Recent articles
Issue #011 Published: 21-02-2017 // Written by: R. Peitersen, M. Schulkens
Naar een richtlijn voor het Kunstenaarshonorarium
Vanaf de jaren 90 heeft iedere Nederlandse regering kunstenaars opgeroepen tot meer ‘ondernemerschap’. Verschillende staatssecretarissen en ministers, met PvdA’er Rick van der Ploeg voorop, dachten dat kunstenaars snel nieuwe bronnen van inkomsten zouden vinden als zij zich meer als ondernemers zouden gedragen, en dat de behoefte aan overheidssteun geleidelijk zou verdwijnen. Dat laatste was natuurlijk het belangrijkste doel: bij het afschudden van ‘de ideologische veren*’ , hoorde ook het afschudden van uiteenlopende overheidsverantwoordelijkheden en -taken. De overheid moest kleiner en efficiënter, de ondernemer, die een keuze maakt om eigen verantwoordelijkheid te dragen voor een goede positionering in de markt en actief deelnemen in het spel van vraag en aanbod, werd het ideaalmodel voor de burger. De neoliberalisering van de Nederlandse politiek drong geleidelijk door in alle facetten van de samenleving, ook in cultuur en de beeldende kunsten. Met forse bezuinigingen op beurzen voor kunstenaars en de afschaffing van de WWIK in 2012 legde Halbe Zijlstra kunstenaars op om nóg meer als ‘ondernemers’ op te treden, zodat ze hun ‘eigen broek konden ophouden’. Het werd daardoor zeer belangrijk de term ‘ondernemerschap’ te specificeren. De kunstenaarspraktijk draait in zijn geheel om het oplossen van artistieke en praktische problemen, en om het onderzoeken van verschillende manieren om hun werk te tonen. Dat gaat gepaard met een compromisloze passie en een enorm doorzettingsvermogen. Deze gedrevenheid en zelfstandige manier van werken zou je als ondernemerschap kunnen omschrijven. De Nederlandse overheid lijkt sinds de jaren 90 echter hoofdzakelijk geïnteresseerd in de financiële aspecten van ondernemerschap. ‘Goed’ of succesvol ondernemerschap staat in dit perspectief gelijk aan geld verdienen, afkomstig van particuliere bronnen. Wanneer de overheid het over ondernemerschap heeft, is het dus wederom een manier om verantwoordelijkheid af te wentelen op het individu – in dit geval de zelfstandige kunstenaar – en aan te sturen op onderlinge competitie. De gedachtegang achter dit perspectief is: het is jouw leven, en jouw verantwoordelijkheid. Ondernemen betekent geld verdienen, als je weinig geld verdient, ben je een slechte ondernemer. Dus, als je als kunstenaar niet genoeg verdient om van rond te komen, ben je een slechte ondernemer. Het gevaar schuilt er hier in dat de stempel ‘slechte ondernemer’ een kwaliteitsoordeel op het kunstenaarschap met zich mee kan brengen, waardoor de vaak zwakke inkomenspositie van de kunstenaar gelijk wordt geschakeld aan slecht kunstenaarschap.  Inmiddels is duidelijk dat een overheid die geen verantwoordelijkheden op zich wilt of durft te nemen, weinig maatschappelijk vertrouwen, cohesie of vooruitgang genereert. Integendeel, als de overheid de verantwoordelijkheid voor bijv. zorg, educatie of cultuur bij de markt of het individu neerlegt, dan wordt een toenemende individualisering en gevoelsafstand tot de overheid in de kaart gespeeld. De burger is verantwoordelijk voor (het succes in) zijn eigen leven, en heeft geleerd daarnaar te handelen. In plaats van een situatie waarin overheid en burger samen nadenken over een gedeelde problematiek wordt een competitieve of zelfs vijandige verhouding tussen overheid en burger in het leven geroepen. Het hieruit voortvloeiende individualisme is vaak zo geïnternaliseerd dat zelfs het erkennen van een gedeeld probleem – zoals de zwakke inkomenspositie van de meeste kunstenaars – voor velen een brug te ver is.  