Issue #030 Published: 13-05-2020 // Written by: M. Grootveld, S. Olma

Over corona, donuts en de vraag wat er van het virus te leren valt

1. Stunde Null
Als je op Koningsdag om tien uur ’s ochtends door de binnenstad van Amsterdam fietste, was het onwezenlijk stil. Op een gegeven moment kon je zelfs het gevoel krijgen dat dit ongeveer het beeld moest zijn van een stad waar een neutronenbom was ontploft. De neutronenbom was eind jaren zeventig het schrikbeeld van de No Future-generatie: een bom die de meeste gebouwen en andere infrastructuur intact liet, maar wel alle levende wezens doodde; die bom is gelukkig nooit echt in productie genomen.
Het corona-virus is de neutronenbom van deze tijd. Niet iedereen gaat er dood aan, maar het effect is oppervlakkig gezien bijna hetzelfde: geen mensen meer op straat, alle leven lijkt verdwenen. Of toch niet helemaal, want er zijn wel vogels, zelfs meer dan normaal. En die hebben zo te zien en te horen de tijd van hun leven. Het milieu heeft duidelijk baat bij deze crisis. Om heel eerlijk te zijn heeft het ook wel wat, die rust en die stilte. En klaarblijkelijk vinden meer mensen dat, want op veel fora hoor je nu mensen zeggen dat het ná corona allemaal wel wat minder mag: minder drukte, minder toeristen in de stad, minder consumptie en minder vliegen.

De Duitse schrijver en filmmaker Alexander Kluge zei in een recent commentaar op de coronacrisis dat we nu in een ‘Stunde Null’-moment verkeren, dat in zekere zin vergelijkbaar is met 1945. Ook de ‘oorlog tegen een onzichtbare vijand’ biedt de kans op een nieuw begin. Uiteraard is er aan het einde van de gezondheidsnoodtoestand geen sprake van een naoorlogse tabula rasa, maar de optie om terug te gaan naar business as usual bestaat simpelweg ook nu niet. Volgens Kluge confronteert het virus ons met een aantal existentiële vragen: ‘Wat is werkelijk? Wat is onze werkelijkheid? Welke werkelijkheid moet verdedigd worden en waar moeten wij de werkelijkheid veranderen?’ We kunnen de situatie waarin we op dit moment vastzitten begrijpen als een les van levensbelang, een moment van essentiële heroriëntatie, een reset. Als we dit namelijk niet doen, kunnen we de uitkomst van deze crisis al voorspellen: grote ‘systeemrelevante’ bedrijven gaan met gigantische bedragen gered worden. En wat gaat de failliete staat daarna doen? Precies: nóg meer bezuinigen op uitkeringen, onderwijs, gezondheidszorg, cultuur en andere voorzieningen. Het pijnlijkst wordt het weer voor de zwaksten in de samenleving, waardoor frustratie en wantrouwen toenemen, wat weer koren op de molen van de rechtsnationale partijen is. Als je bij de volgende pandemie graag een dergelijke partij aan het roer zou willen zien staan, moet je misschien even kijken wat er in Brazilië en de VS op dit moment aan de hand is…

2. De verleiding van de donut
Geen back to business as usual dus! Voor de marketingafdeling van de gemeente Amsterdam lijkt dit prima uit te komen, want zij hebben allang het concept voor verandering in de la liggen, zodat het er nu als antwoord op de crisis uit getrokken kan worden: Amsterdam moet Donutstad worden! Geen Donutstad in de zin van nóg meer donutshops, maar een Donutstad op basis van de ideeën van de Britse econome Kate Raworth, zoals zij die uiteengezet heeft in haar boek Donuteconomie. Kort samengevat komen die ideeën erop neer dat de economie er voortaan voor moet zorgen dat niemand meer buiten de boot valt, en dat we met z’n allen de grenzen van de draagkracht van de aarde moeten respecteren.

Dat klinkt heel mooi, maar wat houdt dat in de praktijk in? Voor Amsterdam betekent dit volgens wethouder Marieke van Doorninck bijvoorbeeld dat we tal van zaken in de stad moeten gaan ‘verduurzamen’ en ‘vergroenen,’ bijvoorbeeld de energievoorziening. De kolencentrale aan de Hemweg is inmiddels gesloten, en de stad werkt hard aan een plan voor energieopwekking met behulp van zeventien nieuwe windmolens en zonnecellen op de daken van zoveel mogelijk Amsterdamse huizen. Er zijn woonwijken aangewezen die straks als eerste ‘van het gas af moeten,’ en andere energiebronnen zullen moeten gaan benutten voor de verwarming van de huizen en voor het koken.
Het probleem is alleen dat dit beleid voor een deel wordt uitgevoerd in samenwerking met de Zweedse energiegigant Vattenfall. Vattenfall heeft echter ook plannen voor een biomassacentrale in Diemen, en biomassa is helemaal niet zo ecologisch verantwoord als de benaming doet vermoeden. Biomassa bestaat uit allerlei organisch materialen, zoals hout, gft-afval, maar ook plantaardige olie, mest en speciaal hiervoor geteelde gewassen, die in de ovens van de centrale worden verstookt. Bij dit proces komen meer broeikasgassen vrij dan bij de verbranding van steenkool.

