Article index
Issue #001 articles
 

Through this index panel you can filter the articles from every published news paper + the online only articles. click on on of the issue numbers below to select the issue you would like to view. click on an article block to view full text.

Issue #013: June-July 2017Issue #012: April-May 2017Issue #011: Feb-Mar 2017Issue #010: Dec-Jan 16/17Issue #009: Oct-Nov 2016Issue #008: Aug-Sept 2016Issue #007: May-June 2016Issue #006: Mar-Apr 2016Issue #005: Jan-Feb 2016Issue #004: Nov-Dec 2015Issue #003: Sept-Oct 2015Issue #002: Jul-Aug 2015Issue #001: June 2015Online only

Issue #001 Published: 21-10-2015 // Written by: Ewout Lowie
Alternative
What does ‘alternative’ in Amsterdam Alternative actually mean? Dear reader of the very first – in the history of mankind – edition of Amsterdam Alternative’s newspaper. It’s great that you read this. It may be the case that you don’t exactly know what Amsterdam Alternative is. That’s all right, we’ll explain it to you: Amsterdam Alternative is a collaboration between ADM, Cinetol, De Ruimte, OCCII, OT301, Plantage Dok, Ruigoord en de Vondelbunker which materializes in a website and the monthly release of a news paper. As you could infer from the name Amsterdam Alternative, you won’t find all these venues in Bommelewaard or Meppel, but in Amsterdam. The second part of the name might cause some confusion because the meaning of the word “alternative” is not as clearly defined as, for instance, the “welcome” on a “Welcome to Amsterdam” welcoming-sign, which is why we should power up some clarity by throwing it some clarity-crystals. In order to find out what people consider to be “alternative”, it might be an idea to type the word on Martkplaats (the Dutch ebay).  After a bunch of stuff about alternative medicine, we present you with the first few hits: “Alternative christmas tree with 1001 options/possibilities” (€20,-) “Alternative window-opener – this is actually a microphone holder but you could easily open a high single-hung window with it. If the window contains an eyelet, it will even be easier. “(€2,50) “Suspenders with skull (emo, alternative)” (€4,-) “Various gothic/alternative corsets/shorts and tops (dragonshirt is size 140)” (PDL*) From the first two results we gather that “alternative” may denote something that is different than the usual, but shares an identical function (the alternative Christmas tree is little a wooden 3D-Christmas tree located in the corner of the from which, as the end of December nears, will undoubtedly lift the mood). So, an extra option. An extra option is often very convenient: for example, if you are on your way to the South of France with your fully-loaded car and with a cruel twist of fate hit a traffic-jam between Dijon and Lyon. An alternative route could then save you a lot of boredom and misery. However, if everybody else decides to take the alternative route it might still be possible for an elderly Frenchman on his mobility scooter to pass you as he happily waves his baguette, and you could even ask yourself whether it is still an alternative route. In any case, it’s good to know that there is at least more than one option. It is also good if you can choose from multiple brands of liverwurst in the supermarket, and that there is a veggie alternative for liverwurst (the so-called vegetarian liverwurst. Choice is good, which makes alternatives good. Not having a choice is not good, because then you are forced to choose one option which you might not support. In the bottom two hits of the search on Martkplaats, ‘alternative’ has more of a cultural meaning, only in a somewhat simplistic fashion. A little like in high-school where you were alternative if you polished your nails black and wore things with skull-prints. After that, the term alternative in the cultural sense became a bit more complicated than ‘things that have to do with emo, gothic, dragons and skulls’. ‘Alternative’ can actually mean anything as long as it isn’t the most standard, widespread and often boring stuff, because that’s where it distinguishes itself from. Take for instance somebody who wears a really beige suit to work every day. Or somebody who, instead of the bicycle, uses the canoe for transport in Amsterdam.    Maybe, Amsterdam Alternative is a combination of all these meanings. It simply offers an alternative to the offers that are already there: the big, common, ordinary places/venues in Amsterdam that everybody knows, and also probably feature in the Lonely Planet. But it also offers a specific type of cultural things. Amsterdam Alternative offers the experimental, innovative and adventurous; the arts and culture that do not get a place on the standard, giant, commercial stage. And this is everybody’s profit. Because even if you do not line experiments, innovations and adventures, and you always buy the same liverwurst, and you stay put in a traffic-jam on the highway, you have to admit: it’s always good to have an alternative •  
Issue #001 Published: 21-10-2015 // Written by: Nienke Jansen
Autonomie door tegenspraak
