Recent articles
Issue #010 Published: 18-01-2017 // Written by: AA & Lucas van der Velden
Sonic Acts
Het Sonic Acts festival vind plaats van 23 tm 26 februari 2017 op meerdere lokaties in Amsterdam. We spraken met Lucas van der Velden over het verleden, het heden, alternatief Amsterdam en Virtual Reality. Wanneer en vooral waarom is het festival ontstaan?  De opkomst van betaalbare computers, elektronische instrumenten en nieuwe sensoren veranderden de mogelijkheden voor audiovisuele performers. Sonic Acts werd in 1994 opgericht omdat het destijds ontbrak aan een ‘podium’ voor de interdisciplinaire kunsten.  Het festival begon als een samenwerking van Paradiso en het Conservatorium in Den Haag. En met name de afdelingen interfaculteit beeld en geluid, sonologie en compositie speelden een belangrijke rol in de samenwerking. Ik heb er als student vanuit het conservatorium in 1997 voor het eerst aan meegewerkt. In 2003, een paar jaar na mijn studie ben ik aangesteld als directeur om het festival beter te gaan organiseren.  Ik ken Sonic Acts al vrij lang en voor mijn gevoel is Sonic Acts elk jaar anders is. Kun je iets vertellen over de ontwikkeling van het festival?  Het festival ontwikkeld zich inderdaad voortdurend. We proberen het zoveel mogelijk te gebruiken als een vehikel om nieuwe ideeën uit te proberen. We richten ons op het snijvlak van kunst en wetenschap, op audiovisuele kunsten, op het ondersteunen van kunstenaars in het ontwikkelen van nieuw werk en in het promoten van alternatieve ideeën. Met onze activiteiten willen we makers en denkers ondersteunen en promoten, en een zo groot en divers mogelijk publiek bereiken. Op welk publiek richten jullie je? Sonic Acts is een mix tussen muziek, kunst en verdieping. Onze doelgroep bestaat voor een groot gedeelte uit makers, kunstenaars, denkers en ontwerpers. Maar ook bij het bredere publiek zie je dat steeds meer mensen geïnteresseerd zijn in vernieuwende kunst en muziek.  Kun je iets vertellen over de groei van het festival en de verschillende lokaties? Het festival is in de afgelopen 20 jaar flink gegroeid, in aantal dagen, in omvang van het programma, en ook in diversiteit van het programma. We organiseren een meerdaagse conferentie in De Brakke Grond, een tentoonstelling in Arti et Amicitiae, performances in het Stedelijk museum en Muziekgebouw en muziekavonden in Paradiso en de OT301. Daarnaast zijn er workshops, masterclasses en projecten in de openbare ruimte. Deze opzet heeft enerzijds te maken met de diversiteit van het programma, anderzijds is er ook de nadrukkelijke wens om op meerdere locaties te programmeren. Elke context heeft zijn eigen kwaliteit, geschiedenis, publiek etc. Het gaat ons om de infiltratie van de culturele infrastructuur van de stad. Jullie werken al heel lang met festival thema’s, waarom doen jullie dat precies en hoe bepaal je die thema’s? Het festival had vanaf het begin altijd al een onderwerp of thema, al was dat in het begin nog niet zo uitgesproken. Het manifesteerde zich soms enkel in het onderwerp van een lezing. Vanaf 2003 zijn de thema’s een steeds grotere rol gaan spelen in het ontwikkelen van de festivals. Tegenwoordig werken we met meerjarige onderzoeksgebieden die zorgen voor meer samenhang tussen festival edities en projecten. Het thema voor dit jaar is ‘The Noise Of Being’. Wat kunnen we verwachten qua programmering rond dit thema? In de komende jaren is een belangrijke vraag “wat maakt ons tot mens?”. Hoe verhouden we ons tot onze medemens, maar ook tot alle niet menselijke bewoners van de planeet. Hoe verhouden we ons tot de techniek waarmee we ons in steeds grotere mate omringen, en die ook steeds meer menselijke bezigheden en eigenschappen overneemt. Dus het relateert zowel aan hele abstracte zaken als klimaatverandering, maar ook heel tastbare zaken als werk en hoe we met elkaar omgaan. Hoe alternatief is het Sonic Acts festival? Behoorlijk, we zijn alternatief in de zin dat we met onze festivals en projecten steeds een alternatief proberen te bieden voor wat er om ons heen gebeurd. Om te laten zien dat het ook anders kan. Om dingen te programmeren die anders niet in Amsterdam te zien zijn en om mensen een ander perspectief te bieden. In Amsterdam is de afgelopen jaren denk ik een behoorlijke verarming opgetreden in culturele zin, doordat veel kunstenaars zijn weggetrokken, en initiatieven en organisaties zijn opgedoekt of in zwaar weer verkeren. Daarnaast heeft de stad in toenemende mate last van de torenhoge vastgoedprijzen waardoor het organiseren van niet commerciële activiteiten te duur is geworden. En Amsterdam is een heel nette stad geworden, waar veel niet meer mag of niet meer hoort. Zou Amsterdam een geschikte plek zijn voor een vaste Sonic Acts plek?  