Amsterdam Alternative de dupe van vastgoeddeal met vraagtekens

Elke dag is er wel een nieuw verhaal over ruimtegebrek, huisjesmelkers, de wooncrisis en vastgoedmiljonairs in Amsterdam.  De meeste mensen kennen intussen wel iemand die op zoek is naar een huis, kantoor, werkplaats of ruimte voor een vereniging of sociaal-maatschappelijke activiteit. De stad wordt duurder, en duurder en duurder en duurder. 
Amsterdam Alternative - tot voor kort gevestigd aan de Jan Hanzenstraat in Oud-West - werd onlangs ook de dupe van pandjesschuivers die communiceren per aangetekende brief.

Van Oost naar West
In 1997 vertrok ik na mijn afstuderen aan de kunstacademie in Maastricht naar Amsterdam. Enthousiast ging ik op zoek naar een woning, maar ook toen was het vinden van een betaalbaar huis al verschrikkelijk moeilijk. Na een lange zoektocht vond ik een kamertje in een souterrain vlak bij de Dappermarkt: onderhuur van een schimmig figuur dat de huur op de eerste van de maand persoonlijk kwam ophalen. Gelukkig duurde mijn verblijf in dit hok niet lang, want in het voorjaar van 1998 kraakte ik met vrienden twee leegstaande vleugels van het OLVG-ziekenhuis bij het Oosterpark.

Na de ontruiming van het OLVG kraakten we in november 1999 de OT301 (Overtoom 301). Een vrij groot pand, maar helaas niet groot genoeg om iedereen die in het OLVG had gewoond te huisvesten.
In mei 2000 kreeg ik via de schoonvader van een fotograaf die ik nauwelijks kende een appartementje van ongeveer 50m² aangeboden in de Jan Hanzenstraat in Oud-West. ‘Het is niks bijzonders,’ zei de schoonvader tegen me, maar als ik het wilde, mocht ik erin met een contract voor onbepaalde tijd. Ik was er dolblij mee: een eigen huisje op nog geen vijf minuten van de OT301 voor €250 per maand. Meer kon ik niet wensen.

Bij de deur hing een briefje met de tekst: ‘Bij diefstal bellen we eerst de ambulance, daarna de politie.’

Het Oud-West van die tijd was anders dan nu. Er waren geen yogastudio’s, geen koffietentjes en foodhallen. De buurt was rauwer, multicultureler en goedkoper. Er was een grote overdekte tweedehandsmarkt, Turkse eettentjes, vage belwinkels en schuin tegenover mijn huis lag Henk & Beps meubelhal. Bij de deur hing een briefje met de tekst: ‘Bij diefstal bellen we eerst de ambulance, daarna de politie.’ 

Bewoners
Ik woonde op nummer 39 op de tweede verdieping. Op de eerste verdieping woonde een Turkse familie, en boven me woonde Hans. Hij was er komen wonen toen Willem van Weelden (kunstonderzoeker, schrijver, docent) was vertrokken. Op de vierde verdieping had iedereen een extra kamertje voor opslag. Naast ons, op nummer 41 (in hetzelfde blok), woonden op de eerste verdieping een Turkse familie en daarboven Eva en Vincent. 

De begane grond van het pand was niet verdeeld in de nummers 39 en 41, maar was één grote ruimte over de hele breedte en diepte, met nog een extra stuk erachter. Die ruimte was ongeveer 220m². Toen ik er kwam wonen, werd de begane grond gehuurd door Moos. De grote houten poort was beschilderd, met daar overheen plakken kunstgras. Ik zag Moos regelmatig klussen aan een bakbrommer of hakken in een blok gasbeton. Ik weet niet zeker of hij kunstenaar was, maar hij leek het goed voor elkaar te hebben.

