Article index
Issue #004 articles
 

Through this index panel you can filter the articles from every published news paper + the online only articles. click on on of the issue numbers below to select the issue you would like to view. click on an article block to view full text.

Issue #013: June-July 2017Issue #012: April-May 2017Issue #011: Feb-Mar 2017Issue #010: Dec-Jan 16/17Issue #009: Oct-Nov 2016Issue #008: Aug-Sept 2016Issue #007: May-June 2016Issue #006: Mar-Apr 2016Issue #005: Jan-Feb 2016Issue #004: Nov-Dec 2015Issue #003: Sept-Oct 2015Issue #002: Jul-Aug 2015Issue #001: June 2015Online only

Issue #004 Published: 09-11-2015 // Written by: Ewout Lowie
Drie Amsterdamse bands vertellen waarom alternatieve plekken belangrijk voor ze zijn geweest
Als je als pokdalig pubertje op een dag besluit om met wat vriendjes een band te beginnen, zou het kunnen gebeuren dat je jaren later de grote zaal van Paradiso uitverkoopt, of dat er een stadion vol fans al je nummers staan mee te brullen. Maar tussen het moment van een beetje aankloten op de zolder van je ouders en het moment waarop duizenden mensen geld willen betalen om je te zien spelen, zit een flink traject. Je kan alleen goed worden door je het schompes te spelen, op laagdrempelige plekken waar mensen het niet erg vinden dat je een keer een noot verkeerd raakt, of van enthousiasme over een drumstel struikelt. Hetzelfde geldt voor kunstenaars: tussen het tekenlokaal op school en het Stedelijk zit een enorme tussenfase, die misschien wel het belangrijkst van alles is. Het is dus voor alles wat met cultuur te maken heeft van levensbelang dat er plekken zijn die niet alleen maar kijken naar hoeveel geld ze kunnen verdienen met iemands concert of expositie. Alternatieve plekken, waar een levendige undergroundscene in stand kan worden gehouden. Om bij muziek te blijven, een goede plek om voor drie man en een paardenkop op te treden en er steeds beter in te worden, zijn kraakpanden. Het probleem is alleen dat er daar steeds minder van zijn, want vijf jaar geleden is kraken verboden geworden en is het ene na het andere kraakpand ontruimd, ingenomen en omgebouwd. Je kan op die plekken nu heerlijke chai-sojalattes drinken en in fantastische hotelbedden slapen, maar een betere muzikant word je daar niet van. Nou willen we niet per se van de gelegenheid gebruik maken om onszelf te feliciteren met hoe belangrijk we zijn voor het succes van bandjes, maar als kraakpanden steeds schaarser worden zijn er extra hard plekken nodig waar muzikanten kunnen ontdekken waar ze goed in zijn, en daar beter in worden. Veel bands uit Amsterdam zijn hier het bewijs van. Omdat we benieuwd waren hoe muzikanten hier zelf tegenaan kijken, vroegen we drie succesvolle bands wat voor rol alternatieve Amsterdamse plekken hebben gespeeld in hun muzikale ontwikkeling. Ook vroegen we ze om hun leukste herinnering daaraan. Hieronder lees je de antwoorden van Douwe Truijens (zanger van protopunkband Death Alley, en daarvoor van punkband Gewapend Beton), Yuri van der Horst (gitarist van nederpunkband Orgaanklap) en Sam Andrea (zanger van punkband Need, en daarvoor van punkband The Local Spastics). Douwe Truijens – (Death Alley, Gewapend Beton) De Vrankrijk was de kroeg waar ik op mijn 13e voor de allereerste keer uitging. Ik had toestemming van mijn ouders om mee te gaan met Paul-de-punker-van-school en naderhand bij hem te blijven slapen. De feministische band No Sex speelde, waarvan ik direct vermoedde dat het een zeer bekende band moest zijn - ze speelden immers in de Vrankrijk. Speciaal voor deze avond had ik twee ‘punkbroeken’ gemaakt: gaten erin, veiligheidsspelden erdoor en volgens mij zelfs wat bleekvlekken erop. Ik mocht ook mijn vaders oude All Stars hebben, waarmee mijn eerste punkpak compleet was. Ik wilde echter niet overkomen alsof ik dat allemaal speciaal voor mijn eerste Vrankrijk-avond had voorbereid  en daarmee nep overkwam. Mijn hemel, wat heb ik lang zitten tobben in mijn boxershort. Uiteindelijk heb ik toch mijn nieuwe punkpak aangetrokken, want punk moest en zou het worden, dus kon ik maar beter zo snel mogelijk beginnen. Die avond leerde ik dat je als punkband helemaal niet bekend of erg goed hoeft te zijn, om op zo’n plek geprogrammeerd te worden, en ook leerde ik dat bier niet per se extreem lekker hoeft te zijn als het maar 80 cent per glas kost. Ik was ik direct verkocht aan de Vrankrijk; de vrijheid die een plek als deze met zich meebracht om midden in een grote stad je eigen ding te doen, het heft in eigen handen te nemen en je eigen idealen na te streven sprak me enorm aan. Dat zoetzure bier zou op den duur ook wel gaan wennen. Mijn goede vriend Ming beleefde later ook zijn eerste uitgaansavond in de Vrankrijk, en niet lang daarna kwam het moment daar dat we met ons toen nog krakkemikkige bandje uit de oefenruimte van school in de Vrankrijk mochten optreden. Ons allereerste optreden was daar; het was absurd vet. Zo vet zelfs dat ik mijn moeder zo ver kreeg dat ik tot zo laat mocht opblijven als ik zelf wilde. Alleen, haar idee van ‘zo laat als ik wilde’ betekende ongeveer hetzelfde als ‘onbeperkt sushi eten’, dat in praktijk neer blijkt te komen op maximaal drie rondes van maximaal vijf items binnen twee uur.  