our inner dialogues through beats and bars in order for them to be discussed and debated. When things go wrong in London it is to these MCs that our heads turn in search of a rallying cry or words of comfort. They are our Robin Hoods clad in Adidas tracksuits. When I think about these MCs I realise that they are the Ovids, Ciceros and Marcus Aurelius of my time and place. Their words and oratory act as a catalyst for change, yet their authority comes from the experiences that they have had. Today, there is a new threat to the people of Britain - and you best believe that our musicians are ready to say something about it. However, before I can properly do justice to the thoughts of musicians about Brexit it is imperative to contextualise what Grime musicians mean to UK culture and politics. The influence of Grime musicians on public perceptions of UK politics can be traced through the actions of a few key artists. For example, Stormzy was the voice of rebellion that pierced the inertia of The House of Commons after the horrific events at the Grenfell Tower in 2017. During the 2018 Brit Awards, he challenged the Prime Minister with the exclamation, ‘Yo Theresa May where’s that money for Grenfell, what you just thought we forgot about Grenfell, You criminals.’ Back then, the government pledged £60m to deal with the ramifications of the fire. However, at the time of writing this there are still former residents of Grenfell who have not seen a single penny of what was promised, not to mention the copious amounts of London buildings still equipped with the same cladding that caused the fire. Now a few MCs are busy trying to prevent the whole country from going up in flames. Akala is perhaps one of the UK’s most prolific poets and wordsmiths. Aside from being the brother of the legendary MC Ms Dynamite, he is a talented rapper, scholar and a fearless activist. In a lecture titled ‘The Battle of Britishness in the Age of Brexit’, he contemplates the implications of Brexit and the racial connotations behind its conception in front of a captivated audience. He states: ‘I was driven to the remain camp by the xenophobic tone of the “Leave” position and the role of anti-intellectualism in the campaign, convocation and outcome. For too long poor people have been painted as the inventors of racism yet it has been conceived and utilised by Britain’s ruling class now and through history’. He adds ‘Winston Churchill for example, is often voted the UK’s favourite person, yet he often described the killings of ‘the red men of America’ as no real crime at all. His point is that the racism that pervaded the Brexit discussion was not new, rather race had defined the majority of Britain’s post war immigration policy’. The Brexit campaign was aimed at young people as being an issue of race. We were continually told that leaving the EU would allow us to unify and include the countries in the commonwealth yet vans continued to patrol the predominantly Caribbean neighbourhood of Tower Hamlets with ‘Immigrants go home’ written across them. In reflection, Brexit was a collection of promises that half of us never wanted, promises that were never intended to be delivered. The second MC to take up the mantle of subculture activist is an extraordinarily talented young man by the name of David Orobosa Omoregie. Otherwise known as Santan Dave, this gifted rapper was awarded an Ivor Novello Award for his politically charged diatribe at the UK’s new PM in his track, ‘Questiontime’. The track begins with an incredibly impactful message about the looming threat of Brexit: “A question for the new Prime Minister  And please, tell me if I’m being narrow minded But how do we spend so much money on defence  And weapons to wage war when the NHS is dying? Bursting at the seams, and what about them people That voted for us to leave for the money that it would see? 350 million we give to the EU every week That our health service needs But now them politicians got what they wanted Can you see an empty promise or a poster on the street?” Dave’s lyrics are a perfect summation of the anger felt by a nation that was repeatedly lied to about the fiscal redistribution that would happen if the UK left the EU. This infamous falsehood about NHS spending that was plastered on the side of a big red bus was detrimental to the hopes of young people who wanted to stay. Dave has become the figurehead and voice box of today’s politically conscious youth. Other MCs such as JME, Kano, Wretch 32, Avelino and Lowkey are continuing to help explain to the masses the political injustice present in both Britain & Brexit. Their lyrical capabilities and their online following make them indispensable allies in educating those often not in tune with politics or those neglected by it. They find the words that we have lost in shock at our broken system. The question that often arises from those not a part of the London music scene is ‘why should we listen to these people about issues of politics?’. The answer is because they have as much invested in things getting better as the rest of us do. They feel the effects of poor policy decisions just as fully as the rest of us. They are not removed from the cultures they represent, celebrity and success does not make artists from working class background non-persons or blank slates, rather, they embody them and make us listen to what’s happening through their skilful oratory. Photo: Journalism Collective
