Article index
Issue #014 articles

Through this index panel you can filter the articles from every published news paper + the online only articles. click on on of the issue numbers below to select the issue you would like to view. click on an article block to view full text.

Issue #014: Sept-OctIssue #013: June-July 2017Issue #012: April-May 2017Issue #011: Feb-Mar 2017Issue #010: Dec-Jan 16/17Issue #009: Oct-Nov 2016Issue #008: Aug-Sept 2016Issue #007: May-June 2016Issue #006: Mar-Apr 2016Issue #005: Jan-Feb 2016Issue #004: Nov-Dec 2015Issue #003: Sept-Oct 2015Issue #002: Jul-Aug 2015Issue #001: June 2015Online only

Issue #014 Published: 19-10-2017 // Written by: katerina Gladkova
A fading sheet of yellowish thin paper with corners curling inwards snagged my eye. It was sloppily glued to the abrasive surface of the bridge facing Brouwerij’t IJ. Four brisk lines of text titled “A Moment For Shitty Poetry”. Four intentionally mawkish, almost childish descriptions of the anguish of not being around your loved one provoked a smile. I came across it in early July. I came back two weeks later. It was gone, any conspicuous traces of it vanished. Moments for poetry are ephemeral.  Those lines made me think – how many more flimsy looking, battered sheets of paper are peppered around the city? Certainly more than one. Do they change our experience of poetry? Certainly they do.  An obvious impulse to Google revealed Straatpoezie platform, created by Kila van der Starre, a PhD researcher from the University of Utrecht. The platform has accumulated an astonishing number of street poems through crowdsourcing – 1353 so far and still counting. Around 115 of them are verses scattered around the landscape of Amsterdam, displayed from buildings, streetlamps, and bridges.  Kila has been stumbling across poetry in the streets of the Netherlands and Flanders for as long as she can remember. She discovered that encountering poems in public places is the third most common way to experience poetry among Dutch adults, right after special events and television. But despite its ubiquity, street poetry has never been traced, documented or collected. Kila resolved to fill this void by creating as a part of her research project on ‘poetry off the page’ and the website was launched during the National Poetry Week in January 2017.  Street poetry is a bemusing phenomenon. “It pops up in the most unexpected places and it’s not always clear who placed the text in our public area, or even who wrote the text,” – says Kila. With some associating it with the worlds of rebellious performance or music, others labeling it ‘accessible art’, the exercise of shrinking its kaleidoscopic nature into one definition proves to be futile. Straatpoezie website opts for an all-encompassing umbrella term, diluting labels with inclusivity: “street poetry is written poetry placed in public space. This means that the text must be accessible day and night”. The definition is stretched even further as it is left up to the community to establish whether the work they are confronted with is poetry or not – depending on the cultural, historical, social and institutional context of the text. Thus far Straatpoezie features poems by canonical authors (Ida Gerhardt, Ingmar Heytze, J.J. Slauerhoff, Joke van Leeuwen, Lucebert and Rutger Kopland) rubbing shoulders with poems by unknown talents and even song lyrics. Street poetry is a genre that sweeps across other cultural and social phenomena. Kila points out that poems are part of our literary heritage that has not been archived.  They are also a form of art, equal to poems that beam at us from books or that we see performed on stage. Kila explains that poetry in book form has eclipsed other forms of poetry expression: “all poetry prizes go to books, all poetry reviews are written about books, all poetry funding goes to poets who write books. But the book is not the only way in which poetry exists. In fact, empirical research shows most people experience poetry outside of books: during special occasions, on tv, on social media, in newspapers, on the radio, in public areas and so on.” And even beyond the book the means of poetry circulation are staggeringly versatile. Along with the more recognized ones – posters, plaques on houses, glass etchings – Straatpoezie introduces counterintuitive spots for creativity outpouring. Be it a stanza stretching across someone’s window; a ribbon of words meandering around a building defying the laws of verse; a poem craftily engraved into a seat or a drinking fountain stand – poem locations are competing with the lushness of language in ingenuity. Finally, street poems might as well be a subversive vehicle for protest. “The slogan ‘La poésie est dans la rue’ was written on walls in France in the sixties and in 2013 it was used again during protests in Turkey. Some graffiti artists can also be seen as protest street poets, such as Laser 3.14 in Amsterdam,” – remarks Kila.  Critics might decry street poetry as vandalism and hide it from public gaze by removing poems or painting over them. Kila agrees that in theory “painting, spraying or placing poetry in any other way on a wall, window, pavement or any other piece of public area without consent is vandalism”. But the public consciousness of the literary community slowly starts waking up to the realisation that street poetry should be respected and preserved as an integral part of our literary heritage, rather than cracked down upon – a transformation akin to the debate on street art in the art world.  I skip back to my undocumented “Moment For Shitty Poetry”. Although just for a couple of weeks, it refashioned the surrounding public space with its presence. Kila suggests that it is a unique type of language without a hint of capitalistic function: “I would say our public area is the most diverse poetry anthology you can walk through. And it’s free for everyone!” Ultimately, its aim is not sell, offer, persuade or bend our wills. Street poetry exists in its own poetic vacuum of visceral emotion and contemplation, igniting thinking and oiling the wheels of reflection. It celebrates the diversity of languages, styles, themes and lengths. Look out for your own moment of poetry, in whatever shape and form. And do not forget to add it to the Straatpoezie map. 
Issue #014 Published: 05-10-2017 // Written by: Jacqueline Schoemaker
Als je ergens iets leest of hoort over bottom-up initiatieven, dan zijn het altijd ‘burgers’ die het initiatief nemen, nooit ‘mensen’. En een burger is een wezen dat per definitie in relatie staat tot de overheid. Bottom-up initiatieven zijn dus aan de (lokale) overheid verbonden, ze beginnen bij individuele burgers en bewegen zich, zoals het samengestelde woord zegt, ‘up’, richting overheid. Er hangt vaak een zweem van onafhankelijkheid, van vrijheid, rond het in bezit genomen stukje land of het kleinschalige buurtfestival, maar een initiatief dat in zijn kiem een beweging ‘up’ meedraagt, is vanaf zijn ontstaan – of toch vanaf het moment dat de participatiemakelaar er lucht van krijgt – al bezig om onherroepelijk ingekapseld te worden in een of andere vorm van beleid. Overheden zijn dan ook verzot op bottom-up initiatieven. Ze hoeven er niets voor te doen. Burgers komen er vanzelf mee aanzetten. Ideeën voor lokale beleidsvoering, die ook nog eens voortkomen uit wat de bewoners ‘echt willen’, worden hen aangereikt op een presenteerblaadje. En omdat het meestal om sympathie-wekkende acties en evenementen gaat, zoals buurtmoestuinen, local food festivalletjes of pop-up koffiebars, kunnen de rest van de burgers – degenen die zich niet actief organiseren in de buurt – er maar weinig tegenin brengen.  Een ander voordeel dat het bottom-up initiatief met zich meebrengt voor de overheid, is dat het een vorm van controle over de publieke ruimte biedt. Want waar een moestuin is, of een koffiebar, is in elk geval geen onbestemd en dus ‘mogelijk gevaarlijk’ terrein. Bottom-up initiatieven zorgen ervoor dat de publieke ruimte minder publiek wordt, d.w.z. minder toegankelijk voor iedereen. Als een groep mensen ingrijpt in de openbare ruimte om ergens bijvoorbeeld een ontmoetingspaviljoen met koffie te realiseren, is die ruimte niet langer werkelijk openbaar maar heeft hij een doel, is hij ingebed in een georganiseerd geheel.  Dat deze plekken worden afgesloten voor activiteiten die doorgaans door de overheid als ‘niet wenselijk’ worden beschouwd (zoals zomaar wat rondhangen of bier drinken dat je niet op een terras maar in de supermarkt hebt gekocht), is natuurlijk geen toeval. Want wie bepaalt welke activiteiten wel en welke niet mogen worden uitgevoerd op een bepaalde plek, en door welke groep burgers? Juist, de overheid. Een bottom-up initiatief is geen actie van een groep mensen die hoe dan ook, met of zonder instemming van de overheid, plaatsvindt. Dat is eerder een vrijplaats. Nee, voor een bottom-up initiatief is altijd toestemming van de overheid nodig. Zo wordt een bottom-up initiatief per definitie gesanctioneerd door de overheid. En zo zien we dat er van een terugtredende overheid ten behoeve van een grotere ‘participatie’ van burgers eigenlijk geen sprake is. Integendeel, burgers worden door middel van hun zelf aangedragen initiatieven voor het karretje gespannen van het beleid. Inmiddels is het fenomeen van het bottom-up initiatief zelf onderwerp geworden van urban studies, stedelijke innovatiestrategieën en beleidsonderzoek, en is er een nieuwe beroepsgroep ontstaan: de stadmaker. Stadmakers initiëren bottom-up initiatieven en genereren aandacht voor een kleinschalige, betrokken manier van organiseren. Samen met (lokale) overheden onderzoeken zij hun eigen strategieën, een praktijk die op zijn beurt terminologie als innovatie, inspiratie, best practices, communities, empowerment enz. in het zonnetje zet, terminologie die naadloos aansluit bij de top-down beweging waarmee de overheid burgers wil verleiden ‘mee te doen’. Maar hoeveel mensen in een buurt doen er eigenlijk mee aan het ‘redden’ van de publieke ruimte? En hoe zit het met al die anderen, degenen die niet meedoen, die zichzelf geen ‘actieve burgers’ noemen? Hoe zit het met de mensen die liever nog wat onbestemde ruimte overhouden in hun buurt? De mensen die gewoon wat willen rondhangen, of hun bier drinken zonder meer? En de mensen die zich organiseren omdat ze samen iets willen doen, en die er voor waken dat het georganiseerde zich ‘up’ beweegt, de mensen die strijden voor het ‘bottom to stay bottom’ initiatief? Hoe zit het met de mensen die gewoon iets doen, ergens in de stad, en geen overheid die er iets mee te maken heeft? Photo: Jacqueline Schoemaker