Ik kon het vrij goed vinden met alle bewoners, behalve met de Turkse man die onder me woonde. Die was vaak boos op me omdat hij vond dat ik te veel geluid maakte. Toen ik er net woonde, kwam hij vragen of hij mijn kamertje op de vierde verdieping mocht hebben in ruil voor een veel kleinere gangkast. Hij zei dat hij de kamer wilde gebruiken als slaapkamer voor zijn zoon. Toen ik weigerde, omdat ik het kamertje zelf nodig had voor opslag en om te schilderen, was hij woest. Een paar jaar later bleek dat hij zijn eigen kamertje en de gangkast op de vierde verdieping onderverhuurde aan Romenen of Bulgaren. Die woonden daar soms met z’n tweeën op tien vierkante meter. Die onderhuursituatie werd - tot ergernis van de Turkse man - gestopt toen de huisbaas erachter kwam dat hij via de achterkant van het pand zelf gas, water en elektriciteit naar boven probeerde te leiden voor de onderhuurders.

Studio op de begane grond
In 2009 lukte het me om in een gerenoveerd pand aan de overkant, op de begane grond, een studioruimte te bemachtigen, waar ik samen met een goede vriend ons kleine ontwerpbureau vestigde. De ruimte was niet groot, maar betaalbaar en natuurlijk extreem dicht bij huis. 

Op een zaterdagmiddag in 2011 zag ik vanuit het raam van mijn appartement op de tweede verdieping een aantal politieauto’s stoppen voor mijn huis. Zonder aan te bellen werd de deur van de Turkse man open gebeukt, en stormde er een peloton agenten naar boven. Een minuut of vijf later kwamen de agenten gedesillusioneerd naar buiten. Blijkbaar was er een fout gemaakt, en dus vertrokken ze onverrichte zaken. Terwijl ik de onderbuurman nog steeds in het Turks hoorde vloeken, zag ik dat er één politieauto aan de overkant was blijven staan. Ik liep naar beneden om te vragen wat er aan de hand was, maar daar wilde de dienstdoende agent geen antwoord op geven.

Een minuut of tien later kwamen de politieauto’s weer terug. Nu werd de deur van de begane grond open gebeukt. Daar hadden ze wel prijs. Er bleek een wietplantage verscholen te zitten achter een muur in het achterste deel van de ruimte. In de uren die volgden werd de ruimte leeggehaald door mannen in witte overalls, en een hele container gevuld met wietplanten, lampen, bakken, stekjes enzovoort. Moos was nergens te bekennen. Ik hoorde later dat hij in Thailand op het strand lag.

Toen ik de maandag daarna toevallig door de huisbaas werd gebeld voor wat klein onderhoud, vertelde ik hem het verhaal van de inval. De huisbaas reageerde verbolgen over het feit dat er een wietplantage in zijn pand zat en dat hij door niemand (ook niet door de politie) was ingelicht over de inval. Toen hij zei dat hij het contract van Moos per direct zou opzeggen, antwoordde ik dat ik in dat geval wel interesse had in de ruimte. ‘Prima,’ was zijn antwoord. En zo gebeurde het dat ik ergens in februari 2011 een contract tekende voor de huur van de begane grond.
Enige probleem was dat we een contract voor vijf jaar hadden getekend aan de overkant, en daar waren nog drie jaar van over. Twee studios was natuurlijk te veel van het goede, dus gingen we op zoek naar iemand die de ruimte aan de overkant van ons wilde huren. Al snel reageerde ene Johan op de poster die we op het raam hadden geplakt. Hij was enthousiast en wilde de ruimte van ons huren voor zijn kunstuitleen. Prima, wat ons betrof. En zo werd Johan de huurder op nummer 78, terwijl wij ons installeerden op de begane grond onder mijn huis.

De nieuwe ruimte was groot, maar er moest veel gebeuren. Met de huisbaas hadden we afgesproken dat hij niets hoefde te doen aan verbouwing, in ruil voor een lage huur. Er werd alleen een verwarming en een keukentje geïnstalleerd, en verder knapten we zelf de rest van de ruimte op. We waren er ontzettend blij mee, want de ruimte gaf ons de mogelijkheid om exposities, openingen, markten en andere kleinschalige activiteiten te organiseren.