Issue #027 Published: 18-11-2019 // Written by: Jens Kimmel
De Meent zet commons op de kaart
In november 2016 ontmoet een groepje Amsterdammers elkaar bij de eerste European Commons Assembly in Brussel en werd het idee voor een Nederlandse commons assembly geboren: De Meent. Drie jaar later is De Meent een platform voor en door commoners, dat het idee en de praktijk van het gemeenschapsinitiatief -‘het commonen’ – actief verspreidt en versterkt. De uiteindelijke missie: bouwen aan een commons-transitie in de stad. Er is een nieuw verhaal nodig. Een verhaal dat het oude verhaal, die van het vrijemarktkapitalisme, overbodig maakt. Staat en markt kunnen de grote problemen van onze tijd niet oplossen. Sterker nog, ze zijn vaak veroorzaker van problemen als de klimaatcrisis, de vermogensongelijkheid en het uithollen van de democratie. Het nieuwe verhaal is dat van de commons. Of de meent, in het Nederlands. Meent refereert aan gemeenschapsinitiatief waarin sociale en ecologische waarden voorop staan. Het gaat over het samen beheren van de hulpbronnen die we tot onze beschikking hebben. Van grond tot kennis tot energie, met minimale afhankelijkheid van staat of markt. Op veel plekken bloeien deze ‘commons’, op andere plekken delven ze het onderspit. De Meent wil de spil zijn in het verenigen van commoners in de stad en probeert dit proces te faciliteren. De eerste stap is het in kaart brengen en verbinden van diverse initiatieven als stadstuinen, energiecoöps of voedselcollectieven om de gefragmenteerde commons-beweging coherent en zichtbaar te maken. Het bouwen aan de beweging is een collectief proces, iedereen bouwt mee. Daarom bij deze de oproep: ben jij betrokken of ken je een initiatief met een commons-aanpak, zet het op de kaart via onze website: www.demeent.org. De tweede stap is het starten van een vereniging om de commons assembly een vaste structuur te geven. We plannen hiervoor een oprichtings assembly, waarbij iedereen die de commons een warm hart toedraagt welkom is zich aan te sluiten. Houd voor de aankondiging de website in de gaten, kom naar ons volgende CoLab of mail jens@commonsnetwork.eu voor vragen. Commoners en geïnteresseerden zijn van harte welkom op de assembly van 21 december. Programma volgt spoedig. www.demeent.org  
Issue #027 Published: 17-11-2019 // Written by: Serena Gandolfi
When Dutch academia speaks English: between opportunity and “siege syndrome”
English courses, yes or no? A long debated in Dutch universities. On one hand, the universities rejoice at the exponential increase in registrations, while international teachers and researchers see the Netherlands as a preferred destination for career expansion. Yet, on the other, there is a growing concern among natives that the presence of foreigners is becoming dominant in the country’s universities, limiting access to the Dutch and, due to the prevalence of English language use, affecting the quality of the teachings. Some universities do consider more stringent linguistic barriers but, justified or not, a certain sense of siege syndrome is widespread. The most obvious element of which is the number of courses offered in the English language. English as official language of the master’s degree Over the past ten years, registrations of foreign students have doubled; As reported by Nuffic, in 2018 the number of internationals reached 122,000. The percentage of non-Dutch students in the first three years of the bachelor’s degree today is 14%, while 23% are students enrolled in master’s courses. Additionally, just over half of bachelor’s programs are offered in Dutch while master’s programs in the local language are at only 15%. Many argue that the internationalization of the universities brings added value for both Dutch and foreign students, but at the same time the anglicization of education certainly raises doubts; one wonders if teaching and learning in a non-native language ends up compromising course quality. Not everyone is optimistic Beter Onderwijs Nederland (BON), an organization in defense of Dutch education, was among the first to mobilize with intention of curbing the English-based race for high-level education by organizing a fundraiser and petition against the Universities of Twente, Maastricht, and against