Zeker, er is denk ik een tekort aan plekken waar doorlopend alternatieve programmering plaatsvindt. Maar huurprijzen, vergunningen en geluidsisolatie maken het nagenoeg ondenkbaar dat zon plek te realiseren is. Momenteel maken we wel goed gebruik van de mogelijkheid om in Paradiso Noord (Tolhuistuin) maandelijkse programma’s op te zetten. Samen met Lighthouse en Paradiso organiseren we daar Progress Bar, een avond voor avontuurlijk nieuwe muziek en kunst. Hebben jullie nog dromen of wensen voor de komende jaren? Aan plannen en wensen is nooit een gebrek, het is altijd een kwestie van genoeg tijd en geld te organiseren om ze te verwezenlijken.  Sonic Acts is een festival dat aandacht besteed aan techniek, ontwikkeling en experiment. Is het mogelijk dat een festival als Sonic Acts in de toekomst verplaatst wordt van een fysieke plek naar een Virtual Reality environment? Of zie je daar helemaal geen toekomst in?  Er gebeurd online zo vreselijk veel dat je festival virtueel maken niet per se helpt in het bereiken van meer mensen. Wij zetten wel zoveel mogelijk lezingen, registraties, en interviews online zodat onze programmering toegankelijk is en blijft voor een zo groot mogelijk en wereldwijd publiek. VR is zeker interessant en we volgen het op de voet, alleen is ook dat - zoals elke nieuwe technologie - niet een panacee. Juist diversiteit en hybriditeit zijn interessant.  Vind je het belangrijk om als festival politieke of maatschappelijke vraagstukken aan te snijden? Ik denk dat we ons met zijn allen met de grote en kleine vraagstukken moeten bemoeien. Dus zowel zorgdragen dat Amsterdam een rijke alternatieve humuslaag blijft houden als aanvulling op de mainstream, maar we moeten ook denkers en kunstenaars helpen om hun alternatieve ideeën over grote vraagstukken te blijven ontwikkelen. Sonic Acts website Facebook pagina Photo’s: Sonic Acts - Pieter Kers
Issue #010 Published: 14-01-2017 // Written by: Jacqueline Schoemaker
Krokusjes
Ik had moeten doen wat Auggie doet in de film Smoke. Als ik in de 15 jaar dat ik in mijn straat woon elke dag op hetzelfde tijdstip en vanop dezelfde plek een foto had gemaakt, dan had ik kunnen achterhalen waaruit die kleine sluipende veranderingen precies bestaan, wanneer ze begonnen, hoe de plek er eerder had uitgezien. Dan had ik op een bepaald moment iemand mijn albums laten zien waarin ik de duizenden foto’s had bewaard en dan zou die persoon er snel doorheen bladeren en een beetje verbaasd opmerken dat de foto’s allemaal hetzelfde waren, en dan zou ik hem zeggen dat hij langzamer moest bladeren, dat hij niet zijn ogen over meer dan 5000 foto’s hoefde te laten glijden terwijl hij hier met mij aan tafel zat maar dat hij, door vaart te minderen, zou kunnen zien dat ze eigenlijk allemaal verschillend waren. Want je vergeet hoe een voortuin, een gevel, een stoep er heeft uitgezien. Of de stoep 10 jaar geleden breder was dan hij nu is, of juist smaller. Of er meer fietsenrekken stonden, of minder. Je vergeet wanneer de ondergrondse vuilniscontainers kwamen en het beeld verdween van een straat met allemaal vuilniszakken aan de rand van de stoep waaruit je kon afleiden dat het dinsdag was. Of wanneer het renoveren van al die gevels ineens begon – was het eigenlijk wel ineens, een specifiek punt in de tijd, of is het eerder een continue lijn waarvan de oorsprong niet te achterhalen valt en die geen eindpunt heeft? Je vergeet wanneer het was dat de TE KOOP borden massaal aan de ramen van de huizen verschenen, en een tijdje later de meeste borden ook weer verdwenen. Wanneer de bloembakken tegen de gevels werden neergezet, en wat er dan daarvóór stond, of niet stond. Hoe lang het speeltuintje in het midden van de straat er al is, en of het bord ‘verboden te voetballen’ er altijd naast heeft gestaan. En al kijk je elke dag uit het raam, je vergeet hoe de voortuin aan de overkant geleidelijk transformeerde van een plaatsje met bemoste kiezels en wat onkruid waar de bewoners achteloos hun fiets neerzetten tot een geplaveid terras met sierpotten en rieten tuinmeubilair en een strak geverfd hekje eromheen waar op zaterdagochtend de bewoners hun latte drinken en de krant lezen.  