Issue #014 Published: 30-09-2017 // Written by: Bart Stuart en Klaar vd Lippe
Aan de noordelijke IJ-oever ligt de voormalige scheepswerf NDSM. Vanaf het centraal station is het 10 minuten op de pont. Het water is altijd een psychologische grens. De plek voelt ver weg, maar is dichtbij.  Tot in de jaren ‘80 werden hier de grootste zeeschepen voor o.a. de Koninklijke Shell gemaakt, de mammoet tankers. Tijdens de bloeitijd werkten hier 9000 mensen. De NDSM was een staatsbedrijf, een afgesloten terrein. Je had er als buitenstaander niks te zoeken. Het industriële complex van grote loodsen, hellingbanen en een kraan raakte in ongebruik nadat in 1983 het doek viel voor de scheepsbouw. Duizenden mensen werden werkeloos. Het werd stil op de werf, de hellingen bleven leeg. Daarna brak er een interessante periode aan. Het gebied verwilderde en obscure autohandelaren, boefjes en scharrelaars namen bezit van het terrein en de lege ruimtes. Spontane ontwikkeling zonder plan of toestemming. De ‘X helling’ is een hellingbaan gelegen aan de voet van de kraan. In die ruimtes van de X helling zaten vanaf 1993 scharrelaars, ambachtsmensen en kunstenaars zoals wij. Zonder beleid, zonder subsidie, hielden zij in zelfbeheer het gebouw overeind. Een culturele vrijplaats met eigen ballotage, zelfbeheer van buitenruimte. We legden zelf de stroom aan, riolering en water. We betaalden huur aan een beheerstichting voor de door onszelf opgeknapte ruimtes. In 2000 ontwikkelde de gemeente haar broedplaatsenbeleid, en de NDSM werd het ‘flagship’. In een grote loods ontstonden creatieve en betaalbare werkruimtes, eerst bevolkt door ambachtsmensen en kunstenaars, die de ruimtes merendeels zelf bouwden, en nu door creatieve ondernemers, juristen, adviseurs, kortom, de creatieve klasse. Het verhaal van Richard Florida kreeg hier gestalte. Het state-led gentrification process dat actief werd ingezet vanaf 2004 drukt arme mensen en kwetsbare ondernemers zonder pardon weg. Wij blijven in de X helling nog enkele jaren buiten schot maar het is wreed om hier als buren getuige van te zijn. Festivals worden steeds commerciëler en grootschaliger. De kraan is met overheidssubsidie herontwikkeld en geprivatiseerd tot een luxehotel (vanaf 400 euro per nacht). Inmiddels is hier het privatiseren van openbare ruimte een understatement. Underground en subcultuur hebben grote moeite om stand te houden. Het experiment verdwijnt en het ruige, wilde gebied wordt aangeharkt.  Er komt vanuit de provincie subsidie voor betonherstel aan ons gebouw, we worden ‘een project’ van ambtenaren. Dan krijgt alles opeens een andere dynamiek. Het op eigen initiatief gemaakte creatieve gebied was in ‘de tussentijd’ eerst gewenst als aanjager voor de commerciële gebiedsontwikkeling, en later werd het alleen nog gedoogd. Nu moeten de ambachtsmensen en kunstenaars ruimte maken voor de “echte” creatieve stad, een hogere klasse die meer kan betalen en dus voldoet aan het profiel van de nieuwe stedeling. Ook Amsterdam Noord is inmiddels het centrum geworden. Met de hoogste grondprijzen en artist impressions van hippe mensen die koffie drinken.  In de zomer van 2017 wordt op het nippertje voorkomen dat we eruit worden gegooid door een interventie van de gemeenteraad. De ambtenaren hebben achter de schermen afspraken gemaakt met marktpartijen voor de commerciële ontwikkeling van ons gebouw. Dat gaat nu ook de raadsleden te ver. Tegen alle verwachtingen in wordt eind juli 2017 de motie met een overtuigende meerderheid aangenomen dat de X helling een vrijplaats moet blijven. “De pioniers die zijn overgebleven moeten we behouden omdat ze bij een echte stad horen,” was een van de overwegingen.  We zijn blij dat er aandacht is voor ons! Tegelijkertijd dienen er een aantal rechtszaken in de stad over de ADM. Ook die rafelrand moet verdwijnen. Oprichting R>A>M>P>  Van ons verblijf op de NDSM in the extra time maken we een studie hoe dat we dit beleven en ondergaan. Post-gentrification action research noemen we dit. We hebben de afgelopen 20 jaar een enorm archief aangelegd van alle stedenbouwkundige plannen, artist impressions en ontwikkelbrochures met NDSM vastgoed porno. Dat archief gaan we publiek maken en actief delen, ook als wetenschappelijke bron. In het najaar start een programma in onze werkruimte waarbij we wetenschappers en internationale gasten laten reflecteren op dit proces. Wat gebeurt er na de gentrificatie met de leefkwaliteit van het gebied? Kan cultuur een blijvende rol spelen? Ook willen we onze eigen aanwezigheid kritisch onder de loep nemen. Het kwam allemaal zover omdat kunstenaars het zo leuk hebben gemaakt. Daardoor zijn de grondprijzen gestegen, toch? Hoe onze toekomst hier eruit ziet weten we niet. De rafelrand die we ooit hebben ervaren is ingesloten door het grootkapitaal. De stad heeft de vrije geest ingewisseld voor de vrije markt en is een bedrijf geworden met corporate strategy cityplanning.  De ontwikkeling stopt niet. Richting Zaanstad, voorheen industrie en ‘achterland’, wordt door het huidige bestuur van de stad een nieuwe ontwikkelingsstrategie gemaakt: ‘Havenstad’. Daarin neemt de NDSM aan de rand van dit plan een bescheiden plek in, het gaat hier vooral over hoogstedelijk wonen: 70.000 huizen in de omliggende gebieden. We zien vooral ‘corporate vastgoed strategieën’ voor luxe woongebieden en gated communities. Waar in dit plan zit het alternatieve Amsterdam, het Amsterdam waar sinds de Gouden Eeuw altijd de culturele impulsen uit zijn voortgekomen die onze stad bijzonder en specifiek maken? Of is de tussentijd de eindtijd gebleken voor cultureel Amsterdam?   R>A>M>P post gentrification action research Bart Stuart en Klaar van der Lippe. X helling NDSM contact: Photos: Philippe Velez McIntyre, B+K
Issue #014 Published: 27-09-2017 // Written by: katerina Gladkova
Four documentaries, each of them unique in style and technique, were screened at De Uitkijk cinema on July 31 as part of a collaboration between Bosnian cinema Kriterion Sarajevo and the Young Urban Achievers Foundation. Queer Sarajevo Festival (2008), Queer React (2015), I know what you are but what am I (2016) and Neizgovoreno (Unspoken) (2016) took the viewers right into the controversy-ridden journey that life represents for any LGBTIQ individual in the conservative climate of Bosnia & Herzegovina.  The first two films, Queer Sarajevo Festival and Queer React, laid bare the social fabric of Bosnia and an emotionally charged battle for recognition of LGBTIQ minorities. Tension and violent confrontations that unraveled during the Queer Sarajevo Festival in 2008 brought it to a halt which is poignantly illustrated in Queer Sarajevo Festival. On a more uplifting note, the film also introduced the unwavering commitment and unassailable hope of LGBTIQ organizations and activists to champion tolerance and inclusivity, despite bitter skirmishes and lack of protection from the state. Queer React showed the evolution of the state’s relationship with sexual minority groups since the festival in 2008 and introduced changes in the Bosnian legislation (such as the law against discrimination) that were the result of public mobilization and campaigning.  Two additional films, I know what you are but what am I and Neizgovoreno (Unspoken) presented intimate portrayals of individual lives, mapped out through art and personal relationships. I know what you are but what am I was narrated through the lens of Chris, a young transgender person who expresses life’s puzzles and realities through art. Neizgovoreno (Unspoken) was constructed from relationships of several Bosnian gays, bisexuals and lesbians with their parents. In the light of occasional unease and misunderstandings, one story stood out: a snapshot into the life of young Nera whose mother fully embraced her daughter’s sexuality exuded hope and earnest love.  Kriterion Sarajevo is a Balkan extension of the Amsterdam based Kriterion projects and just like its Dutch counterpart is entirely run by students. The project in Sarajevo was launched in 2011 after the reconstruction of an old cinema destroyed in the war. In this process, students were collaborating with Young Urban Achievers, an Amsterdam foundation supporting young people with setting up cultural initiatives all over the world. In addition to its cultural mission, Kriterion Sarajevo has also become a beacon of hope for the LGBTIQ community. Being one of merely a handful of venues that identify as “LGBT-friendly”, it works in close collaboration with LGBTIQ organizations on awareness-raising campaigns. In post-screening Q&A Vanja Lazic, director of Kriterion Sarajevo and Danilo Jovanovic, Bosnian filmmaker and former LGBT activist, reflected on the continuing journey to tolerance towards LGBTIQ community in Bosnia. Despite anti-discrimination laws being an integral part of the Bosnian legal code, any attacks against LGBTIQ individuals are interpreted as disruptions of public order rather than hate crimes, and victims’ disenfranchisement bars them from reporting such incidents. Lazic and Jovanovic recognised the hardships of leading a decent life as a sexual minority in Bosnia which justifies the ongoing exodus to Western Europe and the US. But both guests were looking on the bright side despite the mounting doom and gloom, concluding that only by taking small steps in raising awareness and parading visibility, a big shift in public consciousness might be catalyzed.
