Hoe kunnen we onze collectieve vrijheid verwezenlijken?

Sinds het begin van de coronacrisis en de daarmee gepaard gaande beperkingen is de roep om (het herstel van de) vrijheid niet van de lucht. Iedere week wordt er door de actiegroep Nederland in Verzet wel ergens in Amsterdam ‘koffiegedronken’ voor de vrijheid (aanvankelijk telkens op het Museumplein, nu verspreid door de stad); de actiegroep Viruswaarheid beweert al ruim een jaar te pas en te onpas dat onze vrijheid om drogredenen (want ‘het virus is helemaal niet zo gevaarlijk’) aan banden wordt gelegd; en allerlei complotdenkers doen daar nog een schepje bovenop door te verkondigen dat corona een ‘hoax’ is en dat de machthebbers erop uit zijn ons permanent van onze vrijheid te beroven.

Maar welke vrijheid bedoelen deze lieden eigenlijk?
Zou het zo kunnen zijn dat de vrijheid waarvoor zij zeggen op te komen op gespannen voet staat met het vrijheidsbegrip dat bijvoorbeeld Amsterdam Alternative uitdraagt?
Om een goed antwoord te kunnen formuleren op deze vraag moeten we in eerste instantie een paar eeuwen teruggaan. In de achttiende eeuw gistte het in de hele westerse wereld, en kwamen de opgebouwde spanningen tot een uitbarsting in Frankrijk. Tijdens de Franse Revolutie van 1789 werd onder het motto ‘Liberté, Égalité, Fraternité’ (Vrijheid, Gelijkheid, Broederschap) het zogeheten ‘Ancien Régime’ (feitelijk de monarchie) aan de kant geschoven en, althans aanvankelijk, vervangen door een democratie. In de opvatting van de Franse revolutionairen (en van hun Amerikaanse geestverwanten) betekende ‘vrijheid’ dat het volk voortaan in staat moest zijn om zijn eigen vertegenwoordigers te kiezen die de regering zouden vormen. ‘Vrijheid’ is in dit verband dus vooral het vermogen om mee te beslissen over het bestuur van (bijvoorbeeld) een land. Maar deze vrijheid kent ook haar beperkingen en hoort gepaard te gaan aan een zeker verantwoordelijkheidsbesef. Míjn vrijheid mag niet onverkort ten koste gaan van de vrijheid van een ander. In die zin is vrijheid dus eerder een collectief dan een individueel begrip.

Míjn vrijheid mag niet onverkort ten koste gaan
van de vrijheid van een ander.

Onder invloed van het (neo-)liberalisme is het collectieve vrijheidsideaal de afgelopen veertig, vijftig jaar echter genadeloos uitgehold. Het lijkt wel alsof het idee van de vrijheid is verenigd tot de vrijheid van consumeren en van ongebreideld genot. Als je vandaag de dag zegt dat het je vooral om die collectieve vrijheid te doen is, is hoongelach vaak je deel. Toch is dit een funeste ontwikkeling, want alleen samen, als collectief, zullen we in staat zijn echte veranderingen door te voeren. In een samenleving met louter oog voor de vrijheid van het individu zal al snel het recht van de sterkste de overhand krijgen. Daarom is het initiatief van Amsterdam Alternative om via een systeem van collectief eigendom ‘vrijplaatsen’ veilig te stellen voor de toekomst ook zo belangrijk. Gezamenlijk zorgen wij er zo voor dat er ruimte blijft waar mensen gezamenlijk de vrijheid kunnen vieren, door er te wonen, te werken en van alles en nog wat te organiseren. Door een uitgekiende strategie wordt voorkomen dat panden die op deze manier worden vrijgespeeld in een later stadium toch weer (als geheel of in individuele eenheden) op de markt kunnen komen.

Gezamenlijk zorgen wij er zo voor dat er ruimte
blijft waar mensen gezamenlijk de vrijheid kunnen vieren

Bij Amsterdam Alternative willen we de komende tijd het concept van de collectiviteit verder uitdiepen, aan de hand van een aantal sessies van de AA Academy. We zullen ons dan enerzijds bezighouden met de historische ontwikkeling van het vrijheidsideaal in relatie tot die collectiviteit, maar anderzijds ook heel nadrukkelijk analyseren hoe we tot nieuwe vormen van collectiviteit kunnen komen waarin het vrijheidsideaal kan bloeien als nooit tevoren. Dat deze nieuwe vormen niet zonder slag of stoot gerealiseerd kunnen worden, is zonneklaar. Een goed voorbeeld is de in Amsterdam Alternative al eerder besproken ZAD (Zone À Défendre) in het westen van Frankrijk, bij Nantes. Daar is de afgelopen tien jaar een heel bijzondere gemeenschap ontstaan van mensen die op zoek zijn naar nieuwe vormen van wonen, werken en samenleven, op basis van het gedachtengoed van de ‘commons’ (feitelijk ook een vorm van collectief eigendom). Een paar jaar geleden heeft de Franse staat met harde hand geprobeerd deze gemeenschap de nek om te draaien, met als argument dat de ZAD-isten weigerden belasting te betalen. Dit heeft aanleiding gegeven tot allerlei zeer interessante discussies over de interne organisatie van de ZAD (op grond van basisdemocratische principes) en over de relatie van zo’n autonome gemeenschap tot de omliggende gebieden en het bestuursstelsel van het betreffende land (in dit geval dus Frankrijk).
Heb je als alternatieve beweging of als autonome organisatie het recht om je eigen vrijheid op te eisen, en zo ja, wat houdt die vrijheid dan in, wat zijn de ermee gepaard gaande verantwoordelijkheden, en hoe realiseer en organiseer je die vrijheid?
Dit zijn vragen die in de eerste twee sessies van de AA Academy, op 16 en 30 juni, aan de orde zullen komen. We zullen dan ook bekijken hoe we het begrip ‘collectieve vrijheid’ naar een Amsterdamse context kunnen vertalen.