Issue #030 Published: 12-05-2020 // Written by: Pomegranates

Dit is de frontlinie

‘Dit is de frontlinie,’ zei ze, ‘dit is de strijd die zich de rest van de eeuw over de hele planeet verder gaat ontvouwen. Schrijf dat maar op.’ En weg keek ze. Het moet een uur of negen ’s avonds geweest zijn. Het was al donker, de straatverlichting stond aan. We liepen met tien journalisten tussen hoge gebouwen zoals je ze in vele miljoenensteden ziet. Iedereen had een geel hesje om, sommigen van ons met helmen en gasmaskers op, en allemaal met camera. Handzame cameraatjes voor wie voor een persbureau of nieuwsorganisatie werkt. Een telefoon als je alleen bent, zoals ik.

Op de achtergrond de neonverlichte Chinese tekens die in verschillende kleuren een vreemde sluier over de straten wierpen. Een beetje zoals Blade Runner, alleen regende het niet. Boven ons een fly-over waar verkeer raasde. Op de grond losse stenen, verdwaalde paraplu’s en twee provisorisch aan elkaar gemaakte hekken. Daarachter stond ik. Naast me de 25-jarige Jessie Cheung, een studente Internationale Betrekkingen die nu als fixer-slash-vertaler een centje bijverdiende. Tenminste, dat was het idee.

Twintig meter van ons vandaan stond de politie, in een breed front. Dertig man, schat ik nu, in dikke zwarte pantser-pakken, met zwarte kniebeschermers, zwarte schoenen, zwarte wapens in zwarte holsters en zwarte wapenstokken. Op hun hoofden helmen met daar naadloos op aansluitend een gasmasker. Van de mens achter het materiaal bleef weinig over.

Aan de andere kant van de straat stonden de studenten. Ook zij droegen gasmaskers en skibrillen, zij het goedkope versies, maar minstens zo imponerend. Deze droegen ze om en niet herkent te worden, en als bescherming tegen het rondvliegende traangas dat door jongens met tennisrackets terug het politiekordon in geslagen werd.

Twee meisjes verstopten de rokende objecten in stevige zakken en lieten ze daarin leeglopen. Een goed op mekaar ingespeeld viertal zette een meter hoge pion op een rokend patroon, alsof ze het gevangen namen, goten door de opening aan de bovenkant water, zodat het een vroege dood stierf, om zich vervolgens als eenheid naar het volgende aangevlogen projectiel te verplaatsen en de truc te herhalen. Vijf maanden groeiende opstand had de praktische kennis van het verdedigen en bewapenen als een virus onder de Hongkongse jeugd verspreid. Net als het anti-China sentiment en het weinige vertrouwen in de eigen politiek.

Zelf had ik in de week dat ik in Hongkong was een serie foto’s gemaakt. Ik was met een demonstratie meegelopen en ik had deelnemers geïnterviewd. Mijn plan was een multimedia verslag van de pro-democratieprotesten te maken en alles liep vooralsnog zoals gewenst. Tot een terug gemepte traangaspatroon in het midden van onze groep journalisten terecht kwam en alles veranderde.

Dikke wolken rook vulden de straat, om mij heen overal traangas. Ik zag geen hand voor ogen. Links hoorde ik de oproerpolitie, rechts schreeuwende studenten. Jessie? riep ik. Het traangas sloeg me op de longen en mijn ogen begonnen te prikken. Jessie greep me bij mijn schouder en trok me bij de uitdijende wolk weg. Een tweede patroon kwam vanuit het andere kamp achter ons aan gevlogen.

Where are we going? riep ik, maar Jessie reageerde niet. Ze sleurde me mee terwijl ik mijn ogen stijf gesloten hield. Bijna struikelde ik over een door een student verloren helm. Niet veel later lag ik echt op de grond. Jessie hielp me meteen weer omhoog en zonder twijfel trok ze me verder de straat in. Mijn telefoon had ze in haar hand, er zat een barst in het glas. Mijn hand bloedde. Jessie! riep ik nogmaals. Behendig wurmde ze zich er door de eerste linie studenten en binnen enkele seconden stonden we midden tussen de jongeren, tussen de demonstranten. Where are we going?

