Waarom de antifa-motie grote flauwekul is (en zelfs gevaarlijk)
Soms denk ik met weemoed terug aan de jaren tachtig, toen de wereld nog overzichtelijk was verdeeld in een kapitalistisch en een communistisch blok, en een ‘Derde Wereld’ (nu het ‘Mondiale Zuiden’ genoemd) van ‘ongebonden’ ontwikkelingslanden. Destijds kon je je min of meer probleemloos de grap permitteren om jezelf uit te roepen tot ‘dissident’ in het zogenaamd vrije Westen, naar analogie van de dissidenten in het Oostblok die tegen het communistische systeem ageerden. Dat was natuurlijk wel een grap met een serieuze ondertoon, want we voelden ons écht in de hoek gedrukt, en er pakten zich donkere wolken samen aan de horizon (‘no future’).
Hoe anders is alles nu, grofweg veertig jaar later. Met name sinds (en door) de opkomst van het internet begin jaren negentig, en uiteraard ook door de val van de Berlijnse Muur eind jaren tachtig en de daaropvolgende ineenstorting van het communisme, is het ideologische landschap ingrijpend veranderd en veel ingewikkelder geworden. Op de een of andere manier heeft (extreem-)rechts daar enorm van geprofiteerd en de wind in de zeilen gekregen, en het lijkt alsof de links-progressieve krachten in de wereld daar eigenlijk geen antwoord op hebben.
Het is een teken aan de wand dat het traditioneel sociaal-democratische partijen vrijwel nergens in de westerse wereld überhaupt nog lukt om stabiele meerderheden te vormen
Daar komt nog bij dat het politieke spectrum de afgelopen decennia steeds verder naar rechts is opgeschoven. Het is een teken aan de wand dat het traditioneel sociaaldemocratische partijen vrijwel nergens in de westerse wereld überhaupt nog lukt om stabiele meerderheden te vormen, en dat ze ook niet goed lijken te weten hoe ze het tij nog moeten keren. In Nederland heeft dat ertoe geleid dat de PVV bij de verkiezingen van 2023 de grootste partij is geworden (en dat kunstje naar alle waarschijnlijkheid op 29 oktober van dit jaar heeft herhaald).
We kunnen heel lang discussiëren over de vraag hoe het allemaal zo ver heeft kunnen komen, en bovenstaande factoren hebben daar zeker een rol in gespeeld, maar de voornaamste vraag is momenteel hoe we het opkomende fascisme in de wereld kunnen tegenhouden. Want dat is de realiteit waar we nu mee te maken hebben. Ik heb lang geaarzeld om het beladen woord ‘fascisme’ in de mond te nemen, omdat ik dat altijd geassocieerd had met grote horden marcherende fanatici, maar ik moet intussen erkennen dat ook dat veel ingewikkelder ligt.
Het fascisme heeft iets ongrijpbaars, het is een fenomeen dat telkens de kop op lijkt te steken als het kapitalistische systeem hapert. Dat gebeurde na de beurskrach van 1929, en nu weer, na de crisis van 2008-2009 en het daaropvolgende decennium van bloedeloze groei. Vreemd genoeg zijn linkse politieke bewegingen niet in staat om de hieruit voortvloeiende onvrede onder de bevolking uit te buiten. In plaats daarvan komt er op instigatie van extreem-rechts een zoektocht naar zondebokken op gang: in de jaren dertig waren dat (vooral) de joden, tegenwoordig zijn het moslims en asielzoekers.
Het fascisme is daarnaast ook een sluipend proces, dat vaak een steuntje in de rug krijgt van gevestigde rechtse partijen die denken daar baat bij te hebben en het op die manier de pas af te kunnen snijden (te ‘neutraliseren.’) Helaas gebeurt dan meestal precies het omgekeerde. De fascisten worden daardoor ‘salonfähig’ en krijgen de kans hun verwerpelijke opvattingen breed te etaleren.
