Issue #019 Published: 26-08-2018 // Written by: Klaar vd Lippe

Book review: Richard Sennett: Building and Dwelling: Ethics for the City, feb 2018

In een boek over de stad verwacht je te lezen over bouwen en masterplannen. Over hypotheken en inkomens. Gewend als we zijn aan lofzangen op de metropool en internationale successtad. 
Sennett ziet het anders. Juist door die focus op bouwen en direct succes worden steden meer en meer gesloten. Complexiteit wordt uitgebannen ten faveure van een markt of plan gedreven structuur. In de gesloten stad moeten mensen zich voegen naar het plan.
De stad is voor Sennett behalve een plaats, ook een mentaliteit. Stedeling zijn vereist dat je kunt omgaan met verschil. In cultuur, in mentaliteit, in klasse. In zijn vertoog wandel je over drukke pleinen met ontheemden en nieuwkomers. Elegant en erudiet neemt hij je mee langs zijn eigen mislukte projecten, geslaagde migranten samenlevingen en gidst je door de geschiedenis van steden en denken over stedelijkheid. Om uiteindelijk uit te komen bij een pleidooi voor een open en menselijke stad. Een open stad die ruimte geeft om een stedelijke mentaliteit te laten gedijen.  

Als tegenhanger van grote gebaren van grote mannen onderzoekt Sennett de praktijk van gedrag in de stad. Hij richt zich op de kunst van het samenleven als mogelijk vormgevend principe. Hij draait daarom het ontwerp proces om en onderzoekt welke gewoontes en technieken de mens hanteert om zich thuis te leren voelen. Zou je die strategieën  kunnen gebruiken om steden te maken die daarom meer open zijn, meer geschikt om het stedelijke te faciliteren? 
De stad staat voor hem ten dienste van de mens en haar diepe verlangen een plaats te vinden. Klinkt hier: locatie, locatie locatie, bij Sennett is het: plaats, plaats, plaats. Opvallend is de rol van de publieke ruimte als plek voor menselijk handelen. Lopen, kijken, verkopen zitten, spreken. Het stedelijke ontstaat en kristalliseert daar waar verschillen ontmoeten.
Het boek is een eerbetoon aan de anonieme stadmaker die zijn habitat met bescheiden middelen vormgeeft. Volhardend en inventief. Een eerbetoon ook aan de dappere ontheemde die denkkracht inzet om opnieuw thuis te komen. Zonder nostalgie durft te leven. 
Hij gebruikt zijn persoonlijke ervaringen als maker, als mens en als waarnemer. Zelfs zijn revalidatie na een beroerte, voorzichtig wandelend over de Kantstrasse in Berlijn, is een actief proces van waarnemen, verbinden en begrijpen. 

Transformaties
Sennett laat zien hoe de grote wereldsteden veranderden door ingrepen van ingenieurs en architecten. De begintijd van deze discipline leidt tot fascinerende transformaties. Londen wordt door een nieuwe techniek, het ondergronds riool, die zorgt dat  besmettelijke ziektes afnemen een veel gezondere omgeving. In Parijs breekt architect Hausmann grote delen van de oude stad af om plaats te maken voor boulevards om ruimte te geven aan transport. Nodig omdat bij de recente opstanden de nauwe straten gemakkelijk met gewoon huisraad gebarricadeerd konden worden. Over de nieuwe Allees kunnen de kanonnen snel van plek naar plek gebracht worden. De burgerij vindt de nieuwe ruimte prachtig en laat zich zien in de grote lichte cafe´s op de straathoeken. In Barcelona ontwerpt Cerdá voor stads uitbreiding Eixámple een nieuw type bouwblok. Flexibel en veranderings bestendig om de nieuwe stad structureel flexibel en sociaal  gevarieerd te maken. 
In New York wordt het concept multiculturele melting pot vorm gegeven door het Central Park. Een ontspannings plek waar mensen met verschillende achtergronden in een fantasie landschap aan elkaar kunnen wennen.

Stedelijk leven
Niet alleen de fysieke ruimte verandert. Het heeft effect op hoe we onszelf zien. Stedelijk leven, een stadsmens zijn wordt een manier van leven. De massale aanwezigheid van mensen vraagt om andere manieren van elkaar benaderen en ruimte geven. Anonimiteit is een nieuwe ervaring.  
Zo goed en groot als de prille stedenbouw was, wordt het nooit meer. De pretenties en ambities kunnen we in principe nu nog in stedenbouw herkennen. Alleen is de stad en de maatschappij eindeloos meer complex geworden en leidt het nu tot een rigide en gesloten stad. 

Sennett toont ons Nehru place, Dehli, India, waar een middelbare heer gestolen Iphones vanachter een kartonnen doos verkoopt. Trots op de plek op de markt die hij verovert heeft. Met niets begonnen, nu een huis en een gezin met studerende kinderen. Van het platteland naar een precair maar beloftevol bestaan. In Shanghai de shikumen, de traditionele hofjes van burengemeenschap. Gesloopt voor hoogbouw met in de plint een shikumen replica, waar nietl anger buren maar jonge professionals de ruimte delen. Open structuren zijn vervangen door gesloten systeembouw. Een open stad accepteert verschil, een gesloten stad heeft er geen plaats voor. 

Omgaan met verschil is het lot van de stedeling. Hoe doen we dat? Moeten we van Sennett allemaal liefhebbende buren worden. Jawel, maar buren in de zin van filosoof Levinas zegt Sennett. Iemand met wie je je verwant voelt, maar niet samenvalt. Een goede stedeling worden is ook een techniek. Gebruik je zintuigen. Wandel, oefen jezelf in het spreken met vreemden. Accepteer dat je thuis komen kunt leren. 

Open Amsterdam?
De schrijfster activiste Jane Jacobs vroeg hem toen hij kritiek had op haar verlangen oude wijken in New York te behouden en nieuwbouw te verwerpen: Richard, wat zou jij dan doen. Het boek is daar op een bepaalde manier een antwoord op. Komt hij uiteindelijk met een groot plan? Een grande design?  Integendeel. Na de analyse hoe mensbeeld en menselijk gedrag op elkaar inwerken komt hij met een korte lijst ruimtelijke ingrediënten en een aantal technieken hoe je samen leert maken. Meer niet. Toch is dat een belangrijke opdracht aan de lezer. Jij maakt de stad, door je te gedragen als een stedeling, 

Nieuwe linkse stadsregering: lees dit boek. Deel het uit aan je ambtenaren. Het inspireert en geeft hoop. Voorkom dat Amsterdam zich nog meer sluit. Misschien kan stadmaken wel helemaal anders. 

Richard Sennett (1943) is socioloog en stedenbouwer en doceert aan NYU en London School of Economiscs and Politics. 
• University Professor of the Humanities, New York University 
• Professor of Sociology, the London School of Economics and Political Science 

Building and Dwelling: Ethics for the City Is het derde boek in de serie over de makende mens, homo faber. Het gaat over de mens als plaatsmaker. In dubbele zin. Van de stad en het thuis. 

Het eerste ‘Samen’ gaat over omgaan met elkaar. Het tweede, De Ambachtsman’, over vakmanschap en samenwerken en leren.

Het is, desgevraagd, het laatste boek dat hij zal schrijven. Misschien, aarzelde hij, volgt er nog één over cello spelen, zijn eerste beroep.