*

In de groep vond Jessie een student, niet ouder dan 20, met een rode jas en een geel hesje. Ook hij droeg een gasmasker en skibril. Om zijn schouders had hij een tas vol medische spullen. De jongen pakte mijn hand stevig vast en spoot er een vloeistof overheen. Easy!, sputterde ik, het prikte alsof het glas is. Met een doek veegde de jongen de wond schoon. Hij bond er gaas omheen, plakte het met tape af en gaf Jessie een teken verder te gaan.
You wanted to see what’s happening, right?
Yes…,
ik wilde inderdaad zien wat er hier gebeurde. Zien, met mijn ogen. En niet voelen, zoals nu met een snee in mijn hand. Wat een fucking ravage is het hier!

Gastjes met gasmaskers gooien brandende flessen door de lucht, op straat spatten ze uiteen. Links van een grote trap naar de entree van de universiteit staat een berg afval in de fik, dikke zwarte wolken rook cirkelen omhoog. Op het balkon staan twee grote katapulten waar stenen mee weg geschoten worden. Voor de trap is een provisorisch muurtje gemetseld, daarachter honderden stoelen over mekaar heen gesmeten. Overal ligt troep: kapotte paraplu’s, glazen flesjes, naar buiten gesleepte tafels, verdwaalde gasmaskers, zakken cement, emmers, bezems, alles is naar buiten gegooid. Onder het balkon vullen drie jongens glazen flesje met een vloeistof. Op de achtergrond klinken ambulances. Waar is mijn telefoon? Be like water, zegt Jessie als me een flesje aanreikt.
What?
Be like water, that’s what we’re
saying here. Be flexible. Be like water.
Be like water.
See that graffiti over there?
Yes?
If we burn, you burn with us.
What?
It reads if we burn, you burn with us.
Who’s you?
The people with ties to Mainland China, with the Chinese Communist Party. If we burn, may they burn with us.
If we burn, may they burn with us.

Nu ze me er op wijst zie ik het pas: de hele universiteit is vol graffiti gespoten: ‘Why should we go back to normality, if normality was the problem?’ ‘If you don’t fight for what you want, don’t cry for what you’ve lost.’
What does that mean?,
vraag ik terwijl ik naar ‘Are you in the yellow or in the blue camp?’ wijs.
Hey guy, there’s a battle going on, no time to lecture now.
Ok ok, sure...
Here is your phone.

Deze chick.
And by the way, watch this, terwijl ze me haar eigen telefoon onder mijn neus duwt. Going viral now. Ik zie zes agenten, in vol ornaat, los gaan op een jongen in spijkerbroek. Hij ligt op de grond, verlaten en alleen, als straatvuil. Zij als hyena’s om hun prooi: ze schoppen hem in zijn buik, sleuren hem over de grond, ze trappen hem in het gezicht. Met zijn armen probeert hij zich te beschermen. Hij kan geen kant op. Wat gebeurt hier? Wat is dit? En weer weg zijn ze. De jongen ligt er als dood bij. Twee mannen in hesjes komen in beeld, kijken of hij nog leeft.
Jesus Jessie. What is this?
I told you.
This is brutal.
Welcome to Hong Kong.
When did that happen?
Just now! 10 minutes ago!

Jesus Jessie.
Fucking Popo!

*

Vijftig meter van ons vandaan gaat de strijd live verder. Een groep studenten probeert de universiteit te verlaten, ik zet mijn telefoon aan. De voorste linie draagt deuren als schilden, bijna iedereen heeft een paraplu. Een flimsy ding zou je denken, blijkbaar toch handig, anders zouden ze niet in zulke getalen aanwezig zijn. Een paar jongens dragen een plastic skate-harnas - quasi kogelvrijvest – en hebben pijl en boog in de hand. Werkelijk iedereen heeft een gasmaskers op. Op afstand is het gek genoeg beter zien.

