Zij hebben mijn stad vermoord
Making the Middle-class City - The Politics of Gentrifying Amsterdam
Door Willem Boterman en Wouter van Gent
Amsterdam is de laatste 40 jaar onherkenbaar veranderd. Van een open, wilde, spannende, bruisende, sociaal inclusieve en relatief arme stad is Amsterdam een rijke, dure, eenvormige, aangeharkte stad geworden. Hoe is dat gegaan, wie hebben dat gedaan? Die vraag staat centraal in een omvangrijke wetenschappelijke studie van twee sociaalgeografen van de Universiteit van Amsterdam, Willem Boterman en Wouter van Gent, die eind 2022 verscheen. Komt het door wereldwijde economische veranderingen, waardoor Amsterdam van een stad met veel industrie en dus veel arbeiders tot een internationale finance hub met veel dienstverleners geworden is? Met een bevolking van expats en andere goedverdienende leden van de professionele management klasse? Of ligt het eerder aan internationale en nationale politieke gebeurtenissen, zoals de Brexit en de neoliberale maatregelen van de Rutte kabinetten? Of is het misschien de opkomst van het financieringskapitaal, waardoor grote beleggingsbedrijven uit de hele wereld delen van de stad konden opkopen?
Doorslaggevend was het gemeentebeleid, dat sinds eind jaren ’80-begin jaren ’90 bewust naar een middenklasse stad heeft toegewerkt
Nee, zeggen Boterman en van Gent, al die ontwikkelingen spelen weliswaar een belangrijke rol maar zijn niet doorslaggevend. Doorslaggevend was het gemeentebeleid, dat sinds eind jaren ’80-begin jaren ’90 bewust naar een middenklasse stad heeft toegewerkt. Volgens hen hebben gemeentebestuur, topambtenaren en de politieke partijen stap voor stap afscheid genomen van de volkshuisvesting en deze ingeruild voor verkoop, sloop en liberalisatie van sociale huurwoningen en bevordering van eigen woningbezit. Hele delen van de stad zijn door transformatie en nieuwbouw geschikt gemaakt voor de middenklasse. Waarbij gentrificatie niet alleen over de woningmarkt gaat, maar veel meer verschijningsvormen kent: van ruimtelijke ordening, (openbaar) vervoer, onderwijs, openbare ruimte, winkels, voorzieningen, taalgebruik tot controles. Door liberalisatie van het grondbeleid (afschaffen erfpacht, geen opkopen van grond meer) werd de ‘lead’ in de stadsontwikkeling aan marktpartijen overgedragen.
Boterman en van Gent laten zien hoe de grote politieke partijen van Amsterdam, PvdA en GroenLinks, ervoor kozen om niet meer voor de bewoners op te komen maar voor een gewenste nieuwe middenklasse bevolking. Onder het motto “Amsterdam Ongedeelde Stad” werd ingezet op het aantrekken van bevolkingsgroepen als ‘young urban professionals‘, “nieuwe stedelingen,” “creatieve klasse,” waardoor de middenklasse partijen D66 en VVD meer stemmen krijgen en het gemeentebeleid zich sterker op de middenklasse gaat richten. De actieve wisselwerking tussen het op de middenklasse gerichte bevolkingsbeleid en het veranderende politieke landschap zou volgens de auteurs de motor zijn van de stedelijke ontwikkelingen van de afgelopen 40 jaar. Als het logische eindpunt van deze ontwikkeling zien zij de overwinning van D66 in de verkiezingen van 2014, waarmee de middenklasse de stad definitief heeft overgenomen. Helaas gaan de schrijvers nauwelijks in op de verkiezingsoverwinningen van de “linkse” partijen GL in 2018 en PvdA in 2022.
Don’t mention the G-word
De studie beschrijft uitgebreid de motivatie en opvattingen van bestuurders en topambtenaren die de afgelopen decennia aan de knoppen zaten. Hoe zij, ook al zijn meestal verbonden met de “linkse” partijen, met hun middenklasse waarden, opvattingen en beelden de stad stap voor stap radicaal veranderden. Meestal vanuit het idee dat dat het beste voor de stad is: sociaal rechtvaardig, onafwendbaar, noodzakelijk en goed. Kritiek van wetenschappers en activisten die hen beschuldigen van gentrificatie, het bewust uit de stad verdringen van mensen met lagere inkomens, wordt als irrelevant weggezet. In hun ogen gebeurt dit in Amsterdam altijd vrijwillig; worden mensen niet met geweld ontruimd om plaats te maken voor rijkere bewoners. Dat de uitkomst heftzelfde is – met name minder bewoners met een laag inkomen en meer met een hoger inkomen – zien ze niet als uitkomst van hun handelen maar als een natuurlijk proces.
