Issue #018 Published: 20-06-2018 // Written by: Stella Legioen

GESCHWISTER Voor Hannah van Binsbergen

Het einde van de wereld gaat niet over één nacht vuur.
We fietsen langs brandende barricades over gebroken glas en stenen
en krijgen, god zij met ons, geen lekke banden. We lenen
onze bivakmutsen uit aan broeders en zusters van de nacht.
U vraagt me wat vakantie is? Hamburg, 2017.

Een meisje met opgetekende wenkbrauwen sloopt met opgeheven vuistje
de sigarettenautomaat van naast de Rote Flora. Een jong koppel
gooit een blusdeken over hun ontlaakte kliko. Mijn vrienden in het zwart
gooien gestolen champagneflessen naar de agenten en we duiken voor een
stenenregen, er waait traangaas en ik moet huilen van, wat, geluk?

Een zwarte handschoen in het donker. Ogen van onder een balaclava. Ik hoor sirenes
en maar één ding: ik ben er, Mokum. Niemand hier geeft om zijn eigen geluk.
Wie valt krijgt vijf handen toegereikt, en wie tussen onze armen doorglipt
wordt in een politiebusje gegooid en verteld: “Jij en wij hebben twee dingen
gemeen: we dragen zwart en plegen geweld.” Blote vuisten volgen. Het beurse lichaam

afgedankt. Maar ik moet niet te zwaarmoedig worden want dan haakt u, lieve lezer,
wellicht af. Mitch is dood, Peike zit, smeris gaat vrijuit, maar wat kunnen we
er nog aan doen. De jaren zestig zijn voorbij en niemand heeft nog zin om MP5’s af te gaan
stoffen. Ze noemen mij Ulrike want ik schop wel eens tegen een steen. Ulrike
met haar typemachine. Ik neem u niets kwalijk ook. Verzet is een verroestte term.

We zitten thuis aan de keukentafel. Je schenkt wijn in en ik schrijf dit gedicht.
Mijn kat klimt op mijn schouders en geeft mijn hoofd een kopje. Als ik goed luister
hoor ik helicopters circuleren. Die doen me altijd even denken aan het Schanzenviertel.
“Wat denk jij lieverd, wachten we op de apocalyps of breken we nu alvast de wereld af?”
Je weet het niet. Zet je koptelefoon op. Luistert naar Rio Reiser, die zingt:

“Der Traum ist aus. Aber ich werde alles geben, daß er Wirklichkeit wird.”



Stella Legioen (1994, Zeeland) is een roodgelippenstifte relschopper. Ze schreef op jonge leeftijd al poëzie maar verruilde die mettertijd voor politiek radicalisme. Zoals dat gaat binnen de noodwendigheid verwelkomde ze de poëzie laatst terug in haar kast vol kunst en kunde. Van beroep is zij grafisch ontwerper, als dilettantisme zingt ze liederen van Schubert, maar haar roeping is de barricade.