Wat niet mag wijken
Overal in Amsterdam-Noord bloeien plekken die niet te plannen zijn: Een oude loods waar muziek klinkt, maakplaatsen in de rafelranden van de stad, een tuin tussen de flats, een buurthuis opgezet door de buurt. Hier bouwen bewoners, dromers en doeners aan iets wat moeilijk in economische waarde te vangen is: gemeenschap.
De tentoonstelling Wat Niet Mag Wijken (WNMW), in PEXPO van september tot oktober 2025, maakte zichtbaar hoeveel culturele, maatschappelijke en duurzame initiatieven organisaties in Amsterdam-Noord van betekenis zijn voor hun omgeving en de stad. Tegelijkertijd werd duidelijk dat deze initiatieven onder druk staan door aflopende contracten, herontwikkeling en veranderingen op de vastgoedmarkt. Wanneer zulke plekken verdwijnen, verdwijnt niet alleen een programma of een gebouw, maar ook een sociale infrastructuur, vrijwilligersnetwerk, maakruimte, experimenteerruimte, een route waarlangs bewoners van langskomen naar meedoen kunnen groeien. Het gaat om initiatieven die een essentiële rol vervullen naast de formele voorzieningen in Noord, plekken die bovendien voorzien in aanbod dat schaars is in hun buurt of in de stad. Gedurende de loop van de tentoonstelling kwamen de geportretteerde plekken bijeen vanuit de wens om gezamenlijk te werken aan versterking van het sociaal-culturele ecosysteem. Het bestaande momentum moest worden omgezet in een duurzame samenwerking. De volgende stap was het schrijven van een rapport waarin de waarde van de plekken van WNMW tastbaar is gemaakt door hun impact te koppelen aan beleidsthema’s en -doelen van de gemeente.
Wat moeten we er als bewoners van vinden dat welklinkend beleid wordt opgetuigd, maar dat weinig concrete stappen worden gezet om dit te verwezenlijken?
Tijdens het onderzoek dat we hebben gedaan, hebben we ons verdiept in relevant beleid en hoe dit in de werkelijkheid in Noord vorm krijgt. Zo werd duidelijk dat het ene beleidsdoel bij gebiedsontwikkeling zwaarder weegt dan het andere. Plekken als NoordOogst en Het Groene Veld worden bijvoorbeeld geconfronteerd met het gegeven dat er bij nieuw te ontwikkelen gebieden een harde norm is voor vierkante meters sport en niet voor stadslandbouw of vrije ruimte. Beide moeten daarom mogelijk wijken voor sportvelden. Dit terwijl de gemeente Amsterdam zichzelf ten doel heeft gesteld dat in 2030 25% van de voedselvoorziening lokaal is. Al in dit jaar zou bovendien maar liefst 20% van alle bewoners betrokken moeten zijn bij stadslandbouw. En Het Groene Veld lijkt momenteel het enige initiatief in de stad dat de ambitie van Expeditie Vrije Ruimte kan waarmaken om een grote, permanente experimentele woon-werkgemeenschap te realiseren. Wat moeten we er als bewoners van vinden dat welklinkend beleid wordt opgetuigd, maar dat weinig concrete stappen worden gezet om dit te verwezenlijken? Hoewel we zeker geen bezwaar willen maken tegen voldoende sportvoorzieningen, zijn we er wel van overtuigd dat de visie op gebiedsontwikkeling op dit moment te nauw is. Niet alleen zouden er hardere eisen moeten komen, voor bijvoorbeeld vrije ruimte of stadslandbouw, ook is een meer inclusieve vorm van ontwikkeling nodig. Dit wil zeggen dat perspectieven van bewoners, ondernemers, makers en organisaties in een buurt of industriegebied in transformatie net zo zwaar moeten wegen als het perspectief van de afdeling Grond en Ontwikkeling. En als tenders worden uitgeschreven voor de (her)ontwikkeling van een kavel moet er bij het opstellen van de selectiecriteria meer aandacht zijn voor de waarde die mogelijk al op het kavel is opgebouwd. Op dit moment is De Ceuvel hard aan het werk om de gemeente ervan te overtuigen dat het zonde is om de broedplaats en al het groen dat is aangelegd voor fytoremediatie (het reinigen van vervuilde grond met planten) weg te vagen, zodat er getenderd kan worden met een leeg kavel, waar dan later onder andere weer een broedplaats op moet komen. Op het Buikslotermeerplein is de tender voor het kavel waar nu de Modestraat is gevestigd blijkbaar opgesteld voor de gemeente in de gaten had hoe waardevol die plek is voor het plein en de buurten eromheen. Er waren geen concrete voorwaarden of selectiecriteria opgenomen voor een maatschappelijke functie in het nieuw te bouwen vastgoed, waardoor de enige projectontwikkelaar die niet met de Modestraat in gesprek is geweest, als winnaar uit de bus is gekomen.
Aan het eind van ons rapport doen we concrete aanbevelingen voor hoe de tijdelijke waarde waar vele bewoners hard voor hebben gewerkt, wel behouden kan blijven. Voor sommige oplossingsrichtingen is geld nodig en dus politieke draagkracht en lef, voor andere is vooral een verandering van perspectief vereist. Dat de leef- en de systeemwereld wel degelijk samen veranderingen in gang kunnen zetten, blijkt bijvoorbeeld uit het opbloeien van de coöperatieve woonsector, mede mogelijk gemaakt door de gemeente Amsterdam. Of uit de steun die wij krijgen van Aanpak Noord en uit de andere inspanningen van dit team van de gemeente om samen met bewoners structurele problemen in het stadsdeel aan te pakken. Wij moedigen iedereen in Amsterdam aan om tijdelijkheid te zien als een kans om samen stad te maken: voor initiatiefnemers uit de leefwereld is de tijdelijkheid een kans om in een betaalbare ruimte iets nieuws te doen, voor de systeemwereld om te zien waar bewoners toe in staat zijn wanneer ze een plek hebben, waar behoefte aan is in het stadsdeel en de buurten. Welke zorgen en problemen bewoners zelf, in samenwerking, kunnen adresseren. Bovenal is het een kans om te zien welke waarde voor de lange termijn verzilverd moet worden. En die kans moet worden gegrepen. Voor het te laat is.
De Plekken van Wat Niet Mag Wijken:
Buurthuis De Bol, De Ceuvel, Het Groene Veld, Helen’s Free Food Market, De Lokatie, NoordOogst, De Modestraat, De Moestuinschool, PEXPO, Rewind Music Studio, De VerbroederIJ, De Vliegtuin
www.watnietmagwijken.nl