Issue #014 Published: 21-09-2017 // Written by: Rob Talin
Jeffrey and Cecilia Babcock recently released their book ‘Séances’ – Re-wiring Images in the Amsterdam Underground, in which they describe the history of Jeffrey’s ten years’ adventure of Underground Cinemas. This program consists of weekly screenings of movies that were forgotten, censured or otherwise maltreated for years, in a constantly changing list of underground cinema venues in Amsterdam. The book does not only depict a historical archive of the cinema adventure but also of the transformation or disappearance of cultural free spaces in the city due to gentrification processes (at present, one of the venues hosting Underground Cinema, the Spinhuis, is threatened to be closed down). The motivation for Underground Cinema is the ritual quality that watching films together engenders. As the authors write, “Underground is primitive imagination in the caves of deeper dreams (1)”. With the program they aim for people to gather together, quietly and in the dark, and to examine their own way of life in an encounter with something that may be new for them, even if it is only for two hours. I had a talk with Cecilia and Jeffrey about their book and their vision about the future of Amsterdam. R: Could you tell me a bit more about  your book? What does ‘Séances’ mean, for example? J: In French, a séance is a film screening, while in English the word refers to the dark rooms where people come together to conjure up spirits from the past. That’s pretty much the metaphor of cinema for me: we’ve just watched a movie, and though most of the people in it are dead now, we are watching them as if they were alive. It’s about bringing history back to life. C: There’s an element of collective magic: it’s not at all like watching the movie on your laptop screen. There’s a strong element of ritual. J: When I started screening movies, I was thinking about a form of nomadic cinema, which travels around the city, instead of doing screenings in a fixed location. This strengthens the connections within the alternative circuit. So for example when someone comes to De Nieuwe Anita, they can find out about the Vondelbunker, Joe’s Garage, Cavia and all the other underground venues. The book charts the history of this project, from the beginning ten years ago, through the student movement three years ago, up until the present. The book reinforces this nomadic idea, it scatters in many different directions. What we wanted to do, was to open many different possibilities to access underground culture, so the readers can decide what inspires them and what does not inspire them while they go through the book. It’s a series of sparks that can take you in many directions. It was also important for me to document today’s underground scene so that the memories and images stay around at least for a while.  R: Speaking of that, how do you see the future of Amsterdam, in terms of free spaces and cultural gatherings? J: I don’t see a real wave of new things happening, to tell you the truth. But I’m from the ‘80s, which was a very specific time. Some things are happening, a new sort of bottom-up culture is growing in the north of Amsterdam, but much of that is driven by young entrepreneur types. These new initiatives are mostly fashionable and are used to gentrify areas of the city. This is not what my cinemas are about. They’re not just about going to see a movie but about the whole experience and situation involved in watching a neglected or deleted movie, a film with a message. They can be political movies, films about disturbing or unusual topics that are treated with an innovative, different approach. This can provoke a reaction, a debate or reflection. Doing these screenings proves that there is another way of doing things. These ‘alternative-ish’ spaces so in fashion now are not really disrupting anything. Instead, I would like to see a true alternative, in terms of people’s lives. And I think this will arise, because the spirit of Amsterdam as I knew it in the ‘80’s is still here, lingering below the surface. In fact that’s why I can still have the Underground Cinemas in five or six places now (Cinemanita, Butcher’s Tears, Budapest, Film Cavia and Spinhuis). It’s still possible in Amsterdam. C: The main problem is that people don’t see the difference between a pop-up and a squat. This is a shame because right now there aren’t enough people doing stuff with a long-term perspective, without this ‘pop-up frame of mind’, so things cannot survive and persist. I hope that people realize that they can start projects, not for just two months, but for an indefinite time, even if they as individuals can only be involved in them on and off. And I hope that the people who join the alternative scene will really be engaged with it, and not just seeking to fill up their CVs with interesting projects. Sometimes it seems as if people organize pop-up projects so that they can meet like-minded people and build a career for themselves. It would be nicer if they could dream of building a culture for the future instead.  R: So why do you keep on living and working in Amsterdam? Why not relocate somewhere less capitalistic and with more new impulses, like Berlin for instance? J: I’ve seen wild old Berlin cave in to the same blueprint of gentrification as all the other cities across Europe. My cinemas wouldn’t be possible there. For what I’m doing, there’s still more freedom, or more autonomy, in Amsterdam. When I was in London, the squats were totally different from the ones here. Squatters in London didn’t have any legal rights; they could only stay in a space for a couple months, so they never took care of the places at all, and just trashed them. After all, they were constantly pushed around from one place to another. It was chaos. Then I came to Amsterdam and found that people were totally organized. On the Herengracht, where I was living, there was a phone-tree, with which you could call ten numbers, and then those ten numbers would call another ten numbers, and so on. If a squat was in trouble, within minutes you could have a huge amount of people on the street in almost no time. I think that’s the reason why people are still fighting here, because they were always so organized and committed to what they were doing. Séances is available at Fort van Sjakoo, San Serriffe, Boekie Woekie. (1) Jeffrey and Cecilia Babcock, Séances’ – Re-wiring Images in the Amsterdam Underground, Amsterdam 2017, p.17.
Issue #014 Published: 19-09-2017 // Written by: Roberto Bacchilega
The 2017-2018 cultural season marks the ten-year existence of AstaroTheatro, an inspiring moment to take the opportunity to define who we are, to look back as well as to create a vision for the future. The small theatre space of AstaroTheatro opened ten years ago instigated by wishful thinking and undefined artistic dreams, but with one clear will: to form the ground for independent research and experimentation in theatre and the arts. An authentically creative place, unsullied by the logic of corporate entertainment and moneymaking or by sponsored and marketing-based, so-called ‘creative’ economy. Defining what you don’t want to be implies you are at the same time in search of your positive identity. And since our identity and our existence are defined by the existence of many other people we work with, here is a a list of the varied productions by some of these other people operating within the AstaroTheatro Collective: English language theatre plays and theatre performance Italian language theatre plays by contemporary Italian playwrights  Dutch language theatre and performance International poetry performance International theatre performance  Dance performance Visual performance  Exhibitions and art installations Workshops and education Readings Live music Documentary and fiction movie screenings Book presentations Lectures and debates Story Telling ‘OpenPodium’ (an extremely successful event giving space to experimentation and try out to many artists) The above list of productions makes clear that a broad Collective of independent artists operate inside the space of the theatre. As a production house AstaroTheatro currently accommodates three international theatre groups. Apart from this, the space is regularly scheduled to host external artists and the Collective collaborates with other performers and groups. AstaroTheatro Productions are performed outside the theatre itself during festivals and in several venues in Amsterdam, The Netherlands and other countries. So far so good. It feels nice to consider the past and the present and to sum up the activities of this small theatre. But because AstaroTheatro has a strong will to live for many more years, it’s necessary to shape a few ideas for the future, so as to foster continuity and assess what to take with us from the past into the times to come. We can call this:  ‘Manifesto Poetico’ or ‘AstaroTheatro: Tales of the Unexpected’ Our lives are communal; we need to be social to survive. The neoliberal assumption of individuals being responsible for their (material-economical) wellbeing within society (read: market) leads to the commodification of mankind, a world where everything and everyone is a commodity, a product. This is true for the arts as well. We witness the growing pornification of theatre in order to sell, its reduction to an empty shell, flashing from the outside but devoid of authentic, unexploited meaning within. The exploration of meaning is at present dangerous territory, mined and savage, where artists need to move with care.  As artistic director and performer at AstaroTheatro I have always tried to produce and to promote engagement within the arts, a theatre with something political or social to say, though sometimes more subliminal or subtextual than is immediately evident at first glance. A meaningful theatre representing non-mainstream stories and talking a different language than poisonous and toxic neoliberal corporate dialectics.  