Tussenstand Noord: goede bedoelingen en kansenongelijkheid

Tijdens de coronacrisis is de ongelijkheid en tweedeling van het nieuwe Noord nog schrijnender aan het licht is gekomen. Verdedig Noord identificeert identificeert de grootste problemen en doet een aantal suggesties voor nieuw beleid.

Bestuurders die te maken krijgen met Verdedig Noord beginnen vaak met: kijk eerst eens naar wat er wél goed gaat in Noord. Bij deze dan: dit college opende de Noord-Zuid-lijn (ook al sneuvelden daarbij buslijnen), de make-over van het Buikslotermeerplein is eindelijk van start gegaan, er zijn buurtbudgetten beschikbaar gesteld voor échte plannen van échte buurtbewoners, de beloofde kleinschalige opvang voor ongedocumenteerden is gerealiseerd en het aangekondigde evenemententerrein in het Noorderpark is gelukkig van de baan.

Ook geeft dit college aan het nieuwe college door dat zij aan het werk moeten met Red Amsterdam Noord, het bewonerscollectief dat op uitnodiging van de burgemeester plannen ontwikkelt voor de komende twintig jaar. Kortom, de bestuurders hebben de afgelopen vier jaar niet stilgezeten en ze waren ook nog eens makkelijker aanspreekbaar dan hun voorgangers.

Maar een gelijkwaardige gesprekspartner zijn we als Verdedig Noord nog steeds niet. Juist omdat dit college dichter bij ons leek te staan zijn we kritischer op fout beleid en communicatiestoornissen. Dit is helemaal het geval sinds de coronacrisis. Tijdens die crisis is de ongelijkheid en tweedeling waarin het nieuwe Noord uitblinkt nog schrijnender aan het licht is gekomen.

We zetten een paar missers en misverstanden op een rij, plús de oplossingen die voor het grijpen liggen.

Er gaan nog steeds sociale huurwoningen in de verkoop
We kennen de tegenwerpingen. De ene gemeentefunctionaris na de ander (bestuurders, ambtenaren) verontschuldigt zich: daar gaan wij niet over, ga met de corporaties praten. Dat doen we natuurlijk ook, maar vriendelijke gesprekken zijn dat niet. Het blijft tergend dat een gemeentebestuur zo weinig uitricht tegen de uitverkoop van woningen. Dit zijn woningen voor Amsterdammers die alleen door de overheid tegen de markt beschermd kunnen worden.

Het mantra blijft: de ongedeelde wijk
Ze blijven ons ermee om de oren slaan: principenota na visiedocument. Maar wij wonen in buurten die onder onze ogen verkruimelen. Afgezien dan van de fraai gerenoveerde uitverkoopwoningen waarvan de nieuwe bewoners maar al te vaak door de publieke ruimte schrijden alsof die hen toebehoort. Dure nieuwe of sjieke oude buurten hoeven nooit te worden gemengd. Dat hoeft alleen met de zogenaamde ‘ontwikkelbuurten’ waar wij zitten.

Verdedig Noord hanteert intussen een lijst met verboden woorden. Zodra die vallen staan wij op en lopen we weg. In de top drie: ongedeelde wijk. Het is een soort kortsluiting in je hoofd om daarop te blijven hameren als je domweg recht voor je ogen ziet dat het niet waar is.

Er wordt alleen geïnvesteerd aan de overkant
Het schijnt in de wet te staan: aan de overkant, in de nieuwbouw, kan de gemeente gouden stoeptegels leggen. Maar aan déze kant, in een buurt van honderd jaar oud, kan ze nog geen vuilnisbak vervangen. Red Amsterdam Noord, het collectief van bewonersinitiatieven waar Verdedig Noord deel van is, maakt daar een hoofdzaak van: nieuwbouw welkom en  nieuwkomers zijn welkom. Maar investeer dan evenredig in de mensen, huizen en wijken die er al staan. Anders begint het achterstallig onderhoud van buurten als de Kleine Die, Van der Pek-Noord en De Banne gevaarlijk op bewuste verwaarlozing te lijken, een beleid met als doel mensen die er hun wereld hebben gebouwd weg te jagen.

Voor binnenstaanders is geen plaats, voor buitenstaanders wel
In zulke slecht onderhouden buurten vangen kleine, persoonlijke initiatieven veel sores op: maaltijden, opknapbeurten, ontmoetingsruimtes, muziek- en danslessen voor de kleine portemonnee. Daar is Noord vanouds goed in. Maar zulke initiatieven worden al gauw vergeten in de onstuimige groei van het stadsdeel. Of ze worden van loket naar loket geschoven. Het gevolg is dat in deze periode de mensen achter Flora4Life, de Florakokjes, de DAT!School en Andishe veel te lang aan hun lot werden overgelaten toen ze dakloos raakten.

Ondertussen worden broedplaatsen vol kunstenaars zonder binding met de wijk overeind gehouden en worden opgewekte place makers ingevlogen voor betaalde onderzoekjes zonder benul. De greep naar het nieuwe, de ‘frisse blik van buiten’, die nooit werkelijk verschil maakt - want ze blijven nooit lang genoeg om een bedreiging te vormen voor het voorgenomen beleid - blijft een hardnekkige reflex van de gemeente. Dat terwijl je de echte experts gewoon om de hoek vindt: de buurtbewoners.

De kansen zijn niet gelijk, de keuzes nog minder
De documentaireserie Klassen (Human, 2020) speelt zich af in Noord. De documentaire legt bloot wat iedereen die het echt wil zien eigenlijk al lang wist: als je pech hebt met je gezin, je school en de sociale omgeving waarin je opgroeit dan ga je met achterstand de grotemensenwereld in. Met corona is die achterstand alleen maar gegroeid. Dit zou een stad zou moeten zijn die werkt aan keuzegelijkheid. In plaats daarvan hebben steeds meer jonge mensen helemaal niets te kiezen. Is dat nou het soort stad waar dit college zijn best voor heeft gedaan?

De participatie is vastgelopen
Gemeente en stadsdeel hebben een diepgewortelde schrik voor ‘de bewoner’, vooral als die zich durft te bemoeien met bestemmingsplannen en principenota’s. Dus krijg je, bewust of onbewust, allemaal omwegen en rookgordijnen om de mondige bewoner te ontlopen. In Noord is het geduld op. We hebben geen zin meer in ophaalavondjes met ongelijke informatie en vage consequenties.

Verdedig Noord en Red Amsterdam Noord stellen daarom nu zelf de agenda op voor gesprekken met bestuurders en ambtenaren. Ons verhaal gaat vóór andermans beleid. Het stadsdeel slaan we intussen maar helemaal over; we gaan meteen door naar het stadhuis. De weg terug naar echt wederzijds vertrouwen is nog lang.