Als je denkt dat jouw succes als kunstenaar gelijk is aan het geld dat je met je kunstenaarschap verdient, dan zal je niet snel toegeven dat je niets of weinig verdient en eigenlijk niet van je beroep kan leven. De overheid schuift graag die verantwoordelijkheid van zich af, en de individuele kunstenaar ziet het als persoonlijk falen. Maar als het speelveld oneven is, dan ligt het probleem buiten de kunstenaar zelf. Individuele verantwoordelijkheid is prima, maar het individu kan structurele of systematische problemen niet alleen doorbreken. Het kunnen benoemen en vervolgens collectiviseren van een dergelijk probleem is duidelijk van groot belang.  Eén van de belangrijkste drijfveren van Platform BK is het mobiliseren van het kunstveld om gezamenlijk op te treden. De zwakke inkomenspositie van beeldend kunstenaars is een onderwerp waar we ons de afgelopen jaren sterk voor hebben ingezet, veelal samen optrekkend met andere organisaties in Beeldende Kunst Nederland (BKNL). Dit informele overlegorgaan liet twee onderzoeken uitvoeren naar de honoreringspraktijk bij tentoonstellingen van beeldend kunstenaars in Nederland. Wat bleek: in 72% van de gevallen ontving de kunstenaar geen honorarium! De onderhandelingsprocessen in aanloop naar tentoonstellingen en de verschillende onderhandelingsposities werden ook onderzocht.  Uit de onderzoeken bleek duidelijk dat zowel kunstenaars als instellingen behoefte hebben aan een richtlijn voor kunstenaarshonoraria. In plaats van te wachten op politiek Nederland, startten de partijen in BKNL een traject met onderzoeksbureau SiRM om vanuit het veld tot een richtlijn te komen voor kunstenaarshonoraria bij exposities zonder verkoopdoel, die de contractpraktijk tussen kunstinstellingen en kunstenaars kan professionaliseren en door zowel kunstenaars als presenterende instellingen gedragen wordt. Die ligt er nu!  We hopen dat de richtlijn een belangrijke bijdrage levert aan het verbeteren van de inkomenspositie van beeldend kunstenaars. Nederlandse organisaties en verenigingen zijn uitgenodigd een convenant te ondertekenen waarmee zij aangeven de richtlijn te ondersteunen en te gaan toepassen. In februari wordt deze officieel gepresenteerd aan de SER en RvC in Den Haag. Het is de bedoeling dat zoveel mogelijk beeldende kunstinstellingen deze ondertekenen, zodat de richtlijn zo breed mogelijk (uit)gedragen wordt en we daadwerkelijk verandering in de inkomenspositie van kunstenaars gaan zien.  Gezien de eindverantwoordelijkheid voor publiek gefinancierde instellingen eigenlijk bij de overheid ligt – diezelfde overheid die de mond vol heeft van ‘ondernemerschap’ – lijkt het Platform BK niet teveel gevraagd om daar ook de overheid op haar verantwoordelijkheid als opdrachtgever aan te spreken. Met deze richtlijn wordt een eerste stap gezet. Lees meer en bereken zelf hier: www.kunstenaarshonorarium.nl * Naar een bekende uitspraak uit 1995 van voormalig premier Wim Kok, die de tendens aangeeft van de neoliberalisering van politiek en samenleving in de jaren 90. Illustration: Jan Hoek
Issue #011 Published: 16-02-2017 // Written by: AA + Martin + Ronald
Cinema Egzotik
