Over wonen in de stad en de gemeenteraadsverkiezingen
Een tweegesprek op de X-helling (NDSM-terrein), tussen Bart Stuart, voorzitter Huurders Netwerk Amsterdam (HNA) en kunstenaar met werkplaats op de X-helling, en Jaap Draaisma, redactie AA en onderzoeker.
Vooraf
De huidige wethouder Wonen, Zita Pels, is ook lijsttrekker van GroenLinks (GL). De afgelopen acht jaar waren GL en PvdA in Amsterdam de grootste partijen. In die periode is het aantal sociale huurwoningen flink afgenomen, is een groot deel van de Amsterdamse woningen onbetaalbaar geworden en is de ongelijkheid enorm toegenomen.
Belofte en praktijk
Bart: Het dilemma: een mooi verkiezingsprogramma van GL in 2026, maar wat heeft de wethouder de afgelopen vier jaar daadwerkelijk gedaan? De paragraaf “Wonen is geen verdienmodel” in het GL-verkiezingsprogramma is geweldig, hè. Maar het probleem is: de olifant in de kamer wordt niet genoemd.
Jaap: Het ging mis omdat ze met D66 gingen samenwerken.
B: En omdat de financiering van betaalbaarheid niet geregeld is. De corporaties moeten het doen over de ruggen van huurders, door steeds hogere huren.
J: In 2018 werd GL de grootste partij en werd de Linkse Lente aangekondigd.
B: Maar er is niets van terechtgekomen. Alhoewel, ze zijn wel gestopt met de verkoop van maatschappelijk vastgoed.
J: Maar de verkoop van sociale huurwoningen is gewoon doorgegaan. Het weggeven van de nieuwbouw aan projectontwikkelaars ook. Ondanks dat vier jaar geleden in het PvdA- en GL-programma stond dat dit zou veranderen.
Waarom wordt er niet gekeken naar waarom het niet gelukt is? Terwijl ze dit soort dingen al acht jaar beloven. En nu beloven ze het weer
B: Het voornemen was supergoed. Waarom wordt er niet gekeken naar waarom het niet gelukt is? Terwijl ze dit soort dingen al acht jaar beloven. En nu beloven ze het weer.
Hoe ga je dat nu beter doen? Heb je dan een gemeentelijk woningbedrijf nodig? Een actief grondbeleid? Ga je alle grond weer terugbrengen in een fonds, met een ander idee van waarde? Zodat het niet meer om de hoogste grondprijs gaat, maar dat je ook de gezonde, sociale stad terug wilt zien in je grondbeleid?
Laatste acht jaar aan de macht
B: De afgelopen acht jaar met PvdA-GL aan de macht is het steeds minder sociaal geworden. 40% sociaal in de nieuwbouw is heel mooi maar dat betekent wel achteruitgang van het aandeel sociaal.
Ik zat laatst met de HNA bij wethouder Pels aan tafel met deze vraag over percentages. En toen zei ze: “Wij vinden het niet erg als in sommige gebieden die 40% niet wordt gehaald. Want het gaat niet over het exacte percentage. Het gaat over het concept.”
J: Maar zo is het. Ze hebben zelden 40% gehaald. Wat ze sociaal bouwen, dat is voornamelijk piepklein, vanaf 21 vierkante meter.
Rechts beleid door linkse partijen
B: De afgelopen acht jaar waren de dominante partijen in Amsterdam ‘progressief’. Maar de ongelijkheid is veel groter geworden.
J: Dat ziet iedereen. De samenstelling van het woningbestand is steeds minder sociaal geworden. Elk jaar een procent minder. Dat gaat hard. Allemaal uitkomst van zogenaamde progressieve idealen, maar de uitwerking is rechts beleid.
B: En moet je dan nog op zo’n partij gaan stemmen? Hoewel, met andere partijen was het waarschijnlijk nog veel slechter geworden. Als rechts aan de macht komt wordt het helemaal een ramp.
J: Maar goed, het zijn geen linkse partijen in de zin dat ze iets beters realiseren. Ze weten er alleen voor te zorgen dat het voor mensen die tot en met modaal verdienen niet heel erg veel erger wordt.