De Van der Pek-buurt in Amsterdam-Noord is aangewezen als proefwijk voor de energietransitie. Maar dit betekent dat de huishoudens in de wijk worden aangesloten op de stadsverwarming, en dat is bij veel mensen in de buurt in het verkeerde keelgat geschoten. Want de warmte die door de stadsverwarmingsbuizen stroomt is afkomstig van de … vuilverbranding! En het is niet gegarandeerd dat zij straks niet meer kwijt zullen zijn aan verwarmingskosten.

3. Economie zonder politiek?
Maar goed, je zou kunnen zeggen: dit zijn startproblemen, als die donut eenmaal goed draait lost dit zich allemaal vanzelf wel op. Helaas niet, zeggen UvA-planoloog Federico Savini en journalist Victor de Kok in Het Parool van 25 april jl. Hoewel de donuteconomie een schitterend alternatief economisch model voorstelt – overigens is de donut niet het enige gebak in de winkel van de zogenoemde heterodoxe economen, maar dat is een ander verhaal – ontbreekt het in het model aan enkele ideeën over de vraag hoe het politiek door te zetten is.

Een van de politieke vragen die Savini en de Kok terecht stellen is: wie gaat de transitie naar een donuteconomie eigenlijk betalen? Dat is een uitstekende vraag, waarop de meer politiek denkende Franse econoom Thomas Piketty in zijn nieuwe boek Kapitaal en Ideologie een simpel antwoord heeft gegeven: laat grote bedrijven eindelijk belasting betalen en verhoog de kosten voor de superrijken. Echter, als je als gemeente Amsterdam onderdeel van het belastingparadijs Nederland bent en je laat adviseren door planologen wiens natte droom de Zuidas als centrum van de metropoolregio is, dan is dit niet echt een optie voor jou. Voor het geval iemand mocht denken dat een van de op de Zuidas of elders gevestigde belastingontduikers door de opening van de donut kijkend het fiscale licht gaat zien en ineens belasting gaat betalen om de circulaire economie te financieren, hebben wij slecht nieuws: Booking.com heeft onlangs bij het UWV steun uit het noodfonds aangevraagd om de salarissen van het personeel te kunnen betalen, hoewel het bedrijf tussen 2010 en 2018 bijna 1,8 miljard euro aan belasting heeft mogen ‘besparen.’ En hier komt de aap uit de mouw, want natuurlijk is een radicale kanteling van de economische orde een uitdaging die niet effectief opgepakt kan worden door middel van het geritualiseerde toejuichen van een hip economisch model in Pakhuis de Zwijger. Nee, hiervoor is politieke daadkracht nodig die een eind wil maken aan de neoliberale extractie-economie, en dit betekent voor Nederland met name ook het afbreken van schuilplaatsen voor belastingontduikers.

4. De les van het virus
Uiteraard is het veelbelovend om te zien dat er uit de wetenschap ideeën voor een duurzamere samenleving komen. We juichen dit van ganser harte toe. Alleen is het geen toeval dat het a-politieke model van de donuteconomie uit de hoek van het Amsterdam Economic Board aan wethouder Van Doorninck wordt aangedragen. Voor dit door en door neoliberale adviesorgaan van de gemeente (dat onlangs tegen de uitdrukkelijke wil van het Groen Linkse stadsbestuur de roofridderkapitalisten van AirBnB weer aan tafel heeft gehaald) is de donuteconomie opnieuw een effectief ideologisch rookscherm dat over de dringende noodzaak van werkelijke verandering gelegd kan worden. Net als in de BBC-serie ‘Yes, Minister!’ uit de jaren tachtig saboteert een erfenis van ambtenaren uit het (in dit geval: neoliberale) verleden het progressieve politieke programma van het democratisch verkozen bestuur.

En misschien is dit dan ook de les die Groen Links van het coronavirus kan leren: dat het leven, en met name het politieke leven, te kort en te kostbaar is om het te verspillen aan het luisteren naar adviezen van ideologische dinosaurussen wier legitimatie door deze crisis volledig in elkaar gezakt is. Geef hun een lekkere donut en stuur ze eindelijk naar huis!



Download issue #030 as a pdf
Or check it out on Issuu