Cinema Egzotik is het cultprogramma van regisseur Martin Koolhoven en Ronald Simons (EYE-programmeur en hoofdredacteur The Cult Corner), dat inmiddels vijf jaar bestaat. Maandelijks presenteren zij in EYE uit de collectie opgediepte rariteiten en onderschatte genrejuweeltjes uit de filmgeschiedenis. De hoofdfilms worden altijd voorzien van inleidingen en toepasselijke trailers.  Amsterdam Alternative sprak met Martin en Ronald over het programma van Egzotik en andere zaken. Wanneer zijn jullie begonnen met Egzotik? Ronald: In de OT301 op de Overtoom programmeerde ik jaren geleden een maandelijkse double bill cultavond met films als For Your Height Only, Near Dark en Star Crash. Martin nam op een gegeven moment contact met me op en vroeg of hij eens per drie maanden mee mocht doen, zo ontstond ‘De Keuze van Koolhoven’. Martin vroeg ontwerper Hajo de Boer om maandelijks een affiche te maken, en we zijn nu nog steeds een team met z’n drieën. Martin: Mij frustreerde het dat genrefilms in Nederland vaak niet serieus genomen werden. Daarom wilde ik ze laten zien aan vrienden en collega’s. Dat is dus uit de hand gelopen. Ronald: De eerste ‘Keuze van Koolhoven’ was trouwens op 25 januari 2009 met twee films van Enzo Castellari, een van onze lievelingsregisseurs. Martin: Ik heb zelfs een van mijn zoontjes naar hem vernoemd. Ronald: Twee jaar later sloten we ons programma in de OT301 af met Keoma (1976), wederom een film van Castellari. Een paar maanden later werden we gevraagd om onze double bill op 35mm te programmeren in De Balie. We hebben toen de titel Cinema Egzotik gekozen. Egzotik is Turks voor buitenissig. In april 2011 begonnen we met een double bill van Brian De Palma. Vanaf de opening van EYE (2012) zijn we maandelijks daar gaan programmeren. Vanwaar de overstap van de OT301 naar De Balie en later naar EYE? Past het alternatieve en kleinschallige van de OT301 niet beter bij jullie films?  Ronald: EYE heeft niet alleen de mogelijkheid om 16mm, 35mm en 70mm te vertonen, maar heeft ook een filmarchief van 40.000 titels, dus daar kunnen we al onze genrejuweeltjes uit plukken. Mochten ze een must have niet in het archief hebben, dan halen we die uit het buitenland, zoals we dat onlangs deden met They Call Me Trinity met Bud Spencer.  Martin: Ik vond het vooral frustrerend dat we op de Overtoom de films niet écht konden vertonen zoals ze bedoeld zijn: op 35mm. Hoe cool is het om sommige films die je alleen op een gare VHS-scan hebt gezien nu op glorieus en chique 35 mm te zien? Wat maakt Egzotik zo bijzonder? Ronald: Zoals gezegd: films horen op het grote doek, en liefst in 16mm, 35mm en 70mm (op celluloid). We proberen in ons programma ‘oude’ films op te nemen die we zelf nog graag op het witte doek willen zien. Dat kan een miskend meesterwerk zijn als Body Double (1984) of een guilty pleasure die we vroeger hebben gezien en nu in de spotlights zetten. Martin: Het is ook bijzonder dat we altijd een double bill hebben. Ronald: Cinema Egzotik is de enige vaste double bill filmavond op 35mm in Nederland. Ook zijn we de enige filmavond die vooraf oude trailers vertoond in de sfeer van het thema van de avond. Aanstaande maart hebben we bijvoorbeeld Revenge Night met Ms 45 en Sympathy for Mister Vengeance, en vooraf vertonen we de 35mm trailers van De Maagdenbron (1959), Straw Dogs (1971), Cape Fear (1991) en Old Boy (2003). Onze smaak ligt sterk bij genrefilms met een eigen smoel. Dat gaat van film noirs uit de jaren veertig via zombiefilms uit de jaren zeventig naar thrillers uit de jaren negentig. Genredefiniërende regisseurs als Mario Bava, Brian De Palma, John Carpenter, Sam Peckinpah, Dario Argento, John