Take for instance the meaning of the ‘think positive, be confident, optimistic and happy’ mantra of neoliberalism. This hedonistic commandment calls for a society on the road to oblivion - not too many questions asked and a brainwashed entertainment with acrobatic extravaganza, special effects and easy emotions for everybody. But this ‘recreational culture’ means exactly the agony of theatre and the death of culture itself. At AstaroTheatro we acknowledge catharsis, we are aware there is no comedy without tragedy and above all we are not afraid to perform a theatre that wants to be uncomfortable, painful, inconvenient. We know theatre has to raise questions, to question the obvious and not to give populist ready-made answers. It needs to show the unexpected, the marginalised, the oppressed, the victim of class injustice and the feelings of shame, rage and solidarity. Our Western society, which we are told to be proud of, rests on embedded racism and discrimination, on the acceptance of stereotypes and on normalizing prejudice. It’s the duty of theatre to play a key role in unmasking and decoding this vicious use of meanings and notions by creating and demonstrating a different, more authentic narrative. Then, take the notion of ‘freedom of speech’. Too often we see the abuse of this meaning, decontextualized for political purposes, used to throw poison on the democratic debate or to mock and to victimize minorities, thereby justifying fascist propaganda. Engaged theatre is conscious of the context of meaning, knows its words, establishes a communication with the audience based on the grassroots, unexploited and yet complex sense of the message. An intimate relation with the audience remains our priority at AstaroTheatro. In physical terms, the small size of our theatre space promotes closeness between performers and audience. But it’s more than this. We strive to achieve in practice the theory of ‘breaking the fourth wall’ in theatre. We don’t believe in a Cartesian dichotomy where the theatre is a box containing an active actor and a passive spectator. And we don’t have the arrogance to think we can determine what the spectator will perceive from our performances. We know different people, different audiences will filter meanings through their own experience. So we offer an open vision, layers and inputs and above all an urge for activating and opening up, while making clear what we stand for. The Collective wishes to foster an emancipated audience in an immersive experience. This goes beyond a performer merely coming down from the stage and acting with the audience. If we want to talk to the audience, our performances have to be challenging, stimulating and meaningful. And for this we need a surprising narrative, a narrative that does not follow the mainstream logic of media and power, a truly alternative narrative. An unconventional, non-bourgeois narrative that is also human, touching and apparently around the corner. We need to tell stories that tickle our fantasy as victims of corporate mediocrity, a fantasy killed by the banality of daily social exploitation and frustration.  Stories with depth and layers addressing our conscience and giving fresh life to the debate on ethics. Through this journey AstaroTheatro wants to remain a space for an emancipated audience keen to further its emancipation process, a space facilitating a mutual exchange of energy at all levels between performers and audience. In this perspective the word ‘community’ makes sense at AstaroTheatro. One more note about the situation of the audience in the context of cultural venues and theatre spaces in Amsterdam. AstaroTheatro is located right in the heart of Amsterdam, an extremely gentrified city. The city centre and all surrounding neighbourhoods are invaded by tourists and exploited by a real estate sector pushing prices to levels only affordable to the (corporate) rich. As a result the Amsterdam population is ‘yuppie’, hedonistic, prone to partying all night long, but usually not interested in culture and absolutely not in non-mainstream culture. The terror of consumerism is everywhere while big retail stores and chains take over the city landscape. Truly alternative cultural spaces are scarce in the Dutch capital and they are in a constant struggle for (financial) survival. Theatres in particular are very few and constantly struggling to attract audiences and pay the bills. Being situated in this environment, AstaroTheatro is fully exposed to all these phenomena. Since there is no direct solution to all this, the best we can do is to not give up and to make our voice heard over and over again in order to create an alternative narrative. How to create while one is controlled by others, how to create without the security of creation, how to find a security which is inevitable if we want to express ourselves Jerzy Grotowski Last but not least, I feel it’s time to analyse the creative process leading to a theatre performance at AstaroTheatro. I am very much aware of the importance of the process in the creative process, that means not only being concerned with keeping the creative flow organic, but also acknowledging the importance of an immanent, non-hierarchic process.  Looking back and evaluating how productions have come to light in the past is a good way to learn lessons for the future. At this point I need to say that staging a play written by, let’s say, Samuel Beckett, Bilgesu Erenus, David Ives or Edoardo Erba easily involves a transcendent mode to approach the creative process. This means the performer delegates somebody outside (above) to be in charge as playwright, director, producer. The actor becomes ‘specialized’, as so do all other agents staging the play. This creates not only a fragmented and hierarchic way of working, but alienates all participants from the production itself. The director becomes ‘the external eye’, the playwright the literary authority to relate to. Knowing this all too well, and knowing how common this transcendent mode of creating is in mainstream theatre, at AstaroTheatro I have always tried, we have always tried, to make inclusive theatre, where everyone could have his/her say. In a small environment where performances have to be miraculously adapted to the space, this comes naturally and spontaneously. I don’t have the illusion of this bottom-up theatre always being successful and surely there is still a lot to learn in this direction for the future.  Over the years AstaroTheatro has been steadily heading towards a creative process where the material bodies involved do no obey commands issued from a transcendental source but generate their own rules and forms of creation. If we want to move on to immanence in performance, we have to break apart the hierarchical organisation and strict division of labour that plagues both neoliberal corporations and the culture industry. The violent, polarized society we live in demands new strategies, alternatives to mainstream theatre that are as competitive and specialized as mainstream society. All this means in a way the politicization of the process, de-individualizing an individualistic society. A course AstaroTheatro has already started but that surely will progress in the future to a more self-organized theatre. Rehearsals should more and more become moments where performers engage in the process of authorship through multiple discussions, improvisations, learning to feel the others and the space. Egos are tamed, the Collective creates. This working flow is extremely stimulating and challenging and already present in AstaroTheatro. Lessons are learned for the future, even (or especially) from disagreements, while enjoying the thrill of a collective work. What counts in the end is artistic freedom in constant investigation. As a performer like any other in AstaroTheatro I had to learn there is no separation or hierarchy among body, mind and spoken word. We communicate simultaneously with all our faculties - a lesson easily learned, but in practice a never ending journey of rise and fall. All this makes for marvellous moments during rehearsals. We learn to work with our body, our breath, our voice in a non-judgemental way. We explore the space and we interact with the other performers. New exercises are welcome and constantly proposed. We are in the process of learning that physical exercises, improvisations and experiments allow the body to introduce new ideas during rehearsals. The body does the thinking, in a way. We seek a deeper interaction by ‘feeling’ the other performers while at the same time being a total actor.  While several playwrights operate inside AstaroTheatro adapting and rewriting their scripts in a truly equal, horizontal relation with the performers and the space, only recently have we started writing our own plays as a collective group. This is an exciting and rewarding experience we will be glad to continue over the coming years in our theatre. And AstaroTheatro has and will keep its international character. That means among other things not a monocultural approach to culture but a pluralistic view of reality. Our work constitutes a response to the call to create an activism and a hunger called theatre. We cannot emulate or reproduce the experience of the Living Theatre of Judith Malina or Julian Beck. This would be silly and anachronistic. But we can learn lessons from this process of artistic creation and we can work to make our own Living Theatre. Because it’s time for resistance, time to reverse the horror. Ten years of AstaroTheatro? This is only the beginning! I am endlessly grateful to all the people (artists, audience, friends, advisers and other loonies) who passed by and to all the people who are still active and will be active at AstaroTheatro. What I have written here and also what I have not written here is because of you. Who I am is because of you. Roberto Bacchilega Artistic Director and Performer at AstaroTheatro  Here are a few highlights of what you can expect from the 2017-2018 Program-Ten years AstaroTheatro: • 7-17 September: annual participation in the Free Fringe Festival Amsterdam with two plays: ‘Themis and Lombroso’ by Bilgesu Erenus and ‘The Grouch’ adapted from the original play by Menander • October: performance of ‘Adam’s Other Rib’ by Joaquim Pedro Ferreira in Pisa, Italy, and participation in the project of performance and workshops ‘Timelessness’ with Professor Russolo and His Noise Intoners in Portogruaro, Italy • October: hosting the play ‘Quando Quando’ by Teatro La Ribalta • November: hosting the musician James Oesi and the band She-Owl • November, December: Three AstaroTheatro Productions: ‘Volcanos’, a collective production, ‘Treading the Abyss’ by Joaquim Pedro Ferreira and ‘Monsieur Teste’ by Paul Valery • From January 2018: comeback of the magic AstaroTheatro ‘Openpodium’ • 27 March 2018: World Theatre Day Amsterdam event organized by AstaroTheatro • May 2018: AstaroTheatro Festival: three days of uncontrolled arts   Photos: Tatjana Todorovic      
