Actie voeren voor meer ruimte voor kunst en cultuur in de stad

De vier jaar-durende lente van links beleid komt tot zijn eind en Amsterdam maakt zich klaar voor een nieuwe coalitie. In de peilingen staat de huidige coalitie er slecht voor. Wellicht halen ze nog de meerderheid. Platform BK doet geen voorspellingen, maar blikt wel vooruit. Wordt het in de Stropera linksom of rechtsom, wij blijven actie voeren voor meer ruimte voor kunst en cultuur in de stad. Welke lering kan het nieuwe college uit de vorige beleidsperiode trekken en waar moet het nieuwe college zich op richten. Platform BK ziet drie hoofdzaken: 

Richt een duurzaam broedplaatsbeleid in
Door het groeiend gebrek aan ruimte voor cultuur en sociaalmaatschappelijke organisaties, wordt steeds vaker gekeken naar broedplaatsen als wonderbaarlijke oplossing: een plek waar alles bij elkaar komt. Deze verwachting is zeer naïef, want de manier waarop Amsterdam broedplaatsen realiseert is onhoudbaar geworden. Er worden voortdurend nieuwe broedplaatsen ‘ontwikkeld’ in ‘ontwikkelbuurten’, maar omdat zij maar een contract krijgen voor een paar jaar, verdwijnen ze even hard weer. Zo lang het infuus van ontwikkelinvesteringen open blijft, gaat het nog redelijk goed. Wordt de geldstroom even afgeknepen, dan zakt de boel in elkaar. En dat gaat gebeuren. Je kunt op je klompen aanvoelen dat de aangekondigde bezuinigingen ter compensatie van de flinke investeringen tijdens de pandemie ook weer een tijd van bezuinigingen ook de broedplaatsen gaan raken. Dit wordt de doodsteek voor twintig jaar broedplaatsbeleid op basis van tijdelijkheid en uitdijende gentrificatie.

Wat komt daarna? Verdwijnt de open ruimte en houden broedplaatsen op te bestaan? Wordt er een for-profit model ontwikkeld, waarin alleen nog plaats is voor kapitaalkrachtige culturele ondernemers? Of maakt de gemeente zijn beloftes van een open, inclusieve stad waar, met voorzieningen voor groepen en organisaties die veel toevoegen aan de stad, maar minder kapitaalkrachtig zijn? Ons advies: anticipeer op minder ontwikkelbudget en meer in duurzaamheid, door te gaan werken met langlopende of eeuwige erfpachtconstructies voor grote panden met culturele en/of maatschappelijke bestemming. Dit zorgt voor zekerheid voor de precaire groep cultuurwerkers én sociale binding in de buurt.

Houdt daarbij wel scherp in de gaten dat er voor elke functie die een broedplaats wordt toebedeeld, ook ruimte, faciliteiten en (financiële) ondersteuning nodig zijn. Het kan niet de bedoeling zijn dat een voedselbank, een buurtkinderkoor en een kunstenaarscollectief moeten concurreren om dezelfde schaarse ruimte. Combineren is mooi, maar beperkte ruimte is beperkt in mogelijkheden.

Stop misbruik van jongerencontracten  
Sinds 2015 richt het beleid rondom woon- en werkruimte voor cultuurwerkers zich steeds meer op doorstroom. Vanuit de angst en stigmatisering dat kunstenaars te lang van hun (betaalbare) woning of atelier ‘profiteren’, terwijl deze woningen steeds voor een nieuwe generatie beschikbaar moeten komen, worden nieuwe en vrijgekomen (atelier)woningen vrijwel alleen nog aan cultuurwerkers onder de 28 jaar verhuurd, naast het campuscontract de enige tijdelijke contractvorm is die wettelijk is toegestaan. 

