Natuur als verdienmodel

Zo’n vier jaar geleden presenteerde de coalitie van GroenLinks, D66, PvdA en SP zich als democratisch en groen; meer democratie, minder markt. “De inzet is om de ecologische kwaliteit [van het groen] te verbeteren.” Het coalitieakkoord kreeg de titel Een nieuwe lente en een nieuw geluid (de eerste zin van Gorter’s Mei). Dat schept verwachtingen en verplichtingen. Wat is daarvan terecht gekomen?

In de vier vorige jaren werd de herziening van het bestuurlijk stelsel uitgevoerd. In het rapport van de Commissie Brenninkmeijer - dat pleitte voor het ophouden met partijpolitiek geschagger en voor meer participatie van burgers - werd geconstateerd dat zowel de gemeenteraad als de bestuurscommissies van de stadsdelen direct gekozen werden en beide dus een mandaat hadden van de kiezers. Het botste tussen deelraden en college. In het nieuwe stelsel worden de besturen van de stadsdelen aangesteld door het college en worden adviescommissies verkozen die de besturen van de stadsdelen adviseren. Die adviezen mogen door de besturen alleen om zwaarwegende redenen worden afgewezen, en moeten doorgestuurd worden aan het college. Maar zoals voorheen stadsdelen werden gepasseerd, werden ook adviescommissies met hun besturen gepasseerd door het college. We zijn dus nog steeds niet waar we wezen moeten.

Inzake natuur propageert het college een ‘rigoureuze vergroening’. In voorgaande jaren waren al locatieprofielen opgesteld voor evenementen die op de diverse locaties mogelijk moesten zijn. Die zijn in de meeste stadsdelen opgesteld vanuit de eenzijdige visie van de gemeente dat evenementen bij de stad horen en dat die het beste konden plaatsvinden in parken en natuurgebieden. Van echte participatie was geen sprake. Een gesprek van bewoners- en parkenverenigingen met Halsema leverde niets op. Het college borduurde voort op oude gewoonten en structuren.

Een daarvan is recreatieschap Groengebied Amstelland, een gemeenschappelijke regeling onder burgemeesters, die in het bestuur van GGA besluiten nemen over wat kan en mag in de natuurgebieden die behoren tot het NNN, NatuurNetwerk Nederland, voorheen EHS, Ecologische Hoofdstructuur, waarover eerst het Rijk, later de provincie Noord-Holland zeggensmacht kreeg. GGA is dus geen democratische instelling; besluiten en contracten afgesloten met derden (festivalondernemers) kunnen niet betwist worden of voor de rechter gebracht. Pas als diezelfde burgemeesters in hun eigen gemeente besluiten tot het verlenen van vergunningen voor evenementen zijn hiertegen bezwaren en beroepen bij de rechter mogelijk, en ook die werden bemoeilijkt.

Zo hebben burgemeesters jarenlang de macht naar zich toegetrokken om ook het evenementenbeleid in strijd met de Provinciale ruimtelijke verordening en de Algemene wet bestuursrecht als hun eigen onaantastbaar beleid uit te voeren.

Nog steeds staat de burger buitenspel. Het wordt nog erger als het huidige college het ondemocratische en staatsrechtelijk dubieuze beleid in recreatieschap GGA wil voortzetten en toewerkt naar integratie van dit beleid in een komende Omgevingswet die provincies en gemeenten nog meer macht geeft, hoewel tegelijk met de plicht om meer participatie van burgers in te bouwen. Van echte participatie is evenwel nog bitter weinig gebleken.

Het overdragen van meer macht naar provincies en gemeenten lijkt democratie te bevorderen, maar het tegendeel is waar. Het leidt tot willekeur en ongelijkheid tussen provincies en steden.
Dat kreeg in Amsterdam als voorspel tot een lokale uitwerking van de Omgevingswet zijn beslag in een Omgevingsvisie en een Beleidskader Hoofdgroenstructuur. In beide wordt het NNN niet genoemd, dus ook niet geborgd. De provincie, die in de eigen Omgevingsvisie NH2050 stelt: “Natuurnetwerk Nederland (NNN) blijft de basis van de natuurstructuur”, krijgt hiermee van het college van Amsterdam een schot voor de boeg.

Natuur als openbare ruimte is het laatste bastion dat nog over is na de marktwerking in de neoliberale economie, na privatisering en deregulering.

Natuur als openbare ruimte is het laatste bastion dat nog over is na de marktwerking in de neoliberale economie, na privatisering en deregulering. Deze natuur wordt nu ook vermarkt o.a. door festivalmultinationals. Natuurgebieden staan voor gratis zuivere lucht, gezondheid, verkoeling, waterberging, heerlijk wandelen en fietsen, allemaal gratis en veilig totdat door meer commercie en reuring samen met gebrek aan toezicht en handhaving, ook daar de verloedering begint.

De grootschalige kolonisatie van onze parken en groengebieden, zo’n tien jaar geleden begonnen, is voor het college een grote maatschappelijke ambitie. Asset management onderneming Superstruct Entertainment Ltd. heeft met ID&T alleen al 90 festivals en venues onder zijn hoede. Het gaat om financial management, en de assets in dit geval zijn parken en natuurgebieden. Voor onderhoud en herstel van de parken draaien de belastingbetalers op. Voor gehoorschade en drank- en drugsmisbruik is de bezoeker zelf verantwoordelijk.

De Omgevingsvisie en het Beleidskader Hoofdgroenstructuur vervangen de bescherming van parken en natuurgebieden door een wirwar van groentypen waarover enkel het college, en indien mogelijk, ook de gemeenteraad, zeggenschap heeft. De bescherming van het NNN verdwijnt. Commercie en sportvelden met kunstgras duwen als een koekoeksjong andere belangen uit het groene nest.

Slot van Gorter’s Mei: “Ik groef een graf waar golven komen toedekken het zand en legde haar daar neer, daarover zand: de golven komen weer en dalen weer met lachen of geschrei - daar ligt bedolven mijne kleine Mei.”