Millius, Walter Hill en Sergio Corbucci zijn grote helden en hun werk is in ieder geval al (vaker) langs geweest. Martin: Het is elke keer weer een uitdaging om een goede combinatie te vinden want het is belangrijk is dat er een link is tussen de films en dat de tweede goed aansluit bij de eerste. Jullie voorzien de films altijd van een persoonlijke inleiding. Dat lijkt me ook iets wat jullie programma vrij uniek maakt in Nederland. Waarom doen jullie dat? Ronald: Cinema Egzotik moet voelen als filmavondje bij Koolhoven en Simons op de bank met een biertje en een bakkie chips. Wij vertellen vooraf waarom we de films hebben geprogrammeerd en geven daarbij wat buitenissige nerdfeitjes om de films in filmhistorisch perspectief of binnen hun specifieke genre of oeuvre te plaatsen. Martin: Ik wil gewoon graag vertellen waarom iets bijzonder is. Ik ben uiteindelijk gewoon een filmdominee. Ronald: Beide films leiden we in voorafgaand aan de film. We hebben geen vaste formule, maar bedenken steeds twee films binnen een bepaald genre, thema of van dezelfde regisseur of scenarist. Je ziet pas tijdens het kijken van de tweede film hoe de wisselwerking precies verloopt, dat kun je nooit helemaal van te voren uitstippelen. Het kan op vele niveaus zijn: script, editing, mise-en-scene of nog simpeler: je ziet een acteur opgroeien tijdens een avond. Ontstaan er dan ook gesprekken of discussies of is het echt een monoloog? Ronald: Iedereen mag roepen wat hij wil. De zaal zit überhaupt vol met filmnerds die het allemaal beter denken te weten. Maar wij zitten natuurlijk bovenop die apenrots. We zijn gepokt en gemazeld en kunnen wel tegen een stootje. Wat vinden jullie van het film aanbod in Amsterdam? Ronald: Amsterdam heeft een zeer groot aanbod van bioscopen en filmtheaters die naast reguliere programmering van premièretitels ook bijzondere programmering brengen. Variërend van retrospectieven tot filmfestivals tot single screenings met Q&A’s met interessante makers. Daarnaast zijn er ook underground filmavonden waar vanaf dvd of blu-ray bijzondere films worden vertoond. Maar hoe meer, hoe beter natuurlijk. Films op groot doek kijken met je vrienden is toch het leukste wat er is. Besteden jullie trouwens ook aandacht aan Nederlandese speelfilms? Ronald: We hebben de afgelopen drie jaar een speciale editie van Cinema Egzotik gepresenteerd op het Nederlands Filmfestival in Utrecht met films als De Mantel der Liefde, Andy, Bloed en Blond Haar en de Belgisch/Nederlandse misdaadparel Wildschut. De Nederlandse film loopt niet over van de genrefilms, dat is jammer. Het aantal Nederlandse science-fiction of fantasyfilms is bijvoorbeeld op een paar handen te tellen helaas. Maar we vertonen ze dus wel jaarlijks. Hoe kiezen jullie de films voor jullie programma? Zijn er bepaalde criteria?  Ronald: We gooien steeds opnieuw al onze wensen op tafel en gaan dan samen puzzelen om tot een droomdoube-bill te komen. Vaak vechten we allebei voor één van de titels van de avond totdat de ander overstag gaat. Martin: Ik ben gelukkig de sterkste, dat helpt. Wat kunnen we voor de komende weken of maanden verwachten van Egzotik? Ronald: De komende maanden wordt het Sherlock Night met The Private Life of Sherlock Holmes (1970) en Young Sherlock Holmes (1985), Revenge Night met Ms 45 (1981) en Sympathy for Mister Vengeance (2002) op het programma en in april gaan we de 4K restauratie van Suspiria (1977) van Dario Argento als eerste in Nederland vertonen, dus dat wordt een mooie avond.  