De afgelopen zeven jaar is duidelijk geworden dat dit beleid, zowel voor de huurders als het doel voor een toegankelijke en inclusieve stad, meer kwaad dan goed heeft gedaan. Het beleid maakt de stad wellicht toegankelijker voor nieuwe en jonge huurders, maar het is mede hierdoor onmogelijk om je duurzaam in de stad te vestigen. Jongeren wiens jongerencontract op een (atelier)woning afloopt, wacht immers een dubbele kostensprong: voor een huurhuis in de vrije sector, en voor een commercieel verhuurd atelier. Een sprong die een cultuurwerker — jong of oud — onmogelijk kan maken. Wat deze cultuurwerkers rest, is de stad te verlaten. 

De afgelopen zeven jaar is ook duidelijk geworden dat zowel de gemeente als corporaties weinig motivatie hebben om dit doorstroombeleid te veranderen. Voor de corporaties geldt dat zij door de mogelijkheid van tijdelijke verhuur, om de vijf jaar weer een grote voorraad units erbij krijgen die zij eenvoudig kunnen liberaliseren en verkopen, om hun kassen te kunnen blijven spekken. Hier worden in sommige gevallen wel weer nieuwe (atelier)woningen in de sociale sector voor bijgebouwd, in nieuwe ontwikkelbuurten, aan de randen van de uitdijende stad. En passant heeft corporatie de Key in de tussentijd zijn statuten aangepast met het doel alleen nog maar woningen voor jongeren te realiseren en aan te bieden. Een nobel streven. 

De huidige coalitie heeft aan het begin van haar beleidsperiode nog enigszins laten zien wat aan deze tijdelijkheid te willen doen. Zo maakte ze in 2018 en 2019 zogenoemde prestatieafspraken met de corporaties, waarin staat dat deze corporaties jonge huurders aan het einde van hun eerste huurperiode de mogelijkheid tot verlenging van hun contract moeten bieden: nogmaals vijf jaar. Allereerst is dit wettelijk onuitvoerbaar, aangezien deze jongeren inmiddels geen jongeren meer zijn. En ten tweede blijkt dat de corporaties er vaak alles aan willen doen om te voorkomen dat de huurders een permanente (atelier)woning krijgen. Dit jaar leidde deze kwestie zelfs tot een rechtszaak, waarin de gedupeerde huurders binnen atelierverzamelgebouw De Zomerdijkstraat  zich op de prestatieafspraken tussen de gemeente en de Key beriepen. Iedereen was verrast toen de gemeente in haar repliek haar verantwoordelijkheid van zich af wierp en zelfs niet met de corporaties hierover in gesprek wil gaan: “dit is een zaak tussen de huurders en de corporaties”. De corporaties houden zich ondertussen van de domme: “de gemeente wil doorstroom, dus doen wij doorstroom”. 

De uitspraak staat op 18 maart gepland. In de tussentijd is de gemeente met de corporaties in gesprek om meer wettelijke mogelijkheden voor tijdelijke contracten te onderzoeken, zodat ook huurders ouder dan 28 na vijf jaar op straat kunnen worden gezet. Voor Platform BK blijft het zoeken naar het sociale visies op wonen en werken binnen het gemeentebeleid. Het idee van de oude kunstenaar die na 40 jaar nog altijd in dezelfde goedkope (atelier)woning zit, is in de ogen van de gemeente nog altijd de onterechte angstgegner. Onterecht, aangezien deze woningen ook vaak op natuurlijke wijze vrijkomen. In de Zomerdijkstraat zijn afgelopen zeven jaar, zeven woningen beschikbaar gekomen. Dit is 23 procent van de woningen aldaar. Dit waren kunstenaars met een vast contract, dus geschiede de doorstroom zonder toedoen van jongerencontracten. 

Ook voor het volgende college geldt: maak een einde aan tijdelijke verhuur dat is gestoeld op onterechte angsten en bovendien een averechts effect op de open en inclusieve stad heeft. Maak daarnaast harde afspraken en houdt de corporaties aansprakelijk: Zolang de woningbouwcorporaties de vrije hand behouden, zal de stad de komende jaren nog meer van haar sociale karakter verliezen. 

