Laat I Amsterdam maar zitten:
hier komt de Nieuwe Autonomie
De alternatieve beweging?
Een paar weken geleden was ik op een zaterdagochtend in de Kinkerbuurt exemplaren van Amsterdam Alternative aan het rondbrengen. Ik stond op het punt de krant bij iemand in de brievenbus te doen, toen plotseling de deur openging en een oudere heer mij lichtelijk verbaasd aankeek. Ik herkende zijn gezicht; hij was iemand die ik vaak in een of andere vrijplaats had gezien. Hij vroeg me wat ik bij hem deed, dus ik overhandigde hem de krant en zei dat we ‘probeerden de alternatieve beweging levend te houden.’ Nu keek hij me nog verbaasder aan en zei: ‘De alternatieve beweging? Bestaat die dan nog? Die uitdrukking heb ik al in geen tijden meer gehoord!’
Dit zette mij aan het denken. De man had natuurlijk gelijk: de ruimte die ooit door de Amsterdamse alternatieve beweging werd opgeëist, is snel kleiner geworden. De trotse, zelfbewuste, uitdagende beweging die het Amsterdamse culturele leven vorm gaf, is zo goed als verdwenen. Wat Amsterdam in het recente verleden tot een aantrekkelijke en inderdaad creatieve stad maakte, was juist het bestaan van een beweging die in decennia van collectieve strijd en creatieve expressie een stad in de stad had gebouwd, of beter gezegd, een stad onder de stad. Ondergronds, ja, maar niet diep onder de grond. Je hoefde alleen maar een beetje aan de oppervlakte te krabben en daar was het: een rijk en kleurrijk stedelijk weefsel, dat uitdrukking gaf aan een ongelooflijke wil om te leven, te experimenteren en te feesten alsof er geen morgen bestond. Dit was niet alleen een plek om te ontsnappen aan de saaiheid van werk en zakendoen, dit was het echte, bestaande bewijs dat de levensvreugde die het kapitalisme voortdurend belooft (maar natuurlijk nooit waarmaakt) kon worden ervaren in een wereld die het spel volgens heel andere regels speelde. De energie die de alternatieve beweging dreef tot het creëren van deze momenten van verwondering en verbazing had een naam: autonomie. Het gaf uitdrukking aan de collectieve overtuiging dat winst er niet toe doet, maar dat het leven ten volle geleefd moet worden.
Autonomie verloren
Over autonomie spreken in de context van de Amsterdamse subcultuur was altijd al een beetje tricky. In de strikte betekenis van zelfbestuur (van het Oudgriekse αὐτός/autos/‘zelf’ en νόμος/nomos/‘wet’) heeft autonomie hier nooit echt bestaan. Zelfs toen kraken nog alomtegenwoordig was, waren er maar weinig ruimtes die een bolwerk vormden tegen staat en kapitaal. In plaats daarvan waren het eerder pragmatische pogingen om ruimte te maken voor sociale en culturele experimenten. Autonomie was altijd bedoeld als een streven; een tegenculturele energie die een zekere richting gaf aan de escapades van de alternatieve scene. Nog begin deze eeuw zou het ondenkbaar zijn geweest dat deze energie uit de stad zou verdwijnen. En toch, als we eerlijk zijn, is dit wat er (bijna) is gebeurd. Deze potentieel transformerende energie werd meegezogen in de cynische marketingcampagnes van de creatieve stad, niet in het minst omdat velen van ons naïef de nieuwe geest van het ondernemend individualisme omarmden. Sommigen van ons dachten dat het geen kwaad kon om individueel munt te slaan uit wat collectief was opgebouwd, maar dat was natuurlijk een vergissing. Anderen beschouwden zichzelf als deel uitmakend van een nieuwe generatie van ‘creatieve genieën’ wier zakelijke ideeën de wereld tot een betere plaats zouden maken. Weinigen begrepen dat de immense persoonlijke rijkdom die hun rolmodellen uit Silicon Valley vergaarden de beloning was voor het creëren van een hyper-individualistische techno-cultuur, die het potentieel van collectieve emancipatie voor de komende decennia vernietigde. Dankzij deze – zo nu en dan opzettelijke – onwetendheid werd een aanzienlijk deel van de subcultuur van de stad medeplichtig aan de neoliberale tijdgeest. Het motto was nu: laat die collectieve autonomie maar zitten, dit is I Amsterdam.
Het zou onjuist zijn te veronderstellen dat een dergelijke medeplichtigheid onvermijdelijk was. Op andere plekken leidden subculturele bewegingen de aanval tegen de uitverkoop van hun steden, gepropageerd door de voorstanders van de creatieve stad-ideologie. De Hamburgse campagne ‘Niet in onze naam, Marke Hamburg’ is daar een goed voorbeeld van. Begonnen als een subcultureel initiatief mobiliseerde het de hele culturele sector in een collectieve afwijzing van het beleid rond de creatieve stad. In plaats van zich te laten meeslepen in een citymarketingcampagne die alleen de belangen van het vastgoedkapitaal diende, sloeg de culturele scene de handen ineen. Een van de dingen die werden bereikt was het redden van het beroemde Gängeviertel uit de klauwen van een vastgoedinvesteerder. Dit betekende natuurlijk niet dat de commercialisering en het neoliberale vandalisme uit Hamburg verdwenen. Maar het toonde wel de kracht van een (sub)culturele scene die haar zaakjes voor elkaar heeft. Daarentegen lijkt de Amsterdamse culturele sector, waarvan een groot deel zijn wortels in de alternatieve scene heeft, zich er niet eens voor te schamen dat zijn Uitkrant wordt gepubliceerd door de creatieve stadsmarketeers van I Amsterdam.
