Issue #027 Published: 22-11-2019 // Written by: Menno Grootveld

Fearless cities: NEE, Rebel cities: JA!

Zondag 27 oktober vond in Ru Paré in Slotervaart tijdens het activistencongres ReTakeTheCity het debat over Fearless Cities plaats, onder leiding van Fatima Faid van de Stadspartij uit Den Haag. Wat zijn Fearless Cities precies en waarom was het tijd voor zo’n debat?

Het concept Fearless Cities is ruim twee jaar geleden in Barcelona bedacht, waar in 2015 – net als in tal van andere Spaanse steden, waaronder ook de hoofdstad Madrid – een burgerplatform aan de macht was gekomen, in dit geval Barcelona en Comu, met Ada Colau als boegbeeld. Barcelona en Comu kwam voort uit een aantal sociale bewegingen in de stad, waarvan de PAH, een organisatie die tegen huisuitzettingen streed, de belangrijkste was. Het burgerplatform was een poging om buiten de gevestigde politiek en alle bestaande – linkse – politieke partijen om de agenda van deze sociale bewegingen in politieke munt om te zetten. Destijds waren veel mensen – waaronder ik – heel enthousiast over dit fenomeen. De verwachting was dat deze steden zich nu ook zouden gaan verzetten tegen destructief neoliberaal beleid van de centrale overheid. Niet alleen burgerlijke, maar ook “gemeentelijke ongehoorzaamheid.” Het ideologische fundament van deze vorm van politiek was het “municipalisme” (losjes gebaseerd op het gedachtengoed van onder meer de Amerikaanse theoreticus Murray Bookchin). En “Fearless Cities” was het etiket waaronder de municipalisten hun revolutie wilden exporteren naar andere landen en andere delen van de wereld.

Het is belangrijk om te vermelden dat er aanvankelijk (vóór 2017) sprake was van “Rebel Cities,” geïnspireerd door het beroemde gelijknamige boek van de marxistische denker David Harvey en het gedachtengoed van de Franse theoreticus Henri Lefèvre, een van de inspiratiebronnen van de Situationisten uit de jaren vijftig en zestig en van de Parijs meirevolte van 1967. Het is voor mij altijd een raadsel geweest waarom het woord “rebel” zo nodig vervangen moest worden door “fearless,” tenzij je hier al de eerste tekenen in denkt te kunnen ontwaren van een minder radicale opstelling.

Hoe dan ook, de eerste tijd leek het de goede kant op te gaan. Er waren initiatieven van diverse Europese steden om zich gezamenlijk te onttrekken aan het nietsontziende, harteloze asielbeleid van nationale overheden door onderling afspraken te maken over de opvang van ongedocumenteerde vluchtelingen. Een schip met bootvluchtelingen uit Afrika dat overal rond de Middellandse Zee de toegang werd ontzegd en al wekenlang op zee ronddobberde, werd in Barcelona toegelaten, en er was sprake van dat de andere steden uit het netwerk van Fearless Cities Barcelona te hulp zouden schieten door eveneens een quotum vluchtelingen op te nemen. Daarnaast werden er pogingen in het werk gesteld om gezamenlijk tot maatregelen te komen om de groei van platformbedrijven als Airbnb en Uber een halt toe te roepen, en om digitale platforms te ontwikkelen die burgers een grotere vinger in de pap van de beleidsvorming zouden geven.