Wat ik me wel duidelijk herinner als een specifiek moment in de tijd was de ontruiming van de kraakpanden in de straat, waarin jarenlang mensen hadden gewoond die op geen enkele manier contrasteerden met de andere bewoners. Ze betaalden geen huur, maar daar heb ik nooit iemand een bitter woord over horen zeggen. In die tijd vielen er steeds briefjes in de bus over betogingen tegen het kraakverbod, briefjes over solidariteit en ‘dit niet zomaar over ons heen laten komen’. Bij de ontruimingen werd eerst de hele straat door de ME vakkundig ontdaan van voorbijgangers en mensen die in hun deuropening stonden te kijken. Je kon kiezen tussen naar binnen gaan of de straat uitgeveegd worden. Ik was samen met een aantal andere bewoners naar buiten gegaan, en ik herinner me de onberispelijk rechte lijn van donkerblauw over de volledige breedte van de straat die langzaam vooruit bewoog en alles wat er zich vóór hem bevond, gestaag vooruit duwde. Ik herinner me het zachte tikken van een knuppel tegen mijn billen, niet tegen mijn rug of mijn benen maar mijn billen, en het gemak waarmee ik mijn verontwaardiging onderdrukte: niet achterom kijken, je zult geen gezicht treffen, geen man of vrouw die aanspreekbaar is. Ik herinner me het lange staan in een groepje aan het eind van de straat, de krakers die één voor één uit het huis waar ze woonden werden geplukt en in een gepantserd busje gezet. Ik herinner me de opmerking van een Turkse jongen toen we het hadden over de legitimatieplicht die een tijd geleden – wanneer ook alweer precies? – was ingegaan. Hij verbaasde zich erover dat ik geen identiteitskaart of iets dergelijks bij me droeg. De vlotheid van zijn antwoord op mijn vraag waarom hij dat wel deed: “Oh, voor het preventief fouilleren weet je wel.” Het gemak waarmee ook hij schijnbaar zijn verontwaardiging onderdrukte.  Bij gebrek aan een fotoarchief stel ik me voor dat die ontruimingen, en misschien meer nog de realiteit van het preventief fouilleren in de buurt, een periode inluidden van zware renovaties, van sociale huurwoningen die de koopmarkt op werden gedreven, van de komst van een ‘buurtregisseur’. En van het planten van krokusjes. Te midden van de semipermanente bouwwerf die de straat was geworden – ik kan me de laatste vijf jaar (of zijn het er alweer zeven?) geen moment herinneren dat er geen Dixi wc-huisjes aan de rand van de stoep stonden, soms wel twee of drie tegelijk want elk sloop-, bouw- of zandstraalbedrijf brengt zijn eigen Dixi mee – te midden van die bouwwerf stonden op een voorjaarsdag ineens hele rijen krokusjes onder de heggen naast de stoep, rond het kinderspeelplaatsje en in de strook aarde tussen de fietsenrekken en de straat. Het bleek een initiatief te zijn van een van de bewoonsters, die subsidie had aangevraagd bij het stadsdeel voor een participatieproject, subsidie die ze blijkbaar had gekregen en gedeeld met andere bewoners voor de aanschaf van bloembollen en het gezamenlijk opfleuren van de straat. Mijn voormalige buurman, die een tijdje geleden verhuisde naar het gedeelte van de straat dat voorbij de kruising ligt (waar geen huizen in de steigers staan en de stoep niet is geplaveid met bloemen) vertrouwt me toe dat hij eerder weleens had deelgenomen aan zo’n participatieproject en dat hij dit jaar naar de borrel had willen gaan die daarbij afsluitend wordt gegeven maar dat hij niet was uitgenodigd omdat de subsidie alleen gold voor activiteiten door mensen die in het deel van de straat wonen dat vóór de kruising ligt. Later vielen er andere briefjes in de bus. Acties tegen het kraakverbod maakten plaats voor A4-tjes over overlast van fietsen die her en der op de stoep werden gezet in plaats van in de fietsenrekken of achter het eigen tuinhek. Want de aanblik van die fietsen was rommelig en bovendien moesten de kinderen veilig kunnen spelen in de straat, zo luidde de tekst op een van de manende kopietjes. Ik bedwong de impuls om een briefje terug te schrijven (met een kopie aan iedereen die in het gedeelte van de straat vóór de kruising woont): dat de straat weliswaar redelijk rustig is maar daarom niet verkeersvrij; dat we in een stad wonen en niet in een kinderspeeltuin; dat het aanvaarden van ‘rommel’, van wat de ander doet dat je zelf niet zou doen, een voorwaarde is om te overleven in zo’n straat; en of het eigenlijk wel de kinderen zijn die zo’n last hebben van geparkeerde fietsen op de stoep? … Ik zou als paria door het leven moeten als ik dit soort ideeën bij mijn buren door de brievenbus duwde.  