In april 2014 lanceerde de vereniging Eerste Hulp bij Kunst het boek Autonomie door Tegenspraak. Het boek is geschreven voor iedereen die een hart heeft voor plekken in de stad die afwijken van de standaard, niet wordt gedreven door financiële motieven en waarin autonomie, zelforganisatie en collectief eigendom belangrijke waarden zijn. Inmiddels anno 2015 zijn de Valreep en het Slangenpand ontruimt, staat Villa Friekens op de lijst en ontvangt ADM brieven en bezoekjes van de deurwaarder. Het straatbeeld en de beleving van de binnenstad wordt gedomineerd door hotels, pendelbussen en toeristen. Kunstenaars en bottom up initiatieven worden gebruikt voor het opwaarderen van buurten en stadsdelen. Zij mogen tijdelijk bloeien en functioneren als citymarketingtool voor de creatieve stad Amsterdam om vercommercialisering van publieke ruimte en vierkante meters te legitimeren. Iedere vorm van tegenspraak wordt effectief tegengewerkt met vergunningen, regels, voorwaarden en wetgevingen. Initiatieven die demonstreren tegen de huurexplosie, de huidige uitwerkingen van de democratie of het on humane handelen van de overheid en medeburgers tegen de mensenrechten worden door de gemeente en overheid systematisch gedepolitiseerd en ontruimt als ongedierte. Initiatieven zoals ADM, Vrankrijk, Plantage Doklaan, Ruigoord, Vondelbunker, OT301, OCCII, Zaal100 en Fort van Sjakoo zijn bronnen van kennis en inspiratie. Deze initiatieven ondersteunen, hosten en stimuleren mensen na te denken en te werken aan een artistieke en/of politieke agenda, nieuwe sociale constructies, alternatieve economieën en bewustzijnverruimende concepten. Het boek Autonomie door tegenspraak is een naslagwerk met teksten en afbeeldingen van OT301 en andere soortgelijke initiatieven uit Amsterdam en het buitenland. Woon of werk je in een vergelijkbare plek of wil je iets vergelijkbaars opzetten en ben je geïnteresseerd in vragen zoals bijvoorbeeld: Wat is de rol van autonomie binnen OT301 en hoe behoud zij deze? Waarom werken wij met een verenigings structuur? Wat is de rol van zelfwerkzaamheid en hoe organiseren wij dit? Wat is de rol van initiatieven zoals OT301 in de toekomst? Dan biedt dit boek zeker bruikbare inzichten en informatie. In het boek beschrijven we herkenbare problemen en doen aanzetten tot oplossingen. Het is tevens opgedragen aan de subcultuur in Amsterdam, die we met dit boek niet alleen willen documenteren maar ook een toekomst willen geven. Het beschrijft onze collectieve worsteling met grote vragen en veranderingen, zowel in de maatschappij als onze eigen organisatie, maar ook onze strijdlust en ons optimisme. Het is daarmee het verslag van een zoektocht en een onderzoek, een archief document en een naslagwerk, wisselt kennis en ervaringen uit en zoekt naar nieuwe manieren om subcultuur, experiment en radicale politiek met elkaar te verbinden. Het boek bestaat uit drie delen, die grofweg corresponderen met drie momenten in de tijd: het eerste deel beschrijft waar we nu staan, het tweede waar we over dertig jaar misschien zijn, en het derde waar we vandaan komen. Het eerste deel van het boek bestrijkt de periode van 2011 tot en met 2013, waarin we onder de noemer ‘Overhaal’ hebben gewerkt aan de professionalisering van de organisatie en de inhoudelijke verbreding en verdieping van het collectief. Wat betekenen de begrippen ‘autonomie’, ‘zelforganisatie’ en ‘collectief eigendom’ voor ons, en hoe integreren we die in onze visie en organisatie? Hoe ziet de subcultuur (het woord subcultuur blijft lastig omdat het zo’n breed woord is) in New York, Hamburg en Bern er uit? Wat kunnen we leren van andere panden in Amsterdam of Rotterdam? Deze en meer vragen hebben we de afgelopen drie jaar als collectief onderzocht, in brainstorms en discussies, waar naast leden ook mensen van buiten de vereniging aanschoven. Gebruikmakend van de recente politieke theorievorming plaatsten we al deze gesprekken in een kritisch kader, en gaan we na welke noties van autonomie, zelforganisatie en collectief eigendom in de toekomst bruikbaar zouden kunnen zijn voor OT301 en andere initiatieven in de stad. We sluiten dit deel af met een rondgang langs verschillende alternatieve plekken in Amsterdam, die hun relatie tot OT301 beschrijven, en een schets geven van hoe zij zichzelf zien binnen de subcultuur van Amsterdam, nu en in de toekomst. In het tweede deel van het boek blikken we vooruit. We benaderden een aantal schrijvers, kunstenaars en denkers om een toekomstvisie uit te werken. In welke richting ontwikkelt de maatschappij zich, welke consequenties heeft dit voor OT301 en hoe kunnen we hierin ingrijpen? Geert Lovink, universitair hoofddocent Nieuwe Media aan de Universiteit van Amsterdam, stelt dat het claimen van fysieke ruimte allang niet meer de frontlinie vormt, nu moderne middelen voor communicatie – en controle – niet alleen de stedelijke ruimte om ons heen veranderen, maar ook onszelf. Hij roept op om elke vorm van nostalgie achter ons te laten, en progressieve organisatievormen te bedenken en implementeren. Zelf doet Lovink met het concept ‘orgnet’ hiertoe een aanzet. Schrijver Daniël Rovers deed veldonderzoek in OT301 en de buurt en schreef hierover een kort verhaal. In ‘1 hele grote dissonant, oftewel: Hoe OT301 aan zijn einde kwam’ laat hij zien hoe het. OT301 zou kunnen vergaan wanneer commercialisering en gentrification zich doorzetten, maar ook hoe de plek een dissonant