Article index
Issue #026 articles
Issue #026 Published: 22-10-2019 // Written by: Nic Burman
Who should pay for English?
  In August, Times Higher Education reported that the government is set to discuss the idea of making Dutch language lessons for international students mandatory. While details on the proposal are still sparse, it seems like another kick in the teeth for universities whose ongoing processes of anglification is thanks to government funding decisions. The results of those decisions are that lesser populated Dutch courses are not financially viable, and so no longer readily available. I’m a native English speaker currently enrolled in an English language programme at a Dutch university, and I actually think that Dutch language lessons for international students would be a nice idea. At the very least, it may give new arrivals more confidence to engage with Dutch peers and local media, which in turn could lead to more meaningful integration, although who and what measures “integration” is a tricky topic. A handful of recent Amsterdam Alternative articles (#20, #22 and #23) have acted as a back-and-forth on the role of “English as a gentrifier”. Indeed, this paper embodies the friction as well as the partial success of the unofficial bilingualism of this city. It was good to see K.D., in their last article “Engels als verdringer of als voertuig van verdringing”, make a distinction between well financed native English speakers and people for whom English is a lingua franca. The experience between these groups is very different, as a lot of international non-native English speakers do (relatively) low paying and low skilled jobs, sometimes because work is more plentiful and financially rewarding here compared to their native countries, but also often to support themselves while they study here. International, English speaking students are set to financially prop up many Dutch higher education institutes over the coming years. This is largely thanks to Dutch government policy, and eighteen to twenty five year olds from outside of the country can hardly be blamed for that. However, there is clearly a growing problem with “internationals” quite detached from native Dutch culture and politics and a growing number of born and bred locals who are feeling increasingly disenfranchised from their home city. If increasing the rate of Dutch language acquisition would be a salve to this open wound, then I think internationals such as myself are required to respect this relatively polite request and be willing to participate. So long as I don’t have to start saluting Willem, light indoctrination programmes are ok for me. Amsterdam’s governing bodies should also stop advertising Amsterdam as an English-friendly city, as this aura of “speaking English is fine” is becoming somewhat misleading. Of course, this is unlikely to happen while Rutte and co. are off commandeering various European Union institutions such as the European Medicines Agency from the British. What we both, internationals and natives, should reject, however, is the idea that universities should be the ones to deal with the consequences of Amsterdam’s position as an internationally-oriented economy. After all, English language students at Dutch universities is a major trend because the Dutch government doesn’t seem to care about properly funding universities. Be sure to read previous articles in this paper by and about student and staff-organised pressure group WOinactie for insights into this phenomenon. It was striking that just a couple of days after the government’s new idea was reported on, it was revealed that US tech firm Uber was set to save up to 6.1bn by transferring the company that looks after its intellectual property rights to Holland from Bermuda (itself in turn owned by a subsidiary still based in Singapore, DutchNews.nl reported). This is exactly the sort of company that will import English-language staff to Amsterdam on high wages and promises that Amsterdam is an international town where the English language is pretty much native. Rather than pressure cash-strapped universities to fund additional classes with non-existent budgets, why not look to the likes of Uber to fund such provisions? According to Reuters they had a turnover of $11.3 billion in 2018, so even if they don’t make a profit (and therefore don’t pay tax anyway), there’s plenty of money in the bank to hire some classrooms and pay a handful of language teachers. It seems bizarre that a government would further jeopardize the quality of institutions which mean something to the country it governs. Universities such as the VU and the UvA are part of the history of the Netherlands and add cultural and capital value to society. Meanwhile, the same government always seems to make room for shell companies whose only relationship with the country is likely to be seeing its named stamped on their business cards. It is up to the nation that wants to conserve its language to make a plan to secure its place in the world. But when everything costs money the question is: who should pay?
Issue #026 Published: 15-10-2019 // Written by:
Amsterdam Danst Ergens Voor 2019 - Dansen buiten de lijntjes
Zaterdag 19 oktober is het weer zover: dan dansen wij voor de zevende keer dwars door de straten van Amsterdam! Om op te komen voor de vrije, kunstzinnige en experimentele ruimtes die de stad kleur geven. Onze Vrijplaatsen staan onder toenemende druk. De ontruiming van ADM afgelopen januari staat in ons aller geheugen gegrift. Het einde van het huidige Bajesdorp is ook in zicht. Bouwdrift en winstbejag bepalen steeds meer de sfeer en het aanzicht van de stad. Ruimte waar creatieve en maatschappelijke waarde boven financiële waarde staat, is schaars. We moeten strijden voor het behoud van deze plekken, voor een herwaardering van deze onmisbare voedingsbodem van de stad. De linkse coalitie die sinds mei 2018 onze stad bestuurt, spreekt over het beschermen van de geroemde rafelranden. Maar ondertussen worden geen echte daden bij die woorden gevoegd. Daarom is het juist nu extra belangrijk om onze stem te laten horen. Hoe willen wij dat onze toekomstige stad eruit ziet? Sinds 2013 is onze parade gegroeid naar meer dan tien wagens, 40 vrijwilligers en 4000 deelnemers. Dit jaar hebben we voor het eerst extra geld nodig om ADEV te bekostigen. Want dansen voor vrije ruimte is helaas niet gratis. Wel voor de deelnemers, maar niet voor de organisatie. We hebben jouw steun nodig om ADEV dit jaar weer tot een succes te maken. Natuurlijk door samen met ons buiten de lijntjes te dansen. Daarnaast zijn we een crowdfunding campagne gestart om onze stand van knaken te verbeteren. Help jij mee om het geluid van onze vrijplaatsen te versterken? Ga naar www.adev.nu en draag bij wat jij kan missen!   Tot 19 oktober! Hou onze website en Facebook pagina in de gaten voor meer informatie.
