Klein klevend protest, de boodschap die blijft plakken
Vorig jaar had ik op mijn werk een gesprek met een actief stickerende leerling uit de bovenbouw. Zij had uitbundig geplakt in en om de school. Gezichtjes van binnen- en buitenlandse politici met kritische slogans en afbeeldingen van bekende merken met pakkende tekst sierden kluisjes en toiletdeuren. Het was een duidelijk gekozen manier van uiten. Er was sprake van een gerichte actie om anderen in onze school te bereiken. Ze had haar doel gehaald. Toen ik die dag naar huis fietste trof mijn oog eenzelfde sticker.
Wachtend op groen greep de gekleurde plakker op het stoplicht mijn aandacht en vroeg me even echt na te denken. Een bekend rood sigarettenpakje met daarop in zwarte letters “Tata Steel”, eronder stond, “Tata Steel is dodelijk”. “Roken is dodelijk”, had ik beter gevonden bedacht ik me. In mijn ogen een sterkere boodschap en verwijzing naar de sigaret en naar de rokende torens aan de kust. Even later roept een kraai me op om de oligarchie tegen te houden. Iets verder vraagt een beertje me het fascisme de kamer uit te werken. Terwijl de meesten op weg naar huis aan bonte verzamelingen stickers voorbij gaan roepen ze mij altijd op tot nadenken. Soms blijft de boodschap plakken, een andere keer maken de gekozen afbeeldingen en symboliek meer indruk.
Ik hou van dit klevend protest in onze stad. Het is overal aanwezig. Soms tref ik subtiel en onopvallend een enkele klevende strijder op een regenpijp. Meestal vind ik ze in grote groepen uitbundig bij elkaar, proteststickers in alle politieke kleuren en smaken. Soms lijkt het of de palen en hoogspanningskastjes van de stad de enige plek zijn waar de verschillende meningen en idealen zich wel naast elkaar uit kunnen spreken. Toch wordt ook hier veelvuldig op elkaar geplakt om met lijm elkaars mond te snoeren. De sticker is een snel bevestigd dingetje waarmee iedereen die iets wil zeggen een korte duidelijke boodschap kan meegeven aan de voorbijganger. Een sterke vorm van stil protest.
Waar komt die sticker eigenlijk vandaan?
We hebben deze klevende moraalridder te danken aan Ray Stanton Avery, uitvinder, kunstenaar en bedenker van de sticker. Als productiemanager bij de Adhere Paper Company had hij het op zich genomen om het plakproces van etiketten te versnellen en te verbeteren. Hoe beter de kleefmiddelen, des te langer zou een advertentie in de buitenlucht zichtbaar zijn of een etiket blijven zitten op het bijpassende product. Het vele experimenteren zorgde niet alleen voor de sticker, ook kwam er een machine uit voort die zelfklevende etiketten produceerde. De Adhere Company sneuvelde in het proces, maar samen met zijn verloofde Dorothy Durfee starten zij hun eigen bedrijf onder de naam Avery Dennison dat uitgroeide tot multinational. Aan zijn bedrijf hebben we de zelfklevende postzegel te danken en de automatische labeldispenser.
De echte populariteit van de sticker kwam vanaf de jaren 60 toen de kleefmiddelen goedkoper geproduceerd konden worden. In de jaren 80 ontdekte de meeste jongeren de sticker als reclamemiddel van de popcultuur. Elke hitkrant en popfoto bevatte een stickervel met foto’s van de iconen van die tijd.
Ook kunstenaars gaan met het simpele kleurrijke plakkertje aan de haal. Raymond Pettibon kreeg bekendheid door zijn posters en platenhoezen in de punkrockscene maar koos voor de sticker als het medium om zijn gestileerde inkttekeningen als streetart zichtbaar te maken door snel en veel te plakken. Misschien kan hij wel gezien worden als de geestelijk vader van het protest stickeren.
Sinds de jaren 80 is de sticker niet meer weg te denken uit het straatbeeld. Overal kom je ze tegen en geven ze je een korte snelle boodschap mee.
Er is zelfs een National Sticker Day op 13 januari, de geboortedag van Avery. Een dag bedoelt voor iedereen om de geschiedenis van de sticker te delen en te vieren.
Er is zelfs een National Sticker Day op 13 januari, de geboortedag van Avery. Een dag bedoelt voor iedereen om de geschiedenis van de sticker te delen en te vieren
Tijdens het schrijven van dit artikel ontgaat de ironie dan ook niet dat een product van “the American dream” gebruikt wordt om terecht kritiek te uiten tegen het grootkapitaal en de consumptiemaatschappij. Elke sticker die geplakt wordt is zelf een klein product van hetgeen tegen opgeroepen wordt in verzet te komen.
Ook de plakkers die ons wakker schudden om te zorgen voor moeder aarde en ons waarschuwen voor de klimaatcrisis hebben iets dubbels. Jaarlijks word en een hoop geplakt geplastificeerd materiaal verwijderd waarbij de nodige chemische middelen gebruikt moeten worden. De restjes stickers komen met ander afval natuurlijk gewoon in de berm terecht. Is de sticker de oproept tot klimaatmars dan nuttig of een kleine vervuiler? Dat bepaald degene die de sticker aanschouwt.
Hier spelen verschillende proteststicker producerende bedrijven dan weer op in door “duurzame” stickers aan te bieden voor een schappelijke prijs.
Proteststickers trekken in ieder geval mensen van verschillend pluimage aan. De plakkers zijn stadsgenoten met elke boodschap en achtergrond denkbaar. De lezer, die zich er over verwonderd, het met de boodschap eens is of zich er aan stoort. Maar ook mensen die de stickers zelfstandig verwijderen. In Oost is er een zelfgedoopte deplacateur die het op zich neemt om de palen stickervrij te maken. Als ze heel verwijderd kunnen worden plakt hij ze op a4 en legt ze vast met zijn camera. Het beeld en de boodschap wil hij niet verloren laten gaan. Terecht want de protestplakker verdient het om gezien en onthouden te worden.
Voor 2026 wens ik alle stickeraars dat de boodschappen blijven plakken en roep ik een ieder op om eens extra aandacht te geven aan deze kleine kleurrijke blikvangers. Ze verdienen het. De stickers verdienen het om over hun boodschap na te denken. Want “Ja, geen mens is illegaal”. En ik ben ook een gelukszoeker, dat zijn we toch allemaal? ik hoop dan ook dat iedereen wat geluk mag vinden in dit nieuwe jaar.