Data- socialisme nu!

Artificial Intelligence kan een groot deel van de wereldproblemen oplossen, en iedereen lijkt dat nu ook te willen. Grote bedrijven beter laten produceren door minder uit te geven? Staten die energieverbruik, welzijn, verkeer en veiligheid beter beheren? Artsen die kanker verslaan? Nepnieuws bestrijden? Wie wil dat nou niet? Het kan allemaal met AI! Het probleem is echter dat slechts een handvol bedrijven AI-systemen kunnen maken: voornamelijk Amerikaanse (Google, Facebook, Amazon en Microsoft), maar voor een deel ook Chinese (AliBaba, JD en Tencent). Zij zijn degenen die toegang hebben tot gegevens die al bijna tien jaar worden gebruikt om Deep Learning te verfijnen. Dat betekent: machines trainen aan de hand van de beslissingen van mensen. Wij zijn allemaal – staten, bedrijven, individuen – overgeleverd aan deze bedrijven.

Wat kunnen we daartegen doen?
Om geloofwaardig en effectief te zijn, zal de linkse agenda een groot obstakel moeten zien te overwinnen: het afnemende vertrouwen van de burgers in de staat als hun belangenbehartiger. Sinds de toeslagenaffaire is duidelijk geworden hoe rampzalig de overheid zijn burgers behandelt – niet langer als Meester/Slaaf, maar als Jager/Prooi.

Nog meer data overhandigen aan staatsinstellingen die toch al gedijen op excessief toezicht, zal dat vertrouwen niet herstellen. Bovendien is er het probleem dat die gegevens kunnen worden gebruikt voor door de staat goedgekeurde social engineering, ook wel bekend als ‘nudging’ of ‘gedragsverandering.’ Het verstrekken van nog meer gegevens aan overheidsinstellingen zal alleen maar de ‘deep state’-samenzweringstheorieën van extreem-rechtse groepen voeden.

De linkse data-activist moet dus niet aarzelen ambitieuze politieke hervormingen voor te stellen die passen bij een nieuw regime voor gegevensbeheer. Hierbij moet openlijk worden onderkend dat de meest betekenisvolle schaal waarop een radicale verandering in de democratisch-politieke cultuur van vandaag kan plaatsvinden niet die van de natiestaat is, zoals sommigen op links en rechts geneigd zijn te denken, maar die van de stad.

De stad is een symbool van naar buiten gericht kosmopolitisme – een krachtig antwoord op de homogeniteit en het benauwde nationale karakter van de natiestaat. Tegenwoordig is de stad de enige plek waar zinvolle democratische controle nog steeds levensvatbaar is.

Van transport tot voedselbezorging, van accommodatie tot energieverbruik – de stad speelt tevens een prominente rol in de manier waarop digitale technologieën ons leven binnendringen. Dat de stad het primaire doelwit is van big-tech is dan ook geen toeval: als deze bedrijven erin slagen de infrastructuur te beheersen, hoeven ze zich over veel andere zaken geen zorgen meer te maken.
De echte uitdaging voor links is dus het vinden van een manier om de macht te delen, en niet alleen maar gegevens. Links moet de natiestaat mobiliseren om steden te veranderen in de proeftuinen van een nieuwe, radicale democratie, die gesocialiseerde big data en kunstmatige intelligentie willen inzetten in het belang van de burger.

Voorstanders van het delen van data hebben geen eensluidende ideologie. Zij zijn echter wel verenigd in hun verzet tegen de status quo, waarin technologieplatforms de zelfbenoemde bewaarders zijn van de gegevens van de wereld.

Wat moeten we dus doen?
In de Verenigde Staten wordt aangedrongen op het doorbreken van de datamonopolies – de zogenaamde ‘Breakup Google’-beweging. Aangenomen wordt dat wat in het begin van de twintigste eeuw werkte toen de oliemonopolies werden aangepakt, nu ook zal werken met data. Maar wanneer deze monopolies worden opengebroken, verliezen de gegevens een groot deel van hun waarde. En het doel mag niet zijn om kunstmatige intelligentie te vernietigen. We willen niet ophouden met het bestrijden van kanker of het optimaliseren van het energieverbruik, maar ervoor zorgen dat staten en steden voor deze doeleinden niet langer afhankelijk zijn van particuliere instanties.

In plaats van de technologiereuzen uit elkaar te halen, is het beter ze te laten erkennen dat die data niet van hen zijn, en ze te dwingen die data anoniem te houden en toegankelijk te maken voor de gemeenschap.

Het gebruik ervan moet dus worden gereguleerd (door het bijvoorbeeld gratis te maken voor degenen die openbare voorzieningen ontwerpen, maar niet voor bedrijven met commerciële doeleinden). Dit alles moet echter vergezeld gaan van een robuuste en proactieve industriële strategie, die het Europese talent dat in overvloed aanwezig is op de universiteiten in staat stelt om AI-systemen te bouwen ten behoeve van de gemeenschap.

Wat in het geval van een stad als Barcelona echter wel heeft geholpen, was het creëren van ‘technologische soevereiniteit.’

Geen enkele stad kan concurreren met de rekenkracht van Google, Facebook of zelfs Uber, en waarschijnlijk ook geen enkele coalitie van steden. Dit is de reden dat het vermogen van steden om onafhankelijk en effectief beleid te voeren voortdurend wordt aangevallen. Wat in het geval van een stad als Barcelona echter wel heeft geholpen, was het creëren van ‘technologische soevereiniteit.’ Dat wil zeggen dat burgers de mogelijkheid moeten krijgen om zeggenschap te hebben over de manier waarop het vergaren van hun data in zijn werk gaat.

Maar veel steden – helaas ook Amsterdam – hebben het juist over een andere boeg gegooid en zijn gaan geloven in de beloften van meer efficiëntie (gegarandeerd door start-ups), meer creativiteit (gegenereerd door privé-hackathons) en meer transparantie (via open overheidsinitiatieven). Veel van deze initiatieven zorgen er echter voor dat, in plaats van dat de corruptie bij de overheid wordt aangepakt, sectoren verdwijnen die het eigenlijk best goed doen.

Wat zou het nuttig zijn als we het ‘recht op stad’ zouden herformuleren als een ‘recht op alle rechten.’ Omdat het alternatief het risico is dat digitale giganten ieder recht als een service zullen blijven definiëren die gratis is, zolang het voor hen mogelijk blijft om gegevens te verzamelen. Maar hoe denken de Europese landen het eens te kunnen worden over een thema als dit, als ze niet eens een gemeenschappelijke basis kunnen vinden voor hun belastingbeleid? Daarom is de keuze waar we voor staan kraakhelder: Europa zal sociaal zijn of haar geloofwaardigheid verliezen. Op naar een Europees data-socialisme!