Issue #014 Published: 14-09-2017 // Written by: Sinsin collective and others
Free Fringe festival Amsterdam the showcase for Amsterdam’s Real Fringe
Let’s cut to the chase. If you read Amsterdam Alternative, you probably already know how it goes. Free Fringe Festival Amsterdam is one of those low on budget, big on creative freedom events that used to spontaneously erupt all over Amsterdam in squatted venues and public spaces. There has been a palpable change and the joie de vivre seems somewhat diminished, but the scene is still there, more concentrated, more focused, more determined. If you don’t know already, here’s the skinny: Free Fringe Festival Amsterdam is a shadow festival to Nederlands Theaterfestival, which runs at the same time, 7 – 17 September. Lofty stuff indeed. Meanwhile, at the grass roots, 2017 is the 6th year that Free Fringe Festival Amsterdam has run 10 days of new, traditional, underground, autonomous events: plays, dance performances, all kinds of music, art, film, video games, animation, readings, exhibitions & entertainments, in several city centre venues, all for free. If you like numbers, that means there have been 60 days and 60 nights of Free Fringe Festival Amsterdam so far.  And FREE doesn’t, in this case, mean ‘crap’. Read on to see what this year has in store: FAY’S FILM FESTIVAL 2017, 5th Anniversary  This is Fay’s Film Festival’s 5th year and it promises to be the biggest yet with screenings in Tokyo, Osaka, Seoul and our beloved home base, Amsterdam. As well as cutting-edge cartoons and films from Japan, Australia, America, China & Europe, we will premiere OTAKU BOI, a groundbreaking 4D performance by Future Cartoons. The artists use a meld of projections, animation, props and live performance, to create on stage the tiny 1-room apartment of Otaku Boi, where he plays video-games and battles his inner demons.  Other highlights at Fay’s Film Festival include Sawako Kabuki, Japan’s most perverted animator. Having previously screened her films Anal Juke, Master Blaster and Don’t tell mom at Fay’s Film Festival she now returns triumphant with her newest film, Summer’s puke is winter}s delight, which has just won the Jury Prize at Annecy! We also have some bizarre creepy groovy 3D from Faiyaz Jafri and Ryuyo Eto, sexy stop-motion by Kirsten Lepore and banana shenanigans from Australian Julian Frost. Further, there will be some pearls from Japan by the students of Tama Art University, one of the world’s top schools which nurtures ball-breaking independent animators.  Fay’s Film Festival is at 19:30, Saturday 9 September at Vondelbunker.  Also, screening courtesy of Fay’s Film Festival, for the first time outside Japan, is Guy Pearce’s Difficulty Breathing, shot in the slums of deep Osaka (at SICK Art Exhibition 13:00, Saturday 16 September, Vondelbunker).  Warp Zone Video Game Art Show invades Amsterdam!  Warp Zone showcases all forms of art that pay tribute to the wonderful world of video games. Celebrate video game culture in an afternoon of art, chip tunes, performances, games, good company and beer! Previous years showcased artists from Tokyo, Amsterdam, New York and Australia. This year includes music from Carf Darko, The Pixel-Art Gallery, Magic Card paint-overs, interactive 2D art and all sorts of playable games old and new.  In the Vondeltent outside will be the chill zone - enter and prepare for audio bliss! gHST RADIO will captivate your mind, body and soul with ambient beat remixes and droned out delays of legendary street performer gHSTS & gUITARS broadcasting live. Bring your battery operated radio, phone or headphones that can pick up a FM radio signal or avail of those provided, to be part of the sound experience. The celebrations continue in the evening at Vondelbunker with Fay”s film festival at 19:30 and Warp zone after party from 21:00, with acts, stand-up comedy from Neville Raven and music galore with Horizon tide, Cloudy daze, Wondertrees & Innocent youth (DJ/VJ). All proceeds raised at the bar contribute to keeping the Vondelbunker’s doors open. So you can get drunk AND feel good about yourself for keeping such a fab location running. ;)  Doors open 13:00, Saturday 9 September, Vondelbunker.  SICK Art Exhibition  SICK is a group exhibition of artworks united in their power to fascinate and disturb the viewer. These works deliberately or unconsciously transgress the bounds of propriety. They utilize scatological subjects, express innately subversive qualities or take an outsider stance. Some present other ways of seeing and experiencing, some deal directly with ‘sickness’ as a subject and some are just plain sick.  SICK is part of a ‘dirty’ weekend at Vondelbunker on September 16th. In the afternoon there will be installation, video, live-art, underground films & paintings.  From 21:00. on we have SICK music night with Forgotten matters (film-performance), Kim Dealer & Mylo Cywitz (IT/DE electronic garage opera), Grandpa death Experience, The skanky Crack whores, Black tarantula, Monica & the explosion and Donkey kung-fu. Art exhibition from 13:00 Saturday 16 September, Vondelbunker.  Warning! some people may take offence at the artworks on show.  Quentin Threadbare’s Free Fringe Theatre Roundup Six years ago whilst taking a stroll through the bushes in beautiful Vondelpark I stumbled upon Free Fringe Festival Amsterdam. In that first year it was a good deal smaller than it is now. But there, beneath a bridge in the underground venue of the Vondelbunker I saw a show that has remained with me. It was a play about two tramps of Amsterdam – or ‘nietsnutten’ as they are known, a musical comedy that had me pissing myself with laughter. And as the years have passed and the festival has grown what has sprouted forth in subsequent editions has been delightful. And it’s all for free! That’s another thing. Without the product placement and heavy corporate presence of official, heavily funded events, FFFA is free from the shackles of corporate middle of the road mediocrity! And every year since then, when September starts to turn the summer to Autumn, I prepare to discover what wonders will be mine at this year’s FFFA.  Unable as I am to bi-locate, I must decide on which events I’ll attend. So, my gallant reader, bear in mind the variety of shows and events. This year caters for a wide spectrum of interest. Do peruse the website ( for the calendar of events and details of the gems on offer. Being a man of the theatre that is my first port of call.  The Grouch, translated by Vincent Rosivach and adapted by Zbigniew Maciak, is on at Microtheatro in Warmoestraat. It is based on Menander’s Dyskolos (“The Difficult One”). First produced in Athens in 316 B.C., this Ancient Greek comedy gives a portrait of a mean, troublesome man, who hates literally all humanity and is forced to embark on a deeply spiritual journey. Hank Botwinik presents traditional white face mime at Mike’s Badhuistheater during The Boerhaaveplein Festival. Sin Sin Collective are also at Badhuistheater with The Hellfire Club featuring animation, live music & theatre. Sin Sin Collective’s One Day We Will All Be Free takes the checkered history of De Vondelbunker as its subject. Find out what happened that infamous night when Nico & Mick Jagger dropped by. AstaroTeatro & Alli Mana Group are doing Themis and Lombroso by Turkish playwright Bilgesu Erenus, a dialogue between the Themis, Goddess of Justice & criminologist Lombroso, inventor of innate criminal theory. Experimental Theatre includes SHE SMOKES by teatro*L I L A at SICK Art Exhibition & Het Duister by Marthe van Bronkhorst, both at Vondelbunker. (written by Quentin Threadbare) Book Launch: an excerpt from Zoo Drawings by Molly Heady-Carroll  “Look! That man is drawing!”  Most weeks, when I visit Artis to draw, somebody will make this statement to their child. Personally, I do not mind which pronoun people use when referring to me. I would rather they do not realize their mistake and get embarrassed than correct them. But it does make one wonder why on earth this happens every week. My observations after visiting Artis so frequently is that parents often narrate their children’s visit and try to keep them moving along from one interesting thing to another, hoping perhaps to eventually make it to a playground where the parents can have a coffee. Many a time I have seen a parent secretly glimpse the information board (so as to not break the illusion to their children that their parents know everything) and confidently tell their child that the animal they are looking at is a Squirrel Monkey (when in actual fact it is a Hyax). To them, I am perhaps just another interesting thing they can point out to their child and do not find it necessary to observe exactly what it is they are looking at. It is so frequent that I am referred to as a man, I began experimenting with different clothing to see what pronoun people refer to me with. Despite wearing various combinations of big earrings and low cut tank tops, I was still referred to as a man. Eventually I did discover that dresses finally make people refer to me as a woman. Perhaps my focused energy while drawing is sometimes not associated with women. Perhaps my build and dark hair is too different compared to the typical slim and blond build of Dutch women. Who knows…But it’s interesting to think about while drawing at Artis!  (written by Molly Heady-Carroll and reproduced with permission of the author) Festive Festival Opening + Exhibition/Book Launch of Zoo Drawings’by Molly Heady-Carroll is on Thursday September 7th, 8PM, Astarotheatro (Sint Jansstraat 37, Amsterdam)  Free means free Now in its sixth year, this unstoppable annual event remains a free & accessible podium for artists and audiences alike, an extraordinary celebration of all the arts: new, traditional, underground, weird & wonderful.  Love goes out to everyone, the artists, the audiences, techs, venues, toilet cleaners, all at De Vondelbunker for their dedication & integrity.  Thanks to Peter for the tent, Roberto at AstaroTheatro for being a rock & all who have donated time and effort purely for the fun or for love of what they do.  If you have any queries about Free Fringe Festival Amsterdam, feel free to contact  Remember: One Day We Will All Be Free  For more information, press and archive,  visit  
Issue #014 Published: 14-09-2017 // Written by: occii
