Democratisering
Een van de belangrijkste punten uit het programma-akkoord van het ‘links-progressief-groene’ college van B&W van drie jaar geleden was de zogenoemde democratiseringsagenda. Rutger Groot-Wassink, de voorman van GroenLinks, nam deze agenda onder zijn hoede. In de praktijk is er van die democratisering echter maar bar weinig terechtgekomen. Aan de ene kant kwamen bestaande buurtcentra met tientallen jaren ervaring in het opzetten van organisatiestructuren van onderop, zoals Wijkcentrum De Pijp en Wijkcentrum d’Oude Stadt, door genadeloze bezuinigingen zwaar onder druk te staan. En aan de andere kant bleken experimenten met ‘co-creatie,’ een toverwoord uit de moderne democratiseringsbijbel, dikwijls niet meer dan losse flodders.
Wat bedoelen we eigenlijk als we het over democratisering hebben? Het woord lijkt een beetje op ‘commercialisering.’ Het duidt op een proces van verandering – op iets dat er nog niet is, of in ieder geval nog niet genoeg. Het moet allemaal democratischer, want klaarblijkelijk is er een gebrek aan ‘democratie.’
Democratisering lijkt ook op het buzz-woord participatie. Toch gaat het om iets heel anders. Participatie, meedoen, is nog geen mee-beslissen. Democratie betekent het hebben van directe, beslissende invloed. Participatie is daarentegen niet meer dan een rondje post-its, die ‘worden meegenomen’ door de besluitvormers. Democratie is je stem laten gelden.
Echte democratisering zou daadwerkelijk meer democratie moeten voortbrengen – meer beslisrecht en meer beslismomenten.
Echte democratisering zou daadwerkelijk meer democratie moeten voortbrengen – meer beslisrecht en meer beslismomenten. Maar is dat hier eigenlijk wel het geval? Als we naar het Amsterdamse democratiseringstraject kijken, zien we vooral participatieve bijeenkomsten. Vertegenwoordigers van allerlei groepen uit de samenleving zitten samen aan tafel en geven hun visie op een maatschappelijk probleem.
Het doet denken aan de begin deze eeuw uitgevonden ‘focusgroepen.’ Daarin werd aan een groep potentiële klanten (de doelgroep) gevraagd te reageren op een bepaald product. Wat vonden ze ervan, wat voelden ze erbij, waar deed het hen aan denken. Een mooi voorbeeld is kant-en-klare cakemix. Dat was geen succes, totdat in de focusgroep bleek dat huisvrouwen zichzelf lui voelden als ze een dergelijk gemaksproduct gebruikten. De fabrikant leerde hiervan en zette voortaan de instructie ‘voeg een ei toe!’ op de verpakking. Gevolg: de verkopen vertienvoudigden. Want dat toegevoegde ei maakte van luie vrouwen liefdevolle bakkers.
Participatie werkt vaak met dit ‘voeg een ei toe’-principe. Lastige maatregelen worden voorzien van een symbolisch ‘feel good’-aspect. Moeten er bomen omgezaagd worden? Dan komen toch meer bomen voor terug! Maar volgroeide bomen kunnen natuurlijk nooit vervangen worden door dunne sprietjes. ‘Post it’-bijeenkomsten zijn vooral pijnpunten- en pluspunten-onderzoek. Weerstand wordt in kaart gebracht en zo veel mogelijk omzeild. Of, als dat niet kan, worden de pijnpunten gemaskeerd door ‘feel good’-momenten.
Wat moet er eigenlijk democratischer worden? Bijna alle besluitvormingsprocessen die met de overheid te maken hebben, want die worden nu vooral afgehandeld door ambtenaren. Het productieproces van procedures is in handen van professionals. De leidende kwaliteitscriteria zijn esthetisch, economisch of bureaucratisch van aard. Daarmee wordt controle geproduceerd.
Een groot probleem is bijvoorbeeld de traditie dat bouwafspraken gemaakt worden tussen overheid en projectontwikkelaar. Burgers worden er niet, of alleen achteraf, bij betrokken. Bewoners krijgen op deze manier geen concrete rol toebedeeld. Wanneer een ontwikkelaar een buurt iets toezegt, is dat op basis van vrijwilligheid. Als je geen rol vervult, draag je ook geen verantwoordelijkheid. Daardoor kunnen burgers ook geen bestuurservaring opbouwen.
Over de houding van de ambtenaar ten opzichte van de burger is in 2015 een vernietigend rapport geschreven door voormalig ombudsman Brenninkmeijer. Hij wijst op de noodzaak van een interne cultuurverandering. Let wel, dit betreft ambtenaren die vaak jarenlang op dezelfde positie blijven zitten. Of deze cultuurverandering door politici kan worden bewerkstelligd is de vraag.
Democratisering is de wens om democratie te produceren. Democratie ontstaat echter niet zomaar, het is een maatschappelijk proces. Er is ruimte nodig waar mensen elkaar kunnen ontmoeten en kunnen overleggen, zoals een buurthuis. Er is toegang tot informatie nodig, zoals internet en kranten en bibliotheken. Er is een vorm van organisatie, van verslaglegging, van communicatie nodig. En er is toegang tot het democratische proces zelf nodig. Allemaal dingen die de laatste jaren zijn wegbezuinigd, of minder toegankelijk zijn geworden.
Er is toegang tot het democratische proces zelf nodig.
Gaat democratisering om het produceren van meer democratie? Of gaat het om het compenseren van het verdwijnen van democratie? Zoals in het geval van WOB-procedures, die steeds meer zwartgelakte documenten opleveren; van belastingdiensten die etnisch profileren; van politieke partijen die steeds kleiner worden; en van wetten, zoals de nieuwe omgevingswet, die de ruimtelijke planning voor de komende decennia vastleggen, terwijl de burger alleen maar kan adviseren.
Democratisering in een omgeving van waarin de democratie afkalft is zeer problematisch. Nu de democratische infrastructuur van buurthuizen, bibliotheken en lokaal bestuur (de deelraden) nagenoeg is verdwenen, mag je als burger via de buurtbudgetten alleen nog wat zeggen over de inrichting van een buurtparkje of een kinderspeelplaats. Voeg daar een steeds grotere invloed van economische argumenten op de gemeentelijke planning en besluitvorming aan toe, en het hele project lijkt bij voorbaat weinig kansrijk om meer échte democratie te produceren.
Democratisering is van oudsher van onderop gedacht. Misschien is het inmiddels tijd om democratisering van bovenaf te proberen.