Issue #026 Published: 30-09-2019 // Written by: Marije Baalman
VrijCoop - collectief kopen en samen huren
# Vastgoed vrijkopen In de strijd tegen gentrificatie van de stad en de financialisering van de woningmarkt is er een noodzaak om alternatieven te bedenken die tegengas bieden, alternatieven voor het marktdenken en alternatieven die betaalbaar wonen en werken mogelijk maken. In 2015 zijn een aantal projecten bij elkaar gekomen om een Nederlandse variant, VrijCoop, van het Duitse Mietshäuser Syndikat (MHS) op te richten. Het MHS is begin jaren 1990 begonnen vanuit de kraakscene in Freiburg met een model waarin niet alleen kraakpanden gelegaliseerd konden worden, maar er ook een zekerheid voor de toekomst is dat het vastgoed niet op een later moment - als de idealen niet meer zo sterk leven bij de groep die dan gebruik maakt van het vastgoed - toch weer wordt terugverkocht aan de markt. En het model maakt het ook mogelijk dat er met de financiële ruimte die vrijkomt na verloop van tijd nieuwe projecten geholpen kunnen worden. Vanuit Amsterdam zijn hier vanaf het begin De Groene Gemeenschap en Bajesdorp betrokken, samen met nog andere groepen elders in Nederland: Meer dan Wonen (Utrecht), Stad in de Maak (Rotterdam), Immermoed en Ecodorp Boekel. Deze laatste groep is inmiddels het eerste project dat echt van start is gegaan als VrijCoop-project, inmiddels grond heeft aangekocht en binnenkort begint met de bouw van 30 ecologische woningen. Zeer waarschijnlijk is Bajesdorp 2.0 het volgende project dat gerealiseerd gaat worden. # Autonoom en solidair In het model van VrijCoop staat elk project op zichzelf, maar know-how, geld en idealisme wordt gedeeld tussen oude en nieuwe projecten. VrijCoop is de tegenstem voor verkoop van vastgoed terug aan de markt. Per plek (een gebouw, of een groep woningen/werkruimtes) is het de groep die daar gaat wonen en/of werken zelf verantwoordelijk voor de realisatie van het project. De groep maakt zelf beslissingen over het beheer, wie er bijkomt, het hele reilen en zeilen binnen de eigen groep en wat betreft het vastgoed. Maar hierbij kan wel gebouwd worden op de ervaring die eerder met andere projecten is opgedaan en in de loop der tijd kunnen de oudere projecten ook financieel bijdragen aan de nieuwere projecten. Kortom, zowel de autonomie als de solidariteit tussen projecten wordt gewaarborgd. De projecten worden deels gefinancierd door middel van crowdlending: de projecten geven obligaties uit, waarover een bescheiden rentepercentage wordt vergoed. Door deze vorm van financieren kan een ieder die zich betrokken voelt bij het project meedoen. Er is een scheiding van kapitaalinbreng en woonrecht: investeren houdt niet automatisch in dat je in het project mag wonen/werken; wie er huurt wordt bepaald door de groep bewoners/gebruikers die al lid is. # In Amsterdam In Amsterdam zijn er twee groepen bezig met het opzetten van een project. De Groene Gemeenschap (op IJburg) is al enige tijd bezig om de mogelijkheid te onderzoeken om haar zes sociale huurwoningen en gemeenschappelijke ruimtes over te nemen van hun verhuurder Rochdale als wooncoöperatie. Bajesdorp is al een aantal jaar bezig om een toekomstplan te verwezenlijken: er zal een nieuw gebouw worden gebouwd op de plek van de directeursvilla (de huidige Muiterij), waarin woonruimte en creatieve werkplekken zullen komen voor circa 25 mensen. Als alles goed gaat zal hiervoor de crowdlendingactie in het najaar beginnen. # Meedoen VrijCoop als vereniging draait op vrijwilligers die zich inzetten om dit allemaal te realiseren. Over de afgelopen jaren hebben we al een hoop werk verzet en allerlei juridische, fiscale en financiële aspecten uitgezocht. Met de projecten die inmiddels bezig zijn doen we nu ervaring op in de praktijk. We staan altijd open voor nieuwe of oude projecten die zich aan willen sluiten en wisselen graag ideeën en ervaring uit met andere clubs. Zo organiseren we samen met AACE in december van dit jaar een bijeenkomst om ervaringen uit te wisselen met andere clubs die met soortgelijke initiatieven bezig zijn. Meer weten: VrijCoop: www.vrijcoop.org Film over het MHS: www.das-ist-unser-haus.de De Groene Gemeenschap: www.degroenegemeenschap.org Bajesdorp: www.bajesdorp.nl Illustration: still from film ‘Das ist unser haus’  
Issue #026 Published: 27-09-2019 // Written by: VB
Vondelbunker is having a fest!