On 14 September 1992 the statutes of Onafhankelijk Cultureel Centrum In It (OCCII) were drawn up. The very first music & theatre program started the same month. In the 25 years that followed, OCCII has become an indispensable international bastion of independent, sustainable & low-threshold culture, forward thinking and experiment, for both artists and audience. Behind the beautiful restored facade on Amstelveenseweg 134, you’ll find a autonomous parallel universe, ran by a diverse community of volunteers. Powered by idealism and passion for art. Or as Greek journalist Nikko Koulousios once put it:  “Kicking globalization in the nuts, the OCCII manages to bring together all the dissident voices of music from the four corners of the globe. The underground has never had a better venue. OCCII has managed to secure its legal status and now runs as an extensive cultural community centre. But its squatty birthmark has sealed its underground, independent, free DNA for ever. OCCII is a success story of a squat, which, having fought with the (real estate) powers of modernity, made it through the wilderness of police brutality, only to prove that communal, social activity can produce something good, something that is not owned by anyone else but us, the people. Transmitting fierce music and art, the OCCII continues to break down rotten boundaries, for the sake of everyone.”   The anniversary is celebrated all through September, with a diverse and international program consisting of old and new friends. Iincluding: Alexander Hacke (Einstürzende Neubauten), The Dwarfs of East Agouza (EG), Siege (US), The Ex (NL), Minami Deutsch  (JP) & Mike Watt’s Il Sogno Del Marinaio (US/IT) and MANY more.  On Saturday 16/09 we open all doors and our garden for a festive anniversary Open House, jam-packed with theatre, live-music, workshops and delicious food.  See:   image: occii
Issue #014 Published: 13-09-2017 // Written by: Stijn Verhoeff
Onder de paraplu van het klimaat geïnspireerd door de klimaatactie Code rood
Het is maandagochtend en ik begin voor de derde keer aan dit artikel over de klimaatactie van Code Rood. Afgelopen vrijdag dacht ik het stuk af te hebben. Ik had er een volle week aan gewerkt en ik stuurde het naar een aantal vrienden, op zoek naar de bevestiging van de kwaliteit. Na het weekend zou ik nog een paar puntjes op de i zetten en weg ermee. Mijn werk zou erop zitten. Tijd voor een welverdiend weekend, het was bovendien heerlijk weer.  Terwijl ik in de zon lag en naar het wielrennen keek, kon ik mij er niet van weerhouden af en toe de mail te checken. Langzaam kwamen de eerste reacties binnen. ‘Hmmm, tja.’ Leuk stuk, of nee, dat zeiden ze niet. ‘Waar ben jij in dit verhaal?’, schreef een eerste lezer. ‘Wat voelde je? Wat dacht je?’, schreef een tweede.  Wat voelde ik? Wacht even, hadden ze wel het stuk gelezen dat ik ze had gestuurd? De klimaatactie van Code Rood ging over samenhorigheid. Over wij in plaats van ik. Of sterker nog, over zij: The birds and the bees, het stervende koraal. Arbeiders in kolenmijnen in Colombia. Inwoners van Groningen.  Als de klimaatactie van Code Rood iets was, schreef ik in het stuk, dan was het een solidariteitsactie, een oefening verder te kijken dan de eigen neus lang is. Na een lange beschrijving van het reilen en zeilen op het vierdaagse klimaatkamp nabij Station Sloterdijk en de bezetting van een kolenopslag in de Amsterdamse haven was ik tot de conclusie gekomen dat klimaatactivisme veel verder gaat dan het terugdringen van de co2 uitstoot.  De stelling was dat de klimaatproblematiek als katalysator, als paraplu zou kunnen dienen voor de vele verschillende struggles, de vele emancipatieprocessen die de laatste jaren voor een tweede, derde of vierde keer op zijn gekomen. Het veranderende klimaat zou ons kunnen doen beseffen dat wij één kunnen zijn, samen zullen moeten komen en onze krachten zullen moeten bundelen om te kunnen strijden tegen onrecht, ongelijkheid en uitbuiting. Tegen dat wat ook wel het witte patriarchaat wordt genoemd.  Ik noemde het uit Amerika overgekomen Intersectionality, het idee dat verschillende maatschappelijke problemen, zoals racisme, gender-ongelijkheid en armoede, geregeld samen vallen en daarom in elkaars relatie bezien moeten worden (en alleen dan kunnen oplossingen gevonden worden). Ik stelde dat verschillende groepen ondanks of juist omdat ze verschillende problemen hebben samen kunnen komen. Antiracisme-activisten hebben het immers over het sluimerende neokolonialisme, terwijl feministen de eeuwenoude gender-ongelijkheid benoemen. En zij kunnen allen niet genoeg gehoord worden, maar hoe zou het zijn, schreef ik, als alle krachten gebundeld worden en onder de paraplu van het klimaat ten strijde trekken tegen de hypocrisie van een verderfelijk systeem? Doet de Amerikaanse opperkoning graaigedrag ons niet beseffen dat een grens is bereikt? Is het niet aan ons allemaal om op te staan en gezamenlijk op zoek te gaan naar alternatieven? Waarom, vroeg ik mij dus af, zou ik, zoals mijn kritische lezers mij voorstelden, mijn persoonlijke perspectief over dit verhaal moeten leggen? Barst onze publieke opinie niet van de opgeblazen ikken? Is het columnisme als levenshouding niet onderdeel van hetzelfde probleem? Namelijk dat het individualisme, hoe emancipatoir het zich ook uitdraagt, allesbehalve samenbrengt? En is het samenkomen, de groepsonderneming, niet de opdracht van deze tijd? Geregeld lijkt een columnist, en vergeef me mijn cynisme, eerder bezig een te impuls geven aan zijn of haar eigen carrière (met een uitnodiging van Zomergasten als kers op de taart) dan de betreffende zaak voor het voetlicht te brengen. Sommige tendensen kunnen nu eenmaal niet los gezien worden van het tijdsbestek waarin wij leven: facebook en twitter zijn niet alleen maar ontstaan omdat de techniek het mogelijk maakt. Deze sociale media zijn allereerst afspiegelingen van onze tijd, de lucht die wij inademen: het kapitalisme. Het klinkt wellicht vies of misschien achterhaald, toch kunnen we het beestje, of zeg maar gerust beest, beter bij de naam noemen.  Laat ik eerst voordat ik doorschiet in deze tirade kort uitleggen wat de Code Rood klimaatactie precies inhield. Op 24 juni jongstleden, precies twee jaar na de gewonnen klimaatzaak van Urgenda, bezetten ruim 300 activisten een kolenopslag in de Amsterdamse haven. Ons eigen kleine en schattige Amsterdam blijkt namelijk de grootste benzinehaven van de wereld en de op één na grootste kolenhaven in Europa (na Rotterdam) te zijn. Miljoenen liters olie en tonnen kool gaan in het westelijke havengebied jaarlijks aan land en worden systematisch doorgesluisd naar tankstations of kolencentrales in Europa en daarbuiten. Amsterdam is een essentiële schakel in de distributie van fossiele brandstof en daarmee meer dan medeverantwoordelijk voor het veranderende klimaat.  Dat het bewustzijn over dit veranderende klimaat gestaag groeit, weten we. Het kan ook niet anders want de gevolgen worden met de dag zichtbaarder: bossen staan in de fik, mensen raken ontheemd en slaan op de vlucht, eilanden worden overspoeld, diersoorten sterven uit, etcetera, etcetera. Het verhaal is ons allen bekend.  De politiek werkt echter onvoldoende mee. Tegen de klimaatzaak van Urgenda ging onze Staat in hoger beroep, en inmiddels zijn we alweer twee jaar verder en wachten we nogsteeds op antwoord. Ondertussen wordt nota bene onder leiding van Gerrit Zalm, zoon van een kolenboer en commissaris van Shell, het energiebeleid van het nieuwe kabinet samen gesteld.  Genoeg reden voor een groep betrokken burgers om onder de naam Code Rood de eerste burgerlijke ongehoorzaamheidsklimaatactie te organiseren. Want dat het moment is aangebroken om naast de juridische weg ook andere pressiemiddelen in te zetten, is volgens Code Rood zonneklaar. Zo schrijven zij in hun manifest: Wij zijn ervan overtuigd dat het gebruik van deze actievorm een noodzakelijke en legitieme stap is om klimaatverandering te beperken. Met onze actie willen wij de alarmklok luiden voor de hele samenleving: Sta op! Alleen met massaal verzet zal het lukken om een einde te maken aan het tijdperk van de fossiele brandstoffen. Nood breekt wet! Punt.  En zo trokken op zaterdagochtend 24 juni 2017 vanuit een tijdelijk kampement nabij Station Sloterdijk ruim driehonderd vrouwen en mannen in een stoet richting de Amsterdamse haven. Allen liepen in witte pakken. Het nummer van een advocaat van Code Rood op de arm gekalkt. Telefoon en identiteitsbewijs thuisgelaten, eten en drinken in de rugzak. Stro was in zakken gestoken, mocht de politie met geweld optreden, of anders om op te zitten. Het kon weleens een lang dagje zitten worden.  Na een klein half uurtje lopen en de stemmen al bijna schor kwam de stoet tot stilstand. Drie flinke spandoeken werden er tegen een hek gehouden, grote gaten werden er in het hek geknipt en met zijn allen tegelijk klauterden de groep activisten het terrein van OBA Bulk Terminal op. Kolenbergen prijkten fotogeniek op de achtergrond. De vijf werknemers van de enorme opslag en doorvoer voor onder andere kolen en staal hadden tegen de driehonderd activisten niets in te brengen. Even probeerden ze de massa nog met een waterspuit op andere gedachten te brengen, maar het maakte geen verschil. De groep verspreidde zich in allerlei kleine groepen over het terrein. Gigantische graafmachines en hijskranen werden beklommen, spandoeken werden uitgehangen en de bezetting was begonnen.  Sommige groepjes bleven urenlang op dezelfde plek, een pak speelkaarten bij de hand, andere trokken het gehele terrein over op zoek naar ik weet niet wat. Er werd gefrisbeed en gedanst. Een jonge man hield spontaan een lezing over blood coal mijnen in Colombia, waar paramilitairen met goedkeuring of zelfs tegen betaling van de mijnbedrijven werknemers onderdrukken, uitbuiten of vermoorden. Er werden teksten in de kolenbergen geschreven en er werden kranen bezet.  