Inmiddels heeft de halfjaarlijkse ‘tuintjesdag’ een heuse folder met kleurenfoto’s: “help mee als oude en nieuwe bewoners met 4000 bloembollen planten in de straat!” Ik weet niet wat ik me moet voorstellen bij ‘oude’ en ‘nieuwe’ bewoners. De enige verschuiving die hier heeft plaatsgevonden, is die van voornamelijk sociale huurwoningen naar een aanzienlijk groter aantal koopwoningen. Zouden die bloembollen serieus bedoeld zijn om wat het stadsdeel verwacht aan mogelijke onvrede tussen huurders (oud?) en kopers (nieuw?) te sussen? Ook met de Nationale Opruimdag is de straat gretig van de partij. De laatste keer zag ik mijn voormalige buurman samen met een paar andere mensen in een fluorescerend geel veiligheidshesje blaadjes en papiertjes van de grond prikken. Ik ontweek zijn blik en maakte dat ik de straat uit kwam. Ik heb het opgegeven om te opperen dat rommelig toch ook zo zijn charme heeft als de zoveelste buurtbewoner uitroept hoe ‘leuk!’ al die bloemetjes zijn, om uit te spreken dat de oprukkende keurigheid een levensstijl oplegt die eigenlijk niet de mijne is als weer eens iemand tevreden keurend midden op de niet-autovrije straat naar een gevel staat te kijken en zegt hoe ‘fijn!’ het is dat alles weer eens in de verf is gezet. ‘Ja, het was wel nodig, die renovatie. Véél beter zo. Ja, het is al zeker 10 jaar niet gebeurd, als het niet al veel langer is.’ Een tijdje geleden reed een Marokkaanse jongen met zijn fiets over de stoep waar ik liep. De jongen reed zo hard over de smalle doorgang dat hij mij als vanzelf tegen een van de goed onderhouden heggetjes duwde. Sweet 15 heeft een krantenwijk en er is niemand die zo dom moet zijn om hem daarbij ook maar iets in de weg te leggen. De vrouw die in het huis achter de heg woont, komt meteen naar buiten en begint hem te manen dat hij niet steeds zijn fiets tegen die heg moet aangooien, dat de heg daaronder lijdt. Dat ik tussen zijn fiets en de heg zit geklemd, lijkt haar niet zo te deren. Ze heeft op een moment gewacht dat ze de jongen niet in haar eentje hoefde te confronteren, een moment waarop een ander slachtoffer van zijn gedrag zich wellicht zou opwerpen als haar bondgenoot. Hij negeert haar volledig. Ook ik negeer haar. Als hij door wil rijden, houd ik zijn bagagedrager vast en probeer hem duidelijk te maken dat hij mij niet zomaar de heg in kan duwen. Hij kijkt om. Bij de aanblik van mijn hand die op zijn bagagedrager rust, knapt er iets in hem. Als een wild paard begint hij aan zijn eigen fiets te snokken, waarbij de zware tas met kranten langzaam van de bagagedrager afglijdt. Hij schreeuwt het uit, van “IK DOE NIETS VERKEERD” tot “JE MAG MIJ NIET AANRAKEN” tot “JE MOEDER IS EEN HOER”. Tussen de gekneusde heg en het bord ‘verboden te voetballen’ schreeuwt en schreeuwt hij met alles wat hij in zich heeft. De buurvrouw is zonder een woord weer naar binnen gegaan. Op het moment dat hij overgaat tot een hysterisch en herhaaldelijk “GA WÈG!” voel ik dat ik hem eigenlijk alleen maar gelijk kan geven. Ik kan me niet verzetten tegen zijn gegil. Een woedend, ongecontroleerd ‘GA WÈG!’, dat is het enige passende antwoord op alle barrières die hem worden opgeworpen. Het antwoord ook op de glimmende tuinhekken en de bloemetjes en de fluorescerende hesjes. Ik zou zo met hem mee kunnen schreeuwen. Ja, we zouden het samen uitgillen, en als woestelingen alle krokussen uit de grond rukken. We zouden de tuinhekken aan stukken slaan, en het rieten tuinmeubilair de openbare stoep opslepen. We zouden zijn stapel kranten op een smeedijzeren tafeltje leggen, zodat iedereen die een exemplaar wilde, er zo een kon nemen. We zouden samen verraden worden door de buren, en de buurtregisseur zou eraan te pas komen, en we zouden ons niets van hem aantrekken, de Marokkaanse jongen en ik.   