Twee witte pantserwagens rijden recht op de studenten af. Een pijl ketst op de voorruit van een van de wagens uiteen, maar het materiaal van de macht is altijd sterker. Het enige waar je de strijd mee wint is met mensen, veel mensen, dat weten de studenten hier. Nu is slechts de harde aanwezig, zeg maar gerust jonge en kleine kern. Studenten die denken bereid te zijn hun lichamen voor politieke vrijheid te geven, die niet van plan zijn de status quo voor lief te nemen. Wie zijn deze jongeren die nog niet besmet zijn met het cynisme van de defaitisten die zeggen dat het tegen de gevestigde orde in opstand komen geen zin heeft? Tijd om te filosoferen is er niet. Voor me vliegen flessen gevuld met benzine, afgesloten door een in de hals gepropte, met alcohol overgoten en aangestoken stuk T-shirt naar de pantserwagens. De molotovcocktails spatten op de grond uiteen en de vloeistof zet de straat in één klap in de fik. Vier, vijf stuks vliegen er door de lucht. Eén knalt bovenop de motorkap en direct vliegt de wagen in vlam. Are you filming? Ik draai mijn telefoon en zie Jessie naast me staan. Meteen duwt ze mijn arm weer terug: de twee bestuurders stappen uit en rennen weg van de wagen, de motorkap staat in brand. Vanuit de groep studenten stormt een meisje op de wagen af. Door het openstaande portier gooit zij eenzelfde brandbom en kaboem, een enorme dreun klinkt, knalt, galmt over de weg. Met een klap wordt ook het meisje naar achteren gesmeten en op haar rug komt ze neer. Meteen sprinten er twee jongens naar hun kameraad en trekken haar terug de gelederen in. Van de andere kant van de straat kijkt de politie toe hoe de wagen totaal uitbrandt. Er is hier geen stap gezet, er wordt geen enkel nieuw beleid gemaakt, maar dit is een overwinning. Dat staat vast. Hier wordt een toon gezet.
Let’s get out of here! roept Jessie enthousiast. Let’s upload that video!
That was crazy!
schreeuw ik.
That was great! Give me your phone! We need that munition!

*

Ook de kantine is één grote teringzooi. Holy shit, hoe lang houden de studenten zich hier al schuil? De universiteit is totaal uitgewoond. De vloer is bezaaid met gasmaskers en helmen, om de zoveel meter is er met een tafel of een stel stoelen een barricade opgeworpen. Op de muren staat Give me liberty or give me death, kasten zijn omvergegooid. Wat eens een universiteitssupermarktje was lijkt nu een zaak waar een bom is afgegaan. Het glas van een pin automaat is ingeslagen, het woord China in het logo van de Bank of China (Hong Kong) is met zwart overspoten. Bij wat de bibliotheek moet zijn staat in grote letters DON’T DESTROY THE BOOKS op het raam gekalkt. Daarnaast Ideas are bulletproof. Op een bureau ligt A Brief History of Neoliberalism van David Harvey. Een meisje zit met gasmasker achter de computer. Op haar beeldscherm zie ik wat ik zelf net heb gefilmd, daarnaast een chat die niet te volgen is. De gymzaal is slaapzaal geworden. Sportmatten zijn nu matrassen. Dekens en slaapzakken liggen door de zaal verspreid. Overal laptoppen en borden met etensresten. Ik weet niet of ik het fascinerend moet vinden of diep triest.

Met zwarte spuitbus staat er Why should we go 2 sku if you don’t listen 2 the educated? op de grond geschreven. Het is een leus die ik eerder bij Greta Thunbergs generatiegenoten van Fridays for Future heb gezien. Daar was het een pijnlijke kritiek op de parlementaire democratie wanneer politici niet naar de wetenschap luisteren. Het failliet van een maatschappij. Maar wat doet het hier in deze context?

In een gang vind ik een muur bezaaid met post-its. Honderden velletjes, in allerlei tinten roze, geel, groen, blauw, paars. Een meters brede wand met allemaal over elkaar heen geplakte en vol geschreven papiertjes, als een gigantische patchwork.
That’s our Lennon Wall, begint een meisje achter me. We use them to express our ideas.
A what?
antwoord ik verbaasd.
Never seen one?
No...
It’s our Lennon Wall. It’s basically a wall with notes.
… I’ve never seen this before.
The first one appeared during the Umbrella Movement, in 2014. Now you see them everywhere. Somebody even made it into a flag. Like…, over there,
terwijl ze naar een funky vlag met allerlei kleine vierkantjes geel, groen, roze, blauw en paars wijst. It stands for the multitude of voices, the plurality of the people. It’s a much better flag than the black flag with the white flower we use right now.
It’s kinda queer,
denk ik, maar wie is deze razende studente?
Who are you? is ze me voor. What are you doing here?
I’m here to report.
Where are you from?
Amsterdam... And you?
What do you think?
I mean, what are you doing here?
Do you really want to know?
Yes.
I’m here because my friend died.

Oh…
Een stilte valt.
I’m sorry.
It is not your fault.
What happened? If I may ask?
They say she committed suicide.