the government itself: “I want to clarify that we are not opposed to the arrival of foreign students or professors, nor to the use of the English language by itself” explains Gerard Verhoef, member of Bon, professor of Mathematics and Physics at ‘Hogeschool of Amsterdam. “What worries us is the surge in foreign registrations. With this rhythm, Dutch risks becoming a standard B language. It is not just a matter of ‘identity’: BON’s concerns are linked to economic issues, such as the improper use of public and practical resources, as the risk that an educational exchange may prove too superficial. “If English is not the mother tongue of either the teachers or the class, how can there be good communication? Especially when it comes to complex topics such as those faced in university classrooms”. Minister of Education, Ingrid van Engelshoven, does not agree. At the beginning of July (2018), in a letter to parliament, she defended internationalization by defining it as a resource. But reassuring the academic world, she added: “places for Dutch students will always be guaranteed, as well as a number of courses in the mother tongue. The primary objective of the institutes must not be just to attract foreigners from abroad”. Errors in the exam text and Google Translate for the slides It is the excellent reputation of Dutch education that brought Teresa, a 20-year-old German, to enroll in the first year of a Psychology degree course at UVA. “For us Europeans, studying in the Netherlands is not expensive (around 2,000 euros, the same tax as local students) and the international offer is very attractive,” she said. “I do not believe that the use of English reduces the quality of learning but it is true that in at least two translations of written exams, I found non-marginal spelling or grammatical errors: they were oversights that made it difficult to understand the test itself. Annoying in that case because it was a penalty right at the examination stage”, continues Teresa. “Not all teachers master the language and in a course, the teacher used slides translated with google translate”. Eva, Dutch, attends the same course as Teresa but following the path in her mother tongue. Dutch and foreign students attend the same lectures given in English, they are then divided into workgroups where they are compared, respectively, in the national language and the non-native one. “From this point of view the University is organized rather well and the presence of foreigners in this way does not slow down the lessons,” he explains. However, it seems to capture the difficulty of some teachers: “Sometimes I get the impression that they really can’t express what they want. As if, having to speak in English, they could not go into the details of complex concepts as they would like”. However, optimism seems to prevail among teachers. At the time of hiring, all professors, including foreign ones, are required to have a specific level of linguistic competence. Each year their work, as well as fluency, is also evaluated by the students. Eva, also Dutch, seeks a future in research and chose an international program: “I intend to do research or otherwise remain in this area. If I intend to publish, I will have to do it in English also to reach a wider audience. Furthermore, I don’t think it is tiring to study in another language, it is just a matter of habit”. Internationalization has now become synonymous with anglicization: although English is the global language par excellence, and its use in technical-scientific fields does not seem to have raised particular problems, it remains doubtful whether it can adapt equally to the deepening of subjects such as literature, history, and social sciences linked to local, historical-political context. Humanities departments who now have to deal with students from the most diverse cultural backgrounds, begin to question their programs. Regardless, optimism seems to prevail amongst teachers. Joris Larik, who teaches International Law at the University of Leiden, sees only opportunities: “English allows you to communicate with heterogeneous classes, prepares students for international careers and I don’t think we can really say that the quality of education, in general, is affected. Multi-nationality classes are very lively and full of ideas. I always encourage my students, especially those who come from particular regions or situations, to contribute to the lessons and to go beyond reading the texts in English. Their points of view often go deeper into the lessons”. In the debate over internationalization, the voices are many. From concerns about the costs, economic and social, of a foreign-oriented education system, to the interests of many cities, especially the smaller ones, for the contribution made to the local economy. Translated from Italian by Steve Rickinson (31 mag)