zou kunnen blijven in het overgereguleerde stadslandschap. Ook Bart Stuart en Klaar van de Lippe, een kunstenaars duo dat een vaste werkplek heeft op het NDSM-terrein, stellen de vraag wat een ongepolijste plek als OT301 midden in een vastgoed paradijs betekent. Elke Uitentuis, tot slot, beschrijft het Wij Zijn Hier-collectief de effecten van privatisering van de openbare ruimte op het handelen van het individu. Ook zij stelt een nieuwe vorm voor waarin autonomie, zelforganisatie en collectief eigendom een plek zouden kunnen krijgen. In het derde en laatste deel van het boek wordt de ontstaansgeschiedenis van de vereniging Eerste Hulp Bij Kunst en het pand OT301 beschreven. Het voert de lezer langs de kraak in 1999, het eerste huurcontract en ten slotte koop van het pand in 2006, en de moeilijke keuzes die de vereniging heeft moeten maken gedurende deze periode, soms ten koste van ideologische standpunten. De tekst is aangevuld met korte interviews met directe betrokkenen in diverse fasen van het proces, onder meer afkomstig van de politiek, Bureau Broedplaatsen en Triodos Bank, en ruim voorzien van cijfermateriaal uit de periode 1999 tot 2014. We sluiten het boek af met een groot beeldverslag van bijna vijftien jaar EHBK en OT301 • Specs: 368 Pages // 17 x 24 cm // Hardcover ISBN 978-90-817864-1-6 Order: www.abnormaldataprocessing.com
Issue #001 Published: 21-10-2015 // Written by: Bep Schrammeijer
The history of the ADM: a lesson for the future
When the sand was being poured on fertile farmland west of Amsterdam in the postwar economic boom of the 1960’s to create the ‘Westhaven’ wharf of the Amsterdam Drydock Company (ADM), no-one could foresee the fertile and creative future that lay awaiting. The old drydock company ADM was one of the pioneers in the western reaches of the Port of Amsterdam. Limited space in Amsterdam North was a reason to venture west and build bigger and better facilities. When crises in the shipbuilding industry forced her to leave little more than a decade later she made way for one of Europe’s largest cultural freehavens and eventually the ADM as we know her today was born. The ground that the ADM built on was sand piled on top of fertile clay – metres of it, to bring it above sea level. With this the ADM ‘Westhaven’ became an island of industrial activity in an extensive agricultural polder landscape. While it lasted. Finished in 1965, the huge hall and office building were in use for only 12 years before financial troubles became evident. The company ADM could not keep her head above water and had to retreat from the western harbour with her tail between her legs. The first occupation by artists was in 1987 and the ADM has been used for cultural purposes for almost 30 years with the current ADM community having grown over the last 18 years. The new inhabitants of the ADM live amongst trees in gers, wagons and self-made houses, or on boats in the shallow harbour.  Since the occupation a forest has grown on the ADM and it has become an oasis of green in an extensive industrial landscape. The company ADM specialised in reparations of large ships. Floating drydocks lay in the harbour and were accessed by one small high pier and one long low pier. Cranes ran on rails along the long pier and could carry items into the huge, wide, open hall where they were repaired. Metal was cut, bent, riveted and welded to ensure the floating industrial giants could carry on in their work carrying resources from poorer to richer countries. However, the economic boom that had motivated the building of the new wharf in the western harbours did not last and the ADM went bankrupt. Nonetheless a few decades later the sound of welders is still to be heard in the hall on the ADM. Artists and builders use scrap metal to build wood-heaters, theatre decors, furniture and sculptures. The ADM is home again to craftsmen, but to those who prefer to re-use resources rather than building the vessels with which resources are sucked dry. From the moment of her creation the ADM has been the toy of real estate speculators. Riding on the postwar economic boom the company ADM purchased a leasehold property – then still a piece of agricultural polder. They poured sand over the fertile soil, dug out a harbour, built a huge hall and an office building and fixed a few ships. As the industrial boom they were riding on crashed they were offered a lifeline – to buy the property outright for a very small sum (1,5 million gulden) so that they had an injection of capital and could afford to pay their workers. As the company ADM sank into bankruptcy the ownership of the property ADM ‘Westhaven’ was shuffled through different companies. Eventually, twenty years after the bankruptcy the notorious real estate speculant Bertus Lüske bought the property for a miserly €27 million in a dodgy deal. The new owner tried several times to sell the property for many times more than his original buying price but this was prevented by the legal conditions in the property contract. Again, eighteen years after buying it, the heirs of the late Bertus Lüske are trying to remove the ADM community so that they can at last make some money over the back of the municipality and the people of Amsterdam. Meanwhile, the