En het bijzondere was dat de meesten hun mobieltjes thuis hadden gelaten, mochten men opgepakt worden dan zou de politie de identiteit niet kunnen achterhalen. Er werden dus geen op de eigen borst kloppende selfies gemaakt en dit was precies de reden waarom ik mijzelf niet centraal wilde stellen in dit artikel over klimaatactivisme. Kijk mij even cool activist zijn. Ik wilde Code Rood prijzen. Ik wilde met mijn stuk deze club anonieme, maar zeer betrokken burgers bedanken en hun horizontale organisatie een extra zet meegeven. Zij hadden zich immers in het belang van ons allemaal en de wereld in het bijzonder uit de naad gewerkt. Geïnspireerd door de Duitse klimaatactie Ende Gelände waren zij maanden bezig geweest om het vier dagen durende klimaatkamp te organiseren. Gezamenlijk hadden ze een actieconsensus en manifest geschreven. Samen met andere collectieven zoals Rampenplan, die de veganistische keuken verzorgde, en Stroomversnellers, die workshops gaven over het leren om samen de wereld te veranderen, hadden zij deze eerste Nederlandse burgerlijke ongehoorzaamheidsklimaatactie mogelijk gemaakt. Onafhankelijke advocaten hadden zich beschikbaar gesteld mochten er arrestaties plaatsvinden. Een mediateam zorgde voor de fotografen en de contacten met de pers. Het ‘politieteam’ was in contact met de politie, voor wie de-escalatie als toverwoord gold. Dit wordt ook wel repressieve tolerantie wordt genoemd: de boel tolereren, rustig houden en vooral niet groter laten worden, want dan radicaliseren de activisten en is de politiek nog verder van huis.  Ik wilde schrijven over hoe een kleine splintergroep ‘radicalen’ zich had gedistantieerd van het softe activisme (lees: gebellenblaas) van de rest en waarom het goed was dat ze er waren geweest. Terwijl het leeuwendeel van de activisten het terrein verliet, bleef deze kleine groep hoog verscholen in een kraan zitten. Later op de dag werden ze opgepakt en vervolgens hebben ze bijna een hele week vastgezeten. In mijn ogen hadden ze met hun onverzettelijkheid alle andere ‘activisten’ een spiegel voorgehouden. Want wat houdt activisme precies in?, schreef ik. Hoe belangrijk vindt men de klimaatzaak en hoe ver is men bereid te gaan? Wat is productief activisme? En hoe krijg je een zo groot mogelijke groep mensen op de been? Kan activisme mainstream worden en is dat goed? Ondertussen zapte ik van het door poen aangedreven wielrennen naar het nieuws, waar de anarchisten, antiglobalisten en vast ook klimaatactivisten zich tijdens de G20 in Hamburg lieten zien. Mijn perspectief kantelde nogmaals. Kijkende naar het gevecht tussen de stenen gooiende linkse radicalen en de politie, met hun monopolie op geweld, realiseerde ik mij hoe weinig wij van alles wat er in Hamburg gebeurde meekrijgen. Niet alleen blijft wat de politici achter gesloten deuren bespreekt geheim, ook de ideeën die in duizenden gesprekken van demonstranten worden ontwikkeld verspreiden zich slecht. Het spektakel van de sensationele overtredingen neemt het simpelweg over van het complexe verhaal over een imperialistisch verleden, een neokoloniaal heden of een alternatieve toekomst.  Nieuwe ideeën of overtuigende argumenten worden niet gehoord en de publieke opinie is eensgezind: het destructieve gedrag van de ‘links radicalen’ gaat veel te ver. Maar hun antwoord, als ze niet opgepakt zouden worden of een andere manier van communiceren zouden hanteren, zou de zelfkritische vraag zijn wie er met de systematische roofbouw aan de andere kant van de planeet, met het steunen van schimmige praktijken en het uitbuiten van arbeiders in landen ver weg nu eigenlijk een grens over gaan? Zijn wij dat niet allemaal?  Tijdens de vele discussies tijdens de Code Rood actie was het idee van the global north versus the global south mij duidelijker geworden. Het zuiden – denk aan de droogte in Oost-Afrika of het overstromen van eilanden in de Stille Oceaan – betaalt de prijs (typerend woordgebruik in deze context) voor het handelen van de economieën in het noorden. Wat de linkse radicalen in Hamburg niet wisten te communiceren is dat wij hier meedraaien in een systeem dat deze praktijk in stand houdt. Wij burgers, die stroom voor onze smartphones nodig hebben om op de hoogte gebracht te worden van het allerlaatste nieuws. Inclusief de winnaar van de Alpenrit. Of de toestand van minderbedeelden wereldwijd. Een Australisch activist kon het wat mij betreft niet beter benoemen: ‘The big question is how to be a better ally.’ Hoe een betere bondgenoot te worden. En dit geldt voor ons allemaal: de links radicalen, anarchisten, kosmopolieten, wetenschappers, arbeiders, feministen, antiracisme-activisten, studenten, en noem maar op. Want hoe steun je een zaak, ook als het niet direct jouw eigen zaak is, op een juiste manier? Hoe breng je een geëngageerde massa samen die zich in wil zetten voor zaken die ver voorbij het eigen bord, de eigen agenda, de eigen cv, whatever gaan? Zijn de meesten van ons niet klaar met het lege individualisme? Kunnen wij niet in het samenkomen, in de actie, de zin en de schoonheid van het leven op deze planeet vinden? In plaats van in het door etterende consumentisme en verkapte hedonisme?  ‘De hel, dat zijn de anderen’ zei een existentialist ruim vijftig jaar terug. Zouden wij niet nu, aan het begin van een nieuwe tijd, met z’n allen ‘De toekomst, dat zijn de anderen’ moeten zeggen? Ik bedoel dan niet dat anderen de problemen voor ons op mogen lossen, maar dat ieder van ons de ander een toekomst gunt.   Met dank aan Jasper de Bruin en Egbert Born Drawings: Marwa Mezher  
Issue #014 Published: 11-09-2017 // Written by: AA + Matt and Jen
Cinema of the dam’d
End of September the OT301 cinema re-opens its doors after a small break. The new collective that}ll be running the cinema and bar is called ‘Cinema of the Dam’d’. We’ve spoken to Matt and Jen from the collective to learn more about their project. When did the Cinema of the Dam’d project start? Matt held his first screening at the OT301 cinema as a guest programmer three years ago. It was a double feature of obscure 70s horror films called “Oedipus Wrecks” about creepy men/children. During the break between the movies, he came out and did a striptease in a creepy baby mask. There were about 14 people in the audience. It was a very strange, but appropriate debut.  We met later that year and realized that we shared a lot of the same sensibilities about film and performance, and also had very complementary tastes. When we first started hanging out, we were constantly showing each other our favorite movies. Eventually we wanted to show them to others. So we started programming together and hosted movie nights at various underground venues in Amsterdam, including a farm, a bunker and canal cruise boat. Recently, our friend Jacopo has joined us in programming and launching the cinema.  Why is it called Cinema of the Dam’d? First of all, we love puns, so “Dam’d“ is simply a reference to “Amsterdam.” But we also chose it because we show “damned” films. Underrated, obscure, overlooked or just plain odd movies that have fallen through the cracks, been forgotten or cursed by the money-driven film industry. We are particularly interested in films that have never been released in the Netherlands. “Damned” also refers to the subject matter of the movies we tend to like best, stories about misfits, weirdos and outsiders. So, the name has many meanings for us. What kind of films/events will you program? There is no typical film program. On any given night you might see a kung-fu classic, an undistributed indie, a political documentary, rare music videos, X-rated cartoons, cat videos, old Hollywood trash or a 70s TV movie. There are always short films, trailers and other surprises.  We choose themes for our programs instead of selecting by country, director, or genre, which is the norm. This is a more flexible and playful way to show movies and it allows them to be seen in new ways. We also like to combine “high” or arthouse film with “low” or genre cinema. For example, last year at a symposium on the apocalypse, we screened a double feature called “Love at the End of the World” in which we showed Tsai Ming Liang’s beautiful sci-fi romance The Hole alongside the quirky American thriller Miracle Mile. Both of these films are terrific and almost never screened in cinemas, much less together.   What is your background? Matt is originally from San Francisco and Los Angeles, where he got experience as a film festival programmer, movie critic and theater manager. He still works each summer for the Sundance Film Festival. He’s also (slowly) working on a PhD at the University of Amsterdam. I am from Detroit and Philadelphia and have a background as a librarian. I am a cinephile with deep knowledge and love for genre films and exploitation cinema. I am also a noise musician. Most importantly, like many young Americans, our first jobs were working behind cinema snack bars. So, we’re more than qualified.  When will you open your doors at the OT301? Ooh, and why are you at the OT301 now?  We are planning to open the cinema doors on Sunday, September 24th with a daylong marathon of free movies. We joined the OT301 collective, because we have been active here for almost four years and we love the creative community. We recently moved a couple blocks away from the building, so this is our neighborhood, our home. Most of all, we love the cinema at OT301. As the screening room for the former film academy, it has a ton of history. Its screen is bigger than those at many fancier Cineville theaters. So we see an opportunity to bring some fresh energy and ideas to the cinema, because we think it’s an important part of OT301’s history and of Amsterdam underground film culture.  What can we expect from the Cinema of the Dam’d? First, we are putting a lot of love into the space. We tore out two layers of carpet and put in a fresh one. We’ve also improved the lighting and sound, and changed the seating. On the programming side, you can expect more special events, including silent films with live accompaniment, “slumber party” sleepovers and  rainy day Sunday “hangover” matinees. We’ll also host regular guest programmers and Q&A’s/screenings with visiting indie filmmakers.   Will the Cinema of the Dam’d be different then other cinema’s? We hope so! Besides our unique style of programming, we really want to bring a sense of fun and community to the cinema experience. This means doing things differently than other theaters. People should feel at home when they’re in our cinema. Though we’re Americans, we hope we understand what gezellig means and feels like. So we’ve got a few rows of traditional movie seats, but we’re also going to have couches and beanbags if you want to get more comfortable. Also, you know how the Eye won’t let you go to a movie if you show up 5 minutes late? We think that’s silly. It’s not church! At Cinema of the Dam’d, you can show up or leave whenever you feel like it. In our bar, we want to cultivate a space where people can have pre-and post-film discussions. So we’ll have a large communal table to encourage this sense of community. Finally, we’re bringing our lifelong expertise to the snack bar by serving freshly-popped popcorn.  