Issue #032 Published: 31-08-2020 // Written by: Nico Nachtbreker

School’s out forever

De schooldeuren knallen dicht
Club De School stopt ermee. De opvolger van Club 11 (2004) en Club Trouw (2009) is niet meer. Na 4 jaar sluiten de deuren. Op 28 juli maakte Jochem Wertheim, een van de eigenaren, de sluiting van de club bekend. Officieel om financiële redenen (vanwege Corona), maar ongetwijfeld heeft de lawine van kritiek, ruzie en moddergooien op sociale media een nog grotere rol gespeeld.

Wat ging er mis bij “de meest progressieve club van Amsterdam”, “de internationaal vermaarde Techno Tempel”,  “de meest lgbthq vriendelijke nachtclub van Amsterdam” , “het donkerste hol” en hoe De School verder genoemd werd?

Die vraag wordt hier niet beantwoord. Wel zal ik proberen enkele van de problemen en dilemma’s die bij De School speelden, in breder perspectief te plaatsen.

Individueel eigendom en zeggenschap
Club De School was een voortzetting van Club Trouw, maar bij de start van De School hebben de eigenaren van Trouw zich laten uitkopen door degenen die nu eigenaar van de BV achter De School zijn.
Vanuit het eigenaarsbelang is de keuze om de club te sluiten en door te gaan met het lucratieve restaurant misschien logisch, maar door die beslissing zetten ze de mensen die voor de club gewerkt hebben en de trouwe bezoekers behoorlijk abrupt in de kou.
De meeste alternatieve clubs worden gerund door grote groepen vrijwilligers, met soms enkele betaalde medewerkers. Beslissingen worden meestal collectief genomen. Wat dit punt betreft was De School heel anders, veel zakelijker en weinig progressief of collectief.
Bezoekers worden vrijwilliger; vrijwilligers worden bezoeker. Er ontstaat doorstroming, nieuwe mensen, betrokkenheid en gedeelde zeggenschap. Gaat ook wel eens mis, maar zo voorkom je de kloof tussen de leiding en medewerkers of bezoekers, die nu zo pijnlijk duidelijk werd bij De School.

The heat of the moment
Na de moord op George Floyd was iedereen geschokt en kwamen velen in beweging. Racisme en de positie van mensen van kleur werd politiek item nummer één. Als maatschappelijk betrokken club kun je dat niet negeren, dan ben je het contact met de werkelijkheid kwijt. Zoals dat bij De School blijkbaar het geval was.

Racisme en andere blinde vlekken
Beoordeling en uitsluiting op grond van ras is in Nederland heel diep geworteld. Bijna iedereen heeft er - bewust of onbewust - mee te maken, ook in de (alternatieve) club scene. De noodzaak om er - zonder andere vormen van discriminatie en uitsluiting te vergeten (gender, inkomen, klasse, taal, uiterlijk...) - iets aan te doen is groot.

Veiligheid versus diversiteit en inclusiviteit
De verschillen tussen hoe mensen omgaan met, en denken over sex, drank en geweld zijn groot. Dat kan spanningen creëren, zeker in een nachtclub, waar het donker is en een deel van het publiek in andere sferen verkeerd.
Een club moet voor iedereen een veilige omgeving zijn. Door middel van een “gericht” deurbeleid proberen clubs een “prettig” publiek binnen te krijgen. Wel gemengd, maar niet teveel. Sowieso is niet iedereen welkom. Agressieve types, doorgesnoven figuren en dealers wil je buitenhouden. Maar dat betekent dus ook dat er mensen aan de deur worden geweigerd op basis van redenen en vooroordelen die zeker niet altijd te verantwoorden zijn.

Problems, problems, let’s get the party started!
Deze problemen en dilemma’s spelen bij elke club/podium, commercieel of alternatief. Als organisatie moet je je regelmatig afvragen hoe je hiermee omgaat. Doe je dat niet, dan kun je er, net als Club De School, aan onderdoor gaan. Het Amsterdamse nachtleven gaat in/na het Corona tijdperk een nieuwe periode in; kwetsbaar en kleiner. Laten we er – bewust van alle problemen en dilemma’s – meer kleur en extase in brengen.