Na een half jaar stond de politie voor de deur. Of wij de hoofdhuurders waren van de ruimte aan de overkant, op nummer 78. Johan - die tot dan toe netjes de huur elke maand had overgemaakt - bleek geen kunstuitleen te runnen, maar een illegaal casino waar in de avonden flink werd gepokerd. We kregen van de politie twee weken om het op te lossen (Johan eruit zetten), anders zou het pand worden dichtgespijkerd en zouden de huurkosten ons probleem zijn.
Gelukkig werkte Johan mee aan ons verzoek om zo snel mogelijk te vertrekken, en werd het pand niet dichtgespijkerd. Vrij snel daarna vonden we een nieuwe huurder: dat werd PostNL. Mazzeltje voor ons was dat onze huisbaas PostNL een prima partij vond, en zij ons contract mochten overnemen. 

 

Oude bewoners
De huisbaas was een aardige man. Elke keer als ik hem zag vertelde hij verhalen over de buurt en de huurders die in het pand hadden gezeten. Hij vertelde dat het huis waarin ik woonde ooit bewoond was geweest door kunstenaar Rob Scholte en columnist/schrijver Martin Bril. De ruimte op de begane grond was vroeger nog groter en liep van de Wenslauerstraat achter ons helemaal door tot de Jan Hanzenstraat. Het pand achter ons in de Wenslauerstraat - waar op de begane grond een Turkse supermarkt zat - was van dezelfde huisbaas. Hij bleek heel wat pandjes in de buurt te hebben. Over onze studio had hij ook heel wat verhalen te vertellen. Daar hadden voor Moos verschillende bedrijfjes gezeten. Ik herinner me vooral het verhaal over een groot naaiatelier waar, volgens hem, wel vijftig dames in de kou zaten te werken.

Amsterdam Alternative
In 2015 richtte ik samen met een aantal anderen Amsterdam Alternative (AA) op. Het eerste postadres was de OCCII, maar niet veel later werd onze studio aan de Jan Hanzenstraat het officiële adres van Amsterdam Alternative. Niet alleen omdat ik veel AA-zaken regelde, maar vooral omdat ik de tweemaandelijkse krant maakte vanuit mijn studio. Groot voordeel was dat de krant gemakkelijk bij ons geleverd kon worden, omdat de leverancier de pallet met de 6.000-8.000 kranten eenvoudig bij ons door de grote poort naar binnen kon rijden. De studio werd zo het hoofdkantoor, archief, distributieadres en plek voor vele AA-vergaderingen.

Wisseling van de wacht
Mijn appartement op de tweede verdieping had ik inmiddels verruild voor iets groters in Bos en Lommer, maar het was gelukt om het appartement door te geven aan een goede vriend. Hans van de derde verdieping was inmiddels ook al verhuisd, en Sander, die daarna op de derde woonde, was ook al weg. 
De huisbaas werd inmiddels een dagje ouder en had besloten een stapje terug te doen. Hij kondigde aan dat hij in de komende tijd al zijn panden zou gaan verkopen aan zijn dochter, en dat zijn schoonzoon zijn rol als huisbaas over zou gaan nemen. 

Onze studioruimte op de begane grond was fantastisch, maar door het gebrek aan onderhoud ontstonden er steeds meer lekkages, barsten, verstoppingen en andere mankementen. Toen de schoonzoon een keer langs kwam om de zoveelste lekkage te bekijken, vertelde hij tussen neus en lippen door dat we er rekening mee moesten houden dat ze het pand een keer zouden gaan verkopen. Hij zag enorm op tegen de onderhoudsklussen die zich opstapelden. Liever wilde hij samen met zijn vrouw een appartement in Zuid-Spanje kopen om daar van zijn pensioen te gaan genieten.

Verkoop aan Damvest
Ergens begin 2025 hoorden we dat de verkoopplannen serieuze vormen begonnen aan te nemen en dat het er alle schijn van had dat het pand verkocht zou gaan worden. In eerste instantie was er sprake van het gehele pand, dus ook het gedeelte achter ons in de Wenslauerstraat. Later bleek dat toch alleen het deel aan de Jan Hanzenstraat werd verkocht.

In de Quote worden ze beschreven als ‘pandjesschuivers die miljoenen verdienden aan grote orders van Blackstone’.