But we don’t think she did.
I’m sorry to hear.
She was found at the beach. Naked. They say she drowned herself, but we don’t think so. People are dying here, kids. Some have killed themselves, yes, they didn’t see a future under Chinese rule. They got paranoid, crazed up on ideas about a high-tech-totalitarian-super-surveillance state. They needed help, if you ask me. But not everybody who died was like that.
What do you mean?
Well…, we have a lot of high rise here, right?
Yes?
Two weeks ago some people saw a body fallen from great height. These buildings are perfect for suicides, right?
I guess so.
But when they went to see the boy they found his body hard and cold. I mean, he was already dead before falling.
Oh shit. I didn’t know.
No, not many people know. They try to keep it silent, they know how to keep things quiet. And with my friend, let me tell you, she was seen last at our uni. So we demanded to see the footage. There are cameras everywhere, I mean, were was she? So we went to the uni and demanded the footage. And they did share her footage, but only of her arriving and walking around campus. They didn’t want to share how she left the uni. That’s crazy right?
What happened?
We don’t know. We suspect all kinds of terrible things, but to be honest, we don’t really want to know what happened to her. It is too sad to know.
Was that here?
No, at another uni, but you know what? There are also plenty of suicides at the Communist Party in China. There are a lot of party members dying. It is basically the same thing, they call it suicide, but in fact it is plain murder. This stuff is freaky. So called communism. In reality it is fucked up capitalism, mixed with oligarchical Stalinism. Chinazis, really. Ever heard of the Uygur detention camps? Millions of people are locked up. Write about it. Show the people.

En weg is ze.

*

You know what’s happening? roept Jessie vanuit de kantine.
No. Hou op. No fucking clue.
By the way, your video is doing great.
Oh… Nice… I guess…
The university is completely surrounded by the popo. We are trapped.
Popo?
The police.
O yeah, are we?
Yes, on every corner there is riot police. They’ve massively scaled up. There is nowhere to go.
And what does that mean?
That we can’t get out of here anymore.
But we are Press.
Yes we are, but I don’t think that will do.
Why not?
Well, look at this,
terwijl ze me een foto van een groep ‘medics’ laat zien. Op hun knieën zitten ze, met handen op de rug gebonden, in drie rijen van vier personen, ingekaderd door een rood lint, om hen heen arrestantenbusjes en politie, heel veel politie.
Is this here?
Yes.
Now?
Yes.
Why?
Welcome to Hong Kong.
But why?
See this boy?
Yes?
He was the one who helped you with your hand. Just a student, helping the injured. Taken to jail now.


*

Come! roept ze voordat ze de gang uit is. Ik ren achter haar aan, wat kan ik anders? Wat net nog op straat stond rent met ons mee. Dwars door de universiteit gaan we, langs de bibliotheek, door de gymzaal, een trap af, nog een gang door en weer door een deur. Voordat ik er erg in heb staan we aan de achterkant van de universiteit. Jessie? What’s happening? Ook hier een vuilnisbak in de fik, een do-it-yourself-katapult ligt achtergelaten op de grond. Boven ons het geluid van een helikopter. We rennen onder een pergola door een tuin in, langs een patio, een pleintje, wat is het? Met zo’n veertig zijn we, een flinke groep. Van alle kanten komen er studenten bij. Tot we een loopbrug bereiken en plots stil houden. Wat is het plan? Mijn hand prikt, het verband ben ik bij het rennen verloren. Jessie? Met tientallen staan we op mekaar gedrukt. What’s happening? Ik beweeg me tussen de lichamen naar de zijkant van de loopbrug. Onder ons zie ik een weg, ik hoor motoren. Langzaam wordt me duidelijk wat er hier gebeurt: scooters met twee studenten achterop rijden scheurend weg. Zonder passagiers komen ze niet veel later terug. Aan de reling van de loopbrug hangen twee touwen. Eén voor één abseilen de studenten naar beneden, of beter gezegd ze vallen, en eerlijk gezegd ook niet één voor één. Moet ik daar naar beneden?

Een dappere strijdster probeert de orde te bewaren. Een jongen begeleidt de angstige studenten de reling over. Hij helpt ze het touw vast te pakken en geeft diegene die niet durven een bemoedigende zet. Er is geen tijd te verliezen. Een enkeling suist naar beneden, met handen vol brandwonden als prijs. Onderaan het touw komen de scooters af en aan. Met twee tegelijk springen ze achterop de motoren en weg zijn ze. Sommigen zetten het op een rennen, als er geen scooter wacht. Langzaam slinkt de groep op de loopbrug. Tot één van de twee knopen boven aan de reling het begeeft en een meisje naar beneden valt. Een jongen op de weg probeert het touw nog naar boven te gooien, maar het lukt hem niet. Sirenes zwellen aan. Blauwe en rode lichten komen over de weg onze kant op. Een scooter glipt nog net langs de wagen voordat de auto dwars op de weg wordt gezet. Woorden zijn niet nodig: deze route is gesloten. De jongen op de loopbrug trekt het touw terug. Wegwezen hier gebaart hij. Jessie!, roep ik in meer paniek dan de bedoeling is.