Issue #011 Published: 13-02-2017 // Written by: Nora Uitterlinden
Zwaardspelen en Bandjes- bendes: Een Interview met Erica Kinderpret
Sinds 1994 wordt de donkere concertzaal van OCCII elke woensdagmiddag omgebouwd tot kinderdisco, werkplaats of theaterzaal. Lege bierflesjes maken plaats voor sprookjesachtige decoraties en sap met chips. Een gesprek met Erica Kinderpret over de wekelijkse transformatie.  “Als kind vond ik het leuk om kinderen uit de buurt rolschaatsles te geven,” vertelt Erica in de tuin van De Binnenpret, direct achter de OCCII, “en als volwassene vind ik workshops geven nog steeds leuk, dus het is nooit overgegaan!” Kinderpret was in 1994 opgericht door een paar OCCII-vrijwilligers die naast de concerten, overdag een kinderactiviteit wilden. Erica ging helpen, en werd niet lang daarna coördinator. Theater voor peuters, zwaardspelen voor hogere groepers, een boek leren binden, of brood bakken in de tuin van De Binnenpret, en in de professionele concertzaal meedoen aan lichtshows of een workshop van bandjesbende. Dat er zo veel verschillende activiteiten zijn vindt Erica belangrijk: “Dan kunnen kinderen ontdekken wat ze leuk vinden en zitten ze er niet meteen een jaar aan vast.” Zelf ging Erica als kind in Etten-Leur netjes naar pianoles en sport, maar iets anders was er niet te doen. “Er was een bioscoop, maar géén kindertheater. Het enige wat je meemaakte was de musical op school die je zelf moest spelen.” Ze dacht altijd dat ze kleuterjuf zou worden, net als haar moeder. Als ze op plekken kwam waar kinderen waren, dan had ze snel contact met ze. “Misschien speelde ook mee dat ik me niet in alle gezelschappen op mijn gemak voelde. Als ik mensen niet zo goedkende, dan was het logisch voor mij om met de kinderen te gaan spelen.” Wat is voor jou het verschil tussen het entertainen van kinderen en het entertainen van volwassenen? Ik ben eigenlijk blij dat ik kinderen mag entertainen, want dat is dankbaarder. Volwassenen kunnen ook heel enthousiast over iets zijn, maar zullen dat toch minder laten blijken. Ik vind het altijd bijzonder hoe kinderen helemaal in een activiteit op kunnen gaan, terwijl volwassenen meer afstand tot het gebeuren houden. Is dat niet een beetje Nederlands? Ja, of Amsterdams! Dat is in een dorp nog wel anders, als er een feest is terwijl er anders niet zoveel gebeurt, dan is de sfeer ineens heel vrolijk en uitbundig. Maar ik heb hier ook wel feesten meegemaakt, in OCCII en erbuiten, dat je denkt: ‘Dit is zo heerlijk speels en open, dat is een soort Kinderpret voor volwassenen.’ Dat bestaat óók. De toegangsprijs is maar een paar euro, door de hulp van vrijwilligers en een subsidie. Heeft dit effect op wat je kinderen kunt bieden? Ik kan best eens een theaterstuk boeken wat iets experimenteler is, en waarvan ik niet weet hoeveel publiek het gaat trekken. Ook kunnen we met liefde eten en drinken gratis weggeven, en cursusmaterialen. Dat valt ook soms verkeerd merk ik. Sommige kinderen zijn niet gewend dat je iets zomaar krijgt. Die gaan dan helemaal los, ze willen zo veel mogelijk, want zo hoort dat: pakken wat je pakken kan. Dat is wel iets wat uit commercieel denken voortkomt. Maar er zijn ook kinderen die heel verbaasd vragen of ze écht hun eigen kunstwerkje mee naar huis mogen nemen. Dan is er juist dankbaarheid. Een van de populairste activiteiten van Kinderpret is de kinderdisco, hoe ben je op dat idee gekomen? De kinderdisco is geïnspireerd op de feestjes die in de jaren zeventig in de Paradiso werden gehouden. Mijn vriend Kees, die wat ouder is dan ik, kwam daar wel. Daar had je dan een hele middag voor kinderen. Er waren vloeistofprojecties en er gebeurde van alles. Er werd muziek gedraaid, en je kon in allerlei hoekjes knutselen. Dat combineren we bij de Kinderpret ook altijd. Het was destijds wel heel space maar tegelijk ook echt kindvriendelijk. Kees is nu overigens de DJ van de kinderdisco’s, geeft actionpaint workshops en ontwerpt de programmaboekjes. OCCII heeft door de jaren heen een internationaal netwerk opgebouwd van boekers en bandjes die hier vaker spelen. Heeft Kinderpret ook zo’n netwerk? Sinds kort wel. Ik werk nu met het Amstelveense Poppentheater en met het Muzipo, een klein familietheater in Breda. Het bleek dat we telkens dezelfde favoriete artiesten hadden. We boeken weleens buitenlandse theatergroepen samen, zodat we de reiskosten kunnen delen. Uit deze samenwerking zijn ook weer nieuwe dingen ontstaan. Zo tipte het Amstelveense Poppentheater mij van ‘Goh, we hebben nu zo’n leuke groep uit Berlijn, zou je dat ook interessant vinden?’ We hebben steeds meer internationale gezelschappen die niet perse van taal afhankelijk zijn, maar juist mooie muziek en geluiden maken, of met beelden werken. Kunnen kinderen ook met ideeën komen voor de Kinderpret?  Ja, dat kan zeker. Bij feesten die we zelf neerzetten neem ik vaak een thema waar een kind mee aankomt. Zo heeft mijn eigen zoon ooit bedacht dat we een mini-Robodock hier moesten doen voor de kinderen, met artiesten die robots waren. Ook hebben kinderen me weleens gezegd dat ze iets specifieks wilden leren; dan ging ik een workshop voor ze zoeken. Ook horen kinderen weleens dat er vroeger een bepaalde workshop was, en dan vragen ze of we die nog eens kunnen doen. De kinderen zijn altijd maar een paar jaar doelgroep, daarna komt er weer een nieuwe groep. Vind je het nooit jammer als kinderen de Kinderpret ontgroeien? Het hoort erbij, en soms is het ook juist leuk om die ontwikkeling mee te maken. Zo kwam ik laatst een kind uit de beginjaren van Kinderpret tegen. Ze kwam hier binnen op een woensdagmiddag. Ik zag haar en herinnerde me meteen hoe ik met haar aan de hand door de zaal danste toen ze klein was. En zij wist dat ook nog, want ze kwam hier binnen en vroeg: ‘Doen jullie nog van die leuke feesten met dat schminken en zo?’ Ze stond hier in de hal met een dochtertje van drie aan de hand. Ik herkende haar uitdrukking nog goed, met precies diezelfde glimlach van ‘Dat willen we weer!’. Vanaf 11 januari 2017 begint het nieuwe seizoen van Kinderpret weer. Het volledige programma is te vinden op: occii.org/kinderpret
Issue #011 Published: 10-02-2017 // Written by: Win Harms
Taste before you waste
Since 2012, Taste Before You Waste, an Amsterdam East based initiative has been raising awareness about the prevention of food waste at the consumer level. With the help of volunteers who cook, deliver by carrier cycle, who design and write blogs as well as small, independent grocery stores and an organic farmer in Flevoland, the foundation organizes food cycle markets two times per week, food-saving workshops, and cater no-waste dinners. They offer special pricing for organizations that are also trying to make an impact and all of the activities they offer on their own initiative are pay-as-you-feel in order to make it accessible for everybody. They also have an educational program that teaches children the benefits of food conservation as well as donating to charities. Taste Before You Waste has been starting up chapters all over the Netherlands; Bussum, Utrecht, and Bergen all have adopted the program. Recently, the initiative has gone international with a chapter in Canada.  Founder Luana Carretto is no stranger to social consciousness. She started travelling extensively after high school and doing volunteer work. She then spent a couple of years translating for the Venus Project, an organization that proposes a feasible plan of action for social change. After watching a documentary on food waste, Luana Carretto became an anti-food waste activist. She and her husband, Dennis, began picking up surplus food at 10 local shops and driving it to Amsterdam West to a large group of refugees (We Are Here). Later, Luana collaborated with “Op de Valreep”, a local squat in Amsterdam East with the goal of arranging an alternative food bank. Soon after, she decided that she needed to set up her own organization and with the help of friends and a carrier cycle, she began Taste Before You Waste. Luana, along with her friend, Sophia Bensch, decided to take on the project full time and as of the 10th of February 2016, Taste Before You Waste was registered in the Chamber of Commerce and became an official Foundation. The environmental impacts of food waste are staggering. Food production creates pollution and agricultural problems such as the soil erosion and degradation that happened in America during The 1930’s (known as the Dust Bowl) that left millions starving. The packaging of food is usually plastic which when produced is extremely harmful as well as non-biodegradable. There is also the transport of food by truck and airplane