In juni 2025 was het inderdaad zover: het pand werd voor €2.450.000 verkocht aan Damvest BV (1), een Amsterdamse vastgoedbelegger die in de Quote (in 2022) werd beschreven als ‘pandjesschuivers die miljoenen verdienden aan grote orders van Blackstone’. We wisten dus al snel met welk type nieuwe huisbaas we te maken kregen, en dat dat waarschijnlijk weinig goeds voor ons betekende.

Nog geen week na de verkoop ontvingen we een aangetekende brief van Damvest waarin stond dat ons contract per 31 januari 2026 afliep en wij dan moesten vertrekken. Geen telefoontje, geen mailtje, helemaal niets. Na 15 jaar in de ruimte te hebben gewerkt en veel onderhoud te hebben gedaan, werden we er per aangetekende brief uitgezet.

Een paar dagen na ontvangst, stuurden we een aangetekende brief terug waarin we aangaven dat we de onpersoonlijke gang van zaken betreurden en we niet akkoord gingen met de aangegeven vertrekdatum. We hadden namelijk na rondvraag al van meerdere mensen gehoord dat zelfs bij afloop van een contract een uitzetting niet zo snel mag als je ergens al 15 jaar zit. We zaten er inmiddels met z’n vijven, allemaal zzp’ers (ontwerp, coding, video, enzovoort), en het was het vestigingsadres van ons platenlabel Basserk Records en natuurlijk het hoofdkantoor van Amsterdam Alternative.

Nadat Damvest onze aangetekende brief had ontvangen, werd ik gebeld door een van de werknemers. We kregen excuses dat het zo onpersoonlijk was gegaan. Dat vonden ze zelf ook niet prettig, maar was hun aangeraden door hun advocaat. Bij nader inzien hadden ze wel begrip voor het feit dat wij na 15 jaar best wat binding en financiële afhankelijkheid hadden met het pand en de buurt, en daarom werd de datum van vertrek met een half jaar uitgesteld naar 31 mei 2026.

In de maanden die volgden, kregen we een aantal keer bezoekjes van Damvest en hun onderaannemers. Meestal bleven ze nog geen twee minuten en werd er nauwelijks iets gevraagd. Al fluisterend en lachend liepen ze door de ruimte, om ons later te laten weten dat de fundering moest worden aangepakt omdat het pand naar achteren helde (bleek achteraf helemaal niet waar te zijn). Op de vraag of we na de verbouwing weer terug mochten komen als huurders, kregen we een negatief antwoord. Ze hadden al huurders op het oog (ook niet waar), en de huur zou meer dan verdrievoudigd worden, dus dat zouden wij sowieso niet kunnen betalen.

Verkoop aan Stadsbehoud
Sinds Damvest de eigenaar was van het pand, was niet alleen ons contract opgezegd, maar werd ook de druk op de bewoners boven onze studio opgevoerd. Mijn goede vriend was inmiddels weer vertrokken, en ook mijn zusje, die daarna op de tweede verdieping had gewoond, was er alweer uit. De tweede verdieping op nummer 39 stond dus leeg.

De bovenbuurvrouw, die op de derde verdieping woont met haar dochter, werd meermaals gevraagd of ze niet naar de tweede verdieping wilde verhuizen en haar kamer op zolder op wilde geven voor een mooi bedrag. Maar daar voelde ze niets voor, dus dat aanbod heeft ze vriendelijk afgeslagen.

De buren op nummer 37 - met wie ik regelmatig contact heb - vertelden me dat ze intussen ook werden lastiggevallen door Damvest, met de vraag of ze hun pand ook aan hen wilden verkopen. Ook zij weigerden.

In maart 2026 kwam er een ploegje mannen aan de deur bij de bovenbuurvrouw met de vraag of ze even binnen mochten komen kijken. ‘Zijn jullie allemaal van Damvest?’ vroeg de bovenbuurvrouw, omdat ze geen van de mannen herkende. ‘Nee, helemaal niet, wij zijn de nieuwe eigenaren,’ was het antwoord.