Oftewel: ik werd toch wel om 02:00 thuis verwacht. Het arme mens hing na vijftien keer mij niet te hebben kunnen bereikt al bijna aan de telefoon met Veldwachter Zwart om te kijken of alles wel in orde was. Enfin, het eerste Gewapend Beton-optreden was een feit en ik was gelukkiger dan ooit. Na de Vrankrijk met onze vriendengroep van 15-jarigen te hebben omarmd als stamkroeg, begonnen we het op onze heupen te krijgen: we wilden zelf ook wel eens wat organiseren en we hadden ruimte nodig om een nieuwe generatie punx op de been te krijgen. Daarom kregen we iedere eerste vrijdag van de maand vrij spel in de Vrankrijk om onze eigen Embryo Punk-avond te organiseren. Ook al speelden er geen bands, en hield Embryo Punk-avond alleen in dat wij zelf plaatjes mochten draaien en bar mochten staan (hell yeah!), liep het storm met jonge punks uit Amsterdam en omstreken. Het zaadje was geplant, nu moesten we onze eigen ruimte hebben, als minivrijstaat waar we ons embryotische punkbestaan verder konden opbouwen. Zodra we allemaal braaf onze middelbareschooldiploma’s hadden behaald, kraakten we ons eigen paradijsje op aarde: ons pand De Baarmoeder. Yuri van der Horst (Orgaanklap) Zoals veel bands komen we met Orgaanklap regelmatig voor een uiteenlopend en soms verrassend publiek te staan. Van kinderfeestjes tot metal-grotten en van bruiloften tot nachtclubs; soms vraag ik me werkelijk af wat de programmeur voor ogen heeft als hij de seksistische, bloederige, naakte, zelfspottende en schreeuwende act van Orgaanklap in huis haalt. Deze zomer stonden we tijdens de festivals regelmatig oog in oog met zeven-, achtjarigen te zingen over lullen, eikels, kutten en trutten. Als ik niet beter wist zou m’n geweten op zijn gaan spelen, maar ik ben opgegroeid in het dorp Ruigoord en ben onder andere daardoor tot de volgende conclusie gekomen: we maken ‘normaal’ gewoon wat rijker. Laat me dit toelichten. Wat normaal is, is voor iedereen verschillend. Naar mijn idee is er geen algemene norm, of althans slechts een hele elementaire. Ik heb weleens gezegd dat ik de normaalste persoon op aarde ben, aangezien er niemand zo nauwkeurig handelt volgens mijn eigen norm als ik zelf. Toch klinkt deze uitspraak de meeste mensen vreemd in de oren, hoe kon IK nou de normaalste persoon op aarde zijn? Ze vergelijken het dan vaak met hun eigen idee van normaal, of ze denken een idee te hebben van ‘het gemiddelde normaal’. Hoe je precies berekent wat het gemiddelde normaal is weet ik niet, en het lijkt me bovendien nutteloos. Een aantal jaar terug speelden we in Ruigoord in het Why Not-kindercircus voor een publiek dat varieerde van 1 tot 70 jaar. Zelf droeg ik een speedo – ik zag toeschouwers in minder kleren, of zelfgemaakte kleren, of kleren die niet bedoeld waren als kleren. Ik vond dat normaal: als kind in Ruigoord was ik niet anders gewend. Als je opgroeit tussen mensen met hoofdtooien, groene snorren, blote voeten en uitgesproken idealen, dan kleurt dat jouw referentiekader, of nou wil of niet. Nu wil ik niet zeggen dat iedereen dat klakkeloos over moet nemen als zijnde normaal – ik hoop tenslotte heel erg dat iedereen gedurende de puberteit of later kritisch leert kijken naar zichzelf en naar alles om hen heen, en weloverwogen besluit: wat vind IK normaal? Maar hoe kleiner je referentiekader, hoe beperkter die keuze is. En dus: hoe groter je referentiekader, hoe groter de kans op een kleurrijke definitie van wat ‘normaal’ is. Sam Andrea (Need, The Local Spastics) Ik kom al in de Vrankrijk sinds ik me kan herinneren. Ik was een jaar of 14 en fan van Gewapend Beton. Die jongens organiseerden feestjes waar ik altijd graag heen ging. De Vrankrijk had toen nog een andere indeling en was in mijn herinnering ook groter. Je kwam toen nog aan de andere kant binnen (waar nu de concertruimte zit) en er waren naar mijn idee meer dooie hoeken waar je uit het zicht van de mensen kon staan. Ik stond vaak vanuit zo’n dode hoek mensen te observeren. Op een avond stond ik daar te observeren, en zag ik een meisje lopen, ietwat verdwaald. Ze was rond de 16 en had prachtige rooie haren. Het was niet echt het standaard type punkie dat op die punkavonden afkwam. Onze blik kruisten elkaar en voor ik het wist trok ze me een dode hoek in, waar we in een dronken tongworsteling verzeild raakten. Er kwam zelfs nog wat frunniken bij kijken en ik kon mijn geluk niet op. Na een kwartiertje zoenend friemelen, duwde ze me van haar af en verdween ze in de nacht. Wanhopig heb ik haar met een tintelend puberhoofd nog urenlang lopen zoeken, maar ik vond haar nooit terug. Ze liet me achter als een gebruikt condoom. Met een weemoedig gevoel zwalkte ik naar huis. Onderweg brulde ik een soort wrang liefdeslied over de Amsterdamse grachten: “Meisjes met rooie haren, die kunnen kussen, da’s niet normoal!” Plekken zoals de Vrankrijk, Occii, Ruigoord en andere, hebben mij de vrijheid geboden om te worden wie ik nu ben. Ik kon er repeteren en optreden met mijn eerste bandje Bloemetje en de fistfuckers, en als kunstenaar heb ik mijn eerste exposities kunnen houden. Zonder verantwoording of bemoeienissen van buitenaf, kon ik vrij werken. Via de mensen die in heb ontmoet kreeg ik mijn eerste tourtjes met de Local Spastics. De vrijheden in dit soort underground plekken hebben ervoor gezorgd dat onze steden overlopen van cultuur, en dat er nu plekken zijn als Paradiso, Melkweg en Tivoli. Knuffeljunk Herman Brood en vele andere muzikanten zijn eruit voortgekomen; vele kunstenaars hebben een kickstart kunnen maken in gekraakte atelierruimtes. Het is geen goede zaak dat al deze mogelijkheden ons steeds meer worden afgenomen. Underground plekken worden vervangen door overgesubsidieerde, zielloze jeugdhonken, als het geen hotel of yuppenwoning wordt. Soms ben ik wel eens bang dat Amsterdam van de hele binnenstad één grote PC Hooftstraat wil maken. Willen we cultuur, vrijheid en woonrecht echt vervangen voor nog een koffiebar of een hotel? Laten we op blijven komen voor onze rechten en de stad een bruisende plek houden. Een plek die van ons is!  