3. Werk samen met cultuurwerkers en ondersteun zelforganisatie
Na invoer van de Woningwet is het voor woningbouwcorporaties lastiger om betaalbaar vastgoed voor kunst en cultuur te behouden, waardoor ateliers in heel Nederland duurder en schaarser worden. De meest elegante, efficiënte en duurzame manier om toch vrije ruimte in de stad te borgen, is het ondersteunen van zelforganisatie en zelfbeheer. Hierbij valt te denken aan atelierstichtingen en vormen van coöperatief eigendom.

Er gebeurt op dit gebied al veel goeds in Amsterdam. Woonwerkpand Tetterode in Amsterdam West is al 40 jaar een succesvol voorbeeld en ook nieuwe initiatieven zijn mogelijk, zoals Bajesdorp in Zuid-Oost aantoont. Het gaat hierbij echter om oude constructies, dan wel incidentele initiatieven. Er is vanuit de gemeente nog geen structurele ondersteuning van zelforganisatie. Dat het wel mogelijk is deze beweging vanuit de gemeente te ondersteunen, toont Den Haag aan. We kunnen de toekomstige Amsterdamse Wethouder voor Cultuur warm aanbevelen inspiratie te putten uit de Haagse situatie.

In Den Haag is de onafhankelijke organisatie Stroom de centrale bemiddelaar voor de realisatie en verhuur van ateliers en atelierwoningen. Stroom heeft zelf geen belang heeft bij het vastgoed, maar maakt namens kunstenaars en creatieven afspraken met de gemeente over de permanente status van atelierpanden en een lage maximale vierkantemeterprijs van € 35,-/m2/jaar. Zo vervult Stroom een belangrijke rol bij het zogenoemde voorwaardenscheppende beleid van de gemeente. Voor de uiteindelijke realisatie van ruimte, kunnen (groepen) cultuurwerkers zelf aankloppen bij Stroom. Hierbij is het devies: ondersteuning bij zelforganisatie. Zo wordt met minimale overhead veel resultaat bereikt. En het belangrijkste: er wordt niet over, maar met kunstenaars gesproken, waarbij zekerheid en zeggenschap van de cultuurwerker centraal staat. 

Stroom spreekt als voorwaardenscheppende instelling principes uit die wij ook van de gemeente, Bureau Broedplaatsen, de CAWA en de broedplaatsontwikkelaars wensen: cultuurwerkers en hun woon- en werkplekken zijn er in eerste instantie niet voor ‘het aanjagen van de stedelijke economie, ‘het opvrolijken van de buurt en het vergroten van de leefbaarheid’, ‘het omliggende vastgoed in waarde te laten stijgen, of andere secundaire - vaak economische - doelen. Denk als Stroom en ben principieel over het tegengaan van de instrumentalisering van de cultuurwerker ten behoeve van gentrificatie. Dit kan worden voorkomen wanneer de broedplaatsenbeleid wordt verduurzaamd, zowel in gemeentelijke investering, in de contracten op de gebouwen, als in de contracten van de huurders; ook wanneer het volgende college de functie van broedplaatsen in de volgende beleidsperiode gaat verruimen. 
Kunst, cultuur, sociale cohesie, buurtzorg, maatschappelijke verbinding en andere sociale voorzieningen zijn een waarde op zich. Maar alleen met principieel beleid, harde afspraken en een voorwaardenscheppende beleid dat zich richt op de behoefte van de huurder, kan deze toegevoegde waarde worden beschermd en behouden tegen de bedreiging van haar economische opponent. Laat cultuurwerkers en sociaal-maatschappelijke initiatieven zich duurzaam vestigen en wortelen de stad; laat je niet afleiden door economische prikkels. Alleen dan dient na een lange grauwe lente hopelijk alsnog de zomer zich aan.