For the first time since its inception, the crew at Vondelbunker decided to throw a 3-day party with the best of its cultural programming. Next year our contract with the town hall will need to be renewed, and in occasion of this we have decided to question ourselves once again: What will it mean to run a freespace in the 2020s? The last few years, we have had many discussions amongst ourselves about our identity and goals. The urgency to become a safe space for all caught up with us, as well as the communication forms we use to promote to the world. What does it mean to include everyone of all genders, all backgrounds? And what can we do about the evils of social media? Can we really stay oldskool DIY in an ever-changing younger user group with different ways of working, different outlook? Time to open up this discussion to the public: during the festival, users and visitors of the space will be given the chance to think with us and provide their input: in the form of a brainstorming wall installation, an open forum session, and even a fanzine. As well as being open to discussion, we will of course showcase the things we love the most. Friday 4th October we will open the festival by hosting the second edition of the “Empowerment Film Festival”, a series of short films and documentaries on critical and underground topics, with the aim to inspire and give room for new thought. Saturday 5th October there will be presentations and talks by projects such as “Extinction Rebellion”, a socio-political movement that uses civil disobedience and nonviolent resistance to protest against climate breakdown. Saturday night there will be an electro/rave dance party with live performances by for instance Links AF! Sunday 6th October we will have non-stop bands play all afternoon and evening, only ones we have invited ourselves and not from the pool of the usual numerous write-ins we receive: this is our time, our moment to show as crew members what makes us truly excited. Confirmed are thus types such as LC3, freakout noise from members of the late late nighttime garage punk scene. Expect the unexpected - in all its manifestations. For this festival we will of course need volunteers every day! Our dream is to create an instant community with our festival participants, where together we all actively and proactively share the tasks, big and small. So if you want to have eternal bunker fame, get some experience for your resume, you have a special skill or wanna simply have a genuine laugh with us and our mascotte doll Eduardo, do not hesitate to drop a line to: festival@vondelbunker.nl Illustration: Melina Pivato
Issue #026 Published: 26-09-2019 // Written by: Charlie Vielvoye
Alle barrières tussen kunstenaar en publiek worden afgebroken bij Home Sequence
Kunst? Daarvoor hoef je helemaal niet naar het museum. Dat bewijzen organisatoren Sascha Pohle en Tao G. Vrhovec Sambolec van Home Sequence. In het laatste weekend van juni stelde Amsterdamse kunstenaars hun huis open en nodigden ze andere kunstenaars uit om te exposeren. Namens Amsterdam Alternative was ik te gast in vijf van die huizen. Met een geheime sleutel op pad Aangezien alle locaties van Home Sequence woonhuizen van kunstenaars zijn stond de lijst met adressen niet online, deze had ik dan ook vooraf in mijn mailbox ontvangen. Mijn eerste bestemming lag op een steenworp van mijn eigen huis in west. Het voelt toch maf, om bij een willekeurig huis aan te bellen. ‘Hello,’ klinkt het door de intercom. ‘Hi, Charlie here, for Home Sequence.’ ‘Ah, come upstairs!’ De dame die door de intercom klonk blijkt eenmaal boven Martine Neddam, beeldend kunstenaar en docent aan de Gerrit Rietveld Academie. Een zelflopende hamster en kunst op het toilet Als ik door de eerste ongemakkelijkheid heen ben, valt het me op hoe comfortabel het is om op deze manier kunst te kijken. Je mag alles ook aanraken, wat normaal natuurlijk uit den boze zou zijn. Een van de meest opvallende werken bij Martine thuis is er een uit de vaste collectie, op de wc: Untitled (1998) van bevriend kunstenaar André van Bergen. Een boekenkast waarin verschillende boeken zijn vastgelijmd. Wanneer ik de expositieruimte inloop struikel ik bijna over een hamster die zelf voortbeweegt in een plastic balletje. Hij maakt onderdeel uit van de expositie like a luminous animal (foto), van Michelle Son, die verder een soort stokbrood-trapleuningen en een vaas bloemen met verkleinglas herbergt. Een vervreemdend geheel waarvan je niet teveel moet willen snappen maar toch mateloos fascinerend is. Minimuseum in een pet Ik pak de fiets naar mijn tweede adres, waar kunstenaar Maartje Fliervoet woont en Martín La Roche Contreras is uitgenodigd om te exposeren. Martín laat me eerst prachtige tapijten zien die door Maartje zijn gemaakt. Maar waar hangt zijn eigen werk eigenlijk? Dan doet hij zijn pet af en komt het Musée Légitime tevoorschijn. Voor dit museum heeft Martín andere kunstenaars gevraagd om een heel klein, niet breekbaar werkje te maken. Iedere tentoonstelling is anders, want Martín pikt er telkens drie andere werken uit waarover hij vertelt. Wat volgt is een onderhoud van een halfuur waarin we het hebben over allerlei onderwerpen zoals kunst en educatie, de rol van de curator en de invloed van de locatie. Wanneer de volgende bezoeker binnenkomt besluit ik dat zij dezelfde aandacht van de kunstenaar verdient en dat het voor mij tijd is om op de fiets te springen, op naar de volgende. Mediterraanse interventie in de Jordaan Dit keer ben ik te gast bij Angelo Leonardo, Silvia Mantellini Faieta en Angeliki Tzortzakaki, die tezamen Season of Mistakes exposeren. Volgens curator Angeliki ‘een furieuze terugblik, geframed door de onmogelijkheid om de toekomst te verbeelden.’ Op een laptop in de keuken kijk ik naar wat een doorsnee Italiaans nieuwsitem lijkt. Het gaat over een controverse rondom een kunstdocent in Italië die is geschorst omdat ze haar studenten toeliet een project te maken waarbij recente immigratiemaatregelen werden vergeleken met fascistische rassenwetten van weleer. In het Italiaans verontschuldigt de docent zich, maar in de door Angelo bedachte Engelse ondertiteling geeft ze een vurig betoog over vrijheid, democratie, kunst en maatschappelijk debat. Tegelijkertijd ligt performancekunstenaar Silvia op haar bed in een andere kamer een breiwerkje te maken dat ze weer uit elkaar haalt als het straks af is. Een soort moderne Sisyphus-arbeid die de verschillende lagen van het bewustzijn symboliseert. Op de valreep van mijn bezoek mag ik mijn handen wassen met een kunstwerk: een zeepje waarop de tekst ‘Why can’t you think of me?’ op staat. Antieke verpakkingsmaterialen Een paar straten verderop beland ik in de huisstudio van Leonid Tsvetkov, die een wand waarachter zijn opklapbed zit vol heeft hangen met verpakkingsmaterialen die er uit zien als opgegraven voorwerpen uit de oudheid. Onder het genot van een biertje zitten we voor de wand en praten we erover. Met zijn ‘antieke’ sculpturen onderzoekt hij de intersecties tussen geschiedenis, materialistische cultuur en de consumptiemaatschappij. Zo hangen er bijvoorbeeld verpakkingen van een fietsslot en een dildo. Deze verpakkingsmaterialen zijn weggegooid en afgedankt zoals dat zoveel gebeurt met plastic, maar krijgen door Leonid’s interventie eeuwigheidswaarde mee doordat ze getransformeerd worden in waardevolle voorwerpen. Kunst in een kartonnen doos Als laatste kom ik bij kunstcollectief Multiple Choice terecht in de woning van Rumiko Hagiwara. Zij gaan nog een stap verder dan kunst bij iemand thuis kijken, want ze geven je ook de optie om kunst naar huis mee te nemen. Ze presenteren namelijk een soort A4-grootte kartonnen doos met verschillende werken erin. Hiernaast hebben ze ook nog een kookboek uitgebracht met rolled food waar de bezoeker al van kan proeven in de keuken. Alle kunst die in de woning is te zien is ook te koop. Het doet hierdoor wel een beetje aan als een galerie waarvan het commerciële karakter wat uit de toon valt met de andere huizen waar ik ben geweest. Doorbreken van muren Home Sequence laat de barrières tussen kunstenaar en publiek compleet vervagen. Je zit bijvoorbeeld letterlijk met de kunstenaar thuis op de bank met een pilsje samen te praten. Voor mij is dit een unieke manier van kunst beleven. Hoe vaak heb je wel niet in een museum gehad dat je de kunstenaar van een werk wil vragen: ‘wat wil je hier nou eigenlijk mee?’ Bij Home Sequence kun je dat gewoon doen. Het is bijna jammer dat het maar één weekend is, ik zou het liefst het hele jaar door bij kunstenaars kunnen aanbellen om even naar iets te kijken en het er direct over te hebben. Dit was de tweede editie van Home Sequence. Ik hoop van harte dat ze volgend jaar terugkomen met een derde editie (het liefst eigenlijk al eerder). Photo: Silvia Mantellini
Issue #026 Published: 23-09-2019 // Written by: Jeffrey Babcock and CC
Sex, Drugs and Vicious Architecture: Spanish cine quinqui movies 1977-1987
El Vaquilla got his nickname (young calf) for his habit of headbutting cops or anyone else who stood in his way. A ‘professional’ thief from the age of nine, he was infamous for his high-speed car chases with the police in Barcelona in the mid-1970s. In fact, he was so young he had to use pillows and stilts to reach the pedals. At 12 he accidentally killed a woman while trying to snatch her bag from a moving car. And because reform schools clearly couldn’t cope with him, the State put him into a prison for adult criminals when he was only 15. But instead of withering away in confinement, the spirit of this kid became the catalyst for a movie genre that smashed the separation between cinema and real life unlike any other movement in history. Back in 1975 when the dictator of Spain, Generalísimo Franco, was on his deathbed, the country began to break open. For half a century it had been cut off from the rest of the world, in a state of suspended animation, with only a few superficial changes in the late sixties. But once Franco finally died, all the social changes that had passed the country by came rushing in all at once. Cinema was no exception. A perfect example of a film that was unthinkable only two years earlier is Cambio de sexo (1977) which stars a young Victoria Abril as a seventeen-year old boy who has a sex-change operation. Since the film was being sold as a sort of low-brow freakish sex film, you can imagine the bewildering culture shock the audience suffered when confronted with such wildly progressive imagery. But in the same year, there was also another kind of cinema that burst onto the scene. The movement is hardly known outside of its home country, partly because critics and academics don’t usually like to acknowledge such kinds of cutting-edge cinema. Although films like these had existed before in other counties from time to time, it was only in Spain that these films exploded into a huge genre. And they gave it a name: cine quinqui. “Quinqui fever” was first inoculated through a little flick called Perros callejeros (Street Dogs). There were two key aspects in this film that would become fundamental for this