current ADM community tries to consciously live with as little money as possible, focussing on re-use and recycling as a way to live efficiently and cheaply. The rigid arms of bureaucracy have little influence on the decisions that are made, and space and time can be spent freely. While so much of the outside world seem to be wrestling against gravity trying to make money out of nothing, on the ADM people are doing their best to make something, without money. The story of the ADM is the story of the fate of industrialisation. While world leaders in oil and gas are pulling out of this business the Port of Amsterdam continues to blunder forth towards an outdated future ideal of continual industrial growth. While the gross of society is talking about finite resources and local production and consumption the ports think they can grow endlessly. Let the past of the ADM be a lesson, and let the current ADM play a part in testing an alternative diverse and interesting future •
Issue #001 Published: 21-10-2015 // Written by: Floris Hesseling
De Vondelbrug: het meest muzikale viaduct van Nederland
Zit je in tram 3 en ga je van Oud West naar Oud Zuid of omgekeerd? Dan zie je links en rechts het Vondelpark voorbij komen. Maar wat zich onder de brug afspeelt, zie je niet. We nemen een kijkje onder de meest muzikale brug van Nederland. Met als kloppend hart de Vondelbunker. De Vondelbrug als klankkast van de jeugdcultuur: een kleine geschiedenis vol muziek Het begint allemaal in de jaren ‘50 De Vondelbrug diende voor de Tweede Wereldoorlog als verbinding tussen Oud-West en Oud- Zuid. Maar de brug met onderliggende atoombunker was pas in 1948 af. Het nut van de atoomschuilkelder werd al bij het bouwen in twijfel getrokken en het lijkt erop dat de stad niet veel later hetzelfde inzag. De weg was vrij voor andere invulling. In de jaren ’50 klonk de eerste muziek in een tijdelijke Rock ‘n’ Roll-school annex jongerencafé. De jeugd zette heimelijk haar eerste schreden in het liefdesleven onder het lawaai van de overdenderende tram. De jaren ‘60 eindigen met de beatkelder ‘Lijn 3’ Het zou zo maar kunnen dat één van die jongeren van toen in 1968 nog eens een kijkje ging nemen onder de brug, omdat ze hoorden van nieuwe initiatieven. Namelijk het eerste, echte jongerencentrum van Amsterdam: de Beatkelder ‘Lijn 3’, vernoemd naar die lawaaige tram. Ondanks haar, door financieel wanbeleid, korte bestaandstijd schreef deze Beatkelder historie met een spontaan nachtelijk optreden van het op dat moment al doorbrekende Pink Floyd. Punkers en de tegencultuur in de jaren ‘70 In de jaren daarna heeft de schuilkelder vele rare kostgangers, klaplopers, opgeschoten jeugd, punkers en anarchisten, doerakken, fietsenmakers en muzikanten gehuisvest, al dan niet middels illegale feestjes, kortstondige huur of tijdelijk gebruik. Zo zijn er recentelijk nog foto’s boven water gekomen van een punkfeest in 1978. De Vondelbrug als oefenruimte en open podium De muziek kreeg uiteindelijk aan het einde van de jaren tachtig permanent een plek in de bunker. De voormalige beatkelder werd omgetoverd tot oefenruimtes voor bands. Een vrolijke mix van aanstormend talent en bekende gesettelde bands maakt tot op de dag van vandaag dankbaar gebruik van de geluidsdichte ruimte. Wat in de jaren ‘90 plaatsvond naast de oefenruimtes is niet helemaal duidelijk. Er zijn resten gevonden van een wietplantage en er zat waarschijnlijk tijdelijk een fietsenmakersbedrijf, dat dienst deed als reïintegratietraject. De Vondelbrug, a.k.a. de Emobrug Maar naast de rijke muzikale geschiedenis van de Vondelbrug, voelt de Vondelbunker zich vooral thuis door haar direct omgeving. Want is het ín het viaduct een keer niet rumoerig, dan wel om haar heen. Het viaduct trok altijd rondreizende muzikanten en theatermakers aan die hun kunsten aan het voorbijstruinende publiek tonen. Half luisterend zijn deze dagjesmensen doorgaans onvermoed over het feit dat deze viaduct altijd al een dak bood aan vele aangespoelde alcoholisten, daklozen, alternatieven, anarchisten, hangjongeren of graffiti-writers. Het wemelt er van de klein groepjes, naar de nieuwste dans-genres luisterende hangjongeren. Nieuwe danspasjes worden hier ontdekt en al synchroondansend tot perfectie gebracht. En soms, als de avond valt, komen er vanuit alle hoeken en gaten van deze stad een hele grote groep vleermuizen, pikachu’s, zwarte raven en cybergotische creaturen bij elkaar. Een fenomenaal gezicht. Dan is de Vondelbrug van hen. Dan heet de Vondelbrug voor even de Emobrug.
Issue #001 Published: 21-10-2015 // Written by: A. Snijboon
TIPP van de sluier