Issue #004 Published: 09-11-2015 // Written by: Hay Schoolmeesters
Over de kleur van de stad
Beste mensen (english version below) Geweldig dat jullie met zoveel en volop in muzikale kleur zijn gekomen, want veelkleurigheid is wat we meer dan ooit nodig hebben in deze stad. In ijltempo neemt de grijze monotonie van 5-sterrenhotels, dure koffie & winkelketens en faciliteiten voor toeristen toe en worden de kleurrijke tinten van de Amsterdamse vrije plaatsen weggeblazen. Met het verdwijnen van de Tabakspanden verwordt de Spuistraat tot een blok kleurloos aan elkaar gekoppelde stenen. Met het opheffen van de Valreep heeft Oost flink ingeboet op de kleurvolle culturele dynamiek En in de laatste maanden staat de pionierskolonie van de Culturele Vrijhaven ADM onder zwaar geschut en vechten de bewoners om haar voortbestaan. Hier hebben we te maken met een malafide vastgoedspeculant, die als de gemeente Amsterdam niet goed oplet, er met 80 miljoen euro gemeenschapsgeld vandoor gaat. Daarvoor heeft hij niets hoeven te doen, behalve 18 jaar achterover geleund in een stoel te wachten op het moment van kassa. Maar zolang wij er zitten, pakken wij de strijdbijl op en zullen net zoveel hakken als nodig is om dit te voorkomen. We doen dat niet alleen in de rechtszaal, niet alleen in de lobby met de gemeente Amsterdam, niet alleen in de publiciteit, maar ook op straat, maar ook, zoals Robodock dat ooit proclameerde, met culturele zelfverdediging. En in diezelfde 18 jaar, heeft een bonte groep van 130 vrij denkers, zelforganiserende doeners, kunstenaars en levensgenieters, een bijzonder sociaal-cultureel experiment gerealiseerd, dat niet alleen de meest relevante ontwikkeling was in de 50-jarige geschiedenis van de ADM-werf, maar dat ook wereldwijde erkenning geniet van Burning man tot Oerol, van Macau tot Berlijn. Dat vrijplaatsen als de ADM, Friekens, Bajesdorp, Schijnheilig en vele andere een inspiratiebron zijn voor nieuwe maatschappelijke en culturele initiatieven en ideeën, dat ziet de gemeente Amsterdam ook wel. Want ook de politiek maakt zich zorgen, de laatste tijd horen we steeds vaker uit hun mond dat “Amsterdam vrijplaatsen nodig heeft”, maar ook dat “als Amsterdam de markt zijn gang laat gaan de echte kunstenaars verdwijnen“ En zo is het ! Want vrijplaatsen zijn maatschappelijke aanjagers, zij zorgen voor inspiratie en fysieke ruimte voor experiment, voor reflectie en kritisch commentaar op gangbaar politiek beleid. En ja, het opheffen van gewaardeerde vrijplaatsen voor enkel speculatief gewin, leidt tot een stad van slogans, logo’s, labels en kapitaal, waar enkel geld regeert, zonder kleur, inhoud, substantie of noodzakelijke pluriformiteit. Want wij willen juist wel een kleurrijke stad. Een stad waar plek is voor iedereen. Ongeacht de maatschappelijke achtergrond. Waar ieder zijn kunstje of activiteitje kan doen. Ongeacht de culturele achtergrond. Waar iedereen kan ondernemen op zijn eigen manier. In onafhankelijkheid en naar eigen keuze. Een kleurrijke stad vraagt om het onverwachte, het ongecontroleerde, vraagt om nieuwe inbreng, en juist DAT geeft de stad haar kleur, dynamiek en vitaliteit.  Want de kleurloze monotonie leidt tot eenheidsworst waar geen Amsterdammer blij van wordt. Het leuke is dat NIEMAND het hiermee oneens is. Hoe kan het dan zijn dat ondanks het bewustzijn hierover en de goede bedoelingen in deze, de stad Amsterdam uiteindelijk anders doet, kiest en besluit? Het resultaat is wat mij betreft dat er sprake is van ongewenste sociale en culturele verdringing. Wij willen graag dat nog in 2015 hierin een kentering wordt veroorzaakt: Wij vragen de gemeente Amsterdam om 360 graden andersom te denken. Kies er voor om vrije plekken in Amsterdam te hebben. Bestem minimaal 10 grote lokaties in de periferie voor vrijplaatsen. Stel minimaal 10 lokaties in de binnenring ter beschikking voor vrijplaatsen. Realiseer daarmee de subculturele stelling van Amsterdam Realiseer daarmee betaalbare culturele- werk- en woonplekken - plekken die experimenteerplek zijn voor tegendraadse praktijken en burgerlijke ongehoorzaamheid, - plekken die vooral het scherpe randje leveren, die de stad fris en alert houdt, - plekken die in interactie met de stad op wat voor manier dan ook een waardevolle bijdrage gaan leveren Want ja, een cultuur die zichzelf serieus neemt, dient haar subculturen te koesteren. Roep een halt toe aan de sociale en culturele verdringing van vrijplaatsen in Amsterdam en Nederland ! Voor nu: dans vooral vitaal en luid verder met DIT in je achterhoofd..   English version Dear people, Wonderful you are all here with musical colors, for multicolored is what we need more then ever in this city. At rapid speed we see the grey monotony of 5-star hotels, expensive coffee & shopping malls and facilities for tourists increase and the colorful free zones of Amsterdam are blown away. With the disappearing of the Tabakspanden, de Spuistraat turns into a colorless block of stones in a row. With the disappearance of the Valreep, the East of Amsterdam lost the colorful cultural dynamics. In the last months the cultural free haven ADM is under serious attack and the inhabitants are fighting for its preservation. We are dealing with a crooked property speculator, who will pocket 80 million euro of community money, if the city of Amsterdam doesn't pay attention. This did not cost him any effort other then leaning back in a comfy chair for 18 years. But as long as we are still there, we will pick up the hatchet and fight all we can to prevent this. Not solely in the courtroom, not solely in the lobby with the city of Amsterdam, not solely with publicity, but also in the street, and also, as Robodock once stated, with cultural self-defence And in the same 18 years, a colorful group of 130 free thinking, self organizing doers, artists and epicureans have realized a special social-cultural experiment, which was not only the most relevant development in the 50 year history of the ADM-wharf, but also enjoys a worldwide acknowledgment from Burning Man to Oerol, from Macau to Berlin. The fact that freespaces like ADM, Friekens, Bajesdorp, Schijnheilig and many others are an inspiration for new social and cultural initiatives and ideas did not surpass the municipality of Amsterdam. Because the politicians are worried too, lately we hear them say more often that “Amsterdam needs freespaces”, but also “should Amsterdam allow free market economy to do as it pleases, real artists will disappear.” And so it is! Because freespaces are the superchargers of society, they provide inspiration and physical space for experiment, for reflecting and criticising accepted political conduct. And yes, evicting valued freespaces for speculative profit, will lead to a city of slogans, logos, labels and capital, where only money rules, without color, content, substance or necessary pluralism. Because we do want a colorful city. A city with a place for everyone. Despite their social background. Where everyone can perform their art or activity Despite their cultural background Where everyone can achieve in their own way. In independence and in free choice. A colorful city needs the unexpected, the uncontrolled, needs new input, and exactly THIS gives the city its color, dynamics and vitality. Because the colorless monotony leads to the sameness which no Amsterdam-r likes. The fun fact is: NOBODY disagrees with this. But then how is it possible, despite the awareness and good intentions, the city of Amsterdam acts, choses and decides so differently? The sad result is in my opinion, unwanted social and cultural oppression. In the year 2015 we would like to cause a revolution on this front: We are asking the municipality of Amsterdam to take a 360 degrees turn in the thought process. Chose to have freespaces in Amsterdam. Appoint al least 10 big areas in the suburbs for freespaces. Appoint at least 10 locations in city “inside the ring(road)” for freespaces. And help realize the subcultural Stelling (= defence line) of Amsterdam Create affordable cultural work- and living spaces -places that can be used to experiment with contrariness and civil disobedience, -places that provide a sharp edge, that keeps the city fresh and alert, -places that interact with the city and make a valuable contribution. Because a city that believes in itself, should cherish its subcultures. Call a halt to the social and cultural oppression of freespaces in Amsterdam and the Netherlands! For now: dance vitally and loud with THIS in the back of your mind.  