Issue #010 Published: 12-01-2017 // Written by: Camille de Wit
The Art of Sustainability or The Art of well-living together!
How art can be a transversal link to question all aspects of the society and support a sustainable change ? This column is a showcase of talented initiatives and reflections about Art and Culture supporting the well-living in a society allowing to “meet the needs of the present without compromising the ability of future generations to meet their own needs” - Brundtland Commission on Environment and Development, 1987 Art Not Oil support!  I interviewed Teresa Borasino, Peruvian artist and activist living in Amsterdam, about the actions of the network she created with others artists and activists called Fossil Free Culture. Artist 100% focus on Climate change issue Teresa Borasino uses different mediums as graphic design, installations and actions alone or collectively. Since 2013, she has been 100% focus on the issue of climate. Before she used to do a lot of art projects with communities and urban issues with a social focus. After researching more on the issue of climate change, she thought that it’s so urgent that she decided to put all her energy to try to contribute to it. She is using her artwork to address this issue and to bring awareness.  Fossil Free Culture, an artistic and active network  Fossil Free Culture (FFC) is an open collective for activists and artists where everyone can join. They research and challenge the museums, galleries or theatres that are being sponsored by fossil fuel companies in the Netherlands. For the fossil fuel company, it’s a way to green wash their image, showing that they are doing something very positive for the society, but at the same time they are destroying the planet through their inherent practice. The network in the Netherlands started after the COP21 in Paris when activists and artists did a project called the Climate game. It was a platform for activists to make visible disobedient actions everywhere in the world to claim climate justice. FFC was inspired by groups, which were doing performances in museums receiving fossil fuel company money as Liberate Tate and others in the world.  Fossil Free Culture does unsolicited performances in Museums, where they are not expected.  They did one performance in the Van Gogh museum last September that got great success, even if the museum didn’t reply to them. They want to organize also more public events as workshops and conferences in cultural spaces that are fossil free, to talk about the subject and to invite artists who are working on that issue.  Their long-term goal is to disentangle cultural institutions and to change the image we have over the fossil fuel companies, firms that are destroying the planet. For example in the Netherlands, Shell is really an appreciated company. Their mid-term goal will be that the museums will drop those sponsorships and that they will create a stronger network with not only individuals but also with cultural institutions who refuse to receive this kind of money. The Weight of fossil fuel companies in sponsoring Culture in NL When Fossil Free Culture (FFC) started to look at this specific sponsorship in the Netherlands, they realised that most of museums receiving this money, especially from Shell are the largest museums in the Netherlands who don’t need money! All the numbers from the budget are not published but FFC could guess in deducing. For example the Van Gogh museum has a yearly budget of 50 million euro. They received 400.000 euros from many private sponsors and so approximately 100.000 euros from Shell only. That it’s not so much for the museum and even more nothing for Shell! With this small amount of money, Shell has his logo in the wall of the museum, and can organize private events in the museum. They gain a lot of good PR by doing this, but paying nothing. It’s a distorted relation.  How can we stop the weight of fossil fuel company? The governments for example, can stop subsiding the fossil companies or tell them to limit their production. Teresa Borasino makes a comparison with what happened with the tobacco industry that changed in a small period of time. The consumer and then the government became aware about the damage of the tobacco so the authority started to taxes more and the firms were not allowed to sponsor sport or cultural events.  