new genre. The first was its focus on the youth criminality that was rampant throughout the country. Secondly, and crucially, these films starred real-life teenage hoodlums. The plot was based on the life of El Vaquilla, mentioned in the introduction. The director wanted the young boy to play himself, but he was imprisoned while the movie was being shot, so his best buddy stepped in to play his role. Street Dogs became a sensation when it hit the Spanish movie screens, and is still regularly shown on late-night TV for cult audiences. Soon, other directors started knocking out similar feral films. But it would still take a few years before another jaded B-movie director would steal the crown and take these quinqui movies into radically new areas. His name was Eloy de la Iglesia. A Communist and a homosexual, Eloy had been slipping both politics and bisexual imagery in his thrillers since the late sixties. His first entry into cine quinqui was Navajeros (1980), where he gave the starring role to his young muse, Jose Luis Manzano, an illiterate teenager who Eloy had met one night when the young boy tried to mug him on the streets of Madrid. This film was fierce and visionary, a youth rebellion movie that climaxes in an unbelievable ending that is both symbolic and visceral. Eloy would soon follow it up with a legendary flick that once again knocked everything to new heights. It was called El Pico (1982), and besides opening the genre to homosexual impulses and giving it a fresh political perspective, it introduced a new theme that immediately became a trademark of quinqui cinema - heroin. This film reflected the flood of junk that was flowing wildly, something that mainstream movies were trying to pretend didn’t exist. Soon junkies and scenes of needle injections were being splashed across the screens throughout the country. These films were like bonfires. Set to a devilishly fresh new form of flamenco called rumba pop, quinqui films became the cinema of the disinherited, of the marginalized youth who were stuffed into the vertical shanty-towns on the outskirts of big cities –photographed mercilessly in Colegas (1982). The young actors came from poverty-stricken housing blocks, and many of them became celebrities in the national magazines. For some, these films helped to start a new code of ethics - when the rules of the game are stacked against you, you make your own rules. In any case, this didn’t only result in a new wave of cinema, but provided role models for all those who were being left behind by modernisation, fueling further rebellions and unrest through the entire culture and society. They pitted restless youth against an emerging passive consumerist world, and also helped expose a corrupt police system that was little different than the one under the dictatorship. Starting in October, the underground cinemas in Amsterdam will help unpack cine quinqui with a series of rare screenings dedicated to this forbidden genre. Along with every screening there will be a free guide booklet available that will outline the themes and history of this volatile movement.  Illustration: CC
Issue #026 Published: 23-09-2019 // Written by: Klimaatstaking.nl
Aankondiging klimaatstaking 27 september
Op 27 september gaan wij met duizenden naar Den Haag voor een grote klimaatstaking. Wereldwijd doen miljoenen mensen mee aan de grote internationale klimaatstaking, onderdeel van een wereldwijde actieweek, die begint op 20 september. Vanaf die derde vrijdag in september voeren we de druk op met lokale acties in meerdere steden in Nederland. Met meer dan 6000 vrijwilligers in 150 landen werken we aan wat volgens ons de grootste internationale klimaatmobilisatie kan worden. De internationale acties voeren de druk op rond de klimaattop van de Verenigde Naties die op 23 september wordt gehouden in New York. “Het is tijd voor de politiek; lokaal, in Den Haag, in Europa en wereldwijd om wakker te worden en werk te maken van een beter beleid tegen klimaatverandering’’, zegt Chris Haan uit Heino die helpt met de organisatie in Nederland. “Door met zoveel mogelijk mensen te staken voor het klimaat, willen we een duidelijk kantelpunt in de geschiedenis creëren. Het aanpakken van de klimaatcrisis is een noodzaak. We moeten dit doen om te laten zien dat we er niet meer omheen kunnen.’’ Wij staken omdat het klimaatakkoord niet voldoende maatregelen treft om desastreuze opwarming van de aarde tegen te gaan, en omdat de Nederlandse regering het vonnis in de Urgenda klimaatzaak naast zich neerlegt. Daarom eisen wij dat de Nederlandse politiek zich gaat inzetten voor een écht ambitieus en sociaal rechtvaardig klimaatbeleid. Hiervoor is een Green New Deal nodig: een grootschalig plan dat sociale en ecologische problemen tegelijkertijd aanpakt. Met als doel (van deze deal) een eerlijke en gezonde samenleving voor iedereen. Voortbouwend op de succesvolle (klimaat)stakingen, zullen jongeren en volwassenen samen staken. Hierbij roepen wij iedereen op om mee te doen. Deze staking wordt georganiseerd door een burgerbeweging samen met een coalitie van organisaties waaronder Fridays For Future Nederland, Earth Strike Nederland, Code Rood, Fossielvrij NL en Teachers for Climate NL. Meer info: www.klimaatstaking.nl
Issue #026 Published: 12-09-2019 // Written by: Jasmine Nihmey Vasdi
Ecofeminism in the Face of Climate Disaster