which uses fossil fuels contributing to drilling in our oceans and fracking which pollutes drinking water and destroys ecosystems. When food starts to pile up in landfills, it starts to produce methane which is one of the most dangerous greenhouse gases and has been tied to climate change and the damaging of our ozone layer. “Researchers say that if global food waste was a country, it would be the third largest emitter of greenhouse gases”, says Luana. The social impact of wasting food is also something to be considered. Tristram Stuart, the award-winning author, speaker, and expert on the environmental and social impacts of food waste has written several books on the subject. He says that in a way we are all behaving murderously toward our fellow human being because we buy more than we need and cause starvation among the less fortunate. In a global market, prices are made on the basis of supply and demand. Nations buying more food than they can consume are driving up the price of food which makes it harder for poorer countries to buy food for their people. For example, the Netherlands buys three times more food than they actually need.  In industrialized countries, consumers are the biggest contributors to waste, but that is “not a negative thing” says Luana. “It is good that we are responsible because then we have the power to change it. There are not many things we have control over on an individual level while food waste is one of those things you can have a lot of impact simply by adapting your own behavior.” She adds, “It is very disrespectful to your fellow human being to be throwing away food while there are still people going hungry.” With 38% of food waste in the Netherlands coming from individuals, Taste Before You Waste wants to educate people about the amount of food that is thrown away and how we can prevent it on an individual level. With small changes like cooking smaller portions, using the entire fruit or vegetable (even the uglier parts), and thinking creatively (over ripe fruit is perfect for smoothies), one can promote change in the way we view and consume food. Food is the very basis of life on this planet. Without it, an organism cannot survive and we as humans often forget this. In an age of information, it is getting easier to organize and gather the necessary information to lead a more socially conscious life. Taste Before You Waste is “effective because it is a low threshold for consumers”, Luana says and that it is important that it is “for and by the people”. By simply educating yourself, you can take direct action in this social and environmental movement. Check the website for information on how you can volunteer, donate, attend a workshop or dinner or to find out more about what you can do at home to be a food hero. www.tastebeforeyouwaste.org   Photo: zan van Alderwegen  
Issue #011 Published: 06-02-2017 // Written by: Driekus Goeileven
ADM: Navigating treacherous waters
ADM - out in the industrial wilderness to the west of Amsterdam lies a squatted land, a village some say, in relative freedom from outside interference. About a hundred people live there now, another hundred or so make their lives just outside it’s boundaries. Trees and wildlife have flourished here together with the more human inhabitants. Cultural free-zone, social experiment, last free-haven in Amsterdam, it’s been called many names. But for those living here, the land and the community are simply home. From the original settlement in 1987 until the present day the people that have come to live here share a common history of good and bad times, births and deaths, and all the other stories that make a community. How did this come to pass in this unusual place, what’s up with all the court cases and what about the future? ADM, as we know it today, would not have existed without excessive speculator’s greed and a fair dose of corruption in Amsterdam’s chain of office, back in the days. Without either of these ingredients the 40-something hectares would have been put to industrial use a long time ago. Because of a contract from 1970 worth many millions, as long as the ‘ownership’ is in the hands of people whose greed, by any moral standard, stretches well into the criminal realm*, the current situation isn’t likely to change much - save such naturally occurring mutations and alterations as time deems fit to impose on us, as it does on all the world. ADM is much the same happy little forest-village that it has been for quite some years now. Had it not been for some dark clouds on the horizon, this story would be quite short and rather boring.  