Get strengthen together! Sponsorship is an exchange: by receiving money, museums support the sponsor company. To be clear on what they want to support, they should give possibilities to others companies to join as sustainable companies. But are there examples of sustainable sponsorship in cultural sector? FFC is connected with ecological organizations and especially with Fossil Free Netherlands, a worldworld campaign coordinated by the organization 350.org, about disinvestment of public institutions. They ask the big pension funds ABP to disinvest from fossil companies and to reinvest in other more sustainable companies. Trough this partnership FFC get more communication and could even reach the 10.000 views on their videos about the performances in Van Gogh museum. Follow and be engaged in Fossil Free Culture What are their next actions? Usually they keep it secret to get more impact on their actions. But you can note in your agenda that they are invited to participate to the 1st engage art fair in De Balie – Amsterdam, in the 2nd, 3rd and 4th of December. They will live stream something that they will do somewhere else.  On their website, you can commit to their cause and join in different ways. On their Facebook page, you can find more information and inspiration from all over the world. They are really only focus on Art and Oil sponsorship. It’s important for them not too be too wide to be able to be more effective and to be able to celebrate their small victories and thus give it big visibility.  Fossil Free Culture is an open platform, so you are welcomed! You can follow the work from Teresa Borasino on www.teresaborasino.com and Fossil Free Culture on www.fossilfreeculture.nl Camille de Wit /// theartofsustainability.net Illustration: fossil free culture nl  
Issue #010 Published: 05-01-2017 // Written by: AA and the Crowd versus
Crowdfunding for legal action against multinationals Stand together to withstand them
What can you do against big multinationals if they do wrong? How can I stand up against these conglomerates in order to protect environmental, economic and social rights? The Crowd Versus has found the perfect and simple answer: crowdfunding for legal action! Who are The Crowd Versus? We are a crowdfunding platform for targeted legal actions against multinationals – and if necessary governments – that make their profits at the expense of people or nature. You can support our cases by donating money. Our core business – to use a multinational phrase - is to support these cases with money. But of course we also put the spotlights on these cases, to make sure companies can no longer get what they want by working in the shadow. How do you pick your cases? Today Chevron and Monsanto… Tomorrow Facebook or a whole country? Currently we crowdfund versus bee-killing pesticides; Chevron oil spill; Tarsands mining; GMO Corn in Mexico; and Ibutho Coal. This last case concerns opening a large open-cast coal mine in an area where native people live and the world largest concentration of rhino’s is found. We only support NGO’s/nonprofits that are familiar with the case and know the people on behalf of whom the case is set up. If a NGO/nonprofit wants a case to be crowdfunded through The Crowd Versus, we always make sure that such organization is financial solvent. The legal action itself needs to meet criteria like: If successful, does it create a major positive impact, is it feasible, has there been retained knowledgeable counseling for the legal action, and is the case part of a grass roots movement standing up against a powerful party that is clearly involved in an unjust practice. We do these checks carefully, because we want of course to make sure that the crowd supports the right cases. Who are the people behind The Crowd Versus? We were founded by a group of people that believe legal action can be an effective way to make multinationals – and if necessary governments – do the right thing. The people behind The Crowd Versus (formally existing as Grrrowd) have backgrounds in human rights law, green banking, activism and enterprise. A year ago, four concerned marketing and communications bureaus from Amsterdam joined us, by helping The Crowd Versus with their communication and