Er is in Nederland weinig bekend over TTIP en dat is ook precies de bedoeling. Want hoe meer bekend wordt over TTIP,  hoe meer tegenstand TTIP oproept. Een korte indruk voor Alternative Amsterdam, opdat geen lezer kan beweren dat we niet hebben gewaarschuwd.   T.T.I.P. :  TRANSATLANTIC TRADE AND INVESTMENT PARTNERSHIP   TTIP is een nieuw vrijhandelsverdrag tussen de VS en de EU, waar al geruime tijd achter gesloten deuren over wordt onderhandeld door afgevaardigden van regeringen en bedrijfsleven. De informatie die van hogerhand wordt verstrekt beperkt zich tot de voordelen van dit verdrag voor u en mij. TTIP is er op gericht handelsbelemmeringen tussen de EU en VS weg te nemen en zodoende het grootste economische machtsblok ter wereld te creëren. Dit ter stimulering van de economische groei aan beide zijden van de Atlantische Oceaan – 0,5% in twintig jaar tijd – hetgeen zowel in Amerika als Europa werkgelegenheid gaat opleveren. Weliswaar een druppel op de gloeiende plaat van de massawerkloosheid, maar voorstanders berekenden dat elk Europees huishouden er dankzij TTIP 500 euro per jaar op vooruit gaat. Tel uit!   18 april 2015: In Berlijn, München, Stuttgart, Frankfurt en Leipzig gaan tienduizenden demonstranten de straat op in protest tegen TTIP.  Meer dan de helft van de Duitsers is tegen ondertekening van het handelsverdrag waar Angela Merkel groot voorstander van is. Verspreid over Europa vinden die dag zo’n 600 anti-TTIP acties plaats. In Nederland is alles rustig. Volgens minister Ploumen is er geen vuiltje aan de lucht, burgers moeten dit onderwerp vooral aan onze regering en de Europese Commissie overlaten. Naarmate meer informatie over het geheime handelspact uitlekt, begint zelfs de Nederlandse media nattigheid te voelen. Een paar weken terug presenteerde Lubach het onderwerp TTIP als wereldprimeur in zijn satirische tv-show. De studiogast met kennis van zaken was de RTL journaliste die eerder een item wijdde aan deze ‘scoop’.  Actiegroepen en onderzoekers hadden het TTIP verdrag al langer zien aankomen, maar hun verontrustende informatie vond in Nederland tot dusver weinig ingang. Wat namelijk nog ontbrak was een treffend beeld, een symbool waarmee de nationale media het onderwerp naar het voor kijk- en verkoopcijfers wenselijke Jip- en Janneke niveau konden terugbrengen. Dat beeld is nu gevonden in de vorm van de Chloorkip. De Chloorkip staat model voor wat ons te wachten staat als de TTIP werkelijkheid wordt: hulde aan het meest veelzijdige stukje vlees!   Chloorkip: kippenvlees (uiteraard afkomstig uit de intensieve veehouderij, denk resistente bacteriën en antibiotica) dat begint te bederven mag in de VS worden geïnjecteerd met een chlooroplossing om het product langer houdbaar en verkoopbaar te maken.   De symboliek van de chloorkip is helder: dit verdrag gaat voor een groot deel over de toekomst van ons voedsel. De lobby van biotech- en agro-multinationals is een belangrijke motor achter het TTIP verdrag en wat nu wordt bekokstoofd zal uiteindelijk iedere consument moeten slikken.   Kenmerkend voor de industriële voedselproductie Amerikaanse stijl is zelfregulering: falend toezicht en dubieuze kwaliteitsstandaarden, genetisch gemanipuleerde gewassen overladen met landbouwgif, Frankenfish, bedroevende arbeidsvoorwaarden, groeihormonen, marktmonopolies, patenten op groenten, fruit, beesten, enzovoort. Dankzij TTIP kunnen we dit productiemodel met het Europese ‘harmoniseren’: niet door Europese kwaliteitseisen naar de VS over te brengen, maar door de standaard in Europa te verlagen. TTIP verwijdert belemmeringen, en in wezen is elke vorm van consumentenbescherming een handelsbarrière. Europa moet niet langer zeuren maar de poorten openen.   ISDS Niet alleen komt het TTIP op ondemocratische wijze tot stand, het verdrag bevat voorstellen waarmee de democratie volledig buiten spel kan worden gezet. Bijvoorbeeld via het ISDS-mechanisme, het Investor-State Dispute Settlement-mechanisme, ook wel ’investeringsbescherming’ geheten. Het ISDS is een tribunaal voor bedrijven die vinden dat ze hun winstverwachting niet kunnen realiseren vanwege belemmerende regelgeving, en biedt ze de mogelijkheid forse schadeclaims tegen overheden in te dienen. Het tribunaal dat de claims beoordeelt staat helemaal los van democratische instituten of rechtspraak, het bedrijfsleven speelt een belangrijke rol bij het bepalen wie er zitting in heeft. De grootste bedrijven kunnen miljardenclaims indienen en zo enorme druk uitoefenen op overheden om bepaalde regelgeving aan te passen of achterwege te laten. De voorbeelden uit delen van de wereld waar ISDS al wordt toegepast spreken voor zich. Dichter bij huis: Onder druk van de dreiging van schadeclaims kunnen buitenlandse bedrijven die hebben betaald voor een vergunning om hier naar schaliegas te boren het voorlopige verbod in Nederland snel laten sneuvelen. GMO Voor de agro- en biotech multinationals is de toelatingsprocedure voor GMO producten en zaaigoed op de Europese markt al jaren een hinderlijk obstakel. TTIP kan worden gebruikt als koevoet om de achterdeur van Europa te openen voor teelt en import van GMO’s. Europeanen kunnen nu nog kiezen om geen GMO’s te eten: het is verplicht dat op het etiket te vermelden als een product GMO’s bevat, althans als dat product bestemd is voor menselijke consumptie. In de VS voeren bedrijven als Monsanto keihard strijd om verplichte GMO-etikettering te voorkomen. Den Haag De regering Rutte wil vaart maken met het verdrag, want het draagvlak begint af te brokkelen. De Tweede Kamer stemde afgelopen november in met een motie tegen ISDS in TTIP, en in maart met een motie van CU-kamerlid Segers: TTIP mag geen “afbreuk doen aan ons nationale rechtssysteem en de Nederlandse democratie”. Hoeveel invloed dit zal hebben valt nog te bezien, maar van januari tot en met juni 2016 zal Nederland het EU Voorzitterschap vervullen, en als TTIP dan nog niet geratificeerd is, wordt dat een fijne kluif. Het Europees burgerinitiatief Stop-TTIP, met honderden aangesloten organisaties, heeft genoeg handtekeningen opgehaald om de Europese Commissie te dwingen TTIP voor te leggen aan het Europarlement. De Commissie heeft echter op eigen houtje besloten dat dit burgerinitiatief niet geldig is. Toch gaat Stop-TTIP het initiatief doorzetten, met of zonder instemming van de Europese Commissie.     Noam Chomsky: ‘TTIP has absolutely nothing to do with free trade’ Meer weten?: corporateeurope.org // somo.nl // stop-ttip.org  // globalinfo.nl TTIP wordt in sommige Europese landen afgekort als T.A.F.T.A. (TRANS ATLANTIC FREE TRADE AGREEMENT)  •
