Waarom Israëlische universiteiten geboycot moeten worden

Eind mei vonden bij Framer Framed in Amsterdam-Oost twee publiek toegankelijke ‘video-calls’ plaats met de Amerikaanse wetenschappers (en progressieve beroemdheden) Jodi Dean en Michael Hardt. Jodi Dean is als hoogleraar verbonden aan de faculteit Politieke Wetenschappen van de Hobart and William Smith Colleges in de staat New York, en de auteur van boeken als The Communist Horizon en Crowds and Party. Michael Hardt is politiek filosoof en literatuurtheoreticus, en (samen met wijlen Toni Negri) auteur van Empire, Multitude en Commonwealth.

Beide wetenschappers waren uitgenodigd om hun visie te geven op de recente protesten aan Amerikaanse (en Nederlandse) universiteiten tegen de banden met Israëlische universiteiten, en in bredere zin op de Israëlische oorlog tegen de Palestijnen in Gaza. Een week eerder was de Israëlische antropoloog Maya Wind in Nederland om met studenten en kritische docenten te praten over haar boek Towers of Ivory and Steel, over de rol van Israëlische universiteiten in de onderdrukking door de Israëlische overheid van de Palestijnen.

Het probleem is vooral dat de Israëlische academische wereld in allerlei opzichten een fundamentele steunpilaar is van het zionisme dat ten grondslag ligt aan het Israëlische beleid.

Iedereen die twijfelt aan het nut en de effectiviteit van het boycotten van Israëlische wetenschappelijke instellingen zou dit boek moeten lezen. Wind legt haarfijn uit dat het niet primair gaat om rechtstreekse hand- en spandiensten van Israëlische universiteiten aan het leger en de wapenindustrie van Israël (hoewel daar in specifieke gevallen natuurlijk wel sprake van is). Het probleem is vooral dat de Israëlische academische wereld in allerlei opzichten een fundamentele steunpilaar is van het zionisme dat ten grondslag ligt aan het Israëlische beleid.

Daarvoor is het nodig om te begrijpen dat het zionisme in wezen een nationalistische, laat-koloniale ideologie is die ernaar streefde om in het voormalige Palestina een joods-etnische staat te vestigen. Een paar Israëlische universiteiten, met name de in 1918 gestichte Hebreeuwse Universiteit in Jeruzalem, fungeerden als wegbereiders voor deze staat. Het is interessant dat Albert Einstein, een van de initiatiefnemers van de Hebreeuwse Universiteit, niet lang na de oprichting aftrad als lid van de Raad van Bestuur uit protest tegen het beleid.

Einstein, aanvankelijk een groot voorstander van het zionistische project, sprak in 1946 (twee jaar vóór het uitroepen van de staat Israël) voor het Anglo-American Committee of Inquiry on the Palestinian Issue. Hij zei dat hij niet begreep waarom Israël nodig was: ‘Ik denk dat het een slecht idee is.’ Twee jaar later stuurde hij samen met een groep joodse wetenschappers een brief naar The New York Times om te protesteren tegen het aanstaande bezoek aan Amerika van Menachem Begin, de leider van de Herut-partij, die dertig jaar later premier van Israël zou worden. In deze brief werd Herut, de voorloper van de Likud-partij van de huidige Israëlische premier Benjamin Netanyahu, vergeleken met ‘een partij die qua organisatie, methoden, politieke filosofie en sociale aantrekkingskracht veel weg heeft van nazistische en fascistische partijen.’

In april 1948 vond in Jeruzalem het bloedbad van Deir Yassin plaats, waarbij 120 terroristen van de Irgun-militie van Begin en de Lechi-militie van de latere Israëlische premier Yitzak Shamir tussen de 100 en 250 Palestijnse mannen, vrouwen en kinderen afslachtten. Een maand later maakten de Britten een einde aan hun heerschappij over het mandaatgebied Palestina en riep Israël de onafhankelijkheid uit. Shephard Rifkin, directeur van een in New York gevestigde groepering die zichzelf American Friends of the Fighters for the Freedom of Israel noemde, benaderde Einstein vervolgens met een verzoek om hulp. Einstein antwoordde met een briefje dat niets aan duidelijkheid te wensen overliet: ‘Geachte heer, als ons een echte, uiteindelijke ramp in Palestina te wachten staat, zijn de eerst verantwoordelijken daarvoor de Britten, met op de tweede plaats de terroristengroeperingen uit onze eigen gelederen. Ik ben niet bereid om wie dan ook geassocieerd te zien worden met deze misleide en criminele lieden.’

Helaas zijn Herut/Likud en Israëli’s als Begin, Shamir en Netanyahu niet de enigen die zich beroepen op een nationalistische, racistische en genocidale ideologie. Ook de (meeste) vertegenwoordigers van de Israëlische Arbeiderspartij, met sociaaldemocratische wortels, hebben zich de afgelopen tachtig jaar op dat vlak van hun slechtste kant laten zien. Uit het werk van Israëlische historici als Ilan Pappé blijkt dat als het ging om de stelselmatige onderdrukking van de Palestijnen, met het oog op een etnisch zo ‘zuiver’ mogelijke joodse staat, de diverse regeringen waarin de Arbeiderspartij de meerderheid had zich niet onbetuigd hebben gelaten. Dat heeft bijvoorbeeld betrekking op het beleid ten aanzien van de Westelijke Jordaanoever, aanvankelijk grondgebied van het Arabische buurland Jordanië, maar na de Zesdaagse Oorlog van 1967 feitelijk door Israël ingelijfd (inclusief de grotendeels Palestijnse bevolking). Het probleem was wat er met die Palestijnen moest gebeuren. Want als de Westelijke Jordaanoever ‘officieel’ geannexeerd zou worden door Israël, zouden de daar woonachtige Palestijnen Israëlisch staatsburger worden. Dat zou betekenen dat er van die etnisch ‘zuivere’ staat in de praktijk niet zo veel terecht zou komen. Vandaar dat er sinds 1967 sprake is van het langzaam maar zeker inpikken van Palestijns land door joodse kolonisten, oogluikend toegestaan dan wel enthousiast aangemoedigd door opeenvolgende Israëlische regeringen, met als gevolg dat het Palestijnse gebied als een soort Zuid-Afrikaanse ‘bantoestans’ steeds verder versnipperd raakt.