Politieke strijd om de Van der Pekbuurt
Onderdeel van het boek is een case study over de stadsvernieuwing in de Van der Pekbuurt, de arbeidersbuurt in Noord, pal aan de overkant van het IJ bij het Centraal Station. Sinds midden jaren ’80 van de vorige eeuw woedt daar een strijd tussen bewoners, woningcorporatie Ymere en de gemeente over de toekomst van de wijk. In de case study wordt met behulp van o.a. een netwerkanalyse van sleutelfiguren beschreven hoe in de Van der Pek het middenklassebeleid en marktdenken door gemeente en stadsdeel wordt doorgezet. Met een leger van 105 professionals van 21 organisaties moest de Van der Pek rijp gemaakt worden voor gentrificatie. Waarbij vooral “creatieve ondernemers” en “urban designers,” meestal verbonden met de gemeente of corporatie, de buurt aantrekkelijk moesten maken voor de middenklasse, “de nieuwe stedeling.” Terwijl initiatieven van buurtbewoners de kop ingedrukt werden ging er meer dan 100.000 euro per jaar (officieel bestemd voor de buurt) naar de Tolhuistuin en de Noorderparkkamer, beiden nota bene buiten de buurt.
In de discussie over de Van der Pek komt een vreemd verzuim van het boek duidelijk naar voren: het feit dat de Huurdersvereniging v/d Pek, gesteund door andere bewonersgroepen in Noord, een intensieve en deels ook succesvolle strijd tegen Ymere en Gemeente gevoerd heeft, wordt in het boek niet genoemd. Dit was een strijd voor woningonderhoud (40 jaar lang geweigerd door Ymere) en tegen de verwaarlozing van de sociale infrastructuur (buurthuizen etc.). Het politieke activisme van de huurdersvereniging – mobilisatie van bewoners, opbouwen van mediadruk; realiseren van monument-status voor de buurt; protestbrieven – laten de auteurs gewoon links liggen. De hoofdinzet: sloop van de buurt of behoud van de buurt met haar sociale huurwoningen, komt in de studie nauwelijks aan bod. Het is onbegrijpelijk dat een boek dat een serieuze poging doet tot klassenanalyse en het doorzetten van middenklasse politiek, het verzet hiertegen gewoon onder de tafel schuift. Blijkbaar zien de auteurs, net als gemeente en Ymere, het burgerverzet als een verstorende factor, in hun geval voor de these dat de middenklasse de stad heeft overgenomen. Want in de Van der Pek klopt dit voor geen meter, hier hebben buurtbewoners het van de overmacht van gemeente en corporatie grotendeels gewonnen. Uiteraard niet definitief maar voor nu blijft de buurt grotendeels bestaan uit sociale huurwoningen en kunnen buurtbewoners na renovatie terugkeren. Je zou denken dat een dergelijk David-tegen-Goliath succes voor democratie en civil society een degelijke wetenschappelijke analyse niet zou ontsnappen.
Klasse en middenklasse: iedereen middenklasse?
Echter is er nog meer mis met de analyse van Boterman en van Gent. Als we naar de ontwikkeling van de laatste 10 jaar kijken (zie de figuur hierboven) dan zien we dat zowel de lagere inkomens als de middeninkomens uit de stad worden gedrukt. De enige reden dat de wetenschappers Amsterdam tot middenklasse stad kunnen uitroepen is dat zij vrijwel iedereen met een midden- en hoger inkomen tot de middenklasse rekenen. Dat is op z’n minst verwarrend: een middenklasse stad die de middeninkomens en middengroepen de stad uit drukt. Deze verwarring zet door tot op de cover van het boek waar het “Schijthuis” (officieel Pontsteiger genoemd) te zien is, een van de duurste wooncomplexen aan het IJ en inmiddels de icoon van Amsterdam Jet Set City, stad voor de Superrijken. Dit is heel erg jammer, met name ook voor activisten en anderen die tegen de vijandige overname van Amsterdam aan het strijden zijn. Een goede analyse kan een belangrijke bijdrage leveren aan de effectiviteit van de strijd. Echter moet zij dan wel de complexiteiten van de gentrificatieprocessen afspiegelen en verzet daartegen erkennen in plaats van ze met de analytische middenklasse hamer kapot te slaan.
De auteurs laten in hun studie goed zien hoe de afgelopen 40 jaar het doorzetten van middenklasse waarden en vrije markt denken de ontwikkeling van de stad heeft vormgegeven. Maar Amsterdam is geen middenklasse stad meer maar een stad voor de Rijken. En het stadsbestuur: het staat erbij en kijkt ernaar. Gelukkig biedt de strijd om de Van der Pekbuurt meer perspectief dan de analyse van Boterman en van Gent.