Issue #004 Published: 09-11-2015 // Written by: Maxime Hofman
Wij zijn niet te stoppen, klimaatverandering wel
Milieuactivisten, klimaatwetenschappers en steeds meer bezorgde burgers zijn het erover eens: 2015 is hét jaar van het klimaat. Vanaf 30 november vindt in Parijs misschien wel de belangrijkste VN-klimaattop allertijden plaats: wereldleiders moeten tot een eerlijk en bindend klimaatakkoord komen, waarmee we gevaarlijke klimaatverandering een halt toeroepen. En er is geen tijd te verliezen, overal ter wereld voelen mensen de gevolgen van klimaatverandering al. Van droogte in Californië tot extreem weer in Bangladesh en de Filippijnen. Kom naar de Klimaatparade Waar politici blijven treuzelen met het nemen van harde maatregelen om de uitstoot van broeikasgassen in te perken, zijn de initiatieven van individuen en groene bedrijven haast niet meer te tellen. Overal ter wereld worden energiecoöperaties opgericht, klimaatneutrale huizen gebouwd en protestacties georganiseerd. In Nederland komen al die groene voorlopers op 29 november in Amsterdam samen voor de Klimaatparade, een bonte stoet aan de vooravond van de klimaattop. De boodschap aan de Nederlandse politiek is simpel, maar krachtig: maak een einde aan het fossiele tijdperk, maak een einde aan klimaatverandering. Geen ver-van-mijn-bedshow Hoewel klimaatverandering ons allen raakt, krijgen kwetsbare mensen in ontwikkelingslanden momenteel de hardste klappen. Oogsten van kleinschalige boeren in Afrika mislukken bijvoorbeeld door langdurige droogte en extreme regenval, terwijl zij 70% van het voedsel in Afrika produceren. En hoewel van alle natuurrampen ‘slechts’ 31% plaatsvindt in ontwikkelingslanden, valt daar wel 81% van de dodelijke slachtoffers. Maar klimaatverandering is geen ver-van-mijn-bedshow. Nederland kent nu al meer regen en hevigere stormen dan voorheen. En onze zeespiegel is sinds 1850 maar liefst 20 centimeter gestegen. Eind deze eeuw is dat nog eens 4 keer zo veel. We kunnen de dijken niet blijven ophogen. Toekomst van duurzaamheid Hoe beangstigend de statistieken ook zijn, er is een groeiende beweging die een andere toekomst voor ogen heeft: een toekomst van duurzaamheid, eerlijkheid en solidariteit. Een toekomst waarin energie op milieuvriendelijke wijze wordt opgewekt. Een toekomst van groene en eerlijke banen. Een toekomst waarin het rijkere Westen verantwoordelijkheid neemt voor het door hen veroorzaakte klimaatprobleem, zodat de kwetsbaren op deze aarde hier niet langer slachtoffer van zijn. Die toekomst is mogelijk, als we het maar willen! Geloof jij in zo’n toekomst? Trommel dan al je vrienden en familieleden op en kom naar de Klimaatparade. Amsterdammers voor het klimaat In het hele land ontstaan steeds meer lokale samenwerkingsverbanden om naar de Klimaatparade te gaan. Ook in Amsterdam. Heb je een leuk initiatief of wil je graag aansluiten bij een groep? Kom naar een van de brainstormsessies in Amsterdam op 5 of 9 november. Kijk voor meer informatie op de Facebook pagina ‘Amsterdammers voor het klimaat’. Wij zijn niet te stoppen, klimaatverandering wel • www.klimaatparade.nl  
Issue #004 Published: 09-11-2015 // Written by: Aja Waalwijk
Provocatus 3, Dwars dansend door de Stad
Amsterdam verheerlijkt deze week de toonaangevende dansindustrie met het super commerciële Amsterdam Dance Event. Dansen maakt je los, dat geldt voor iedereen en daarom dansen wij een demonstratie en naar ons eigen pijpen. Door het Amsterdam Dance Event wordt onder andere strijd gevoerd voor vrije openingstijden van clubs, als garantie voor een actieve nachtcultuur in deze stad. Dit grootste clubevenement ter wereld is goed voor de kas. Maar er is meer dan een strijd voor openingstijden van gesettelde cultuurcentra. De organisatie ervan laat zich op geen enkele wijze kritisch uit over de onvrije situatie van het vrije culturele circuit. Na het kraakverbod is het opzetten van vrije culturele ruimtes oude stijl onmogelijk gemaakt. Tegelijkertijd wordt het in stand houden van nog bestaande vrije culturele ruimtes steeds moeilijker. Het zijn ook geen clubs. Een groot aantal vrije culturele ruimtes staat voor een vrije levensstijl en brengt daarmee klaarblijkelijk alleen de poppen aan het dansen. Het zijn volgens overheden muizen die daar op tafel dansen of die op de rand van de vulkaan bewust de polonaise ontspringen rond het nieuwe gouden kalf der economie: Amsterdam Dance Event. Dancing in the street is hier geen massa-recreatie op de bodem van een krater. Wij dansen hier om te laten zien dat wij er zijn, in levende lijve. Als dansen voor vrijheid staat, O stedemaagd. Wilt u geen dansje met ons wagen? Wij dansen voor de vrijheid en vragen de Gemeente Amsterdam ten dans. It takes two to tango. Vrije Culturele Ruimtes zijn noodzaak. Paradiso is eens gekraakt. Nu is het niet meer weg te denken. Amsterdam groeit en kan over tig jaar ook niet zonder de Culturele Stelling van Amsterdam. Er zijn tientallen vrijplaatsen in en rond Amsterdam. Laat ze, laat ze, laat ze zich ontwikkelen volgens hun eigen ritme! Dit is het zoveelste pleidooi voor een echte creatieve stad, een stad die afwijkt van voorspellingen over hoe deze zich tot elke prijs zou moeten ontwikkelen; met alle gevolgen van dien voor initiatiefnemers of groepen die er tegenin gaan om via marginalisering of institutionalisering de creatieve energie in banen geleid te zien. Dus nee tegen mogelijke ontruiming van Villa Friekens, Bajesdorp en ADM.  En ja voor nieuwe vrije culturele ruimtes in de binnenstad, te beginnen bij een plek voor de Culturele Stelling Van Amsterdam, zodat we weer een trefpunt hebben in het Magische Centrum van Magic Apple Amsterdam. Untill than, we keep on dancing in the street.