*

In het vliegtuig naar Hongkong bedacht ik me hoe geweldig het zou zijn midden in de geschiedenis te staan. Nu ik er ben is het messy, bloederig, vermoeiend, fucking vermoeiend en moet ik naar de wc. Met mijn rug tegen een muur zak ik door mijn knieën, de groep met wie ik naar binnen ben gerend ben ik alweer kwijt. Write about it, spookt het door mijn hoofd, show the people. Is het niet de heersende macht die de geschiedenis schrijft?
Dear World,
CCP will infiltrate
your government
---------------------
Chinese enterprises
will change your politics
---------------------
China will harvest your
home like Xinjiang
---------------------
BE AWARE
or
BE NEXT!


*

Wie zijn deze studenten die dit op de muur kalken? Voor wie het Chinese Communistische regime niet een ver van mijn bed show is? Komt het werkelijk iedere dag, op sluwe wijzen, steeds een stapje dichterbij? Is dit een jeugd die nog niet weet wat economische stabiliteit betekent? En, for that matter, wat het waard is?

Daar zit ik dan, alleen. In de Polytechnische universiteit in Hongkong, omsingeld door politie. Mijn fixer Jessie ben ik kwijt. Telegram heb ik niet. What the fuck doe ik hier? En, niet onbelangrijk nu, waar is een toilet? Of pis ik hier gewoon in een hoek? Het is toch een grote teringzooi.

Nee, ik ben nog altijd te gast. Bovendien zie ik aan de andere kant van de gang een bordje toilet staan. Ik open de deur en stap naar binnen. Op de eerste de beste wc lucht ik mijn blaas. Ook spoel ik mijn handen schoon, de snee was alweer vies. Ik kijk mezelf in de spiegel en zie een ingevallen, vermoeide kop. Zo lang ben ik hier toch nog niet? Na een minuut staren zie ik wat er al die tijd al achter me zit: een jongen met gasmasker en skibril, bevend op het toilet.
Hello.., zeg ik terwijl ik me omdraai.
Geen response.
Do you speak English?
Niks.
Can I help you?
Are you a spy?
klinkt het snotterend door het masker.
No.
CIA?

Wat is dit?
I can’t take it any more. I want to leave.
Hey, sssst…. Don’t worry. Really.
Geen idee waar ik dat vandaan haal.
What do you know? Who are you anyway?
I came to report and now I’m stuck.
We’re fucked. We’re so fucking fucked.
Please…, don’t.
Do you have a phone?
Yes…, why?
Help me.
What?
Please, film me.
Why?
I want to tell my parents I’m sorry. I want to sent my family a message before I’m dead.
Here, at the toilet?
Yes, I don’t care.

Ik pak mijn telefoon uit mijn broekzak en zet de video aan. Als ik deze jongen hier op het toilet kan helpen. It’s running, I’m streaming live. Camera loopt.
Thanks, schraapt hij zijn keel. Mum, dad, I love you. Xui, I love you. Really. I’m sorry. I’m so so sorry. I wish I wasn’t here. I wish you weren’t worried. I know you are. Every night I’m scared of the raptors breaking in and beating me up. They are crazy. I know the stories, I’ve seen the videos. You must have seen the videos too, I know you have. I’m so sorry I’ve brought you this. I just wanted to fight for freedom. For a free world. I really just wanted to do that. For us, for you, for me, for everybody in Hong Kong. And now I am stuck here. And you are worried to death. I’m so sorry. I just want to have my life back. I just want a normal dinner with you. Please forgive me. I’ve never realised how much I love you. Every night I’m scared they will beat me up, break my arms, smash me to pulp. I’m afraid they’ll put me in prison for ten years. Will you come and visit? Please forgive me. I just wanted freedom. I know it is silly now. They are so much stronger. It was so silly to think we could…
My phone’s dead.
Oh..
I’m sorry.
I’ve anyways said what I wanted to say.
I think there were about three hundred people watching.
I want my life back.
If you want we can find a charger and do it again.
I’m going upstairs, I should sleep.
Yes, do that. Be like water.
Be like water?
Zeg ik dat nu serieus? Tegen een student op het toilet die de tranen uit zijn ogen snikt? Be like water?