Issue #001 Published: 21-10-2015 // Written by: Hans Plomp
De geest uit de fles Van provo tot ruigoord
De jaren 50 waren grijs. In de Amsterdamse buurt waar ik ter wereld kwam in 1944, in een huis waaruit de Joodse familie was weggevoerd en vermoord, zag ik als kind slechts grauwe, sombere mensen. Velen hadden een schuldgevoel over wat ze wel of niet gedaan hadden in de oorlog. Iedereen had gezien wat er gebeurde, vrijwel niemand had een poot uitgestoken. De fascist “Prinz Bernhard” was opeens de leider van het verzet, het oorlogsmonument op de Dam werd ontworpen door de NSB-er Oud. En onze dappere jongens richtten een bloedbad aan in Indonesië. Er was helemaal niks te doen in de stad. Een paar kroegen waar je pils en jenever kon drinken en biljarten, ‘s avonds een spookachtige straatzanger die trieste liederen galmde over jonge moeders met tuberculose en vissersvrouwen, wachtend op hun mannen die nooit zouden terugkeren.... Dat was de “muziek” van herrijzend Nederland... Dat ging zo door tot begin jaren zestig. Toen werd de oorlogsgeneratie volwassen, maar er was niets voor ons. Geen dancings, geen buurthuizen, geen Staatskrant, geen Paradiso, geen coffeeshop. Er was alleen de straat, waar ook niets gebeurde. Kleine groepjes nozems kwamen samen op de Nieuwendijk, floten naar de meiden, lieten hun brommers knallen en staken hun minachting voor smerissen niet onder stoelen of banken. Zo begon de verovering van de straat, omstreeks 1964. Robert Jasper Grootveld was de grote aanzwengelaar, een prettig gestoorde profeet, die happenings begon te houden bij het Lieverdje. Zijn pseudo-magische bezweringen en orakeltaal sloegen aan bij de oorlogsgeneratie, op zoek naar een nieuwe visie op de werkelijkheid. Ook ik werd daarheen getrokken, samen met een paar honderd, misschien duizend andere “rebels without a cause”. Het was maar een kleine groep die de gevestigde orde durfde te bespotten als klootjesvolk en verslaafde consumenten. Ik was erbij, het huwelijk van Beatrix en Claus, de rookbommen, de bouwvakkersrellen bij De Telegraaf. De tentoonstelling met foto’s van het politieoptreden tijdens de rellen, waarover Louis van Gasteren de legendarische documentaire “Omdat mijn fiets daar stond” maakte, werd mede door mij georganiseerd in een pand van uitgever Johan Polak. Al vroeg begreep ik dat in de Nederlandse literatuur geen plaats was voor satire, spiritualiteit en een nieuwe verbeeldingswereld. Ik had met redelijk succes een aantal boeken gepubliceerd, maar naarmate de rebelse geest van de jaren 60 meer tot uiting kwam in mijn werk en dat van andere jonge kunstenaars, groeide de boycot door de officiële kunstpausjes. Zij hadden nooit meegedaan met de happenings en hadden eigenlijk een hekel aan die marihuana rokende vernieuwers. Gelukkig was er een alternatieve stroming ontstaan. Deze manifesteerde zich in tal van tijd- en schotschriften, in muziek en theater en ook in de beeldende kunst. Paradiso, Kosmos, Melkweg, allemaal in oorsprong gekraakte plekken, waar creatieve ludieke geesten zich konden uitleven. Met kunstenaars als Gerben Hellinga, Rik van Bentum en Gert-Jan Dröge maakten we krankzinnige shows in Paradiso. Begin jaren 70 werd het Amsterdams Ballon Gezelschap opgericht. Daarin werkten vele excentrieke creatievelingen samen om happenings en festivals te organiseren. De geest van de jaren 60 begon te verzwakken en wij begrepen dat een eigen plek onontbeerlijk was, als wij op een nieuwe manier wilden leven en samenwerken. In de stad zelf was weinig ruimte, maar in 1972 ontdekten we het dorp Ruigoord, dat door Amsterdam van de kaart geveegd dreigde te worden. In 1973 slaagde een groep kunstenaars erin de kerk en een tiental huizen in Ruigoord te bezetten en te behoeden voor sloop. Niet lang daarna werd dit voormalige eiland het “hoofdkwartier” van het Amsterdams Ballon Gezelschap en daarmee de belangrijkste “vrijhaven” voor de creatieve ludieke rebelse geesten, die zich in de jaren 60 begonnen te manifesteren. Als Deskundologies Laboratorium, Provo, Insektensekte, De Keerkring, Kabouters, Eksoties Kitsj Konservatorium. Daar werd de festivalcultuur geboren, die tegenwoordig enorme proporties heeft aangenomen. Steeds nieuwe generaties rebelse levenskunstenaars hebben Ruigoord ontdekt en er hun krachten gebundeld. Daar leeft de geest van Provo in volle glorie, gedragen door geest-verwanten van 20 tot 80 jaar. Na de erkenning van scharrelkip en scharrelvarken, is Ruigoord de plek waar de scharrelmens-met-vrije-uitloop naar hartenlust experimenteert met ludieke vormen van samenwerken en -leven..... Ervaar het zelf op een van de vele happenings die in deze culturele vrijhaven ontstaan. Zie: www.ruigoord.nl         