Issue #004 Published: 09-11-2015 // Written by: Hans
Leegstands Oplossers Amsterdam
Stop de leegstand en benut lege panden voor maatschappelijke initiatieven. Dat is de doelstelling van de Leegstands Oplossers Amsterdam / LOLA. Deze nieuwe stichting is opgezet door de Culturele Stelling (o.a. Ruigoord, Tetterode, Domijn), De Vrije Ruimte, Urban Resort en Lokale Lente (samenwerking van sociale en buurt ondernemingen). Het afgelopen jaar heeft zij al twee lege panden van de gemeente in gebruik genomen; het voormalige Westburg College aan de Schipluidenlaan in Nieuw West onder de naam Lola Luid en een speeltuingebouwtje in Geuzenveld, dat al 9 jaar had leeggestaan. In tegenstelling tot de kraakwachtenbureau’s die leegstand beheren; bewaken voor de eigenaar door de panden zo leeg mogelijk te laten staan en de “gebruikers” alle normale rechten te ontnemen, wil Lola de leegstand juist oplossen. Zij wil lege  panden geheel vullen met maatschappelijke initiatieven zodat zij weer gaan leven en van betekenis worden voor de buurt en de stad. Die maatschappelijke initiatieven kunnen van alles zijn; van buurtorganisaties tot kunstenaarsgroepen, van vluchtelingen tot ouderen, van sport tot buurtbedrijfjes. Belangrijk is dat ze de bewoners in de omgeving wat te bieden hebben en willen samenwerken om een geode sociale sfeer in het pand te maken. In september heeft Lola een eerste debat gevoerd met de wethouder Vastgoed van Amsterdam, Pieter Litjens. Inzet van Lola is om meer leegstaande gemeente panden te kunnen vullen. Dat kan alleen als de panden voor minimaal een jaar ter beschikking gesteld worden; wat botste met het uitgangspunt van de wethouder dat hij snel over de panden wil kunnen beschikken. De wethouder gaf aan dat hij sympathiek tegenover de doelstelling van Lola staat. Eind dit jaar brengt hij de nota “Omgaan met Leegstand” uit, waarin hij aangeeft hoe de gemeente voortaan met haar leegstaande panden wil omgaan. Dan moet blijken of zij daadwerkelijk haar leegstand wil oplossen. Lola – op facebook    
Issue #004 Published: 09-11-2015 // Written by: Arie
ARTWEST
ARTWEST is een nieuw kunstweekend in Amsterdam West. Het is op 21 en 22 november en speelt zich voornamelijk af in het Hallenkwartier en de Baarsjes. We spraken met Carine en Catherine om meer te weten te komen over dit initiatief. Wat en voor wie is ARTWEST? ARTWEST is een evenement voor bewoners uit Amsterdam en omgeving. We verspreiden flyers en posters door de stad, staan op de agenda van iAmsterdam, hebben een Facebook, pagina, website en meer, waarmee we de doelgroep hopen te bereiken. Daarnaast hebben wij diverse interessante samenwerkingsverbanden die allemaal hun eigen netwerk aanspreken. In veel stadsdelen wordt jaarlijks een open atelier route georganiseerd. ARTWEST is meer dan alleen een open atelier route. ARTWEST is een weekend vol kunst met een uitgebreide programmering. De verscheidenheid en diversiteit in beeldende kunst in Amsterdam West wordt belicht. Kunstenaars stellen hun ateliers open, er is een Local Art Market, een centrale expositie in De Hallen, exposities op verrassende locaties (zoals Rietveld afgestudeerden in Hotel De Hallen), een groepsexpositie in Tetterode, film in Lab111, en veel meer!   Kunst is voor ons een uiting van emotie omgezet in beeld. Kunst kan mensen aan het denken zetten of een gevoel of emotie opwekken. Amsterdam West is een stadsdeel enorm in opkomst, waar steeds meer kunstenaars, creatievelingen, galeries, designwinkels en meer zich vestigen. Het is vreemd dat veel van deze kunst en initiatieven onbekend zijn, want onbekend is onbemind. Wij willen de bewoners en bezoekers van Het Hallenkwartier & De Baarsjes meer bewust laten worden van de vele kunst en creativiteit in hun omgeving. Hierdoor ontstaat een steeds groter wordend draagvlak voor de kunst, kunst in de openbare ruimte, de kunstenaar, de galeries, tentoonstellingen en musea.   Wat voor kunst kunnen we verwachten? Tijdens ARTWEST zal voornamelijk professionele autonome beeldende kunst (schilder-, textiel, grafiek, foto en film) te zien zijn van net afgestudeerde kunstenaars tot de gevestigde orde, maar ook toegepaste kunst. Daarnaast is er een theatermonoloog over Barbara Hepworth, diverse live performances, en een programmering van video/animaties in Lab111.   Hoe bepalen jullie wie er mee mag doen? Elke professionele beeldende kunstenaar kan zich aanmelden voor ARTWEST. Worden bewoners en bezoekers van West nog ergens mee verrast, gechoqueerd of uitgedaagd? Mensen worden uitgedaagd om naar ARTWEST te komen. Tijdens ARTWEST stellen niet alleen kunstenaars en broedplaatsen hun deuren open, maar ook uiteenlopende kunstgerelateerde instellingen. Op veel plekken in de wereld zijn problemen, oorlogen, honger, rampen etc. Er zijn politieke en geëngageerde kunstenaars die met die thematieken werken. Vinden jullie het belangrijk om hier aandacht aan te besteden tijdens ARTWEST?   We hebben een aantal kunstenaars die met die thematieken werken. Daarnaast toont The Artist Collective tijdens ARTWEST werk uit The Onderwater Project, dat zij speciaal voor het goede doel The Plastic Soup Foundation hebben gemaakt. Het is niet ons doel om alleen politiek geëngageerde kunst te tonen of kunst gemaakt ten goede van een charity, maar we vinden het wel heel belangrijk dat ook dit type werk wordt getoond tijdens ARTWEST.   Wat willen jullie dit jaar bereiken met ARTWEST? We hopen dit jaar op 8000 bezoekers, en dat zowel de deelnemers als bezoekers enthousiast zijn over de eerste editie van ARTWEST. Ik neem aan dat ARTWEST geen eenmalig event is maar dat er de intentie is om dat eens of twee keer per jaar te doen? Wat is jullie doel voor de toekomst? Dit jaar is de eerste editie van ARTWEST. Het idee is om ARTWEST een jaarlijks terugkerend event te laten zijn. We hebben in zeer korte tijd en met minimale financiele middelen een zeer uitgebreide programmering weten neer te zetten. Op dit moment hebben alle deelnemende partijen aangegeven ARTWEST in 2016 in hun programma op te nemen. De volgende editie zal naar een hoger niveau worden getild • Meer info op: www.facebook.com/artwestamsterdam www.artwestamsterdam.nl/ Deelnemende kunstenaars Open Ateliers: Jan Baas, Lawrence James Bailey, Nel Bannier, Lilian Berg, Sylvia van Berkel, Ina Brekelmans, Anneke Bruin, Chezatelier, DeContainer, Judith Dubois, Fennanda Eleveld, Edwin Emmens, Suzanne Glerum, Eva Gonggrijp, Charlotte Greeven, Jacques Gregoire, Nadia Gyr, Melissa Halley, Fabrice Hünd, Ellen Huijsmans, AtelierJa Jacobs, Dagmar Jaeger, Mathilde Jansen, Henriette Van Klinken, Jan Korevaar, Anne-Lore Kuryszczuk, Nicole Ladrak, Saskia Lensink, Lucy was here, Debby Luiten, Marina Metaal, René Mos, Imke Plattel, Gerard Pouw, PSN Ateliers, Pete Purnell, Karim Rachid Omayri, Joost van Santen, Robbert Schaefers, Ubaldo Sichi, Rudolf Valster, Lies Verdenius, Serge Verheugen, Ursula Woerner, Judith Zwaan •  