Those clouds are coming towards us in the form of court cases, threats of violence and even physical attacks, both on the surrounding wildlife and on the humans that live here. Whether these attacks will some day make life here completely impossible depends entirely, as will be explained below, on the direction of the local political winds. It takes but a single signature to make the value of this land go from say twenty million, up to around one hundred million euro’s. And eviction of ADM very likely. If our municipality were to put all morality and her own financial interests aside and, after nearly 40 years of struggle, finally give in and let our ‘friendly neighbourhood speculator’ have his fifty-odd million (and possibly much more) profit - that would really change things.**  So far, ADM has been able to fend off most of the ‘legal’ attacks on the terrain and its inhabitants, mainly because without special permission by the city council, the terrain can only legally be used for one single purpose. Since it is extremely unlikely there will ever be a need in Amsterdam for that highly defined purpose, the judges have, in a handful of cases over the last couple of years, (rightly) ruled that there isn’t sufficient cause to evict anyone from the terrain. (Since 1970, any ‘owner’ of the terrain is only allowed to use it as a shipyard that very closely resembles the now long-gone ADM-wharf. Needless to say, this restriction makes the land almost valueless- hence the very low price that was payed for it.) As long as the Municipality (or the city council) keeps the ‘owners’ to the contractual constriction, there isn’t much to fear. Although of course lawyers are still expensive***, and there are more useful things to do than defend against what you know to be complete nonsense. (Brandolini’s Law: the amount of energy needed to refute bullshit is an order of magnitude bigger than to produce it.) Those who stand to profit from it would love to see the planning - restriction lifted, and they are doing everything they can (in their own, rather clumsy way)  to make it so. Clumsily, but persistently. It is amazing to see, in this process, how plenty money will motivate some people. The art of lying shamelessly is, apparently, not preserved solely for natural psychopaths. It can be learned. Journalists (right-wing press, at least), bailiffs, lawyers, it seems the presence of (the possibility of) a large amount of money makes them forget even the most basic of ethical insights. Is it any wonder that people with too much money get separated from the rest of humanity, when everyone they meet will so readily give up their moral considerations? Whilst acknowledging the fact that handing out public funds to private entities, criminal or not, is a favorite pastime in certain political circles, we still believe - or want to believe - that there are those in politics who are not corrupt at heart. Who do not wish to subsidize a half or wholly criminal real-estate enterprise with unearned millions. Even (or especially?) if that means ADM will stay just the way it is- apart from naturally occurring changes, of course.  *The same contract states that the terrain can only be sold (back) to the city of Amsterdam. An offer was made constituting a whopping 120% profit for the ‘owner’. It was turned down with the statement that at least 300% profit is expected.  **If the terrain were to be sold back to  Amsterdam that would most likely change things as well. But that would still be preferable to giving about three times Amsterdam’s annual anti-poverty budget to people who need nor deserve that money. ***The basic underlying conflict between Amsterdam and a ‘criminogenous’  real-estate family, this fight over a piece of land that, legally speaking, should have been returned to Amsterdam when the ADM-wharf bankrupted in 1985. Arguably, we have been and still are fighting Amsterdam’s city council’s fight for them. In the next couple of months alone there will be 4 more court cases to fight and pay for.