Issue #001 Published: 21-10-2015 // Written by: Simon van Dommelen
De Culturele Stelling van Amsterdam
In het najaar van 2010 is door negen kunstenaarspanden en -terreinen uit de rafelranden van Amsterdam, de Culturele Stelling van Amsterdam opgericht, de verdedigingslinie van de vrije culturele ruimte. Een half jaar eerder is het idee geboren op een manifestatie van Het Domijn, de oude gekraakte kunstenaarskolonie in Diemen die een ongewisse toekomst tegemoet zag. Terts Brinkhoff, oprichter van de Parade en huurder op het Domijn merkte op dat de vrijplaatsen rond de stad steeds minder samenwerken terwijl sommige plekken onder druk staan en het rendementsdenken over kunst en cultuur in de stad toeneemt. Samen met andere panden, zoals Ruigoord, ADM en Nieuw en Meer is de Culturele Stelling opgezet om een tegengeluid te laten horen. De naam is ontleed aan de Stelling van Amsterdam, de oude verdedigingslinie van de hoofdstad waar veel cultuurpanden deel van uit maken, zoals Het Domijn, 1800 Roeden, Nieuw en Meer, Rijkshemelvaartdienst en Fort Vijfhuizen. De verdediging richt zich nu niet meer op krachten van buiten, maar op bedreigingen in de stad zelf. Het is een verdedigingslinie voor vrije ruimte en cultuurproductie. De Culturele Stelling wil Amsterdam bewust maken van de culturele dynamiek die van ons een onderscheidende metropool maakt. Dat zijn namelijk niet de commerciële festivals, massatentoonstellingen in de grote musea, pop-up shops of iconen aan t IJ. Elke, zichzelf serieus nemende, wereldstad heeft dit soort cultuurtempels. We maken steeds meer deel uit van een wereldwijde wedloop die leidt tot eenheidsworst. En dat terwijl Amsterdam zich juist zo mooi onderscheidde door haar vrije geesten en vernieuwende cultuurproductie, experiment en spontaniteit. Nu exclusief voorbehouden aan de rafelranden van de stad. Het mag duidelijk zijn dat niet de consumptiecultuur, maar deze cultuurproducenten het podium moeten krijgen. Dit gedachtegoed is ontstaan bij de oprichtingsvergadering in het Domijn en daarna verrijkt met tal van nieuwe visies en ideeën. Elke twee maanden werd bij een ander pand een maaltijd genuttigd en verder gebouwd aan de Culturele Stelling. Zwaan-kleef-aan deed het netwerk groeien van negen naar dertig panden. We maakten plannen voor een grote protestmanifestatie tussen de gevestigde instituties op het Museumplein, die half gelukt is. Interessanter is wat er na een paar bijeenkomsten gebeurde toen een concept-manifest volledig werd afgebrand door een deel van de aanwezigen. Ze hadden gelijk. Het manifest was ontdaan van alle scherpe randjes nadat al vijf mensen zich hadden gebogen over de tekst.  Het besef drong door dat je de veelkleurigheid van de mensen op deze plekken nooit kunt vangen in een tekst. Vrijplaatsen worden bevolkt door eigenwijze types die elkaar respecteren om hun onaangepast gedrag. Juist daaruit ontspruiten de nieuwe ideeën die de voedingsbodem zijn van een bloeiende stad. Dus geen conformisme, geen tekst, en ook geen stichting. We willen dat deelnemers zich gaan verhouden tot elkaar, niet tot een instituutje met een bestuur. De Culturele Stelling is feitelijk niet meer dan een adressenlijst, een logo, een facebookpagina en een gesammtkunstwerk van Aja Waalwijk. Op Het Domijn, Ruigoord, Nieuw en Meer en de NDSM-werf verrezen wegwijzers, die met kunstenaars en ambachtslui ter plekke zijn ontworpen en gebouwd en de verbondenheid met de andere plekken in de stad onderstrepen. Iedereen die dat wil kan een vergadering uitschrijven en de mensen van de lijst mobiliseren voor advies, actie of andere vormen van samenwerking. We weten elkaar te vinden als dat nodig is. Bijvoorbeeld om de stad te laten weten wat voor misser het begaat door de Valreep en het Slangenpand op te offeren voor het grootkapitaal. Er is te weinig besef over de waarde van dit soort initiatieven. Om wat bewustzijn bij te brengen zijn we een paar jaar geleden in een oude bus vol ambtenaren langs plekken gereden in de Culturele Stelling. Van Tetterode, tot Heesterveld, Nieuw en Meer en Ruigoord. Een omhelzing van Theo Kley in zijn tuin met een meisje van afdeling Vergunningen is dan al bijna genoeg om nieuwe ambassadeurs te creëren.     Deelnemers in de Culturele Stelling zoeken voortdurend naar een balans tussen afzetten en aantrekken. Veel kunstenaars, ambachtslieden, schrijvers en andere vrijdenkers zoeken bewust een plek in de luwte, waarin ze vrij kunnen zijn in het uiten van hun ideeën. Voor een zelfgekozen publiek. Je zou willen dat de rest van de stad mee gaat in hun vrijheidsfilosofie, dat meer mensen geïnspireerd worden om anders naar de wereld te kijken, en dat de plekken zelf gevoed worden met nieuwe impulsen. De paradox is dat met het openen van vrije culturele ruimten de kans groter wordt dat ze worden meegezogen in de massastroom, opgejut door sociale media. De Culturele Stelling bedient de onderstroom en zal voorlopig nog wel een vaag netwerk blijven. Daar voelen we ons comfortabel bij. De onderlinge verbondenheid tussen vrije culturele ruimten is vergroot en het netwerk staat paraat om prikkels uit te delen aan de stad als dat nodig is.  