marketing. We currently have 7 people involved dedicating part of their free time to The Crowd Versus. And there is room for more people! So if you want to join and help: please do! But big companies have deep pockets. How can you win a case? Chevron for instance already spent more than a billion on legal fees, because they don’t want to pay for their pollution in Ecuador. Monsanto and friends already spent hundreds of millions to grow GMO Crops all over the world. How can you withstand them? You are right. These companies do have lots of money, but they don’t have a crowd. Don’t get me wrong here, it’s not easy. But look at Mexico: when Monsanto and friends tried to lobby their GMO Corn into Mexico by growing it under scientific flag on “a small scale”, legal action of the local people did result in a temporary ban on GMO Corn until court decides on whether GMO Corn will be allowed. By bringing the case to court, 8000 native corn crops have been protected for now! But it’s not only legal action against companies. Sometimes legal action against governments can be more useful. If a government is forced to make the right rules or to act according to the law, the companies should adapt and they can adapt quickly. An example of a case we support against a government is The Crowd versus Tarsands Mining (oilsands mining). The Canadian Taiga, the world largest boreal forest (nearly the size of Switzerland) holding the world’s largest carbon sink, is threatened by the Tarsands Mining Companies. Also threatened are the traditional lives of the inhabitants. Instead of fighting a single oil company like Shell or Exxon, the Indigenous Indians are accusing the governments of Canada and Alberta for breaking their treaty promises by allowing thousands of permits for destructive tarsands developments on their territory. In 1876, the Canadian Crown promised the First Nations that in exchange for sharing their lands and keeping the peace, they could keep their way of life, culture and the right to “hunt, fish, trap in perpetuity”. Now with Trump in the White house, issues like climate change won’t be resolved. That’s not good news. Amidst all the disbelief, shock and fear, I heard also a sound: “unite now, start a movement, that’s what you can do”. The Crowd Versus can be part of this movement. We can make multinationals and governments obey the law, despite whatever horrible things this angry man in the White House calls out against women, climate and “the other”. The Cases seem to be all about energy and food. Is there more?  Well, unfortunately, social, economically and environmental issues often go hand in hand. So yes, there is much more. And the cases we support provide a solution for this. That’s why we set up this thing! What’s the most recent case you started? The Crowd Versus Bee-Killing Pesticides. We are crowdfunding 8750 euro for a legal intervention before the General Court of the European Union to support a EU-wide ban of bee-harming pesticides that came into force in 2013. Now, the producers of these pesticides, Syngenta and Bayer, want to overturn this ban before the General Court. We just began raising the money and already have got 10% of the money we aim for. The trial will take place in the first quarter of 2017, so we have 2 months left. It would be great though, if we reach the target far before Christmas! How does it work if I want to support a case? Well, we crowdfund money for targeted legal action, so just go onto our website and donate for the case you want to support. You can also help by sharing the case on social media and liking us on Facebook. Invite all your friends to do the same. That’s what we want: our crowd to help the crowd to become a bigger crowd, so the lawsuits will be financially backed by more and more people. And how can people support The Crowd Versus? To help the crowd growing, you can help us by actively liking and sharing our news on Facebook, retweet in Twitter, forward and of course subscribe to our newsletter and forward any news around our cases to your friends. But you can also help by joining the communication team. We need people to cover the social media, to follow case news and help produce content and to help translating content into French, Spanish or German. We are also looking for “country