Issue #004 Published: 09-11-2015 // Written by: Marit
De eerste keer
De Jeugd van Tegenwoordig, Silverfaces, Douwe Bob, Mister & Mississipi stonden allemaal ooit in Volta aan het begin van hun muzikale carrière. Waarschijnlijk voor vrienden, familie, klasgenoten en een aantal nieuwsgierige muziekliefhebbers. Elf van de dertig geselecteerde bands voor de Amsterdamse Popprijs 2015 speelden afgelopen jaar tijdens Volta’s Local Playground. Volta is hét podium tussen oefenruimte en concert-/theaterzaal voor jonge bands en andere podiumkunstenaars, talentvolle programmamakers en organisatoren uit Amsterdam. Volta is één van de weinige plekken in de stad waar jongeren ervaring op kunnen doen in de podiumsector.  Een springplank en kweekvijver dus, waar jongeren zich kunnen ontwikkelen om vervolgens door te stromen binnen het podiumcircuit. De avonden worden geoganiseerd door vrijwiligers en stagiairs met elk hun eigen voorkeuren en achtergrond. Elke twee weken programmeren stagiairs Volta’s Local Playground: een podium voor jonge Amsterdamse bands. Een avond waar bands hun nieuwe muziek uitproberen, ontdekken en verder ontwikkelen. Op 12 november speelt Still Forms hun aller eerste gig: Wat verwachten jullie van de avond? Voor ons wordt het natuurlijk vrij spannend, maar dat is voor de bezoekers hopelijk niet te merken. De bedoeling is dat mensen onze sound iets unieks en eigens vinden hebben en dat ze geïnteresseerd raken in onze progressie als band. We maken niet echt feestmuziek, maar we denken de luisteraars wel geïnteresseerd te kunnen houden omdat onze setlist vrij divers is. Daarnaast verwachten we vooral een toffe avond te hebben, want muziek maken is gewoon iets wat we nogal graag doen. Wij hebben er dus wel zin en vertrouwen in! Wie zijn jullie? We zijn Still Forms, een Leids/Amsterdamse band. Onze bezetting bestaat uit Gijs Schakenbos op de drums, Jake de Goede op gitaar, Johan van Tienhoven op bas en Chantal Stam als zangeres. Maar wie we nou echt zijn, tja, dat is een nogal diepe vraag. Kom anders na het optreden even een praatje maken, vooral onze drummer ambieert dergelijke diepe gesprekken waarin de filosofische betekenis van ons “zijn” wordt ontrafeld. We kunnen het overigens ook gewoon luchtig houden. We zijn best flexibel. Hoe zijn jullie ontstaan? Aah, hebben je ouders je dat nooit uitgelegd? Als een jongen en een meisje elkaar leuk vinden... Nee maar echt, we kennen elkaar via het Internet, en dan niet eens via een of ander obscuur 4chan forum. Beetje saai, maar ook wel een uitkomst. Een social media platform als Facebook biedt tegenwoordig mogelijkheden om veel meer gelijkgestemde muzikanten te bereiken dankzij pagina’s als ‘Bandplaats’ en ‘Muzikanten Marktplaats’. Toen Chantal op zoek ging naar een nieuwe band, reageerde een van de leden van de Bandplaats-pagina dat hij nog wel een drummer (Gijs) kende die misschien geschikt was en het klikte. Gijs regelde via via Johan (bas) en daar komt het Leidse deel van onze bezetting vandaan. Jake maakte al onderdeel uit van de vriendenkring van Chantal, maar een samenwerking was om de een of andere reden nog nooit voorgesteld, zo gaat dat soms (het was niets persoonlijks). We waren allemaal enthousiast over elkaars skills en wilden het graag samen proberen. Het klikte en na ruim 8 maanden schrijven, zijn we er klaar voor het podium te betreden. Top uitvinding dat Internet! Wat voor muziek maken jullie? Het hele punt van alternatieve muziek is toch dat het lastig te definiëren is? De labels ‘duister’, ‘melancholisch’, ‘alternatief’ en ‘rock’ zijn wel van toepassing op ons, maar we hebben vrij uiteenlopende muzikale invloeden en ook dat hoor je terug. We hopen eigenlijk dat het publiek een mooi genre kan bedenken. Dus kom naar ons optreden en verlicht ons! Leuk feitje: onze gitarist is stiekem een klassiek pianist en ook dat hoor je terug in zijn spel. Snap je het nog? Wie zijn jullie voorbeelden? Hoewel onze invloeden persoonlijk nogal uiteenlopen, zijn de gezamenlijke invloeden terug te brengen tot Warpaint, Wolf Alice, Daughter en Ben Howard. Deze laatste twee vormen vooral een overeenkomst bij Jake en Chantal. Jake is dus begonnen als klassiek geschoold pianist en Chantal is daarnaast ook een beetje verliefd op Chelsea Wolfe. Gijs heeft een bijna zorgelijke obsessie met Warpaint en Johan’s invloeden zijn eigenlijk heel divers, variërend van Black Sabbath tot Weather Report en qua bas-spel legt hij vooral een nadruk op eigenzinnige en melodieuze bassisten. Dit draagt allemaal wel bij aan onze sound en deze is daarom nogal moeilijk te beschrijven. Hoe zijn jullie bij Volta terecht gekomen? Chantal is hier eerder geweest op bandavonden en zodoende stond de zaal vrij bovenaan op het verlanglijstje als plek om te spelen zodra we er klaar voor waren. Toffe zaal met een fijne sfeer. Hoe bereiden jullie je voor? Dit antwoord komt waarschijnlijk als een verrassing dus bereid je even voor... Veel oefenen. We oefenen echter niet de avond van tevoren want dat brengt, volgens enkele bijgelovige leden die we niet bij naam zullen noemen, ongeluk. Oké het is Gijs. Gijs is bijgelovig. Wie komt er op jullie optreden af? Omdat dit ons eerste optreden in de buurt is, zullen dit voornamelijk vrienden en familie zijn en misschien wat mensen die geïnteresseerd zijn omdat ze onze vorige bandjes kennen. Oh en natuurlijk iedereen die dit interview leest. Toch!? Hebben jullie al fans? Niet echt, maar nu we beginnen met optreden gaan we daar hopelijk verandering in brengen ;). Onze fanbase bestaat op het moment vooral uit een aantal enthousiaste vrienden en kennissen en de moeder van de gitarist (die dit sowieso leest; Paulien, we houden van je en je kan lekker koken!). Wat kunnen we na dit optreden verder van jullie verwachten? Er gaan sowieso nog veel meer optredens komen, waaronder een akoestische gig in Zaandam in december. Verder gaan we binnenkort de studio in om een nummer op te nemen. Deze zal rond de jaarwisseling klaar zijn. Ondertussen schrijven we natuurlijk ook verder zodat we onze setlist kunnen uitbreiden. De nieuwe songs die we schrijven voelen voor ons al meer een geheel dan sommige oude nummers en we hopen deze trend voort te zetten. We hopen door veel te spelen een netwerk op te bouwen en het is een droom om ook grotere podia te betreden, op verschillende festivals te spelen en samen te mogen spelen met onze voorbeelden.  Maargoed, like ons op Facebook want anders ga je ons sowieso vergeten en dan zie je ons eerste nummer rond de kerst vanzelf voorbij komen. Volta’s Local Playground Still Forms + Mike & the Musicians Do 12 november // Aanvang: 20:30 // 5 euro