*

In de kantine vind ik een oplader, in de keuken een appel en een plastic beker instant noodles. Verscholen in de voorraadkast zitten drie studenten in een hoek. Ik ben moe. Ik heb geen zin meer. Ik weet niet wat ik moet. How are things outside? Wat een domme vraag. Natuurlijk zijn ze niet in mij geïnteresseerd. Zogenaamde journalist, eerder een misplaatste protest-toerist.

Leeg kijken ze naar hun telefoon, maar niet zoals de gemiddelde telefoongebruiker leeg kijkt, anders leeg, uitzichtloos leeg, doods leeg. Het lichaam is een fragiel ding. Geef het een paar dagen niet te eten, ontneem het een paar dagen de slaap en alle kracht die er ooit in besloten lag is weg, als door een afvoerputje loopt het lichaam leeg. Ik zie het in de meisjes hier, ik zag het in de jongen op het toilet. Alle moraal is verdwenen. Van alle bravoure van een paar dagen terug is niets over. Met deze tieners ga je de oorlog niet winnen. Dat is het het plan van de popo: rustig wachten totdat het laatste beetje hoop uit de lichamen gelopen is, totdat de studenten met de handen om hoog naar buiten komen. Kopjes koffie zullen ze drinken, in diensten zullen ze elkaar aflossen totdat de studenten en masse van het balkon springen. Het is de popo om het even.

Tien minuutjes telefoon-opladen en dan ga ik verder. Verder met wat precies weet ik niet. Verslag doen, I guess. Dat was het naïeve plan, tja. Hoe vaak heb ik mezelf niet het belang van naïviteit voorgehouden? Zonder naïviteit geen revolutie, dacht ik altijd, en kijk ons hier op de grond zitten. Het is moeilijk het hoofd omhoog te houden. Ik moet hier weer weg. Een stoomcursus volwassen worden hebben ze gehad, deze tieners, een stoomcursus gehuld in traangas. Rosa Luxemburg sprak honderd jaar geleden over de opstand als middel tot politieke bewustwording. Pas als je je beweegt, zei zij, realiseer je je aan welke ketenen je vastzit. Hier in Hongkong vind ik het levende bewijs van haar theorie, deze drie meisjes hebben hun ketenen gezien en nu kijken ze levenloos naar hun telefoon, als enige uitweg een bericht op Telegram.

*

‮&٣‬ىت‮٨‬ٹ
٪~
ڤg‮*+٢‬z‮٩‬يإه+ا

*

Achter de nooduitgang van het scheikunde lab vind ik de drie studentes bij de bron van hun plotselinge energie: een put in de grond, verschenen op Telegram, nu een vluchtweg waar een bedwelmende lucht uit komt. De studentes twijfelen geen seconde, dit is de enige manier om voorbij de politielinie te komen: kruipend onder de grond, de zaklampen van hun telefoons staan al aan. Boven me cirkelt nog steeds een helikopter, een dikke spotlight beweegt over de campus. Naast de put zie ik met truien en T-shirts het woord SOS op de grond geschreven, de meters brede letters liggen er verlaten bij. Ik weet niets beters te doen en ook ik stap naar de put. Ik ga op de rand zitten en vind met mijn voeten de stalen trap. Langzaam laat ik mezelf naar beneden zakken.

Binnen in de rioleringsschacht is de stank nog erger dan ik had verwacht, een penetrante lucht van rotte eieren en dood vlees trekt door mijn poriën mijn huid in. Dat de wereld er op twee meter onder de grond zo anders uit kan zien. De bestrating als een dun laagje civilisatie waaronder een donkere, helse wereld sluimert. Mos en schimmel bedekt de vochtige muren. Een dun stroompje water slingert door een verder dikke laag drek. Aan het eind van de schacht flikkeren de lichten van de telefoons van de meisjes. Is dit de juiste weg? Ik zet mijn voet in de blubber, een rat schiet tegen een schuine muur omhoog. Ik doe een paar passen meer. Hadden we niet beter eerst kunnen kijken waar we naartoe zouden moeten? Schijt en pis trekt in mijn schoenen en langs mijn broek omhoog. Wait! roep ik naar de verwijderende lichtjes. Zonder plan zijn we naar binnen gedoken. Jessie? schreeuw ik, waarom weet ik niet. Ik ben nu al mijn oriëntatie kwijt. Wat als de batterij van mijn telefoon het weer begeeft en ik hier alleen in deze schacht achter blijf? Ik begin sneller te lopen. Wat als mijn telefoon in het water valt? De lucht van dode kadavers dringt verder mijn lijf in. Ik heb nog 25% batterij. Dat zijn vijf, max tien minuten. Had ik godverdomme maar beter nagedacht voordat ik naar binnen ging. Ik had onderzoek moeten doen, hoe dom. Ik had op het internet een kaart van de riolering moeten zoeken. Ik had op zijn minst mijn telefoon goed op moeten laden voordat ik deze stinkende wereld in ging. Hoe diep moet men dalen om tot inzicht te komen? 18%, shit. Eindigen tussen rottende ratten, nee, dat kan niet