Issue #001 Published: 21-10-2015 // Written by: Julian Jansen
Death and Life of Amsterdam’s Free Cultural Places
In 1961, Jane Jacobs wrote her bestselling book about city planning: “The Death and Life of Great American Cities”. Her plea for the importance of diversity and dynamics in cities, together with Richard Florida’s theory of the creative class, is nowadays adopted by Amsterdam urban planning and has inspired many other town planners around the globe. However, whereas quality of life, sustainability, densification, creativity and above all, economic growth, are dominant narratives in Amsterdam planning, recent mapping shows free cultural places are declining, putting Amsterdam’s diversity under pressure. Urban decline and growth In the 1960’s and 70’s, Amsterdam faced a rapid population decline, stimulated by a national policy of controlled suburbanization. The planning department proposed a modernist approach with plans for the Bijlmer district, a metro line and the massive demolition of old houses and districts. In this urban crisis, the squatting movement played an important role in the turnover towards a more adaptive approach, called “Bouwen voor de Buurt’. Nowadays, Amsterdam’s population is growing at a fast pace to 820.000 at the end of 2014. Housing prices are mounting and the pressure on urban land is high. This trend is accompanied by gentrification, the socio-economic upward movement of city districts, steered by the influx of higher educated and upper-middle income households. In Amsterdam’s planning and housing policies, gentrification is facilitated by the selling of social housing and investments in the spatial dynamics of the ‘roll-out of the inner city’. Amsterdam’s Structural Vision 2040 is called “Economically strong and sustainable”. As a recent study of Nicole Kirchberger from the Weimar University and the Amsterdam Planning Department shows, the dominant narrative in this planning doctrine is economic growth. The sharp edges of a purely economy driven planning are then mitigated by sustainability and social policies. Free cultural places and cultural breeding places The trend of re-urbanization was already taking shape and the end of the 1980’s. Numerous squats and free cultural places disappeared since then, while some of them have been legalized. In the early 2000’s, protest against the disappearance of these places mounted. Amsterdam, inspired by the new theories of creative cities, installed the so-called policy of ‘cultural breeding places’. In this way, some living and workplaces for artists could be saved from the pressure of mounting ground prices and urban developments. A lot of studies have been done on the differences between free cultural spaces and cultural breeding places. The main differences lie in the spontaneous development of free places versus breeding places and the extent of self-organization. Whereas cultural breeding places are subject to governmental and market ground policies, free cultural places have their origin in the spontaneous use of urban land and real estate by self-organization. Therefore, cultural breeding places can replace some of the functions of free cultural places, but can never be as spontaneous and independent from urban policies. In 2001, the study of De Vrije Ruimte: “Laat 1000 Vrijplaatsen bloeien”, defined and mapped Amsterdam’s free cultural places in the 1980’s and 2001. According to this study, free cultural places are defined by 1) A mix of societal, creative, work, living and cultural and public functions; 2) Self-organization; 3) Collectivity; 4) Societal engagement. Mapping Amsterdam’s free cultural places The study of De Vrije Ruimte mapped about 125 free cultural places in Amsterdam around 1985. In 2001, about 68 of them were left. Those left, were located more outside the city center. Also the study showed, that the public functions of these places were diminishing as they were more isolated and further away from the city center. After the policy of cultural breeding places began at the same time, about 60 cultural breeding places have been started, some of which were free cultural places before. Most of the new ones are located outside the city center. Since 2001, there have been several discussions about mapping the free cultural spaces again. In 2014, De Vrije Ruimte made another attempt together with the Amsterdam Planning Department. The study was made by Renee Vroom for her master thesis at the University of Groningen, during an internship at the Amsterdam Planning Department. The same criteria for free cultural spaces were used as in 2001 and non-spontaneously originated and non-self-organized cultural breeding places were initially not mapped. Because the definition of free cultural places is not defined in a hard, clear-cut way and the listed places are probably not complete, this study must be seen as an attempt to initiate further studies and mapping of Amsterdam’s free cultural places nowadays. According to this study, about 27 free cultural places have been left in 2014, from which at least three have known to be evicted since then (De Valreep, Antarctica, De Slang). Most places still origin from the 1980’s and places that have originated since and still exist, are almost all located outside the city center. The need for free space and ownership Main findings of the study in 2014 are the ongoing trend of the decline of the number of free cultural places in Amsterdam and the spatial pattern of outward movement of the city center. Recent evictions have strengthened the views that Amsterdam is losing diversity and free cultural places. More places are in a precarious situation and establishing new sustainable places has become increasingly difficult under mounting ground prices and a national law prohibiting squatting since a few years. Although some of the functions are replaced by official cultural breeding places, these remain dependent on urban policies and cannot provide for free spontaneous and self-organized initiatives in urban development. A broad discussion about how much free space can be left, especially in the city center, for these initiatives is needed in times of urban policies, that are mainly driven by economic growth. In the end, lack of spontaneous developments, diversity and dynamics will have their repercussions on the resilience of the city. For new and existing free cultural places, a strong and healthy organization and financial basis is needed after the first experimental phase. A form of establishment becomes inevitable in time and keeping the necessary aspects of a free cultural place in a formalized way has proven to be possible. The only guarantee for survival however, is full ownership of the place, when the degree of cultural freedom is determined by the ownership itself. In all other forms, dependence on political and market developments stay eminent. The decline of free cultural places is a trend that seems manifest in a lot of attractive cities around the globe. More international attention, comparisons and cooperation can provide a stronger basis for a broad discussion about this trend, as is the initiative for a magazine like Amsterdam Alternative. •