Issue #004 Published: 09-11-2015 // Written by: Arie
Hoek
Op vrijdag 20 november speelt HOEK een live set tijdens ‘Metronome’ in de OT301. Naast HOEK staan ook DJ Mark du Mosch (Rotterdam) en host Bas B. op het programma. Metronome is een nieuwe avond die zich richt op spannende luister- en dansbare electronische muziek. Kwaliteit staat voorop dus er wordt serieus werk gemaakt van de programmering. Voor de 2e editie van het concept (19 februari 2016) zijn intussen Unit Moebius en DJ Marsman bevestigd. We spraken de jonge en getalenteerde HOEK kort over zijn ambities en interesses.   Stel je even kort voor. Ik ben Casimir Geelhoed, 20 jaar en woon in Amsterdam Noord. Wanneer en waarom ben je muziek gaan produceren? Een aantal jaren geleden. Ik schreef al lang instrumentale muziek en ben gaandeweg steeds meer geïnteresseerd geraakt in electronische muziek. Je speelt in November in de OT301. Ken je die plek? Zeker, ik kom er geregeld. Ik vind het één van de fijnste plekken in Amsterdam. Wat vind je van de alternatieve scene in Amsterdam? Er is qua muziek denk ik niet echt een scene zoals die in Londen of Berlijn bestaat, als in: mensen die soortgelijke muziek maken en elkaar allemaal kennen. Maar er zijn wel een aantal organisaties die interessante artiesten boeken en veel oog hebben voor lokaal talent, zoals Subbacultcha!, HOAX, Aether etc. Het is in ieder geval belangrijk dat er een soort anti-commerciële scene bestaat, waarbij het puur gaat om de kunst of muziek, zonder dat geld of toegankelijkheid voor het grote publiek een rol speelt. Dan komen er vernieuwende en interessante dingen tot stand. Op wat voor plekken speel je zelf het liefst? Festivals als Rewire, Incubate en Le Guess Who?. Omdat het publiek daar echt voor de muziek komt. Waar haal je de inspiratie voor je muziek vandaan? Vooral van gevoelens als angst en eenzaamheid. Ik heb niet echt voorbeelden, maar ik bewonder mensen als Ben Frost, Vessel en Andy Stott. Producers die de grenzen opzoeken, maar die vooral ook juist hele menselijke, rauwe, emotionele muziek maken. Wat zijn je plannen voor de toekomst? Wat wil je bereiken? Ik werk op het moment aan een stuk of dertig nummers tegelijk. Ik hoop daar wat van uit te gaan brengen de komende tijd. Luister de muziek van HOEK op: soundcloud.com/hoekhoek Volgen kun je hem via: www.facebook.com/hoekmusic Metronome: www.facebook.com/MetronomeAmsterdam/
Issue #004 Published: 09-11-2015 // Written by: Mike
Something is rotten in the state of Mokum part 2
Theater voor de buurt met een eigen gezicht Mike’s Badhuistheater heeft zich in de afgelopen 35 jaar ontwikkeld van underground/marge theater naar een buurttheater met 250 voorstellingen per jaar en 16.000 bezoekers. Het BHTh heeft zich ontwikkeld tot het Cultuurhuis van Oost of het nu deze officiële eretitel heeft of niet. Het Badhuistheater is bij alle belangrijke momenten van Oost. Onlangs bij de opening van het Oosterpark met het Oosterparkorkest. Begin oktober j.l. met het Festival op het Boerhaaveplein en op zoveel andere momenten. In het Badhuistheater oefenen allerlei amateurgezelschappen en worden zowel buurtbewoners, normale Amsterdammers en expats bediend. De groei zet door De afgelopen drie jaar heeft het Badhuistheater een gestage groei in bezoekersaantallen doorgemaakt. Momenteel draait het BHTh voor c.a. 80% op eigen inkomsten. Dat doet geen enkele andere culturele instelling in dit stadsdeel of andere stadsdelen ons na. Met veel buurttheaters in Amsterdam gaat het slecht, zie de Badcuyp (inmiddels failliet). Analyse van het Amsterdamse culturele aanbod Het schijnt dat er twee soorten organisaties zijn: de formele en de informele organisaties. De formele organisaties (of gesubsidieerde organisaties) hebben veel TIJD. Tijd om te discussiëren, ‘to Hamletise’. (Voor uitleg, zie Shakespeare Karaoke) Het gaat om tijd. Hoeveel tijd heb jij om te investeren in inhoudelijke kunst, cultuur en mensen? Hoeveel tijd heb jij als kleine organisatie om bij eindeloze discussies te zitten zonder duidelijke uitkomsten? Hoeveel tijd heb jij als kleine organisatie om bijbels aan papierwerk te schrijven? De informele sector (of sector die nauwelijks overheidsbudget krijgt) investeert zijn tijd in het genereren van uitvoeringen en kostdekkendheid. Meestal zonder persoonlijke bezoldiging. Maar die kleine culturele organisaties trekken grote aantallen publiek met kunst en cultuur en zijn vaak meer betrokken bij hun culturele buurten en onderhouden ook vaak een korte lijn met hun kunstenaars en publiek. Er is vaak een overbodige spanning tussen deze twee soorten organisaties. Dat leidt vaak tot het isoleren van de kleinere organisaties. Ze worden in het nauw gedreven door het gebrek aan geld en aan tijd. Er moet iets gebeuren om een brug te slaan tussen de formele en de informele organisaties, alsmede een eerlijkere verdeling van de gelden die beschikbaar zijn. The Plough and the Stars van Sean O’Casey, onze nieuwe kerstproductie Begin dit jaar heeft het Badhuistheater veel lof ontvangen voor hun bewerking van Juno and the Paycock. Dit was het tweede stuk van O’Casey over de Ierse burgeroorlog van 1922. In 2016 is het 100 jaar geleden dat de Ierse Paasopstand uitbrak. Tot recentelijk was dit een onbespreekbaar discussieonderwerp. Op de basisschool leerde je niks over de ontwikkeling van een van de nieuwste republieken in Europa. We brengen met The Plough and the Stars van Sean O’Casey een tragikomedie over de Ierse onafhankelijkheidsoorlog. Sean O’Casey was een humanist en noemde zichzelf een communist. Maar hij was ook diep religieus en een spirituele protestant in het hart van katholiek Dublin. Ons toneelstuk concentreert zich natuurlijk op de humor en komedie die uit de verschillen tussen de protestanten en katholieken vloeien. Ze wonen allemaal samen in een ‘tenement’ in vreselijk armoedige omstandigheden. In 1916 waren de normale burgers getuige van een spirituele en Gaelic/politieke wederopbouw. Geleid door dichters en basisschoolleraren. Voor sommigen was dit grappig, voor sommigen was dit bloedserieus en voor sommigen eindigde het in executie. Maar in het huis van Jack en Nora Clitheroe en op de stoep buiten hun voordeur hebben zij allemaal Easter 1916 meegemaakt. En hun wereld zou voor altijd veranderen. ‘A terrible beauty was born’ – Yeats, Easter 1916. Een vreselijke schoonheid was geboren. Try-outs The Plough and the Stars: 17, 18, 19 en 20 december 2015 in Mike’s Badhuistheater Kaarten verkrijgbaar via de website: www.badhuistheater.nl  
Issue #004 Published: 09-11-2015 // Written by: Bart Stuart & Klaar vd Lippe
De goede kant op mislukken is de toekomst van alternatief ontwikkelen.