*

Ik ploeg me door de blubber, mijn telefoon schijnt me bij. Twee keer kom ik een zijgang tegen en twee keer ga ik rechtdoor, dat lijkt me het beste, vraag me niet waarom. In de verte zie ik drie schachten bij mekaar komen. Is dat een trap? Ik ren zowat, als ik niet bij iedere stap een voet diep in de drek zou zijn gezakt. 13%. Ja, het is een trap, ik zie stalen beugels zoals bij de ingang en ik spring de trap op. Dat had ik niet moeten doen: mijn telefoon glipt uit mijn hand en valt met een bedompte plomp in de drek. Kut! echo ik door de gangen. Pis druipt van mijn kleren naar beneden. Overal is het pikdonker. Wat nu? Ik zie niks, helemaal niks. Was dit het? Nooit meer zal ik een ander mens in de ogen kijken. Geen wolkje lucht zal ik nog zien. Ik zal hier in het donker moeten wachten totdat mijn lichaam me verlaat. En zelfs dan zal ik blijven liggen, blijven rotten tot ook de ratten genoeg van me hebben.

Ik klim op de tast omhoog. Mijn schoenen zijn doorweekt en mijn broek is tot boven mijn knieën nat. Met mijn handen voel ik om mij heen, vooral nat beton. Of is dit het dak van de schacht? Met mijn ellenboog duw ik er tegen. Er gebeurt niks. Ik probeer met een hand te voelen waar ik ben. Is dit een ijzeren rand? Ik stap twee treden hoger en zet mijn rug tegen wat ik denk dat een deksel zou kunnen zijn. Ik duw mezelf omhoog en een straaltje lantarenlicht schiet naar binnen. Ja! Direct valt de deksel met een klap weer dicht. Licht! Ik duw de deksel nogmaals weg en frisse lucht stroomt mijn gezicht binnen. De wereld! Ik draai mijn hoofd omhoog en zie autobanden en wagens. De wereld, zij is er nog!

Mijn vreugde is van korte duur. Een hand grijpt me in mijn nek en rukt me omhoog: het is de popo. Press!, roep ik als in een reflex, maar ik heb geen schijn van kans. Midden in de nacht en onder de derrie kom ik een put uit gekropen. Godverdomme. Gedrieën staan ze om me heen, te lachen, de popo. Een van de agenten duwt me op mijn knieën, de andere twee pakken ieder een arm. Behendig draaien ze mijn armen op mijn rug en binden er twee tie-wraps omheen. Dat hebben ze vaker gedaan. Ik heb nog geen minuut mijn leven terug of ik ben al geboeid. Ga jij maar naar die fontein daar, gebaart een van de agenten.

Met mijn handen op mijn rug stap ik de koude fontein in. Met mijn ene been probeer ik mijn andere schoon te maken. Waarom weet ik niet. Een van de agenten pakt zijn telefoon en begint me te filmen, de anderen lachen nog harder dan ze al deden. Ik kan wel janken. Het water is ijzig koud. Ik ben moe. Ik ben zo fucking moe. Het beetje energie dat ik in de rioleringsschacht nog had lijkt de fontein in te stromen. I want to speak to my lawyer, stamel ik.

De telefoon van de agent blijft filmen. Kijk nu toch, een witte Europeaan, eind-twintig, met pershesje om de schouders en handen op de rug gebonden, midden in een fontein de stront van zijn broek te wassen. Nu ben ik munitie.

Een van de agenten denkt als ware regisseur het filmpje een mooi einde geven en duwt me omver. Voorover val ik in het koude water. Mijn hoofd gaat direct onder. Ik kan geen kant op. Ik kom amper overeind. Ik ril over mijn hele lijf. Ondertussen blijven ze maar lachen, en filmen.

