Boekrecensie Oroppa
De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat ik al zeker vanaf het begin van deze eeuw, en waarschijnlijk zelfs langer, nauwelijks nog een letter Nederlandse literatuur heb gelezen. De redenen daarvoor zijn dat ik over het algemeen liever non-fictie en thrillers lees, en dat ik bij mijn spaarzame pogingen om toch maar weer eens een net verschenen Nederlandse roman ter hand te nemen, iedere keer al na een paar pagina’s afhaakte omdat ik het gebodene nagenoeg onleesbaar vond.
Disclaimer 1: Ik ben een witte man van 68 van Nederlandse herkomst, met een eigen uitgeverij (Starfish Books); ik lees relatief weinig literatuur en ontbeer derhalve wellicht de nodige context
Disclaimer 2: Ik ben mijn hele leven lang al allergisch geweest voor ‘de stem van de massa’ en overweldigende meerderheden
Toen ik dus geconfronteerd werd met de vrijwel unanieme lofzang van lezers en recensenten over de roman Oroppa van Safae el Khannoussi, werd ik aanvankelijk bevangen door een gezonde weerzin om dit boek te gaan lezen. Maar toen Oroppa achtereenvolgens een belangrijke Vlaamse literatuurprijs én de Nederlandse Libris-prijs in de wacht sleepte, en er inmiddels zo’n honderdduizend exemplaren van de roman verkocht waren, heb ik toch maar weer eens de stoute schoenen aangetrokken en het boek zowaar in één ruk uitgelezen.
Dat laatste zou erop kunnen duiden dat ook ik het een goed boek vind, maar dat is slechts gedeeltelijk waar. Mijn voornaamste kritiek is dat Oroppa heel onevenwichtig is: soms buitengewoon humoristische en zeer lezenswaardige passages worden afgewisseld door totaal onbegrijpelijke, irrelevante humbug. Daarnaast steekt het ‘hoofdverhaal’ eigenlijk vrij eenvoudig in elkaar; een vrouw die in haar jonge jaren gemarteld is in de gevangenissen van Marokko ontmoet tientallen jaren later in Amsterdam haar folteraar, slaat op de vlucht en sterft ergens aan de rand van de woestijn in Tunesië. Om dit hoofdverhaal heen weeft de schrijfster allerlei andere verhalen die voor het overgrote deel niet bijster goed uitgewerkt worden en vaak in het luchtledige blijven hangen.
In diverse recensies wordt Oroppa vergeleken met ‘het beste uit de Latijns-Amerikaanse literatuur,’ zoals Honderd Jaar Eenzaamheid van Gabriel Garcia Marquez. Maar voor mij is dat nu juist het probleem. Honderd Jaar Eenzaamheid heb ik nooit uitgelezen, omdat die roman volgens mij eveneens gebukt gaat onder het loodzware streven van de auteur om een ‘kaleidoscopische’ vertelling neer te zetten, waardoor je a) het zicht op het hoofdverhaal kwijtraakt en b) je verbijsterd afvraagt waar al die randverhalen in hemelsnaam voor nodig zijn.
Overigens is een betere vergelijking die met de roman De Slinger van Foucault van Umberto Eco, waar ook honderdduizenden exemplaren van verkocht zijn, maar die totaal onleesbaar is door het bombastisch taalgebruik en de neiging van Eco om zijn eruditie uitgebreid te etaleren. Gelukkig valt dat laatste bij El Khannoussi nog wel mee, maar ook haar proza lijdt onder de drang om ‘bloemrijk’ te schrijven. En dat is jammer, want op de keper beschouwd heeft El Khannoussi zeker talent.
Misschien ben ik gewoonweg ouderwets of botweg te simpel van geest, maar ik denk dat de belangrijkste criteria voor een (goede) roman zijn dat er een helder en liefst ook interessant (en niet al te rudimentair) verhaal in wordt verteld, en dat er één of meerdere thema’s in worden aangesneden die een originele kijk op de wereld vertegenwoordigen en de lezer tot denken aanzetten. Aan beide criteria voldoet Oroppa mijns inziens slechts ten dele.
Er is werkelijk geen sprankje hoop te bespeuren, of iets dat daar ook maar enigszins op lijkt
Een ander probleem met de roman is wat ik het gebrek aan perspectief noem. Alles en iedereen wordt getekend door een verpletterende lethargie of door een dodelijk nihilisme. Er is werkelijk geen sprankje hoop te bespeuren, of iets dat daar ook maar enigszins op lijkt. Dat is natuurlijk het goed recht van El Khannoussi, en ook in dit opzicht verkeert zij in respectabel gezelschap, want wie kan nou zeggen dat bijvoorbeeld Nooit Meer Slapen van W.F. Hermans of De Avonden van G.K. van het Reve ‘optimistische’ romans zijn? Toch stoort het mij dat alles in Oroppa zo hopeloos lijkt, vooral omdat El Kannoussi in één van de subthema’s van haar roman (of is dit het eigenlijke hoofdthema) een mogelijke ‘oplossing’ aanreikt.
Die oplossing bestaat uit één van de meest raadselachtige elementen van het boek, het zogeheten ‘eenentwintigste.’ Dat is een onbestemd domein dat uitsluitend toegankelijk lijkt te zijn voor mensen die er juist niet naar op zoek zijn, althans niet letterlijk. De poorten van dit domein, dat je ook de ‘onderwereld’ zou kunnen noemen, bevinden zich aan de rafelranden van het bestaan, met name in grote steden. Het eenentwintigste is een vluchtweg, een manier om te ontsnappen aan de deprimerende sleur van het dagelijks bestaan. Ik zou het interessant hebben gevonden als El Khannoussi hier meer mee had gedaan.
Tenslotte moet het me van het hart dat ik niet zo goed begrijp waarom de roman ‘Oroppa’ heet. Het begrip Oroppa (een verbastering van Europa) komt in het boek welgeteld één keer voor. Ook is het niet zo dat de roman over Europa gaat. Weliswaar zijn de meeste hoofdpersonen mensen van Arabische herkomst die naar Europa zijn gemigreerd, maar als je het mij vraagt is het beeld dat deze mensen hadden en hebben van Europa helemaal niet het hoofdonderwerp. Oroppa maakt hooguit gebruik van de levens van deze mensen om een veel universeler thema aan de orde te stellen: ons onvermogen om het leven zin te geven en onze medemens als onze gelijke te beschouwen.