Boekbespreking ‘The Volkskrant building: manufacturing difference in Amsterdam’s creative city’ door Boukje Cnossen en Sebastian Olma, verschenen November 2014 bij Amsterdam Creative Industries Publishing. Wij werken als kunstenaars en op het snijvlak van kunst, politiek en planning. Vanuit uit onze praktijk en ervaring kijken we kritisch naar onze eigen stad en hoe ze vorm krijgt Wij waren dan ook blij met de timing van deze publicatie over het Volkskrantgebouw. Er is namelijk wel wat aan de hand in Amsterdam. Na de ontruiming en sloop van de Tabakspanden en recente ontruiming van Bungehuis en Maagdenhuis vragen we ons af waar in Amsterdam de oefenruimte is voor tegendraadse praktijken en burgerlijke ongehoorzaamheid. Neoliberale stadsontwikkeling betekent dat geld regeert. Monocultuur is hiervan het resultaat. Hierbij worden plekken van verzet en kritiek weg geblazen. Als een levende stad het oogmerk is, pleiten wij voor meer oefenruimte en minder vastgoedformules. Dit boekje over het Volkskrantgebouw laat zien hoe die oefenruimte met vallen en opstaan bevochten kan worden. Het verhaal gaat niet over de stenen maar over mensen, idealisme, en het maken van verschil. Zo wordt het een portret van een proces in de stad en niet van een gebouw. Mensen maken de stad, niet alleen gebouwen. Het gebouw waarin het dagblad de Volkskrant huisde, gelegen aan de Amsterdamse Wibautstraat, is een voorbeeld van een poging tot een alternatieve, niet commerciële herontwikkeling van een ‘overbodig’, want sterk verouderd, kantoorgebouw. Het gebouw staat eerst op de nominatie om te worden gesloopt. De auteurs beschrijven hoe het pand van een leegstaand kantoor transformeert naar een broedplaats, en vervolgens naar een hip en betaalbaar hotel. We kennen dit soort ontwikkeling in principe van andere plekken maar, de kracht van deze publicatie is dat het een reflectie is op een weerbarstig transformatieproces van een ‘creatief’ gebouw. Tegelijkertijd is het ook een reflectie op het zogenaamde Broedplaatsenbeleid. Dit is waardevol, want er wordt zelden kritisch stilgestaan bij dit soort veranderprocessen. Meestal worden alleen de successen bezongen. Door het hoge feel good karakter van alles wat met creativiteit en stedelijk beleid te maken heeft lijkt reflectie overbodig. Hoewel we denken dat we het gentrificatie proces wel kennen uit de praktijk, kent het verhaal over het Volkskrantgebouw een aantal onverwachte wendingen. De levensloop van het afgeschreven gebouw is door de broedplaats verlengd. Zonder broedplaatsontwikkelaar Urban Resort én de kredietcrisis was het gesloopt om plaats te maken voor appartementen voor midden- en hogere inkomens. Hiermee is de vrij  saaie Wibautstraat verlevendigd en met een blijvende culturele voorziening verrijkt. In de kostenraming voor de opstart van de broedplaats in 2007 werd uitgegaan van de zelfwerkzaamheid van huurders. Deze zouden zelf zorg dragen voor schoonmaak en onderhoud, waardoor de huurprijs laag kon blijven. Halverwege het bestaan van de broedplaats wordt duidelijk dat dit idealisme uit de tijd is. De verwachte actieve houding bij de huurders is afwezig. De huurders voelen zich consumenten: ik betaal, dus heb ik rechten en geen plichten. Ook een ander ideaal blijkt niet zo gemakkelijk te realiseren. Onverwachte ontmoetingen en samenwerkingen faciliteren was één van de doelstellingen van de broedplaats. De auteurs beschrijven hoe synergie echter eerder ontstaat op basis van toeval of opportunisme dan uit ideologische of inhoudelijke overeenkomsten. De initiatiefnemers van de broedplaats in het Volkskrantgebouw, Hay Schoolmeesters en Jaap Draaisma, hebben een verleden in de kraakwereld. Hun ideaal is een betaalbare en zelf beheerde experimenteerruimte voor jonge mensen. Zij richtten daarvoor een eigen organisatie op onder de naam Urban Resort en ontwikkelen daarmee een praktijk om in de systeemwereld van ruimtelijke planning en stedelijke ontwikkeling het verschil te maken. Deze ex-krakers zitten jaren later aan tafel met dé commerciële vastgoedkoning van Nederland ,Cor van Zadelhoff, die uiteindelijk van het pand een hotel maakt. De vraag die de auteurs stellen is of (en hoe) de praktijk van Urban Resort daadwerkelijk verschil maakt, of dat de ex-krakers zich uiteindelijk voegen naar die bestaande systeemwereld. Naast een betaalbaar hotel biedt het pand nu nog voor een deel goedkope werkruimtes voor kunstenaars aan. Het gebouw draagt het zo bij aan de diversiteit van de stad. En “last but not least” stellen de auteurs de vraag wat het succes van de broedplaats uiteindelijk waard was. Voor hoeveel geld werd het Volkskrantgebouw doorverkocht als Volkshotel? En wie mocht de winst opstrijken? “Mede mogelijk gemaakt door de kraakwereld”  is de tekst op spandoeken aan veel gebouwen in de stad. In de jaren 80 werd de hele culturele infrastructuur van Amsterdam opgezet vanuit kraakpanden, denk bijvoorbeeld aan de Melkweg of Paradiso. Voormalig kraakpanden zoals het Lloyd Hotel of de Graansilo zijn behouden gebleven en zouden anders (met de rest van de wijk) zijn gesloopt. Het programma in die gebouwen  is wel vercommercialiseerd. Urban Resorts model is eigenlijk de volgende, legale, fase van stadsontwikkeling van onderop. Toch lijkt deze organisatie een uitzondering en is het geen staand beleid geworden om middels dit soort organisaties en initiatieven de stad met betaalbare culturele plekken te verrijken. Broedplaatsen blijven tijdelijke voorzieningen in economisch (nog) onaantrekkelijke gebouwen. Deze publicatie stelt indirect de vraag aan de orde hoe we de stad uitdagend, cultureel en divers kunnen houden. Het boek geeft hierop geen eenduidig antwoord. De auteurs komen tegen het einde van het het boek met het interessante begrip ‘failing forward’. Hiermee bedoelen ze dat, hoewel er door Urban Resort geen definitieve oplossing gevonden wordt, ze wel ‘de goede kant op’ mislukken. Dat is op zich al een inspirerende prestatie. Het is te hopen dat de grootstedelijke planners de moed hebben hun succesverhaal los te laten en met Urban Resort mee durven mislukken, de goede kant op!