Damvest bleek het pand een half jaar na aankoop al te hebben doorverkocht aan Stadsbehoud Beleggingsmaatschappij BV, een bedrijf (met een sympathieke naam) dat vastgoed in en rond Amsterdam ontwikkelt, renoveert en transformeert. Wij wisten allemaal van niets. Geen bericht van Damvest en ook niets van Stadsbehoud. Toen ik Damvest belde met de vraag of het klopte wat we gehoord hadden, antwoordde hij dat hij van niets wist. De zoveelste leugen.

Het meest interessante aan deze doorverkoopactie is dat Damvest het pand voor €2.000.000 aan Stadsbehoud heeft verkocht. Dat betekent dat wij onze studio hebben verloren in een behoorlijk vage vastgoeddeal. Daar zit gegarandeerd een ander idee achter dan een verlies van €450.000 voor Damvest.

Laatste maanden
De verkoop aan Stadsbehoud werd in november 2025 afgerond, en dus moesten we de huur weer aan een andere partij gaan betalen. En geloof het of niet: ze verhoogden zelfs onze huur per 1 januari 2026 nog met 3,3% voor onze laatste paar maanden. 

Aan de voorkant van het pand werd al snel een grote steiger neergezet (die onze poort blokkeerde), zodat er gewerkt kon worden aan de gevel en het dak. Dat werk duurde uiteraard weken langer dan beloofd, en het bedrijf dat het werk uitvoerde was waarschijnlijk vergeten te begroten dat de rommel van het werk moest worden opgeruimd. Alles wat naar beneden viel (verf, cement, kauwgums, peuken, plastic, blikjes, enzovoort) bleef gewoon liggen. Niemand die iets opruimde. 

Toen de voorkant klaar was, gingen ze verder met de achtergevel. De steiger werd verplaatst naar de achterkant, en de balkons van de bewoners op de eerste, tweede en derde verdieping moesten worden leeggeruimd, want die waren in zo’n slechte staat dat ze volledig gerenoveerd moesten worden. Daar kwam behoorlijk wat puin vanaf, en dus werd er (wederom zonder communicatie) een container voor onze poort gezet. Als goedmakertje mochten we wel zelf vast wat spullen in de container gooien, want aangezien we in onze laatste maanden zaten, moest er bij ons ook worden opgeruimd voor de verhuizing.

Gelukkig hadden we intussen een nieuwe studio gevonden in de Wenslauerstraat. Niet het pand direct achter onze studio - dat was inmiddels gekraakt - maar het pand ernaast. Het pand van onze buren, dat net als het pand waar we in zaten van de Jan Hanzenstraat doorloopt naar de Wenslauerstraat.

Wenslauerstraat
Als ik op een vrijdagochtend in maart 2026 onze studio in loop, zie ik midden in de ruimte zes metalen stempels staan. De aannemer (best een aardige man overigens) had me de week ervoor al gezegd dat er misschien wel gestempeld moest worden om de steiger die boven op de balkons was gezet te ondersteunen, maar daar was nog niets over afgesproken of akkoord op gegeven.

Toen ik Stadsbehoud erover mailde en zei dat we niet akkoord waren met de stempels, omdat ze een deel van onze studio onbruikbaar maakten, kreeg ik excuses voor het feit dat ze vergeten waren ons te informeren. En voor het ongemak konden ze ons een korting aanbieden van €300 per maand voor de laatste twee maanden. Na kort overleg heb ik terug gemaild dat we niet akkoord waren met de korting, omdat de stempels meer last veroorzaakten dan die €300, en dat ze vooral niet moesten vergeten dat wij de grote verliezers waren in dit verhaal, omdat wij onze studio uit moesten, terwijl zij met miljoenen smeten en onze studio na verbouwing waarschijnlijk voor het drie- of viervoudige zouden gaan verhuren. Ons voorstel was €1.000 korting voor de maanden april en mei, of anders de stempels op vrijdagochtend ophalen en het werk aan de achtergevel uitstellen tot juni, als wij eruit waren. Met dat voorstel gingen ze uiteindelijk toch maar akkoord, waardoor wij in ieder geval financieel een kleine meevaller hadden.

