Wanneer de clowns het circus leiden

Als kind wilde ik bij het circus. De spanning in de lucht, de adrenaline in de tent en het decadente showmanship in de piste. Niet zo’n circus gevuld met dierenleed en weeïge popcorn, maar een bonte, rood-fluwelen bombarie van overdaad, veren en menselijk kunnen. En daar waar ik ontzag had voor de goochelaars en acrobaten, boezemden de clowns mij vooral angst in. Niet ongebruikelijk voor een kind, maar zo terugkijkend wel wat onterecht. Angst voor wat olijke paradijsvogels. Precies het soort wezen dat mij in de verdere loop van mijn leven op de meest cruciale momenten thuis zou laten voelen. “De clowns leiden het circus”, sneert men soms cynisch. Was het maar zo’n feest.  

Want échte narren trappen tegen de bestaande orde, houden de maatschappij een spiegel voor en zetten de wereld op zijn kop. In een systeem dat orde en voorspelbaarheid festisjeert dienen zij al dollend als voorvechters van een eerlijk absurdisme: dat je soms alleen tot de kern kunt komen als je bereid bent het idiote te omarmen. Zo veel soorten clowns, zo’n verscheidenheid aan verzet. Andere manieren van zijn, alternatieve manieren van denken. 

Ik heb de jokers dan ook lief. Jokers die de status quo uitdagen door simpelweg te zijn. Die één grap per keer het circus naar hun evenbeeld smeden. Soms bewust, soms onbewust, maar altijd raak. Microfoon in de hand, of met scherp beschilderd karton de straat op. Op het podium, of op hun zeepkistje. Niet hun volume waardoor we ze horen, maar de precisie van hun schot: hun magazijn gevuld met one-liners. Leed kan je bitter maken, maar gelukkig ook gevat. 

En wie weet de weg ‘s nachts beter dan de harlekijnen? Bowies in hun rode laklaarzen, die niet anders kennen dan de vrijheid van opaciteit, het dansen in de marges? Ik zal hen keer op keer mijn lot toevertrouwen wanneer verveling op het spel staat. Dansvloeren gevuld met latex en schmink, zweet en ballondieren. De libertijnen hebben de wereld, en dat is er eentje van extase. Met liefde herinneren zij ons eraan dat het clown-zijn een feest is, en het leven best zoet mag wezen. 

Ik bid voor de buurt-Pierrot, wiens melancholie onze beweging ziel geeft, en ons handelen de kans biedt zachtaardig te zijn. Pijn heeft ze wijs gemaakt, gevoelig voor de nuances van het leven. Zij voor wie de wereld wellicht grijs is, maar wel in vele tinten. Weemoed is beduidend minder kwalijk wanneer het je ertoe beweegt een goed mens te zijn. 

En dan heb je de dwazen, die nog steeds door kinderogen de wereld mogen zien. Onbevlekt, onbevooroordeeld. Alles belichamen wat we vaak na de jeugd verliezen. Opgroeien kan je hard maken, cynisch. Godzijdank hebben zij dat nooit gedaan. Is de dwaas een onbenul? Zeer zeker niet. De dwaas kiest ervoor het leven te benaderen alsof het hun eerste dag op deze planeet is. Vol nieuwsgierigheid, enthousiasme en naastenliefde. Het is makkelijk om uit te gaan van eerste indrukken, maar ze negeren vraagt lef. De dwaas heeft door dat het leven te complex is om te begrijpen, dus besluit daarom wijs geen poging te doen. Ook ik wil een clown zijn – gelukkig ben ik dat volgens sommigen toch al. Ik hoop maar dat ze gelijk hebben, want dat narren is iets magisch. 

Men roept vaak dat in Den Haag de clowns aan het roer staan. Niets is echter minder waar. Want alhoewel het dan misschien een poppenkast is, is het helaas geen circus.

Men roept vaak dat in Den Haag de clowns aan het roer staan. Niets is echter minder waar. Want alhoewel het dan misschien een poppenkast is, is het helaas geen circus: daarmee doen wij clowns toch echt tekort. Want wanneer zij vol furore met z’n honderden uit een veel te kleine kanta stappen, weet je één ding zeker:  dingen zullen nooit meer hetzelfde zijn. Dus laat ze vooral de show leiden, en wees blij dat deze rode-neus-intellectuelen naar een claxon grijpen, en niet naar een molotov cocktail. Of nog erger: zo’n waterspuitende nepbloem. De clowns aan de macht, was het maar waar. Laat ze vooral de lakens uitdelen. 

Want wie kunnen er, bevrijd van ringmeesters, beter het circus mennen dan de clowns zelf? Clowns die bouwen, liefhebben, uitdagen en genieten. Hun gekleurde kragen besmeurd door het harde werk, hun neuzen rood van schmink en vervoering, hun komisch lange schoenen onder het vuil. Maar de enige tranen op hun wangen zijn van verf, en simpelweg geluk is voortaan de aard van clownerie. Een herinnering aan de rest van ons, dat het leven het zaligst is wanneer wij clowns zelf de dienst uitmaken. Lang leve het alternatieve circus, lang leve alternatief Amsterdam.