Stad, hoed uw infrastructuur
Een stad is als een lichaam. Een stad is (als het goed is) een levend wezen. Het lichaam van de stad bestaat, net als dat van de mens, uit beenderen, spieren, bloedvaten, huid en organen. In het geval van de stad spreken we dan meestal van de infrastructuur. En net zoals een mens zijn vitale organen op straffe van de dood niet kan verkopen (hoewel dat in sommige derde wereldlanden niettemin gebeurt), kan een stad ook niet ongestraft zijn infrastructuur verkopen.
Toch is dat in Amsterdam de afgelopen veertig jaar wél gebeurd. Onder invloed van het neoliberale marktdenken werd onder meer het Gemeente-energiebedrijf (GEB) in de jaren tachtig gesplitst en verzelfstandigd. In 2002 kwamen na diverse overnames en fusies alle faciliteiten van het voormalige GEB in handen van NUON (nu Vattenfall). In de jaren negentig werd het Amsterdamse kabelnet in de etalage gezet. KTA (Kabeltelevisie Amsterdam) werd voor zevenhonderd miljoen gulden verkocht aan het consortium A2000 (met onder meer Philips, De Telegraaf en de Perscombinatie), dat in 2000 op zijn beurt werd overgenomen door UPC (nu Ziggo). Voor een goed begrip voor de verhoudingen (en de stommiteit van het toenmalige gemeentebestuur van Amsterdam) is het wel relevant om te vermelden dat Liberty Global (het moederbedrijf van Ziggo) een beurswaarde heeft van ruim vijftien miljard euro, en dat grootaandeelhouder en miljardair John Malone de grootste particuliere landeigenaar in de VS is (8900 vierkante kilometer, meer dan de provincies Gelderland en Overijssel samen!).
Dit zijn slechts twee – zij het uiterst belangrijke – voorbeelden van de manier waarop Amsterdam zijn bezittingen heeft verkwanseld. Eigendom is immers macht, en als essentiële infrastructuur in handen valt van particuliere ondernemingen, heb je als gemeente het nakijken. Dat wreekt zich nu onder meer in de discussies over de energietransitie, want daarin is Amsterdam nu afhankelijk van de nukken van de multinationale energiegigant Vattenfall, met alle negatieve gevolgen van dien. Nu Nederland van het gas af moet, is een van de oplossingen ‘stadswarmte,’ geproduceerd door de verbranding van (onder meer) huishoudelijk afval. De stadswarmtenetwerken in Amsterdam zijn eigendom van Vattenfall en Westpoort Warmte (WPW), waarin de gemeente participeert. Naast het feit dat deze vorm van energievoorziening helemaal niet zo milieuvriendelijk is als wordt voorgespiegeld (naast afval wordt ook biomassa verbrand), zijn de kosten van deze zogeheten ‘hogetemperatuurnetten’ voor de bewoners hoger dan die van alternatieve oplossingen, zoals het isoleren van woningen. Maar omdat de gemeente door de verkoop van haar eigendom feitelijk alle zeggenschap uit handen heeft gegeven, zijn de bewoners de klos.
Omdat de gemeente door de verkoop van haar eigendom feitelijk alle zeggenschap uit handen heeft gegeven, zijn de bewoners de klos.
Dat moet en kan anders. In de nabije en iets verder weg gelegen toekomst moet de gemeente Amsterdam alles op alles zetten om reeds verkochte infrastructuur terug te kopen, en als dat niet mogelijk blijkt investeren in alternatieven om de particuliere bedrijven die louter op verhoging van hun winsten uit zijn buiten spel te zetten. Hoe dan ook moet er een onmiddellijke stop komen op de verdere verkoop van cruciale infrastructuur, waartoe overigens ook grond (de Lutkemeerpolder!) en gemeentelijk vastgoed behoren. Deze voorzieningen moeten worden ondergebracht in collectieve, decentrale beheersorganen waarin de direct omwonenden een belangrijke stem krijgen. Alleen op deze manier kan worden voorkomen dat de publieke functie van de stad steeds verder wordt uitgekleed en dat de verschillen tussen rijk en arm in de stad alleen maar groter worden.