Ecofeminism (as defined by Ynestra King in Ecology)1 1. “[E]cofeminists take on the life-struggles of all of nature as our own” 2. “Life on earth is an interconnected web, not a hierarchy” 3. “A healthy, balanced ecosystem, including human and nonhuman inhabitants, must maintain diversity” 4. “The survival of the species necessitates (...) a challenging of the nature-culture dualism and a corresponding radical restructuring of human society according to feminist and ecological principles” As the world continues to experience the negative effects of climate change, hot topics such as veganism, sustainability, and plastic-free products continue to bleed into mainstream media. Researchers from many branches of academia have already begun to analyse the looming spectre of human extinction. There is one burgeoning theory that could be considered an ambitious, and yet, still realistic plan for humans to easily adapt before our possible demise: Ecofeminism. Originally created and defined in the 1970’s by French Feminist Françoise d’Eaubonne, Ecofeminism is a branch of Feminism that links Woman and the Earth as inherently divine beings. Certain branches of Ecofeminism include elements of Spirituality and Paganism – although this is not the belief of every Ecofeminist. Through d’Eaubonne, Ecofeminism grew as an understanding that women and nature were inherently connected. As other Ecofeminists, such as King, began to develop their own ideas, the theory retained a belief in an equality and respect between all living beings, and empathy from humans towards the Earth and everything in it. A key aspect to Ecofeminism is the recognition of the detrimental effects that patriarchal domination and capitalism has had on nature. It is understandable that in order to work against climate disaster, and to heal the Earth, the capitalist and patriarchal environment in which much of humanity functions must be abandoned and replaced by a radical liberalist society: where a mutual respect between humans, nature, and all living beings exists. Some Ecofeminist Researchers have already tapped into the idea that climate change is best described, as Greta Gaard does, as “white industrial – capitalist heteromale supremacy on steroids, boosted by widespread injustices of gender and race, sexuality and species”.2 For researchers like Gaard, a complete restructuring of society is necessary in order to save the planet. However, as we witness numerous world leaders make social and environmentally regressive policy decisions, such a restructuring does not seem immediately feasible. Similar beliefs of an obligatory societal amendment have also birthed a related term, ‘Eco-socialism’, which can be summarised as an eradication of capitalism and a liberalist shift towards a society that aligns with environmentalist values. This can occur across a multitude of channels: veganism, self-sustainable farming, mandatory environmental education in the public education sector, retreat from urban life in favour of an agricultural lifestyle; or even simple tasks such as composting, thrifting, gardening, protesting/creating awareness. The only way such a dramatic altering of society could occur is if Ecofeminist beliefs become more mainstream. Ecofeminists, such as myself, believe that by taking individual actions to promote awareness, Ecofeminist behaviours can gain popularity. We have seen this occur with the nearly-mainstream vegan movement, and the proliferation of the terms ‘sustainable’ and ‘green energy’. Even though our movement will undoubtedly be exploited by capitalist ventures, a trend we have seen with Feminism, at least acknowledging and embracing an intersectional point of view could help us move beyond the individualistic realm relying on environmentalists and scientists, and towards collective understanding and action. Are healing our individual relationships with nature enough to create a movement that can help us through climate disaster? Or is it just wishful thinking, another hopeful movement? Regardless of the answer, our current situation demands that we at least try.   1) King, Ynestra. “The Ecology of Feminism and the Feminism of Ecology.” Healing the Wounds: The Promise of Ecofeminism. Ed. Judith Plant. Philadelphia: New Society Publishers, 1989. 18-28. 2) Gaard, Greta. “Ecofeminism and Climate Change.” Women’s Studies International Forum. Vol. 49. Pergamon, 2015. Illustration: Dünya atay
Issue #026 Published: 10-09-2019 // Written by: Aja Waalwijk, P. van Ginkel
8th Futurologic Symposium On Free Cultural Spaces: Reframing Environmentalism
Op 13-14-15 september vindt het 8ste Futurologisch Symposium Vrije Culturele Ruimtes plaats in respectievelijk Nieuw en Meer, Ruigoord en Vrij Paleis te Amsterdam. Onder de titel Reframing Environmentalism sluit het symposium aan op zowel het 7de symposium FCS op de ADM in 2017 (Degentrificatie) als de manifestatie van de Culturele Stelling van Amsterdam (CSA) in Pakhuis de Zwijger (Onbetaalbaar Kapitaal) in juni dit jaar. Doel is te komen tot een aantal alternatieve omgevings- of milieuvisies. Reframing Environmentalism kan worden vertaald als herdefiniëring, herwaardering of het opnieuw transformeren van kaders voor het produceren van ruimtes c.q. omgevingen. Onder het begrip omgeving vallen woningen, straten, buurten, fabrieksterreinen en natuurgebieden. Dit keer geen debatten, maar speeches waarin omgevingsvisies centraal staan. Van zowel representanten vanuit de Culturele Stelling van Amsterdam, als vertegenwoordigers van vrijplaatsen uit het buitenland. Er zijn drie subthema’s: 1. Hybride ruimtes (Nieuw en Meer) vrijdag 13 september. Met voorbeelden van en visies over synergetische concepten/projecten aangaande cultuur- en natuurgebieden zoals ‘Het Antropocene Bos’ (Nieuw en Meer), De Eco-polder (Lutkemeer) en andere grensverleggende uitbreidingen van bestaande vrijplaatsen (Ruigoord buiten de Perken). 