Het pand achter onze studio, dat nog steeds in bezit was van de dochter van onze oude huisbaas, stond al geruime tijd leeg. Na het vertrek van de Turkse supermarkt had het minimaal een jaar leeggestaan, waarna het gekraakt werd door een groep jonge Nederlandse krakers.

Boven de gekraakte supermarkt heeft onze achterbuurman een werkplaats op de eerste verdieping en een woning op de tweede verdieping. Hij woont en werkt daar al zeker 25 jaar. Ik schat dat hij er ongeveer gelijk in trok toen ik in 2000 op de tweede verdieping van de Jan Hanzenstraat kwam wonen.

Ergens in april 2026 werd ik gebeld door Damvest met de vraag of ik misschien niet een werkplaats weet voor onze achterbuurman, want ze zijn van plan om het pand alsnog te gaan kopen. Mijn mond valt open van verbazing. Damvest, de partij die ons eruit heeft gegooid, belt om mij te vragen of ik ze kan helpen om de achterbuurman eruit te werken. Hoe haalt hij het in zijn hoofd? 

 

Ogen openhouden
Wij zijn inmiddels verhuisd (begin juni 2026) naar onze nieuwe studio op de Wenslauerstraat 16-2. Een mooie, ruime plek, dus we mogen zeker niet klagen. De verhuurders, die zelf een werkplaats hebben op de eerste verdieping van hetzelfde pand, zijn heel aardig, en er zijn geen lekkages of andere gebreken. We hebben het getroffen, maar het contract is slechts voor één jaar, en de huur is aanzienlijk hoger dan we hiervoor betaalden. Er is een kans dat we langer dan een jaar kunnen blijven, maar dat weten we nog niet. We moeten onze ogen dus openhouden en ons voorbereiden op de mogelijkheid dat we per 1 juni 2027 weer moeten verhuizen.

Het is nog steeds mijn droom om met Amsterdam Alternative een nieuwe vrijplaats te realiseren. Een plek met werkruimtes, een geluidsstudio voor Anderworld Records, ruimte om een coöperatieve nachtclub te starten, een ruimte voor ons archief en nog veel meer. Ik hoop dat die droom ooit nog eens uitkomt en dat er iemand in Amsterdam of omstreken is met veel geld en/of vastgoed die ons daarbij wil helpen. Een pand dat echte waarde aan de stad toevoegt. Geen financiële overwaarde die verdwijnt in de zakken van de vastgoedgluiperds, maar sociaal-maatschappelijke en/of (sub)culturele waarde waar de hele buurt en stad van profiteert.

Waarschuwing
Van onze oude bovenbuurvrouw op de derde verdieping hoorde ik dat ze een advocaat in de arm heeft genomen, omdat Stadsbehoud de druk opvoert en haar wil dwingen om te verhuizen naar de tweede verdieping en/of haar kamer op de vierde op te geven. Ze willen natuurlijk een extra appartement realiseren voor meer inkomsten.

Van onze oud-achterbuurman, die nu onze buurman is, hoorde ik dat Damvest de oude supermarkt en de verdiepingen erboven inmiddels toch heeft gekocht. De krakers op de begane grond zijn ontruimd, en de druk op de buurman neemt toe. Ze proberen hem eruit te lokken met zicht op vervangende woon- en werkruimte in de buurt, maar ik hoop dat hij niet zal buigen. Ik hoop dat niemand ooit nog iets zal verkopen aan Damvest of Stadsbehoud.

We moeten ons heel goed realiseren dat dit soort partijen de loopjongens zijn van de nog grotere (inter)nationale vastgoedpartijen als Blackstone. Bedrijven die Amsterdam kapotmaken. Die ervoor zorgen dat wonen onbetaalbaar wordt en de wooncrisis aanhoudt. Bedrijven als Damvest zijn enkel en alleen uit op het maken van zoveel mogelijk winst, voor zichzelf. Denk dus voor je iets verkoopt goed na. Verkopen aan dit soort partijen is misschien goed voor je eigen portemonnee, maar een nagel in de doodkist van een betaalbare, eerlijke, sociale stad.

 

 

 

(1) Damvest BV is gedeeld eigenaar met Lairesse Vastgoed BV en Volksvlijt Vastgoed BV.