Filmen en lachen, de popo.

*

Achterin de arrestantenbus zitten negen andere verkleumden, iedereen trilt de beenderen van het lijf. Niemand, werkelijk niemand weet dat wij hier nu afgevoerd worden. Tegenover me slaapt een jonge jongen, ik denk een jaar op vijftien, of is hij bewusteloos? Buiten hoor ik de drie meisjes gillen, ook zij zijn de fontein in gegooid. Ik probeer te zien wat er gebeurt, maar de deuren gaan dicht en weg rijden we.

Hongkong trekt voorbij. Het zal een uur of drie ’s nachts zijn, van een opkomende zon is geen enkele sprake. De bestuurder van de bus heeft de sirene uitgezet, hij stopt zowaar voor een stoplicht. Door de achterruit zie ik wat Jessie had voorspeld, een team mannen en vrouwen met plastic handschoenen boent graffiti van een muur: All day and all night, we are gonna… Ze zijn achteraan de zin begonnen en de angel is na één woord al uit de tekst gehaald. Op straat veegt een schoonmaakwagen stenen en paraplu’s bij mekaar, een vrachtwagen met grijparm komt aangereden. Deze opstand wordt in de kiem gesmoord. Met wortel en al wordt zij uit de grond gerukt en afgevoerd.

De jongens om mij heen kijken verslagen voor zich uit, de gasmaskers en mondkapjes zijn van de gezichten gerukt. Bij een van de jongens komt het bloed uit het oog. Where are we going?, fluister ik naar mijn buurman, maar ik mompel het zo zachtjes dat hij me niet hoort. Ik ben by far de oudste hier. Where are we going?, probeer ik nogmaals, maar mijn woorden klinken nu nog lozer, nog leger.

Een halve dag geleden zat ik nog aan de ramen, de avond daarvoor had ik met het thuisfront gebeld en nu zit ik in een arrestantenbus. Zou ik dit verhaal ooit na kunnen vertellen? Tranen glijden over mijn wangen. Zou ik verslag kunnen doen zoals Jessie me op het hart had gedrukt? O wat was ik naïef, in mijn nieuwsgierig naar de nabije toekomst van de oh zo grote wereld.

Thuis vanuit mijn stoel voor het raam had ik nagedacht over het surveillance kapitalisme van Big Tech. Samen met mijn geliefde had ik gediscussieerd over de hernieuwde opkomst van extreem rechts. We spraken over een wereld die steeds guurder werd. Paul had het gehad over de strijd tegen de olie giganten en nu is het allemaal eindeloos ver weg en eindeloos onzinnig. Een futiliteit. Mijn leven. Als een ballon liep ik leeg.

*

Naast onze bus stonden nog meer politiewagens, het was haast een kampement. Tussen twee hekken liep een spoor van jongens en meisje met gebogen hoofden achter elkaar aan. Met een stok werd ik in mijn rug geprikt. Ik haakte in. De tie-wraps om mijn handen deden pijn, mijn natte kleren schuurden aan de binnenkant van mijn dijen. Een meisje zakte huilend door de knieën. Twee agenten trokken haar omhoog en duwden haar terug de rij in. Een jongen, zowaar zonder boeien, sloeg zijn arm om haar heen en nam haar mee.

Nadat we weer een hek door gingen werd het me duidelijk waar we waren. Als ware conducteurs stonden de agenten bij de entree. Een kind, werkelijk, probeerde tussen twee treindelen door te klimmen, maar kreeg een kogel in de rug. Misschien niet eens het slechtste idee, dacht ik.

Binnen waren de ramen geblindeerd. Ik struikelde over wat een mens moet zijn geweest. Een agent riep iets dat ik niet verstond. De deuren gingen dicht.
Hello? zei ik in de hoop contact te maken. Hello?
Please…,
reageerde een meisje snikkend, please...
Vanuit een andere wagon hoorde ik geschreeuw.
Where are we going? probeerde ik voor de zoveelste keer.
Mainland China, zei een stem naast me.
Please…, klonk het meisjes nogmaals, please...

*

Zeker vijf uur reden we over het spoor. Licht werd het niet. Iedereen was muisstil. Het enige dat we hoorden was een zacht gesnik en het ritmische getik van het spoor. Write about it, spookte het door mijn hoofd. Show the people.

En verder reden we.

*

(Opdat wij zien, opdat wij schrijven.)



Download issue #030 as a pdf
Or check it out on Issuu