Bovendien weten fascisten dikwijls handig gebruik te maken van de macht van de (massa-)media. In de jaren dertig was Hitlers propagandaminister Joseph Goebbels een meester in het bespelen van de publieke opinie via de radio, de geschreven pers en de film. Tegenwoordig zijn vooral de televisie en uiteraard het internet (de sociale media en allerlei duistere chatgroepen) favoriete media voor het verspreiden van de fascistische boodschap. Daarbij helpt het bepaald niet dat sommige (proto-)fascisten als wijlen Pim Fortuyn en Geert Wilders heel behendig hun humor inzetten.
Kijk bijvoorbeeld eens naar de opnamen in de coulissen na afloop van het lijsttrekkersdebat bij SBS6, als presentator Wilfred Genée nog een praatje maakt met Wilders. Op een gegeven moment zegt Genée: “Houd maar op, dit is een veel te complex verhaal, nu ben je iedereen kwijt,” waarop Wilders zich naar de camera wendt en met een grote glimlach om zijn mond heel hard “Asielstop!” roept. Lachen, gieren, brullen – maar niet heus.
Maar veel kwalijker is dat op deze manier de suggestie wordt gewekt dat het gevaar van links komt, terwijl dat volslagen lariekoek is.
Als klap op de vuurpijl hebben de (extreem-)rechtse partijen in het Nederlandse parlement onlangs een motie aangenomen waarin ‘antifa’ wordt bestempeld als een terroristische beweging. Dat is natuurlijk totaal de omgekeerde wereld. In de eerste plaats is ‘antifa’ slechts een verzamelnaam voor alle groepen en individuen die zich met hart en ziel (en soms met gevaar voor eigen hebben en houden) verzetten tegen het opkomende fascisme. Maar veel kwalijker is dat op deze manier de suggestie wordt gewekt dat het gevaar van links komt, terwijl dat volslagen lariekoek is. Het gevaar komt juist van de partijen, groeperingen en bewegingen waartegen antifa waarschuwt en actie voert. Welke vorm dat gevaar kan aannemen, hebben we kunnen zien tijdens de demonstratie tegen het asielbeleid van 20 september dit jaar in Den Haag. Grote groepen fascistische relschoppers trokken toen vernielingen aanrichtend door de stad.
We moeten ook niet gek opkijken als binnenkort nog een andere truc uit het fascistische draaiboek opnieuw uit de kast wordt getrokken: de ‘false flag’ of ‘inside job.’ Het grote voorbeeld is de Rijksdagbrand van 27 februari 1933. Zelfs als de Nederlandse radencommunist Marinus van der Lubbe die brand inderdaad heeft aangestoken, kwam dat de even daarvóór geïnstalleerde regering-Hitler wel heel goed uit: onmiddellijk na de brand werden de Rijksdagbrandverordening en de Machtigingswet van kracht, die Hitler uitgebreide bevoegdheden gaven en de opmaat vormden voor de fascistische dictatuur. Bovendien werden de communisten uit het parlement gezet en hun leiders gerarresteerd. Daardoor werd de voornaamste politieke tegenkracht van de Duitse fascisten geëlimineerd.
Als we elkaar vasthouden en ons niet uiteen laten spelen, kunnen we het fascisme (opnieuw) verslaan.
Gelukkig zijn er tegenwoordig ook wel degelijk antifascistische initiatieven die hoop geven. Zo was ik een paar weken geleden in Rotterdam bij de lancering van de ‘antifascistische kerk’ van Jonas Staal en Jeanne van Heeswijk. Daar werd door diverse sprekers een verbinding gelegd tussen het antifascisme en (jawel) de ‘kerk,’ als plek waar antifascisten van divers pluimage onderdak kunnen vinden en gemeenschappelijk verzet kunnen plegen. Ook al ben ik totaal niet gelovig, ik werd geraakt door de symboliek: ja, als we elkaar vasthouden en ons niet uiteen laten spelen, kunnen we het fascisme (opnieuw) verslaan.