 

Hoe dan ook, de Israëlische universiteiten zijn al van vóór de oprichting van de staat Israël en zeker sinds de onafhankelijkheid integraal onderdeel van het zionistische project. Daarom zijn de pogingen belachelijk om de huidige studentenprotesten te neutraliseren door te beweren dat er geen samenwerking plaatsvindt met instituten die het Israëlische leger of de wapenindustrie steunen. De Israëlische universiteiten zijn van meet af aan opgezet met het doel te helpen bij de opbouw van de joodse staat. En die joodse staat is een koloniaal gedrocht dat niet meer van deze tijd is.

Toen Jodi Dean woorden van deze strekking neerschreef in een artikel voor de website van haar uitgever Verso Books, getiteld Palestine speaks for everyone, werd zij prompt door haar Amerikaanse universiteit geschorst. In dit artikel breekt Dean een lans voor de ‘onvoorwaardelijke’ ondersteuning van de Palestijnse strijd. Zij vindt het duidelijk geen goed idee om onderscheid te maken tussen ‘goede’ en ‘slechte’ Palestijnen en te zeggen dat je enerzijds de Palestijnen wel steunt, maar dat je anderzijds Hamas en met name de aanval op Israëlisch grondgebied van 7 oktober vorig jaar afwijst. Volgens Dean zullen we moeten accepteren dat Hamas tegenwoordig de ‘drager’ is van de Palestijnse onafhankelijkheidsstrijd, of we dat nu leuk vinden of niet. Voor sommige progressieven is dat lastig, want zij zien Hamas vooral als een representant van het islamisme en van (religieuze) intolerantie.

Maar Dean zegt dat het niet aan ons is om te bepalen achter wie de Palestijnen zich moeten scharen, dat er in een koloniale oorlog als die tussen Israël en de Palestijnen nu eenmaal slachtoffers vallen, en dat niet alle acties van de onderliggende partij in zo’n oorlog de schoonheidsprijs verdienen. Ze vindt ook dat we vooral oog moeten hebben voor het gegeven dat de Palestijnen in Gaza al decennia lang in een soort openluchtgevangenis leven en dat hun situatie door het Israëlische beleid uitzichtloos was geworden. De strijd voor een Palestijnse staat en het lijden van de Palestijnen in Gaza en op de Westoever was van de voorpagina’s verdwenen, en de Palestijnen dreigden een vergeten volk te worden. Ze opent haar artikel met een prachtig verhaal over Palestijnse kinderen in Gaza die grote hoeveelheden vliegers oplaten als uiting van hun verlangen naar vrijheid. De associatie met de hanggliders van de Palestijnse strijders die op die manier de grens met Israel overstaken zal natuurlijk niemand zijn ontgaan.

Michael Hardt legt in een artikel voor de website Sidecar van het tijdschrift New Left Review, getiteld A Global War Regime, daarentegen de nadruk op de symbolische betekenis van de Palestijnse strijd als inspiratiebron voor het wereldwijde activisme. In tegenstelling tot Dean (in een aantal opzichten een ‘ouderwetse’ marxist, die veel waarde hecht aan een stevige organisatie zoals een politieke partij of een vakbond) heeft Hardt eigenlijk al sinds het verschijnen van Empire zijn hoop gevestigd op spontane (volks-)opstanden en activisme in allerlei gedaanten als antwoord op de mondiale hegemonie van het kapitaal en de imperialistische machten. Bij hem hoef je dus niet aan te komen met een verhaal à la Dean over de noodzaak om je achter Hamas te scharen als je de Palestijnse zaak een warm hart toedraagt. Hij heeft ook niet zo’n hoge pet op van de steun van bijvoorbeeld Iran aan de Palestijnse zaak, want hij wijst op het onderdrukkende karakter van het Iraanse regime zelf en het verzet daartegen vanuit onder meer de lhbtq-gemeenschap. Hardt ziet veel meer in allerlei informele verbanden en onderlinge solidariteit tussen activisten uit diverse landen en van uiteenlopend pluimage. Hij heeft echter evenmin een pasklaar antwoord op de vraag hoe dat uiteindelijk tot een succesvol resultaat zou moeten leiden.

Tot slot nog een kleine bijkomstige observatie mijnerzijds: net zoals een paar maanden geleden bij de zege van de linkse George Galloway met een pro-Palestijns programma bij tussentijdse verkiezingen in Engeland, zou de pro-Palestijnse stem bij de aanstaande parlementsverkiezingen in Groot-Brittannië en Frankrijk ook wel eens een niet te onderschatten rol kunnen spelen, om nog maar te zwijgen van de Amerikaanse presidentsverkiezingen in november.


Lees ook:
Jodi Dean: Palestine spreekt voor iedereen > Wereldbrand
Michael Hardt en Sandro Mezzadra: Een wereldwijd oorlogsregime > Wereldbrand