What do you think about underground cinema in Amsterdam? Since we both love movies and come from DIY subcultures, underground cinema has been an essential part of our lives. In contrast to mainstream or “official” film culture, these screenings are vital sites of connection and discovery. Underground cinema audiences tend to be international, curious and deeply engaged with movies. It’s a community driven by a love for films as an art form, not by market demands or cultural trends. At its best, this community introduces audiences to new films and supports new talent, while also reviving older films that can bring insight to contemporary culture. Films, like any piece of art, are not static. Though they are rooted in history, they can also come alive in new ways and take on new meanings. This requires thoughtful programming and adventurous audiences. Amsterdam has both.  What would be your dreams for this project? We’d like to spend the first year making technical improvements to the cinema and bar, while building a bigger audience for the film programs at OT301. We also want to work closely with guest programmers to expand the breadth and diversity of the films we show and the audiences we can reach.  Finally, we’d like to be able to premiere new undistributed films that would otherwise never screen in Amsterdam. For instance, last year, we partnered with TranScreen for the Amsterdam premiere of the American indie Tangerine.  Even though the film was already on Netflix, the event was a huge success.  What kind of events have been planned for the coming months? We’ll open on Sunday, September 24th with a day of free programming. Then, we’ll start rolling out our first thematic programs. We’re planning a program called “Teen Peaks,” with films featuring actors from Twin Peaks when they were young. Since the new series deals with aging, our program rediscovers the babyfaced early films of Laura Dern, Sherilyn Fenn and Kyle Maclachlan. These films are all special and rarely shown. Even if you’re not a Lynch fan, we think you’ll love them. Also, in honor of the late George Romero, who invented the modern zombie genre, we’re presenting “Zombies with Braaaains” a program of non-traditional zombie films that use the genre for thoughtful social critique. Finally, our favorite event happens on Friday, October 27th. It’s the third annual “Halloween Horror Movie Marathon,” a top-secret program of horror movies and short films, running from sundown to sunrise. We’ll haunt the theater, keep the coffee brewing and throw a costume contest at midnight for those that are  feeling festive. If you like horror movies, dressing in costume or are just an insomniac, we want you to come.   If folks are interested, they can check out our website at Photo: Cinema of the dam’d
Issue #014 Published: 31-08-2017 // Written by: AA & Michel
Anarchistische boekenbeurs Amsterdam
Op zaterdag 2 september wordt ter ere van het 15-jarige bestaan van de anarchistische bibliotheek de anarchistische boekenbeurs georganiseerd in De Binnenpret. We spraken met Michel – een van de organisatoren – over de boekenbeurs en het anarchisme. AA: Kun je iets vertellen over het ontstaan van de anarchistische boekenbeurs? De boekenbeurs van 2 september wordt georganiseerd ter ere van het 15-jarige bestaan van de anarchistische bibliotheek. We wilden eigenlijk een groot feest organiseren maar uiteindelijk leek het ons passender om een anarchistische boekbeurs te houden, we zijn immers een bibliotheek met boeken, geen muziekpodium of platenzaak.  AA: Organiseren jullie die boekenbeurs jaarlijks of is het een eenmalig iets? Door de jaren heen hebben wij veel anarchistische boekenbeurzen in het buitenland bezocht om bijvoorbeeld nieuwe uitgaven aan te schaffen voor onze bibliotheek maar het is lang geleden dat er een in Amsterdam is georganiseerd. Het is dus zeker geen jaarlijks terugkerend evenement. Maar wat niet is kan nog komen, we zien eerst wel hoe deze editie gaat.  AA: Wie organiseert de anarchistische boekenbeurs? De boekenbeurs wordt georganiseerd door de Anarchistische Groep Amsterdam en Paperjam. Paperjam is een collectief dat een aantal kopieermachines goedkoop heeft gekocht en daarmee een gigantische hoeveelheid anarchistische brochures, zines, pamfletten, posters en flyers heeft gedrukt). AA: Wat is het verschil tussen jullie boekenbeurs en een normale boekenbeurs? Het grootste verschil is natuurlijk het aanbod van de boeken en brochures. Die gaan allemaal over anarchistische theorie, filosofie, geschiedenis en allerlei onderwerpen die dichtbij het anarchisme staan. Denk daarbij ook aan feminisme, antifascisme, antiracisme, ecologie, antikapitalisme en dierenbevrijding. Boeken die je niet snel tegenkomt in een reguliere boekenwinkel of boekenbeurs. Een tweede verschil zal de opzet van de beurs zijn. In ons geval is die 100% non-profit. De boekenbeurs wordt georganiseerd door vrijwilligers, er wordt geen entree gevraagd en de standhouders hoeven geen huur te betalen voor hun plekje. Ik vermoed dat dit bij de meeste andere boekenbeurzen iets anders zal zijn. AA: Wat en wie willen jullie bereiken met de beurs? Ons hoofddoel is om op deze dag een laagdrempelig moment te creëren om mensen kennis te laten maken met anarchistische ideeën. Iedereen kan in alle rust langs de duizenden boeken struinen en misschien zelfs iets vinden wat ze aanspreekt.  Naast een boekenbeurs is het evenement ook een bijeenkomst van anarchisten uit heel Nederland en België. Sommigen zijn al jaren goed bevriend, voor anderen kan het een mooi moment zijn om nieuwe vriendschappen te sluiten of nieuwe plannen te smeden. Voor de anarchistische uitgeverijen is het interessant om vertalers, schrijvers, drukkers, distributeurs, ontwerpers en eigenaren van boekwinkels te ontmoeten. AA: Hoe groot is de anarchistische beweging in Amsterdam? Dat is een lastige vraag. Er zijn waarschijnlijk wel 1000 mensen in Amsterdam die zichzelf anarchist noemen of sympathiseren met het anarchisme. De groep die echt actief bezig is met hun anarchistische idealen is een stuk kleiner. Ik schat dat het er niet meer dan 100 zijn. Dat zijn voornamelijk mensen die actief zijn in de milieubeweging, kraakbeweging en voedselsoevereiniteit; en ook hackers, antiracisten, mensen die vrijwillig koken in een veganistische volkskeuken, mensen die acties organiseren voor mensen zonder papieren en leegstaande kantoorpanden kraken etc. AA: Waarom is een anarchistische beweging belangrijk? Uit de geschiedenis is gebleken dat het meestal anarchisten zijn die voor het eerst de macht ontmaskerden. In Rusland bijvoorbeeld waren de anarchisten de eersten die waarschuwden voor het gevaar van een communistische staat. De anarchist Kropotkin waarschuwde in 1890 zelfs al voor de vernietiging van de aarde door de industriële revolutie. Maar het waren ook anarchisten die voor het eerst publiekelijk in woord en geschrift over vrouwenrechten, abortus, homorechten, dierenrechten, de 8-urige werkdag spraken. En zo zijn er nog tientallen historische voorbeelden.  Als we kijken naar het heden, zijn het wederom anarchisten die voorop lopen als het gaat om privacy rechten, opensource software en computers hacken. Veganisme is ook zo’n voorbeeld. Tegenwoordig kun je overal veganistisch eten maar 15 jaar geleden was dat in Amsterdam alleen mogelijk in enkele gekraakte volkskeukens.  In de strijd van mensen zonder papieren, de zogenaamde “illegalen”, heeft de anarchistische beweging ook altijd aan het front gestaan. Het was de anarchistische beweging die 20 jaar geleden al riep “geen mens is illegaal”. Het is wat mij betreft dus erg duidelijk waarom de anarchistische beweging belangrijk is. Ik hoop dat we door de boekenbeurs meer mensen zullen interesseren en enthousiasmeren. AA: Wat doet de anarchistische beweging nog meer dan een boekenbeurs organiseren? We doen een hele hoop dingen. Neem bijvoorbeeld de grote klimaatactie (Code Rood) in het Westelijk Havengebied een tijdje geleden. Daar waren veel anarchisten bij betrokken. Er waren ook anarchisten uit Amsterdam aanwezig in Hamburg, actief rond de protesten tegen de G20. Maar dat zijn slechts enkele opvallende highlights. De meeste anarchisten zijn actief in lokale sociale bewegingen of in een sociaal centrum om daar te helpen met het organiseren van discussies, bijeenkomsten, benefiet- en info avonden.   AA: Ik neem aan dat er ook anarchistische bewegingen zijn buiten Amsterdam. Zijn jullie daarmee in contact? Is er ook een landelijke of wereldwijde beweging?  Wij zijn zeker in contact met anarchisten uit andere delen van Nederland. Er zijn anarchistische groepen in Utrecht, Nijmegen en Den Haag maar er zijn ook enkele honderden anarchistische individuen verspreid over de rest van het land. Sommigen kennen we al lang en goed maar gelukkig ontmoeten we ook nog steeds nieuwe mensen.  De internationale contacten zijn ook vrij goed. Het helpt natuurlijk wel dat we al 15 jaar de anarchistische bibliotheek runnen. Daar komen mensen uit alle delen van de wereld naar toe. Niet alleen om de boekencollectie te bekijken maar ook om te vertellen over en te luisteren naar wat er speelt. Als ik zelf naar het buitenland ga, kijk ik eerst of er een anarchistische groep in de buurt is. Zo ja, dan ga ik zeker langs. Ik word altijd heel hartelijk ontvangen en er is meer dan genoeg gespreksstof. Natuurlijk wisselen we ook altijd boeken, tijdschriften en contacten uit. AA: Ik kan me voorstellen dat lezers nog meer willen weten over de anarchistische beweging en jullie motieven. Waar kunnen mensen terecht als ze meer informatie willen over de boekenmarkt of de beweging?  De mensen die in Amsterdam of omgeving wonen kunnen elke zaterdagmiddag tussen 14:00 en 18:00 uur terecht in de Anarchistische Bibliotheek (adres Eerste Schinkelstraat 14-16). Daar kun je gratis boeken lenen en je verder verdiepen in anarchistische theorie, geschiedenis en dergelijke.  Online is er ook een hoop info te vinden. Anarchistische Groep Amsterdam Ook boekwinkel Fort van Sjakoo (Amsterdam) is een aanrader. Zij hebben een zeer groot assortiment anarchisme en gerelateerde onderwerpen. Dan is er de Vrije Bond, dat is een landelijke anarchistische organisatie waar je heel gemakkelijk lid van kan worden. Ze organiseren regelmatig activiteiten. Er is ook nog een Nederlandstalige online anarchistische bibliotheek: En dan natuurlijk nog de website van de anarchistische boekenbeurs Locatie: De Binnenpret 1e Schinkelstraat 14-16 , Amsterdam