Een post-pandemische orgie!
Een deel van wat weerklinkt in de bovenstaande vraag van de oudere heer lijkt uitdrukking te geven aan de teleurstelling over onze medeplichtigheid aan de neoliberale verwoesting van het stedelijk cultureel weefsel van Amsterdam. Maar als je goed luistert, kun je hier ook een zeker verlangen in bespeuren, een verlangen dat uitgaat van de stad zelf – niet naar dat oude type alternatieve beweging, maar naar een nieuwe autonome energie en de tijdige uitingen daarvan. De vraag is: zijn degenen onder ons die hun leven hebben gebouwd op de erfenis (of moeten we zeggen: op de ruïnes?) van de alternatieve beweging, bereid om verantwoordelijkheid te nemen en een nieuwe beweging op gang te helpen? De timing zou helemaal niet slecht zijn! De stad komt inmiddels weer tot leven na een lange stillegging als gevolg van de pandemie. Kan er een beter moment zijn voor een radicale creatieve reset van de alternatieve infrastructuur van Amsterdam? Kunnen we de glorieuze ervaringen van extase en gelukzaligheid terugbrengen naar de stad? De tijden zijn veranderd, dat is waar, maar we hebben nog steeds de middelen, we hebben nog steeds de energie en we hebben nog steeds de wil om te leven, lief te hebben en te feesten. We moeten de kracht daarvan niet onderschatten. Laten we die post-pandemische orgie houden en onze collectieven, ruimtes en projecten nieuw leven inblazen. En als je te moe bent voor nieuwe autonomie, stuur dan je kinderen maar!
Amsterdam Alternative’s nieuwe initiatief Vrij Beton is een poging om de fysieke ruimte te helpen scheppen voor zo’n project van nieuwe autonomie. Vrij Beton wil vastgoed bevrijden van de markt, door het in eigendom over te dragen aan iedereen en niemand. Dat staat natuurlijk ver af van kraken, en wij juichen van harte al diegenen toe die het lef hebben om de goede oude praktijk in leven te houden; wij steunen hen waar wij kunnen. Maar in het huidige juridische, politieke en culturele klimaat hebben we besloten dat het misschien tijd is om te proberen een nieuw instrument toe te voegen aan de alternatieve gereedschapskist. In deze poging maakt Vrij Beton deel uit van een golf van experimenten die overal in de stad plaatsvinden rond noties van collectief eigendom, de commons enzovoort. Het is inderdaad opwindend om te zien hoe veel van deze projecten hun interne organisatie baseren op principes van inclusiviteit en radicale democratie. Soms begrijpen ze zichzelf zelfs in termen van een postkapitalistische praktijk.
Vrij Beton wil vastgoed bevrijden van de markt,
door het in eigendom over te dragen aan iedereen en niemand.
Nieuwe autonomie: het systeem te slim af zijn
De grote uitdaging voor deze projecten – en dit geldt ook voor Vrij Beton – is zich bewust te zijn van de impact die zij hebben op hun stedelijke omgeving. De recente geschiedenis van Amsterdam is vol van veelbelovende experimenten die culturele aanjagers werden van massale gentrificatieprocessen, waardoor juist de mechanismen van uitbuiting en ongelijkheid die zij wilden trotseren, werden versterkt. Het absolute dieptepunt van deze tendens zijn momenteel de ontwikkelingen op NDSM, waar de trotse geschiedenis van Kinetisch Noord is gereduceerd tot de aankleding van een urbanistische nachtmerrie van uitsluitend saaie luxe wooncomplexen. Dit is stadsplanning door extreme vernedering, maar het is zeker niet het enige geval van neoliberale coöptatie in Amsterdam.
Er zijn geen gemakkelijke oplossingen als het gaat om de vraag hoe we de verlokking van medeplichtigheid kunnen weerstaan en de valkuilen van coöptatie kunnen vermijden. Maar als we de confrontatie niet aangaan, dan zijn al die uitspraken over ‘verandering,’ ‘commoning’ en ‘donuteconomie’ waardeloos. Om het systeem dat onze stad vernielt en de planeet verwoest uit te dagen, moeten we slimmer worden dan dat systeem. We moeten met elkaar praten, van elkaar leren en ons organiseren. We moeten tactieken en strategieën ontwikkelen die ons helpen te ontsnappen aan de sluwe mechanismen van marketing en gentrificatie. De Amsterdam Alternative Academy zou een gelegenheid kunnen zijn om zo’n dialoog op gang te brengen, maar we hebben veel meer nodig dan één platform. We moeten echt veel slimmer worden dan we op dit moment zijn. Maar we kunnen het! We kunnen onze subcultuur omvormen tot een broeinest van een nieuwe stadsbrede tegencultuur. En misschien, heel misschien kan ‘nieuwe autonomie’ tegelijk een aspiratie en een strijdkreet zijn voor zo’n project. Laat I Amsterdam maar zitten: hier komt de Nieuwe Autonomie!