2. Ruimte en Tijd (Ruigoord) zaterdag 14 september. Duurzaamheid en organische groei zijn aspecten van toekomstgerichte ruimtelijke ordening. Tijdens deze dag wordt o.a. aandacht geschonken aan internationale ontwikkelingen op dit gebied. Er zijn politieke, sociale, fysieke, mentale en economische ruimtelijke benaderingen, gedacht in termen van korte of lange termijnen. Het door de overheid geïntroduceerde begrip ‘permanente tijdelijkheid’ in relatie tot het ontwikkelen van nieuwe vrijplaatsen, ofwel het belang van witte vlekken op de kaart, plekken waar niets gepland is. Deze plekken vallen niet onder de natuur- of cultuurgebieden, maar kunnen een derde categorie vormen, die van ‘Witte Vlek’ of ‘Niemands Iedersland’. 3. Recentralisatie van de stedelijke ruimte. (Vrij Paleis) zondag 15 september. Bij de indeling van de stadsdelen is tot op heden geen of nauwelijks aandacht geschonken aan al bestaande centra buiten de historische stadskern. Gedacht vanuit de Trans-Industriële landschapsopvattingen is er niet één centrum, maar liggen alle centra in elkaars periferie. Het symposium sluit op zondag af met een Luidruchtige Omgang vanuit Vrij Paleis via Kalverstraat naar Spui, alwaar we een appelboom naast het Lieverdje plaatsen/planten. De appelboom is een hommage aan het appeltje (Gnot) dat Magisch Centrum Amsterdam symboliseert en aan de vijftig jaar geleden opgerichte Kabouterbeweging. De kabouters wilden een autovrije groene stad. Ze trokken tegels uit de stoep en plantten boompjes. Ze leerde ons op een andere manier met de stedelijke ruimte om te gaan. Hun doel was een leefstijl die overeen kwam met die van kabouters: in harmonie met de natuur. We komen in actie om het Onvoltooid Verleden van De Kabouterbeweging tot de Tegenwoordige Toekomende Tijd te brengen; om een te worden met onze omgeving. www.fcsamsterdam.nl
Issue #026 Published: 05-09-2019 // Written by: Rosie Fawbert Mills
Time to protest
Throughout history people have had to take a stand (but I’m not about to list them all here). Within these, I think there might be one overlooked but important protest story. Thankfully it is now having it’s struggle acknowledged in a new documentary by Director and Writer Jon Seal. Set in Norway in 1942, during World War Two, it tells the remarkable story of a set of teachers who outright refused to teach the Nazi curriculum and were punished for it. The themes of the film are astonishingly current, exploring the power of passive resistance to bring about change. On Friday September 27th there will be the first in a series of screenings and post-screening discussions of ideas, themes and topics. ‘The Teachers’ Protest’ is taking place at Filmhuis Cavia, Van Hallstraat. Since the dark ages, public protest has shaped the lives of individuals and influenced the development of society. It is a form of resistance but also a form of attack and can be a movement for good. It can give voice and momentum to groups of people who refuse to be oppressed or denied a place in society. But what prompts people to protest? We are surrounded by false advertising.  The future is not orange - the future is grey, or is it green? Blue, red... What colour would you say the future is? Is it an Orwellian black pit of a despairing proletariat, or the acid yellow of an Atwoodian twist on the logic of life. Perhaps it will be a silver Matrix - style, virtual reality mystery? If you were offered the red pill or the blue pill, which would you take? Will the future be the same for everyone? In Twenty One Lessons for The Twenty First Century, Yuval Noah Harari warns of technological advancements creating greater and deeper divisions in society, such as a class divide more profound than ever experienced before! It seems the time is right to stop and think about this. Perhaps now is a time to protest. But why and when do people feel the need to protest? For some young people, even some of those currently going through the higher education system, don’t see a bright future. One British student, Michael, gave an inspiring speech at a National Education Union (NEU) rally in the UK on November 20th 2018. He had joined thousands of teachers, parents and MPs to march in protest to the UK’s Department of Education’s funding cuts to special needs, post-16 and early years education facilities. Michael spoke about being abandoned by his school, as they were unable to provide for his autism needs. His closing remark was hard to be unsympathetic with: “we are the ones who will be looking after you when you’re old, so look after us now.” Equally, here in the Netherlands, teachers are taking a stand against pay and conditions. In March there was a nationwide strike and teachers of all levels participated in a week of campaigning. “The need is high everywhere”, Dorien Konig, director of general education union AOb said to the NL Times.  There is a teacher retention problem - much like that in the UK and other Europeans countries.  