Belofte en realiteit
B: En dan: “Wonen is een recht, geen verdienmodel”. Dat is toch op een bepaalde manier lastig te rijmen met het resultaat van de afgelopen twee termijnen.
En als je dan naar die aantallen kijkt... Er zijn misschien minder grote woningen maar de mini-hokjes zijn teruggekomen. Op die manier hebben ze de sociale huur nog enigszins overeind gehouden. Het is absoluut geen sociale stad.
J: Ondertussen is wel 40% van de mensen aangewezen op een sociale huurwoning. Jonge mensen komen lastig in een goede positie maar de groep die het nadeel heeft van die wooncrisis is veel groter. Zo’n 70% van de bevolking zit nu eigenlijk klem; deels heel lekker met een vast contract, maar deels ook heel verschrikkelijk, van dakloos, tot wonen in de auto. En dan heb je de 30% rijken; die heeft ruim keus.
B: Het aandeel dure woningen is in tien jaar bijna verdubbeld: van 23% in 2013 naar 42,5% in 2023. Terwijl het sociale deel enorm daalde. Amsterdam is een stad voor de rijken. Toch?
Get rich or die tryin’ (50 Cent)
B: Zodra je boven de 700.000 euro kunt betalen, heb je ruim keus. Dus voor die groep gaat het hartstikke goed. Voor die 30% is Amsterdam de perfecte stad.
J: Heerlijk, ja. En eigenlijk hebben we alles georganiseerd rondom hun wensen. Jongeren wonen vaak met z’n vieren op een veel te dure, vrije-sectorwoning of een piepklein hokje. Die zijn dolblij om in Amsterdam te zitten en hopen later ook bij de 30% te horen. Dat is één van de redenen dat ze niet in opstand komen. Ze willen zelf kopen.
Amsterdam en de nieuwe regering
B: De nieuwe regering-Jetten gaat helemaal voor de vrije markt; beleggers en investeerders staan centraal in het woonbeleid. Meer geld naar kopers, minder regels en meer vrijheid voor beleggers en speculanten.
J: Dat kan de gemeente Amsterdam niet oplossen. Misschien een klein beetje met eigen grondbeleid.
B: Dus het moet net als vroeger met miljarden van het Rijk komen. Dat kan niet anders. Zonder dat kun je geen gezonde huursector hebben. En als we dan naar de politieke realiteit in Den Haag kijken, dan zit dat er niet in.
J: Wat kun je dan als gemeentebestuur doen? Dan moet je stoppen met woningbouw en de grond naar je toe trekken. Dan moet je dat weer gaan opbouwen.
Zelforganisatie versus politieke verlamming
B: Zelforganisatie was de motivatie voor mezelf om bij de HNA actief te worden. In het neoliberale systeem ben je individueel de klos, maar als je je als huurders organiseert, sta je er samen voor. Dat is een ander idee van politieke macht opbouwen.
En dan denk je: hoe ga je dit doen? Met wie? Want het is best moeilijk om te zeggen dat er niet voor ons gebouwd wordt. En hoe dat dan wel moet gaan gebeuren?
Moet je dan zeggen dat je in de huidige verhoudingen heel weinig linkse dingen kunt realiseren? Ja, misschien moet je dat wel zeggen. Maar goed, je kunt geen verkiezingen ingaan zonder ronkende beloftes.
J: Maar ronkende beloftes zijn toch leeg? Je mag die voornemens best hebben maar die moeten wel in het bereik liggen.
Je hoort nu al acht jaar dezelfde dingen. Vind je het dan gek dat mensen afhaken?
B: Gelukkig hoef je de politiek niet over te laten aan de politici. Samen kunnen we ons organiseren en zelf politieke macht opbouwen.
J: Er zijn de afgelopen acht jaar natuurlijk ook mooie dingen gerealiseerd. Jij noemde eerder Overhoeks, waar grote gezinswoningen in de sociale huur zijn gerealiseerd. Er zijn bijvoorbeeld ook woningen gemaakt voor gehandicapten op die dure grond. Daar ben ik pas gaan kijken. Geweldige grote woningen voor speciale groepen, daar ben ik trots op.