leaders”, people that can activate The Crowd Versus in their country of origin (Germany, France, Belgium, Spain, UK, Zimbabwe, Mexico, Iceland etc.) We can pay the central communication person who makes the content and covers the social media actively a small percentage of the donations. The same goes for the “country leaders”, but it will certainly take time before these payments can add up to a “standard” hourly fee. For the technical aspect we are currently looking for a video editor to help with videos for new cases. So, if you are going to succeed, a new multinational is born? Well, let’s put it this way: not a multinational that is working for profit, but for justice! We are a “stichting” so our goal is not to make money! We will not be the next NGO like Greenpeace, Oxfam or Amnesty, who are by the way doing great work! We are the new facilitating platform that helps NGO’s raising money for legal action against those making profits at the expense of the environment or humanity as a whole. And hopefully The Crowd will become bigger and bigger, so we can support more the cases better and better.  www.thecrowdversus.org info@thecrowdversus.org The crowd versus on facebook Illustration: Le poisson
Issue #010 Published: 03-01-2017 // Written by: AA + Martijn de Jonge
Amsterdam RAW! 1977-1982
Een foto boek van Martijn de Jonge over de turbulente tijd door opkomst kraakbeweging, verpaupering en punk. In 1976 kwam ik in Amsterdam wonen op de Zilverberg, ik volgde maatschappelijk werk aan de Sociale Academie. Vanaf 1977 werd ik meegesleurd in de eerste punkgolf met legendarische concerten van Blondie, Stranglers en The Clash. Obscure punkblaadjes plaatste mijn foto’s, de start van een gevarieerde fotografie loopbaan. Nadat ook de eerste Nederlandse punkgolf een feit was met festivals en kleine lokale doorbraken kwam het kraken in zicht. Vele verpauperde buurten werden tijdelijk opgeknapt door woningzoekende studenten en jongeren. Zelf nog steeds wonend op de Zilverberg ging ik vaak mee met groepsgenoten om als fotograaf leegstand te fotograferen. Vandaar was de stap naar groter actiewerk snel gemaakt. Aanvankelijk voor bladen uit de sociale sector, later ook voor dagbladen als het Parool en al snel voor kraakblad Bluf! Daar werkte ik samen met Wijnand Duyvedak die als hoofdredacteur werkte. In 1982 werd de muziek-fotografie minder leuk: steeds meer regels en beperkingen kwamen in zwang terwijl het nieuwe- en frisse van Punk en New Wave er wel af was. Tegelijkertijd raakte de Kraakbeweging verdeeld en haakten veel mensen af na de rellen rond de Lucky Luijk. Daarbij brandde een tram af en werden arrestanten rücksichtloos in arrestantenbussen gemept om in de cel te belanden. Mensen stopten met massale acties en gingen in kleinere groepjes aan de gang, de tijd van grote panden kraken was voorbij. In die periode van 5 jaar heb ik veel mee gemaakt en gefotografeerd: een weekendje Bijlmerbajes, op bezoek bij de Hells Angels, vele rellen en vele concerten van grote en kleine groepen.  Het was een tijd zonder internet of sociale media: je mening spoot je op de muur of kalkte je op een spandoek. Een oude melkkar op de foto vormt zo een historisch moment, evenals een houten schutting met daarop dreigend: Wie hier nog eenmaal een fiets jat sla ik helemaal verrot! Een feitelijke dreigkreet zonder waarde want wie jat er nu een fiets terwijl er iemand toekijkt? ’t Is meer een uiting van onmacht en die was van vele muren, affiches en kraakpanden te lezen. Het was begin jaren tachtig, met veel werklozen, bezuinigingen en een regering van VVD en CDA geen pretje, zeker niet met Wiegel en Van Agt aan het stuur. Opvallend is hoe verpauperd de stad er bij lag. Afgezien van enkele jaren zestig mega-projecten als Maupoleum en Wibaustraat waren er hele blokken dichtgetimmerd, de Jordaan was vervallen. Rond de Nieuwmarkt waren jarenland gapende gaten na de sloop voor de metro-aanleg, de oude haven liep leeg.  Gezien de woningnood was het niet vreemd dat bouwvallen en lege kantoren open gebroken werden en nog jaren bewoond werden. Hele generaties hebben in Indische buurt, Staatsliedenbuurt of Oostelijk Havengebied gewoond in een kraakpand.    Een boek met ruim 160 foto’s. Prijs 30 euro (+ verzendkosten). Bestellen via mrjonge@xs4all.nl Meer info: www.martijndejonge.nl