They felt a collective need to protest. Another focus for recent protests: climate change. Global Norwegian heroine, Greta Thunberg, made a name for herself in August 2018 because she skipped school to protest outside the Swedish parliament. She describes herself as a “climate radical”. Recently she has been making headlines for joining forces with the UN (and holding hands with celebs) to raise awareness and influence change. Another example: abortion rights in countries as diverse as Ireland and China; since the Stonewall riots in 1969, LGBT protests continue all over the world - alongside widespread heavy criticism of governments not “doing enough” to make changes. From Hong Kong we have seen footage of anti-extradition bill protests and the government’s extreme and forceful reaction. There is continued resistance in the West Bank and Palestine. Since January, there have been regular protests designed to to remove Nicolás Maduro from the presidency; in Venezuela. You might not know Jon Seal yet, much like the Norwegian student before she took a stand.  Having been a holistic, dynamic and passionate teacher for several years, he is also a musician, a boat builder, an avid cyclist and a mentor to many.  He is a bit of a nomad: he often travels and is always drawn back to Norway (having found a kinship with the country after a naive cycle trip there as an 18 year old).  So if anyone was going to tell this story with a sense of discovery, respect and genuine admiration, it was going to be him. Whatever color the future is, I am grateful there are still people of all ages inspiring me and us all: to take a stand, to protest for what is good and right, and maybe skip work or school to sit in front of the Parliament office to take a stand about something that matters. Illustration: Dünya Atay // Photo: Luke Dray
Issue #026 Published: 04-09-2019 // Written by: Patricia Reed
AA Talk #7 Co-existence at Planetary Dimensions With Patricia Reed
It is a truism to say that human societies have become exponentially interconnected, complex and interdependent. However, it is much less obvious to cope with the problem of how to access such an interconnected, complex and interdependent dimension of reality. We need to be able to do so in order to imagine how human societies could be transformed otherwise. As post-nuclear creatures faced with climate catastrophe, as the polymath Sylvia Wynter wrote, humans are now confronted with the historical task of co-existence within a common environment – despite the acutely uneven qualities of existence within this common condition. This is not only a political or social problem, but a conceptual problem as well. We need new perspectives and frames of reference to learn to ‘see’ this common condition. It seems critical in my view, to construct possibilities in the name this common environment, precisely against an increasingly powerful far-right which, through ethno-nationalist isolationism, stands only for a narrow world picture of isolationism:  a barricaded world exclusively for those of familiar, self-similar resemblance. As someone working in the field of theory, I approach this demand from a conceptual angle. In my AA talk, I won’t provide determinate answers to this problem but move through a series of questions in an effort to grasp the scope of the demand, and how such questions may help ground transformative thought for politics and activism. How can co-existence at planetary dimensions be thought in a way that is not simply globalization 2.0? What new frames of reference does this dimension of being open up, including how we understand what being human may mean, and where the human stands within this planetary picture? How can we begin to navigate at these dimensions without subordinating differences to reductive forces of homogenization? How does this scale of co-existence transform our understanding of what the local even is? What can feminist legacies concerning care and maintenance labour teach us in learning to co-exist within the planetary dimensionality of life today – a scale that calls upon an expanded picture of care beyond the sphere of the personal, or the intimate? It is the hope with such questions that we may start sketching out an image of solidarity without sameness for this newly common space of domesticity constituted by a planetary condition. These are some of the questions I would like to address and discuss with you during the AA talk. Biography Patricia Reed Patricia Reed is an artist, writer and designer based in Berlin. Through various mediums, her work concerns the movement from what is in the world, towards what could or ought to be. As a broad interest, the entanglement between concepts and materials is a particular point of focus. More concretely, how ideas of the world, including ideas of what it is to be human, manifest as structures of cohabitation. The premise being, that since concepts and assumptions are baked into social organizational forms (our technologies, modes of valuation/distribution, inter-human relations, human and earth-system relations), it is necessary to interrogate what those grounding concepts are, in order to imagine transformative possibility otherwise. What other forms of material co-existence could be enabled when departing from different conceptual grounds, and how does the dimension of the planetary provide a framework for denaturalizing long-standing assumptions of how we think the world and our place in it? Reed is part of the Laboria Cuboniks (techno-material feminist) working group whose Xenofeminist Manifesto (2015) was republished by Verso Books in 2018. Her writings have been published in countless books and journals around the world. Recent publications include e-flux Journal, Making & Breaking, Angelaki, the Glass Bead Journal, Xeno-Architecture (Sternberg Press), and Cold War Cold World (Urbanomic). Friday 20 September Doors open 19:30 hrs Start: 20:00 hrs Entrance: free (donations welcome) OT301, Overtoom 301 Facebook event