In Amsterdam werd het concept Fearless Cities in de aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen van maart 2018 met groot enthousiasme omarmd door GroenLinks. Lijsttrekker Rutger Groot-Wassink liet te pas en te onpas weten dat hij geen gelegenheid onbenut zou laten om samen met Barcelona en andere steden uit het netwerk op te trekken tegen het grootkapitaal en rechtse (of zelfs rechts-nationalistische) overheden. Na de eclatante verkiezingsoverwinning van GroenLinks in Amsterdam werd er zelfs een Fearless Cities-team aangesteld onder leiding van Frans Bieckmann, dat de opdracht kreeg een voedingsbodem te creëren voor vruchtbare samenwerking tussen de sociale bewegingen in de stad (op het gebied van wonen, vluchtelingen en het klimaat bijvoorbeeld) en het stadsbestuur. Maar hier wringt natuurlijk (een deel van) de schoen. Waar Barcelona en Comu een burgerplatform was (en is) dat van onderop, vanuit de sociale bewegingen zelf een greep naar de macht op gemeentelijk niveau heeft gedaan, bestaat het Amsterdamse gemeentebestuur uit traditionele, gevestigde politieke partijen met een totaal andere organisatiestructuur. Bovendien zijn al deze partijen niet alleen op gemeentelijk niveau actief, maar ook op provinciaal en nationaal niveau. Hoe wil je dan in hemelsnaam gemeentelijk beleid gaan voeren dat hier en daar op gespannen voet staat met het nationaal beleid?

Dat dit idee op deze manier niet werkt werd al snel duidelijk toen Femke Halsema werd benoemd als nieuwe burgemeester van Amsterdam, als opvolger van Eberhard van der Laan. Binnen GroenLinks gold en geldt Halsema als representant van de rechtervleugel, en in de jaren die zij na haar Kamerlidmaatschap doorbracht in de politieke luwte is zij er zeker niet linkser of progressiever op geworden. Sinds haar aanstelling heeft Halsema aldus op ongeveer alle denkbare beleidsterreinen de glazen van Groot-Wassink cum suis ingegooid. Waar Groot-Wassink vóór de verkiezingen van 2018 vol trots verkondigde dat “het hoog tijd werd om weer te gaan kraken,” zijn de ontruimingen sinds het aantreden van Halsema niet van de lucht en heeft zij zich in een interview met AT5 zelfs laten ontvallen dat het particulier bezit wat haar betreft heilig is. De waslijst met autoritaire, zich volledig aan de ideologie van wat voor Fearless Cities dan ook onttrekkende beleidsmaatregelen begint ontzagwekkende proporties aan te nemen: de ontruiming van de ADM, de ontruiming van het door studenten bezette PC Hoofthuis, de ontruiming van de door klimaatactivisten geblokkeerde Stadhouderskade voor het Rijksmuseum en als klap op de vuurpijl in oktober de ontruiming van een door huurdersactivisten bezette sociale huurwoning in de Borgerstraat die door wooncorporatie Stadgenoot in de verkoop was gezet. Ondertussen hebben de ongedocumenteerden van We Are Here ondanks alle toezeggingen en beloftes nog steeds geen dak boven hun hoofd, hebben (internationale) vastgoedbeleggers vrij spel op de Amsterdamse woningmarkt en wordt er ter bestrijding van de overlast van het toerisme louter symboolpolitiek bedreven.

Dan is het toch wel op zijn plaats om je af te vragen wat de waarde is van de inspanningen van Bieckmann en de zijnen om ons – onder verwijzing naar modieuze begrippen als “co-creatie” en de “commons” – op te roepen onze medewerking te verlenen aan allerlei burgerparticipatie-initiatieven. Wat mij betreft is dit pure volksverlakkerij. De neoliberale keizer heeft geen kleren meer aan, maar probeert dit uit alle macht te verhullen door hier en daar wat mooi opgetuigde vijgenbladen aan te brengen. Het is een gotspe dat de bedenker van de prachtige term Rebel Cities, David Harvey zelf, nu in december mag komen opdraven om een door Bieckmann georganiseerd onderonsje cachet te geven.

Is het dan in de rest van Europa, en met name in Spanje, de bakermat van het municipalisme, net zo erg? Ja en nee. Opvallend was in ieder geval dat tijdens ReTakeTheCity de meeste vertegenwoordigers van sociale bewegingen uit andere Europese steden (onder meer Berlijn, Lissabon, Madrid en Barcelona) opriepen tot “autonomie.” Met andere woorden: laat je niet door mooie beloften verleiden om hand- en spandiensten te verlenen aan al dan niet vermeende geestverwanten in het stadsbestuur, blijf autonoom en doe alleen mee als er écht iets te halen valt.