B: Het is minimaal, maar dat is fantastisch. Er zijn gelukkig ook goede voorbeelden om ons heen. Wij zitten bijvoorbeeld nu in de X-helling, een werkgebouw dat collectief beheerd wordt met een lage huur voor ‘vuile handen’ kunstenaars. Midden in de peperdure NDSM-woonwijk. En eindelijk komen de wooncoöperaties van de grond.
Nieuwbouw voor wie?
B: De nieuwbouw is niet voor ons. Het is niet voor onze kinderen, het is niet voor onze mensen. De nieuwbouw is voor mensen van buiten de stad.
Het karakter van de stad is enorm aan het veranderen. Als 10% van de bevolking elk jaar de stad verlaat... Voor een groot deel zijn dat de jonge mensen die net binnengekomen zijn. Wie kan hier dan blijven?
J: De groep bewoners voor wie het werkt, zijn mensen met een echt hoog inkomen. Boven de 120.000 euro, drie keer modaal, en daarboven. De enige nieuwkomers die kunnen blijven zijn de expats en de yuppen van buiten, want die kunnen wel die woningen van 700.000 euro of meer betalen. Of die huur van 2500 euro en meer.
B: Als je meer voor zittende Amsterdammers doet, dus met voorrang sturen. Dan kan die nieuwbouw een beetje wegvallen.
J: Ik weet niet of dat een weg is. Maar hoe houden we de kinderen van Mokum in Mokum? Dat is toch het drama van onze volkshuisvesting. Dat de eigen jeugd geen kans in de stad heeft. Als we dat niet kunnen omdraaien, dan heb je een soort weeffout. Als het maar lang genoeg duurt, kun je die niet meer herstellen.
Van overheid naar samenleving
J: Bij verkiezingen gaat het allemaal over de overheid. Maar solidariteit begint toch in de samenleving? Waar zit die dan in het GL-programma?
B: Goed punt. Zitten de HNA of andere bewonerscommissies er echt niet in?
J: Nee, het is 100% bestuurlijke toestand. Sociaal, groen, democratisch?
De politieke partijen gaan iets doen voor de samenleving. De samenleving zelf mag bidden. Die mogen stemmen en dan hopen dat zij het voor hen gaan doen.
B: Dat is toch het tegenovergestelde van solidariteit? Solidariteit begint toch bij mensen die samen iets gaan doen?
J: Het is heel bitter. Links is steeds minder aantrekkelijk.
De Kracht van Mokum
J: Een samenwerking van een groot aantal actiegroepen en bewonersorganisaties heeft in januari 2026 een brandbrief aan het gemeentebestuur gestuurd. Dat is één grote en terechte aanklacht aan het adres van de Stopera: veel beloven en te weinig resultaat, ondoorgrondelijke bureaucratische mechanismen, niet luisteren naar bewoners, enzovoort. Goed initiatief, maar wat willen we samen dan wel bereiken?
Heft in eigen hand; actieve solidariteit
B: Hoe krijg je solidariteit? Dat is wel een kernbegrip. Niet door verkiezingen, niet door met de gemeente in gesprek te zijn. Te beginnen met een groot verhaal: hoe je de stad wilt zien. Al die positieve dingen die wel gerealiseerd zijn. Die moeten natuurlijk veel sterker en groter en omvangrijker worden. Of het nou de wooncoöperaties zijn, voedselbossen of gezinswoningen in de sociale huursector. Wil je echt de solidariteit in de samenleving bevorderen, dan moet je de sociale organisatie versterken.
J: En dat betekent wellicht dat je als gemeente een stapje terug moet doen. Maar wél streng zijn/blijven op de markt!
We pakken de grondpolitiek terug. En dat betekent dat we de komende jaren oorlogje gaan voeren met al die beleggers. Want dat is de macht van de markt. Doe je dat niet, kun je het schudden.
B: Proberen vanuit de samenleving die politieke macht verder op te bouwen. Hoe krijgen huurders een betere positie en meer macht als het gaat over woningcorporaties? Geen participatie, maar concrete zeggenschap. Dat mensen het heft in eigen hand krijgen. Zelforganisatie stimuleren en zo samen mooie projecten realiseren. Niet Amsterdam als locatie voor sexy nieuwbouw, maar samen bouwen aan de sociale stad!